Ikke, ikke, ikke

Ikke, ikke, ikke! Ken jij ze? Van die mensen die het altijd maar over zichzelf hebben? Die alles wat in een gesprek verteld wordt, zelf hebben meegemaakt, maar dan veel grootster, erger etc. … Die een gesprek naar zich toetrekken, die anderen niet aan bod laten komen? Dat soort mensen?

Mrs. T. heeft zo’n collega. Ze was altijd al iemand die zichzelf graag hoorde praten, maar toen had Mrs. T. er niet zo’n moeite mee. Verder zat deze collega toen ook niet goed in haar vel, dus bood Mrs. T. haar een luisterend oor, een stabiele schouder en gaf ze soms (hopelijk) goede raad.

Een half jaar geleden heeft collega echter een kind gekregen en sinds een aantal weken is ze weer aan het werk. En sindsdien is ze vreselijk irritant. Echt waar, enorm, verschrikkelijk, ontzettend irritant. Het IK-gehalte heeft ongehoorde proporties aangenomen en haar kind is een superkind. En voordat de lezer denkt, ‘tut, tut, Mrs. T., ff dimmen’. Mrs. T. hoopt dat ze door haar verhaaltjes wel heeft laten zien dat ze een open minded persoon is die leeft volgens het principe van ‘we laten elkaar in onze waarde’.

Maar goed, de IK-collega. Natuurlijk is de geboorte van een kind een ingrijpende gebeurtenis en natuurlijk wil je daar graag over vertellen. Maar laat anderen dan ook nog ruimte om iets te zeggen. Door haar gedrag geeft ze anderen het gevoel het helemaal verkeerd te doen. Nou is Mrs. T. daar niet zo gevoelig voor, maar een andere (ongeveer tegelijkertijd bevallen) collega heeft hier momenteel erg veel moeite mee. Zij krijgt echter geen enkele ruimte om haar verhaal te vertellen en Mrs. T. ziet haar gewoon in haar schulp kruipen.

Waar Mrs. T. vooral moeite mee heeft is het continue gekakel en geklep en het absoluut geen interesse tonen in wat haar collega’s meemaken. Inmiddels heeft Mrs. T. middels wat subtiele hints geprobeerd de irritatie die zij oproept bij anderen bespreekbaar te maken. De hints worden tot op heden niet opgepikt. Dat wordt dus een gevalletje “botte bijl” is Mrs. T. bang.

Ken jij ook zo’n IK-kerd en hoe ben jij daarmee omgegaan?