Terugkijken

Inge is hartstikke goed in het ‘niet‘ doorgeven van stokjes! Maar hé, Mrs. T. vond het een leuk lijstje en daarom doet ze natuurlijk mee, voor deze ene keer zelfs in de ik-vorm!

In 2007:

Was het lekkerste dat ik at: heel veel maaltijden gemaakt door mijn lieve mama, mijn eigen salades, Italiaanse kooksels en mijn heerlijke nasi (al is Grote Zus het daar niet mee eens) en natuurlijk de zalm die Mr. T. maakt.

Bewoog ik: een heleboel. Als het even kan ga ik op de fiets naar mijn werk en zo goed als elke dag trap ik minstens 20 minuten op m’n (nieuwe) hometrainer. Tel daarbij op een x-aantal oefeningen die ik van de fysiotherapeut moet doen en met dat bewegen zit het best goed. Oh ja, ook de beweging die men krijgt bij het opvoeden van een 2½ jarig meisje is niet bepaald gering.

Knuffelde ik: voor mijn doen nog meer dan anders. Ik logde ooit over het feit dat ik niet echt opgegroeid ben met veel lijfelijke aandacht en ik wil dat in ieder geval anders doen richting Grote Zus en Kleine Zus. Dit jaar is voor mij moeilijk geweest en ik had meer dan ooit behoefte aan knuffels. Niet alleen van (en voor) Grote Zus en Kleine Zus, maar ook van (en voor) Mr. T. en al die mensen die met mij meeleefden.

Kreeg ik (meer) waardering voor: mensen die het moeilijk hebben en die ondanks alle tegenslagen doorgaan en positief blijven en vertrouwen houden (want dat lukt mij helaas niet altijd).

Gaf ik: mezelf meer dan ooit. Ik ben in het afgelopen jaar erg vaak bang geweest en ik gaf mezelf in die zin dat ik me kwetsbaar op durfde te stellen. Ik sta bekend als een sterke vrouw en dat ik, ook aan wat minder goede vrienden/kennissen, durfde toe te geven dat het niet goed ging was een hele overwinning op mezelf.

Luisterde ik: naar veel mooie, interessante, prachtige, verdrietige verhalen van Grote Zus. Wat kan die schat toch heerlijk vertellen en wat is ze toch een wondermooi sociaal wezentje. Soms vind ik haar te ouwelijk en te zorgelijk voor haar leeftijd en dat baart me zorgen. Ik wil heel erg graag dat ze vooral kind is en dat ze zich niet te druk maakt.

Leerde ik: dat lichaam en geest veel meer met elkaar in verband staan dan ik ooit had kunnen vermoeden. En ook al weet ik dat inmiddels, dat te accepteren valt me nog steeds zwaar.

Ontplooide ik: mezelf dan maar (als ik toch iets moet kiezen). Juist door alles wat er dit jaar met me gebeurde. Ik leerde (en leer nog) om te gaan met lichamelijke gewaarwordingen en angst. En dat is verschrikkelijk moeilijk voor het nuchtere mens dat ik (normaal gesproken) ben.

Geloofde ik: regelmatig dat alles met mijn lijf goed zou komen, maar even zo vaak geloofde ik dat ook niet. Kortom: Jantje lacht, Jantje huilt, hoge pieken, diepe dalen etcetera.

Maar vooral geloof ik in de liefde die ik voel voor de kleine meisjes, Mr. T., mijn ouders en enkele dierbare vrienden. Ik geloof ook in de mensheid. Want hoewel er heel veel narigheid en ellende op deze prachtige wereldbol is, geloof ik dat de mens in wezen goed is.

Dit is dus een stokje dat niet doorgegeven wordt. Maar ‘lenen’ mag natuurlijk altijd!

Geslaagd

Supertrots zijn we op Grote Zus!

Te meer omdat ze best behoorlijk moeite heeft met (hoofd)rekenen. Via onlineklas.nl heeft ze de laatste weken zo ongeveer dagelijks geoefend op die lastige tafels. En gisterenochtend had ze eindelijk de allerlaatste toets af (van de 13 in totaal)!

Haar vreugdekreet leek uit haar tenen te komen, zo blij is ze met dit diploma!!!

