W.o.W.: verlicht

Hij zat peinzend aan zijn bureau, zijn handen gevouwen om een kop hete koffie. Normaal gesproken zou hij zich behaaglijk in zijn comfortabele stoel hebben genesteld en genoten hebben van de rust. Hij zou wat gemijmerd hebben over het goede leven, over de plannen die hij nog had voor het komende jaar.

Maar na gisteren en de ruzie die ontstaan was, was hij teneergeslagen. Hij wist dat hij het beste voorhad met zijn mensen en hij dacht echt dat ze gelukkig waren met hoe hij de dingen regelde en dat men tevreden was. Dat er zulke frustraties bij sommigen van hen waren kwam als een donderslag bij heldere hemel.

Een despoot hadden ze hem genoemd, al hadden ze dat later afgezwakt tot (vooruit dan maar) verlicht despoot, hij was geschrokken van de felheid van hun protest. Dat zoiets leefde onder hen, hen voor wie hij altijd zo zijn best had gedaan en van wie hij zoveel hield.

Zijn lijf deed pijn van ingehouden verdriet, nooit had hij ook maar een seconde gedacht dat men het niet eens was met wat hij deed en hoe hij het deed. Er was nooit iets geweest wat duidde op ontevredenheid. Tot gisteren.

Hij wist werkelijk niet hoe het nu verder zou moeten. Misschien was het beter om maar te vertrekken. Hij schrok van hard gebons op de deur. Treurig slofte hij naar de deur en deed hem open.

‘Grote Smurf, Grote Smurf, kom snel want Gargamel heeft alle salsaparilla vergiftigd en Brilsmurf is doodziek!’.


Voor de opdacht van deze week klikkerdeklik. Voor de spelregels van Write on Wednesday: klikkerdeklik.