Kindengel

Mag je doden uit liefde? Dat is de vraag in het boek ‘Kindengel‘ van Beitske Bouwman.

Op de achterflap:

Met grote blijdschap verwelkomen Sara en Mark hun eerstgeborene, Deidre. Maar Deidre wordt al snel ernstig ziek en verwacht wordt dat ze jong een pijnlijke dood zal sterven. Om haar dat leed te besparen voelen de ouders zich genoodzaakt haar zelf om het leven te brengen. Is dat moord of juist een liefdevolle daad?

Met die vraag kampt Karen, de rechter, die in de ban raakt van de almaar zwijgende Sara en de doordringende groene ogen van Mark. Tegen alle regels in stapt ze bij Mark in de auto en laat ze zich meevoeren naar het verhaal buiten de rechtszaal: het verhaal van Deidre Damen.

Kindengel is een zeer ontroerend, mooi gescheven boek. Bouwman hanteert een heel aparte schrijfstijl die de lezer niet onberoerd kan laten. Ze laat de wanhoop en radeloosheid van Sara zien en de onmacht en het verdriet van Mark. Ze laat zien hoe Karen langzaam maar zeker meegetrokken wordt in het verhaal van Sara en Mark.

Het thema van het boek is aangrijpend. Een doodziek babietje waarvan de ouders besluiten dit zeer gekoesterde kind niet langer te laten lijden en haar daarom zelf op een door hen gekozen manier om het leven brengen. Een fragment:

‘Wat denk je dat Sara deed?’ Ze kijkt hem vragend aan: ‘Ik weet het niet.’ ‘Ze gaf alleen maar, Karen. Ze ontnam haar niet het leven maar gaf haar de dood’. Karen zwijgt. ‘Met haar eigen handen’. Karen zwijgt.

Een ander fragment:

‘twee donkerblauwe ogen die zo helder zijn zoals ik ze nooit zag, ze kijken me intens aan, zo helder, zo helder, Deidre, o Deidre, ik had je een ander leven willen geven, het is dit leven geworden, ze sluit haar ogen, ze sluit haar ogen, ik druk haar aan mijn borst en we rijden naar huis’

Het is ontroerend en rauw zoals Beitske Bouwman schrijft. Op een gegeven moment lijkt Sara alle contact met de werkelijkheid te verliezen. Haar radeloosheid en verdriet wordt op een buitengewoon aangrijpende manier vertelt. De zinnen zijn kort of juist onmetelijk lang.

Mrs. T. is buitengewoon gegrepen door dit boek. Ze heeft zelden zo’n puur boek gelezen. Het is een echte aanrader.

Een laatste fragment. In een van haar radeloze buien (waarin Sara alle contact met de wereld lijkt te verliezen) beleeft Sara een ‘ontmoeting’ (droom/hallucinatie) met Helena, een vrouw die eeuwen geleden haar kind doodde. Helena zegt Sara:

‘Waak ervoor, dode moeder, dat de schuld je niet verlamt, je hebt immers geen schuld, er is geen schuld, je hebt de dood in je handen maar het was een gewenste dood … Ik ben een dode moeder, een uit duizenden, een dode moeder van wie het kind altijd voort zal leven zolang het zich in mij blijft tonen. Waak ervoor, dode moeder, dat de dood niet overwint, dat het leven voortgang vindt, dat het kind krijgt waar het recht op had, een leven, op een leven. Dode moeder, leef het leven niet achteruit, maar vooruit. Heb het leven zo lief als je het had toen je je kind baarde, het oppakte en tegen je blote huid legde, het koesterde zonder te weten wat de toekomst je bracht.’

Nogmaals, een zeer indrukwekkend boek. Een boek dat tot denken aanzet. Wat voel je voor deze ouders? Voor ouders die eigenhandig hun kind ombrachtten? Compassie, begrip, onbegrip, woede? Wat zou je zelf doen als je in hun schoenen stond? Als je kind zo ziek is, zo veel pijn heeft, zo’n lijdensweg heeft gehad en nog te gaan heeft …