Voor een verslag over hoe Mrs. T., Mr. T., Grote Zus en Kleine Zus hun kerst doorbrachten: klikkerdeklik. Al jaren viert Mrs. T. deze dagen op dezelfde manier: alleen de lokaties wijzigen, de rest is grotendeels hetzelfde (met als allergrootste verschil dat de verstandhouding met broer en schoonzus inmiddels beter is!). Vond Mrs. T. het vroeger saai om kerst elk jaar op dezelfde manier te ‘moeten’ vieren, de laatste jaren is ze alleen maar dankbaar en gelukkig dat we het nog op deze manier kunnen vieren.

De vredesduif

Op een dag zat er een vreemde, witte duif voor het hok van de postduif. Hij zag er moe en verfomfaaid uit.
“Dag”, zei de postduif. “Dag”, zei de witte duif. “Wie bent u als ik vragen mag?” “Ik ben de postduif” antwoordde de postduif, “Ik breng de post. Brieven en zo. In witte enveloppen En wie bent u?” “Ik ben de vredesduif”, zei de witte duif, “Ik breng vrede.”

“Vrede?” De vredesduif knikte. “Is dat moeilijk?” De vredesduif knikte opnieuw. “Heel moeilijk, vrede kun je namelijk niet zien. Die moet je voelen”. “Daar ben ik heel goed in, in voelen”, zei de postduif. “Wij postduiven vliegen op ons gevoel moet u weten”. “Voel eens dan” zei de vredesduif. De postduif deed zijn ogen dicht en voelde. “Ik voel iets zachts” zei hij na een poosje. “Rust, fijns en iets warms. Het doet me denken aan een nest. Een veilig nest, hoog in een boom. En aan maïskorrels en aan verse stukjes brood. Zou dat vrede zijn?”

“Dat is heel goed mogelijk”, knikte de vredesduif. “Wilt u het hebben?” “Graag”, antwoordde de postduif. “Als u het tenminste kunt missen”. “Och ik heb genoeg” vervolgde de vredesduif. “Lang niet iedereen wil vrede. Soms gaat mijn hele bestelling retour afzender”. “Onbegrijpelijk” zei de postduif. “Het voelt heerlijk. Ik dank u wel. Wilt u misschien iets eten?”

“Nee, dank u”, zei de vredesduif. “Ik moet gaan. Het is een drukke tijd.” De postduif knikte. “Praat me er niet van. Tot ziens dan maar. En nogmaals hartelijk dank. Ik wist niet dat vrede zó goed voelde.”

Gelezen bij (en mogen lenen van) JeeBee.

Kerstestafette

En zo deed Mrs. T. mee aan de Kerstafette van het Schrijvers-collectief. De spelregels waren als volgt:

Het duurt nog even voor het Kerst is, maar om ervoor te zorgen dat wij allemaal tijdig in de juiste stemming geraken, is het Schrijverscollectief al jinglebellend gekomen tot het idee van .. een kerst-estafette!

Wat houdt dat precies in? In stukjes van maximaal 150 woorden, maken we met elkaar het prachtigste, ontroerendste, bijzonderste, meest humoristische, spraakmakendste kerstverhaal ooit geschreven. Wie eraan wil meedoen, kan zich vóór 5 december opgeven via het mailformulier van het Collectief. Wij maken dan een planning, en iedereen krijgt een datum toegewezen.Ten overvloede: je borduurt dus voort op de verhaaltjes van degene(n) vóór je.

Er moet natuurlijk vaart in zitten. Je hebt dan ook maar 2 dagen de tijd om je bijdrage in te leveren. De stukjes zullen worden geplaatst tussen Sinterklaas en Kerst. (Mrs. T. leverde uiteindelijk deel 8.)

Deel 1 door Jowi:

‘Een kribbe.’ Greetje buigt zich naar voren. Haar zwangere buik zit in de weg en er is ook al nauwelijks licht. Maar dat halve ei van hout dat Roer met zijn lamp beschijnt, móet wel een kribbe zijn.

‘Ach welnee,’ zegt Roer, geïrriteerd dat zijn vrouw zo massief voor zijn neus staat. ‘Dat hadden we heus eerder gezien.’ In dat ene zinnetje zit al zijn frustratie. Een nieuw, gigantisch huis  dat ze samen gingen opknappen, dát was de bedoeling. Maar Greetje werd meteen zwanger en sindsdien staat Roer er alleen voor. Al een half jaar slaat hij met hamers op zijn duim. Steeds luider vloekend.

Het bomvolle schuurtje hebben ze tot nu toe links laten liggen, totdat Greetje er vanavond per se naartoe wou, ‘gezellig op onderzoek uit’.

