Acceptatie

En dan gebeurt er iets heel akeligs met Mrs. T.. Mrs. T. wil gaan eten en haar hele lijf komt in opstand. Rillingen, tintelingen, hitte, klemmende band om de borst, grote brok in de keel, steken, buikpijn en gedachten die door het hoofd tollen. Mrs. T. heeft geen idee wat haar overkomt. Mrs. T. is bang. Maar ze ziet ook haar meiden zitten en ze wil niet dat zij haar zo zien. ‘Gelukkig’ is het zaterdag en is Mr. T. thuis. Mrs. T. gaat dus naar boven en daar gaan de sluizen open. Mrs. T. huilt en huilt. Het gevoel ebt wel weg. Maar het huilen lucht niet echt op. Het akelige gevoel blijft overheersen.

Pas als ‘s avonds de meiden op bed liggen en Mrs. T. uitgebreid met Mr. T. praat verdwijnt het onbestemde gevoel. Maar het blijft op de achtergrond aanwezig. Mrs. T. is ‘bang voor de angst’.

Zondag gaat redelijk op een kleine inzinking na. De maandag verloopt goed tot een uur of vier ‘s middags. Mrs. T. weet immers dat Mr. T. over een dik uur thuis zal zijn. Ze hoeft zich niet lang meer groot te houden. De maandagavond is pet. Dinsdag gaat wel, alhoewel Mrs. T. verre van productief is op haar werk. Mrs. T. gaat naar de huisarts omdat ze dit met een ‘expert’ wilt bespreken. De huisarts praat over een paniekaanval. Dat wil Mrs. T. helemaal niet horen. Als ze wil kan de huisarts Mrs. T. medicijnen voorschrijven. Dat wil Mrs. T. (nog?) niet. De meiden zijn bij oma en opa en na het eten praat Mrs. T. met haar ouders en Mr. T.. Dat lucht ook op. De woensdag gaat vrij goed.

‘s Avonds mag Mrs. T. weer naar de voetreflex. Ze hoopt dat de therapeute haar kan redden, haar houvast kan geven, hup, alles weg kan masseren. De therapeute weigert echter met Mrs. T. mee te gaan haar angst in. Ze geeft aan dat Mrs. T. teveel denkt aan dat moment op zaterdagmiddag. Dat Mrs. T. vergeet dat het de dagen daarvoor best heel goed is gegaan. Dat ze een terugval heeft gehad, maar dat ze daar niet in moet blijven hangen. Mrs. T. weet dat ze gelijk heeft, maar het is zo moeilijk om niet bang te zijn. De therapeute onderzoekt Mrs. T.’s voeten uitgebreid, weer geeft ze aan dat Mrs. T. het ‘lichamelijk eigenlijk heel goed doet’. Verder tracteert ze Mrs. T. op een heerlijke massage.

Gisteren het tweede bezoek aan de psycholoog. Deze weet te melden dat Mrs. T.’s emmer vol is, de rek eruit, het touw gebarsten. Noem het overspannen, noem het burnout, als het beestje maar een naam heeft. De aanval van afgelopen zaterdag was voor zover hij op Mrs. T.’s uitleg afgaat hyperventilatie. Hij vraagt Mrs. T. om -net als een eetdagboek- bij te houden wat ze op een dag doet en welke gebeurtenissen bij haar ongemakkelijke gevoelens, irritatie, stress of juist fijne dingen oproepen.

Het voorgaande zou dus duiden op stress, onverwerkte emoties, verdriet van vroeger dat er nu uit komt. Mrs. T. vindt dat moeilijk te accepteren. Ook raar om te accepteren. Werkt het dan echt zo? Dat het in Mrs. T.’s geval via haar lijf uitkomt? Het is raar hoor. Om zo te zijn, om dit te voelen.

Terwijl Mrs. T. dit typt (web-loggen werkt therapeutisch in Mrs. T.’s geval) voelt ze zich prima. Maar dat kan in een oogwenk veranderen. Dat is heel raar en akelig. Mrs. T. heeft graag de dingen in de hand, onder controle. Haar lijf geeft klachten, die zouden van tussen de oren komen maar van die (onverwerkte) emoties is Mrs. T. zich dan weer echt niet bewust. Mrs. T.’s gemoedstoestand kan in een enkele minuut veranderen. Waar slaat dat op? Waar wordt dat door veroorzaakt? Wat is de trigger? Mrs. T. wil zo NIET zijn. Ze wil het NIET! Maar de eerste stap is acceptatie aldus de psycholoog. Toch?