Kleine Zus oefent … en oefent … en oefent

Het meisje heeft het hartstikke druk met haar lijfje ontdekken, de dingen die dat lijfje kan (en -nog- niet kan), met kletsen, tetteren en kwijlen.

Kleine Zus was er vroeg bij. Het dametje rolde al met vier maanden van rug naar buik … en toen … bleef het heel lang wachten op terugrollen. Wel een dikke 4½ maand.

En dat is niet leuk. Mrs. T. begrijpt, dat klinkt ondankbaar, maar dat is het gewoon niet. Een babietje dat elke 5 tot 10 minuten dat ze op is ligt te huilen omdat ze zo-moehoe-is-van-het-op-haar-buik-liggen-en-het-nog-niet-terug-kunnen-rollen is erg niet leuk. Vooral de zevende en de achtste maand van Kleine Zus haar leventje waren lastig en erg vermoeiend (zowel voor het meisje, als voor de mensen om haar heen).

Mrs. T. realiseert zich dat dit heel egoïstisch en naar over kan komen. Dat is uiteraard niet zo bedoeld. Natuurlijk is Mrs. T. keigek op ons meisje en houden we allemaal heel veel van haar. Natuurlijk is Mrs. T. erg gelukkig dat het kleine aapje überhaupt ter wereld is gekomen (en dat is zeker niet vanzelfsprekend geweest in haar geval, maar daar schrijft Mrs. T. nog wel eens over) en bovenal: natuurlijk is Mrs. T. enorm gelukkig dat het meisje gezond is. Voor Mrs. T. geldt, al is het overdag soms gewoon niet leuk, als je dan ‘s avonds bij het naar bed gaan zo’n slapend hoopje ziet liggen, dan is de dag weer goed.

Net zoals alle (veel?) mensen wil Mrs. T. graag dat ‘vervelend’ babygedrag een naam heeft. Als we het ‘op haar tandjes zullen wel doorkomen’ kunnen gooien, dan geeft dat rust. Of ‘Ze wil zoveel, maar ze kan nog niets’, of ‘Ze is ook zo verkouden de laatste tijd’. Herkent u dat?

Sinds half februari is Kleine Zus een ander kind, sinds die tijd kan ze zelfstandig zitten: ze is vrolijk, tettert en kletst.

De laatste weken teigert ons meiske de hele kamer door, ze gaat uit zichzelf zitten, ze probeert zich op te trekken (lukt af en toe), probeert al wat stapjes te maken (reuzenstappen, geweldig komisch om te zien). Ze geeft (met open mond) natte kusjes, zwaait dag, dag en vindt de poezen geweldig.

Haar leven bestaat uit oefenen … oefenen … oefenen. Kleine Zus is een heerlijk kind.