Roer schijnt zijn zaklamp lusteloos wat om zich heen, zonder op Greetjes protesten te letten. Dan stokt zijn adem.

Deel 2 door Neustradamus

Vijf uur eerder.

Als de 37-jarige docente Taalbeheersing Josca Wiltz even over tienen de vertraagde intercity naar Arnhem instapt, gaat zij er nog van uit dat zij die avond bij haar ouders in Oosterbeek zal aanschuiven voor het kerstdiner:  konijn met cranberrysaus. Altijd konijn met cranberrysaus. Van Greetje en Roer uit Klein Dochteren heeft ze dan  nog nooit gehoord.

Even buiten Utrecht zoekt de trein de A12 op. ‘Auto’s’ merkt de oude vrouw tegenover haar op. Haar reisgenote, een ongeveer even oude vrouw met meekleurbril, murmelt iets terwijl haar mond een Werther’s Echte onder controle probeert te krijgen. Oude mensen zijn kleuters, denkt Josca. Ze praten over boodschappen, de buren en het weer en roepen ‘auto’s’ als ze auto’s zien. En luisteren doen ze allang niet meer, bittert ze verder en ze denkt aan haar vader.

Ze bukt om haar spa blauw en ‘Hoe en Wat in het Grieks’ (Kosmos, 2003) uit haar tas te halen, maar wordt hard teruggeworpen in haar stoel. Tien seconden later staat de trein stil. Het is zeventien over tien op de ochtend van Eerste Kerstdag, ergens tussen Driebergen en Maarn.

Deel 3 door Trui

Greetje slaakt een kreet en begint dan zenuwachtig te giechelen. Roer laat een hartgrondig “Gadverdamme!” horen en richt de lamp op haar gezicht.
“Wat sta je daar nou dom te lachen?!” snauwt hij.

Greetje probeert een serieus gezicht te trekken, maar faalt op alle fronten.
“Sorry schat, ik moest opeens aan Flappie denken. Je weet wel, van Joep van….. laat maar zitten.”
De lamp zwaait weer terug naar het voorwerp, dat hen liet schrikken: een oude vogelkooi, met daarin een half vergaan en verschrompeld konijn.
“Hihi” giechelt Greetje weer, “was het een vliegend konijn of een …” Ze zwijgt bij het zien van de vernietigende blik van Roer.

Roer duwt Greetje de lamp in haar hand en gromt: “schijn effe bij”. Hij trekt de kooi tussen de rotzooi vandaan, loopt er mee naar buiten en laat hem prompt uit zijn handen vallen als hij Greetje hoort roepen.
Ze schijnt met de lamp op een smerige, oude koffer. Ze buigt naar voren en houdt de lamp bijna bovenop het label aan het handvat.
“Markus Wiltz” leest ze.

Deel 4 door Henriëtte

Josca plukte de Werther’s Echte van haar rok, die door de ruk vanachter de bejaarde prothese in haar schoot was geworpen. Er ontstond grote commotie toen de conducteur iedereen verzocht uit te stappen.

”We hebben een gebroken bovenleiding. De bussen zullen vanuit Utrecht binnen anderhalf uur aanrijden om u naar het station in Arnhem te brengen.
Ik wens u een fijne Kerstdagen mensen”.

Daar stond ze dan. Verlangend keek ze naar de snelweg waar de auto’s voorbij raasden richting konijn met cranberrysaus en nam een kordaat besluit. Ze trok haar kraag op en resoluut zocht ze haar weg richting snelweg, net doende alsof ze haar medereizigers niet hoorde die haar terugriepen.
Op de vluchtstrook installeerde zij zich met een verleidelijke pose.

Met een wild gebaar van haar hoofd gooide ze haar lange haren naar achteren, trok de band van haar rok iets op en stak haar plakkerige duim in de lucht.

Deel 5 door Plien

Markus Wiltz???? Ronddwarrelend stof kriebelt haar neus, de muffe ontbindingsluchten zijn misselijkmakend. Als ze hard moet niezen, voelt ze vocht langs haar benen sijpelen. “Roer!!!!!!!!!!!!“ Meteen daarna kotst ze stukken kerstkrans in chocoladedrab over haar hand op de koffer.

“Au! Kutkooi!” Hij geeft het ding een rotschop en strompelt terug naar binnen, op het licht af. Hij rukt de lamp uit haar handen. “Tjezus Greet, gadver! Waarom moest je ook zonodig een kind krijgen! Hou die rotzooi bij je, ja!” Even staat ze paf, dan draait ze zich om en rent in paniek het schuurtje uit. Haar handen beschermend onder haar buik.

