Verkeer

Gisterenmiddag ging Grote Zus bij vriendinnetje A spelen. En A, die woont circa 1,5 kilometer van huize Mrs. T.. Eerst zo’n 800 meter door de bebouwde kom en daarna nog 700 meter buitengebied. En dat zonder fietspad!

‘Dat kan ik best alleen op de fiets mama’, weet Grote Zus Mrs. T. te melden. En Mrs. T. weet dat zij dat inderdaad best alleen kan. Maar kunnen al die andere weggebruikers het ook? Loslaten heet dat, brrr, moeilijk hoor.

Mrs. T. heeft Grote Zus strikte regels met betrekking tot haar deelname aan het verkeer bijgebracht:

  • we steken altijd recht (en niet schuin!) een straat over,
  • we lopen nooit midden op de weg,
  • voor fietsen geldt hetzelfde,
  • het kind loopt altijd aan de kant van de berm,
  • we kijken goed uit met oversteken, afdraaien etc.,
  • spelen op straat doen we alleen op de plekken die mama of papa goedgekeurd hebben.

Grote Zus heeft een groot plichtsbesef en gedraagt zich (nog steeds) naar deze regels. Als haar vriendinnen haar ‘s middags ophalen om naar school te gaan dan zijn die drie al lang en breed de straat over en staat Grote Zus nog te kijken of oversteken wel kan. Mrs. T. verbaast zich daar geregeld over, die meisjes stoppen dus echt niet om te kijken voordat ze oversteken. Mrs. T. kan zeggen wat ze wil ‘goed uitkijken bij het oversteken hoor’, maar het is tegen dovevrouwssoren gezegd.

Mrs. T. hoopt dat Grote Zus stevig genoeg in haar schoenen blijft staan om gewoon haar eigen plan te trekken met betrekking tot haar deelname aan het verkeer. Of dat realistisch is, dat zal moeten blijken.

Maar goed, Mrs. T. verbaast zich nog vaker over het gedrag van veel ouders op weg naar school (en ze komen met bosjes door onze straat op weg naar die school). Ouders die met hun kinderen over de volle breedte van de straat lopen. Ouders die zelf 50 meter achter hun kind lopen (of er juist 50 meter voor fietsen), je bent te laat als er iets gebeurd. Of ouders die zelf aan de kant van de berm lopen (of fietsen) en hun kind aan de linkerzijde laten lopen (of fietsen).

Wat geef (gaf) jij je kind(eren) mee op het gebied van deelname aan het verkeer?