Oh moedertje

Na de spreekbeurten die de kinderen van groep 5 moesten houden is nu de poëzie aan de beurt.

Het de bedoeling dat ieder kind een gedicht voordraagt. Een gedicht dat de kinderen zelf hebben uitgezocht. Grote Zus koos onderstaand gedicht (dat zij hier vond):

Moedertje, ik moet zo poepen

heb je me niet horen roepen?

Ik doe wat je me hebt geleerd

doe ik het soms nog verkeerd?

Ik zou toch roepen als ik moest

het ergste is, dat als ik hoest

ik het niet meer in kan houden

want ik ben toch zo verkouden.

Iedere keer dan komt er wat

het komt zomaar uit m’n gat

moedertje, waar blijf je nou

kom nou toch, kom gauw

oh jé, nu hoeft het al niet meer

graag wat vlugger volgende keer.

Wat stinkt het hier zeg …

Grote Zus is taalkundig behoorlijk goed, ze kan goed vertellen en ze is niet bang om voor een groep te staan. Mrs. T. kan er zich wel een voorstelling van maken, van hoe Grote Zus daar voor die klas stond. Een beetje serieus keek ze waarschijnlijk, maar ook een beetje ondeugend, met stralende ogen. Want het is natuurlijk niet alleen een leuk gedicht, maar ook nog een beetje vies!

Gisteren was het dus zover en het voordragen is erg goed gegaan. ‘En alle kinderen moesten lachen om het gedicht en de juf ook! En ik was helemaal niet zenuwachtig, of misschien toch een klein beetje en niemand zei tegen mij dat ik harder moest praten of minder snel. Ik denk dat ik het heel goed gedaan heb mama!’. Dát denkt trotse Mrs. T. ook.