Zijn rechterdijbeen trilt, aarzelend trekt hij de gsm uit zijn zak. Greetje kan wachten, gewoon last van aanstelleritus. De display licht op. Jack Wiltz.
“Dag Jack.”
“Hee jongen, waar blijven jullie?”
“Uh, ja sorry. Greetje is niet…”
“Je hebt het haar toch wel verteld? Van Josca bedoel ik?”

Deel 6 door Saskia

Geen ziel leek zich te bekommeren om de eenzame vrouw in fraaie pose. De wind huilde langs de berm en prikkelde haar ogen. Koude vlagen drongen honend door haar mantel. Josca verwenste alle bestuurders, omdat ze haar negeerden. Zelfs obsceen gebaren en spottend wuiven liet men na.

“Waar is toch het ware kerstgevoel gebleven?” verzuchtte ze. Ze nam plaats op de vangrail en sloot haar ogen. Alle geluid verstomde. Het ijzige metaal werd de fluweelzachte zitting van een stoel aan de lange kersenhouten tafel. Voor haar zat Markus. Zijn ogen helder, zijn stem kalm.
Op zijn gelaat de flikkering van de kaars tussen hen in. Ze herinnerde zich alles zeer levendig. Hun laatste kerst samen. Markus is niet meer. Reeds drie jaar… Toet-toet! Josca schrok op. Er was iemand gestopt.

”Halleluja,, prevelde ze, geprezen zij de Heer.” Ze lichtte haar bagage en strompelde op haar Manolo Blahniks richting het witte voertuig.

Deel 7 door Mark

Piepende banden. Een klap. Josca´s hoofd spat uiteen op de voorruit. Dan is het stil. Doodstil. De chauffeur schreeuwt een wanhopig ” Jezus Maria!!” de Stille nacht in. Klein Dochteren rouwt.

Greetje schrikt op. “Jezus zal hij heten,” zegt ze rustig. Roer kijkt haar vragend aan. Ik hoorde een stem. En het waren niet de vliezen die braken, het was een ongelukje. “Jezusnogaantoe,”stamelt Roer .” Nee, gewoon Jezus, corrigeert Greetje.

Jack Wiltz komt binnen. Voor een herder is hij niet groot. “Heeft Roer je verteld over Josca?” valt hij met de deur in het stalletje. “Ik huwelijk mijn zoon niet uit. Josca is een naam die ongeluk brengt,” zegt Greetje. “Ja, dat heb je met een vrouw die in de toekomst kan kijken,” zegt Roer verontschuldigend. Jack schopt gefrustreerd tegen de koffer van Markus Wiltz.
Die springt open en Roer haalt er een zakje uit. Er zit een briefje bij. “Ooit zullen ze befaamd worden, maar ze plakken nu nog te veel. Adieu Markus.” Greetje proeft een bruine brok uit het zakje en “ziet” dat ze helpen tegen tepelkloven.

Dan horen ze rumoer. Ze haastten zich naar buiten. Herders wijzen naar de hemel waar honderden kometen kris-kras hun lichtende strepen trekken. “Nachtschrijvers, nachtschrijvers” roepen de herders opgewonden. Iedereen kijkt naar Greetje. Zij is de enige die ze kan lezen.

Deel 8 door Mrs. T.

Greetje echter heeft andere zorgen. Inmiddels sijpelt er toch vruchtwater haar kousen in en vreemde krampen waren door haar onderlijf. Om de haar vol verwachting aankijkende menigte enigszins tegemoet te komen grimast ze ‘de sterren verkondigen de komst van een waarlijk groot mens’.

Roer ziet dat Greetje het zwaar te verduren heeft en samen met Jack brengt hij haar naar binnen. Op de canapé vlijt zij zich neder. Het is verbazingwekkend hoe zorgzaam Roer plotsklaps is. Was hij zojuist bozig en ongeduldig, nu is zijn toewijding voor haar alleen. Roer zorgt ervoor dat Greetje comfortabel ligt en dekt haar warm toe. Hij zegt haar Jack uit te laten en dan terug te komen.

Als hij wat later binnenkomt, is hij confuus van de informatie die hij van Jack kreeg. Eén ding gooit hij er meteen uit: Jack’s zus Josca is verongelukt, haar dochtertje Maria Magdalena van 2½ is nu wees.

