W.o.W.: vuur

‘Luister Beatrice, zo gaan we het doen’, zegt hij tegen me en er volgt een uitgebreide instructie.

Het duizelt me. Wil hij nu echt dat ik drie dagen doe alsof ik zijn vrouw ben? Wil hij nu echt dat ik morgen ga oefenen op een handtekening die niet de mijne is? Wil hij nu werkelijk dat ik zijn vrouw ga spelen? Hoe stelt hij zich dat voor?

Hij praat in rap tempo verder: ‘Overmorgen is Beatrice jarig, zij wordt dan 30. Onfortuinlijk genoeg is zij niet in staat haar verjaardag met mij te vieren. Beatrice’ ouders hebben in hun testament vast laten leggen dat Beatrice overmorgen de beschikking krijgt over een enorm kapitaal. Geld waarop ik recht heb! Jij zult mijn Beatrice zijn. Je bent haar evenbeeld. Je hoeft niet bang te zijn dat iemand ons bedrog zal doorzien. De enige die je tijdens je verblijf hier zult ontmoeten is de notaris. Dat gebeurt overmorgen om 10.00 uur. Gelukkig voor ons is de oude notaris recent overleden en de onlangs benoemde kent Beatrice niet. Je zet je handtekening en ik laat je gaan’.

Zegt hij nou werkelijk steeds ‘ons’? Wat is dit? Die man is krankzinnig! Zou hij me echt laten gaan?

Hij vervolgt: ‘Ik wil dat je je uiterste best doet en om ervoor te zorgen dat je vol vuur deze rol zult spelen heb ik mezelf ingedekt’.

Deze laatste woorden bezorgen mij een onheilspellend voorgevoel. Hij schuift een envelop naar me, ik maak hem open en zie een drietal foto’s.


Voor deel 1: klikkerdeklik, deel 2: klikkerdeklik en deel 3: klikkerdeklik

Voor het onderwerp van deze twee weken: klikkerdeklik. Voor de spelregels klikkerdeklik.