Deel 9 en 10 door Stoere en Ilse samen

Greetje trekt een gezicht alsof ze plotseling drie klonen van Roer moet baren. ‘Verdomme, Roer. Ik moet persen!” Ze slaat met haar vuist op de werkbank. “Kijk snel hoe het ervoor staat!”
Roer staat perplex. Is dit zijn Greetje? ‘ Rustig maar, ik zal je helpen zoals Jozef dat deed bij Maria, hé? ” Hij puft onhandig mee en omvat haar buik.
“Nee!” gilt ze. “Rot op met je gezellige kerstverhalen! En laat me los! Ik heb tien centimeter ontsluiting, man! Ik moet persen! Nu!” Ze schreeuwt het uit: “Oh Jack, help me toch!”. Ze lekt een straal vruchtwater over Roer’s suede schoenen.
“Nou nou, dit baart mij zorgen”, zegt Roer terwijl hij een vies gezicht trekt. ”Wel verdomme, wat lult ze nou over die Jack ineens?” denkt hij grimmig. Hij haalt zijn sigaretten uit zijn jaszak en steekt er een op. Nadenkend staart hij voor zich uit.
Vanaf haar kraambed beziet Greetje hem. ‘Ah God, zoals hij daar nu staat. Dat heeft eigenlijk wel iets impressionistisch’. Even voelt ze iets van liefde maar dan schreeuwt ze weer: ‘Jack, oh Jack help me!’. Arme Roer, het begint hem te dagen. Hij dooft zijn peuk en vertrekt naar het café.

Buiten komt hij Jack met Maria Magdalena in zijn armen tegen. Zij kijken hem onderzoekend aan.
“Geen land met haar te bezeilen”, zegt Roer terwijl hij wijst naar de richting waar hij net vandaan komt. Om zijn woorden kracht bij te zetten, haalt hij zijn schouders op en schudt zijn hoofd. Jack rent op Greetje’s gegil af.

Greetje’s ogen lichten op als ze hen binnen ziet komen. Jack, hij weet van wanten en bet Greetje’s voorhoofd. “Je doet het heel goed”, zegt hij liefdevol. “Ik zie het hoofdje al”.
En dan slaakt Greetje haar oerkreet en bevalt van Jezus. Jack knipt de navelstreng door en overhandigt zijn zoon aan Maria Magdalena. Die legt hem voorzichtig in de kribbe, haar ronde kinderogen zo vol van liefde voor dit kind.

Ondertussen kijkt Roer om zich heen in het café. Zijn oog blijft hangen op een prachtwijf, slank en lenig als een Leopard. Haar eindeloos lange benen gehuld in zwarte kniehoge laarzen. Haar parmantig achterwerk omvat door een zwart leren billentikkertje. Ze voelt zijn ogen prikken en zwaait haar glanzendzwarte haar loom naar achteren.
Hij stapt op haar af en bestelt zijn bier. “Mijn vrouw begrijpt me niet”, valt hij met de deur in huis. Hij neemt snel een slok en gluurt. Ze heeft bruine ogen en een heerlijk pruimenmondje. ‘Lucille, aangenaam’, zegt zij zwoel en hangt over de bar als een lellebel in hart en nieren. “Ze ligt te bevallen’ , stamelt Roer en grijnst onhandig. “Maar daar zit je als man toch helemaal niet op te wachten, op zo’n bevalling”, zegt ze als ze zijn haar uit zijn gezicht strijkt.”Niet bepaald”, zegt Roer. “Wat denk je ervan”, zegt hij dan. “Zullen wij samen.. wij tweeën.. jij en ik?” Lucille giet haar rosé achterover, ze heeft wel zin in deze Vreemdganger. Samen vertrekken zij in de donkere nacht.

In de schuur geeft Maria Magdalena Jezus kleine kusjes.”Dat is je neefje”, zegt Greetje warm. Jack zoekt ondertussen naarstig in die kist vol met spullen naar een luier. Dan vindt hij een vergeelde brief. He, Greetje, moet je zien!’ Nieuwsgierig vouwt  hij de papieren open.” Yes, dit is het!” roept hij, zo blij als een kind. ” Markus’ recept voor Werthers Echte! Greetje, we zijn rijk! We hoeven nooit meer te werken! ”

Jezus begint van schrik te huilen. “Goh”, zegt Jack weer bij zinnen. “Waar is Roer eigenlijk gebleven, komt hij nog terug?”
“Tsja”, zegt Greetje. “Weet ik veel. Jij hebt hem waarschijnlijk nog buiten gezien. Ik heb niks meer van hem gehoord. Ik zal eens kijken of ik kan zien waar hij is”. Ze ze sluit haar ogen, maar kijkt bedenkelijk. Haar voorspellende gaven zijn verdwenen. “Ach, het was zeker kraamvrouwenkoorts,” denkt ze berustend.

Buiten is het koud. Aan de heldere hemel straalt een ster. In de warme schuur zitten Greetje, Jack en Maria Magdalena om de kribbe heen. Ze kijken naar dat kleine kindeke dat zachtjes pruttelend slaapt.

W.o.W.: sentimenteel

Ik kijk de ruimte rond en geef me over aan het stemgeluid van Michel Fugain. Natuurlijk weet ik niet of dit muziek is die bij Edmund past, maar er stonden verschillende platen van Fugain in de kast. De muziek is eigenlijk te mooi voor deze gelegenheid. Ik kijk naar de mensen die aanwezig zijn en heb geen enkel idee wie het zijn.

De afgelopen dagen heb ik de schijn opgehouden me in een roes van kalmeringstabletten te bevinden en die roes verschafte mij het perfecte excuus me niet bezig te houden met de dingen die gedaan moesten worden. Denise, Edmunds assistente, heeft alles geregeld. Ik heb haar ontmoet en zij leek niet in het minst enig argwaan te koesteren. Zou zij ooit kennis hebben gemaakt met Beatrice?

Ik heb mijn gezicht lijkbleek gepoederd, donkere wallen onder mijn ogen aangebracht en wat roserode vlekken in mijn nek. Ik speel de uiterst bedroefde echtgenote en dat doe ik met verve.

Denise loopt naar voren en vouwt een papier open. Zij zal namens mij het woord tot de aanwezigen richten, Beatrice zou onder deze droeve omstandigheden immers veel te sentimenteel zijn.

De deur van de aula gaat open voor een verlate gast. Als ik haar binnen zie komen vang ik haar blik meteen, ze heeft Margo niet bij zich. Ze kijkt me vragend aan maar ik zie aan haar ogen dat het goed is.

De bevrijdende woorden ‘Wij zijn hier om afscheid te nemen van mijn innig geliefde Edmund’ klinken door de ruimte.


Deel Eén, Twee, Drie, Vier en Vijf en zes.

Voor het onderwerp van deze twee weken: klikkerdeklik. Voor de spelregels klikkerdeklik.

Op de post

Vandaag gaan ze op de post: de kerstkaarten. Mrs. T. houdt van geschreven kaarten en vooral ook van geschreven enveloppen. En dat doet ze dan met haar nieuwe vulpen! Stoer klein ding nietwaar? Als je de dop eraf haalt, dan komt er ook nog een stuk vulpen uit. Dan is tie namelijk wat groter en dat schrijft wel zo prettig.

Mrs. T. stuurt zo door het jaar heen vrij veel kaartjes al moet ze bekennen dat ze ook vrij regelmatig van Hallmark’s diensten gebruik maakt. Maar met kerst dan krijgen familie, vrienden, kennissen en buurt een echte kaart.

De kaarten zelf worden altijd met zorg uitgezocht. Er worden altijd wat pakketjes van Unicef besteld en dan vaak met religieuze afbeeldingen. Die kaarten zijn bijvoorbeeld voor de ouders van Mr. T. (zij krijgen natuurlijk alle drie een eigen kaart) en Mrs. T.’s eigen ouders en de mensen die dat soort kaarten waarderen. De ‘Delfst-blauw’ kaarten vond Mrs. T. zo onwijs grappig dat ze die pas nog kocht terwijl ze eigenlijk al voldoende voorraad had.

Bij iedereen die een kaart van Kleine Zus, Grote Zus, Mr. T. en Mrs. T. krijgt wordt nagedacht welke kaart het best bij de ontvanger(s) past. Al met al vindt Mrs. T. het schrijven altijd een leuke klus om te doen. Ook kerstkaarten ontvangen vindt Mrs. T. trouwens erg tof!

En jij, hoe pak jij het aan? Stuur je kaarten of vind je dat onzinnig? Schrijf je alles (dus ook de envelop?) en komt er dan een persoonlijke boodschap op of beperk je je tot je naam?