Big family


Je hoort wel ‘ns vaker over heel grote families, maar 238 nakomelingen???? Allememaggies, da’s een heleboel.

Mrs. T.’s opa en oma van vaders kant hadden 8 kinderen en 22 kleinkinderen. Mrs. T.’s opa en oma van moeders kant hielden het bij 6 kinderen en 13 kleinkinderen. Twee redelijk bescheiden families dus. Toch?

Zelf kregen Mrs. T.’s ouders twee kinderen die ieder weer twee kinderen kregen. Mrs. T.’s directe familie is dus niet zo heel groot, maar dat Mrs. T.’s ouders uiteindelijk toch nog vier kleinkinderen kregen, dát hadden ze volgens Mrs. T. helemaal niet (meer) verwacht. Die laatste drie werden trouwens in krap elf maanden tijd geboren!

Hoe zit dat bij jou? Hoeveel kinderen en kleinkinderen kregen jouw grootouders? En hoeveel nakomelingen hebben jouw ouders? 

Nummer één

Een tijdje geleden las Mrs. T. een leuk logje bij Sanneke. Nou, dat vindt Mrs. T. dan weer zo’n grappig onderwerp, dat wil ze ook op haar weblog plaatsen.

Toen Mrs. T.’s moeder aan het bevallen was van Mrs. T. stond dit op nummer 1 in de top 40: The Beatles met Let it be. Mr. T.s moeder deed haar ding terwijl The Troggs met With a girl like you op nummer 1 stonden.

Zelf pufte Mrs. T. op Eiffel 65 met Blue toen zij Grote Zus baarde (van dat nummer had Mrs. T. nog nooit gehoord en ook na een bezoek aan Youtube werd dat niet beter, gelukkig overigens, dit is niet Mrs. T.’s muziek) en op Kane met Something to say toen Kleine Zus ter wereld kwam.

Welk nummer stond er op nummer één toen jij geboren werd: klikkerdeklik!

De lijst start bij 1965 en loopt tot heden, maar misschien weten de lezers die voor 1965 geboren zijn het toch wel?

The diving bell and the butterfly

Afgelopen maandag ging Mrs. T. naar ‘The diving bell and the butterfly‘. Zwaar onder de indruk verliet ze na afloop de bioscoop.

De film vertelt het waargebeurde verhaal van Jean-Dominique Bauby, de hoofdredacteur van het Franse modeblad Elle. Eind 1995 wordt hij getroffen door een beroerte en lijdt hij aan het zogenaamde, zeldzame locked-in syndroom. Hij is van zijn kruin tot zijn tenen verlamd. Bauby kan alleen zijn linkerooglid nog bewegen.

Lees hier de recensie van Jan Pieter Ekker:

Wie niet beter weet, denkt dat er in het begin van The Diving Bell and the Butterfly iets schort aan de projectie: het beeld is afwisselend vlekkerig en vervormd, overbelicht en wazig, en steeds weer even zwart. Het is een bewuste keuze van de Amerikaanse beeldend kunstenaar annex regisseur Julian Schnabel. De eerste minuten zijn gefilmd vanuit het perspectief van de hoofdrolspeler Jean-Dominique Bauby.

‘U bent in het ziekenhuis. Wees niet bang’, zegt een van de gestalten die zich over hem heen buigen. Een arts stelt vraag na vraag. Het knipperende oog geeft antwoord. Maar niemand reageert. In het verpleeghuis hoort niemand de monologues intérieurs die de kijker wel hoort. ‘Ik kan niet meer praten’, beseft de patiënt.

Het is nog veel erger. Nadat Jean-Dominique Bauby, de hoofdredacteur van het Franse modeblad Elle, eind 1995 is getroffen door een beroerte, lijdt hij aan het zogenaamde, zeldzame locked-in syndroom. Hij is van zijn kruin tot zijn tenen verlamd. Bauby kan alleen zijn linkerooglid nog bewegen; als het beeld zwart wordt, knippert hij met zijn oog. Het kost hem net zoveel moeite als gewichtheffen.

Nadat hij zijn zelfmedelijden en woede over het wrede lot heeft overwonnen, geeft Jean-Do, zoals hij wordt genoemd door vrienden, zijn leven een nieuwe richting: hij begint aan een boek. Een actuele versie van Alexandre Dumas’ De Graaf van Monte Christo moet het worden, met een moderne vrouw in de hoofdrol.

Een bevallige therapeute met engelengeduld ontwikkelt een methode om te communiceren. Zij dicteert een speciaal alfabet dat begint met de letters die het meest voorkomen in het Frans. Als ze de letter opleest die Bauby bedoelt, knippert hij met zijn oog. Zo schrijft Bauby letter voor letter, woord voor woord, zijn relaas Le scaphandre et le papillon (vertaald als ‘Vlinders in een duikerspak’: het zware duikerspak staat symbool voor het lichaam waarin de schrijver zich opgesloten weet. De vlinder staat voor zijn geest, die vrijer is dan ooit tevoren). Bauby stierf tien dagen nadat zijn boek was uitgekomen.

Schnabel, bekend van zijn kunstenaarsportretten Basquiat en Before Night Falls, noemt zijn film (die door A-Film in de Nederlandse bioscopen wordt uitgebracht onder de internationale titel The Diving Bell and the Butterfly ) ‘een zelfhulpboek, een troostmiddel dat misschien kan helpen wanneer mensen worden geconfronteerd met diep menselijk lijden’. Het klinkt klef, maar dat is het niet.

The Diving Bell and the Butterfly is een aangrijpend pleidooi voor de verbeelding én een bijtend relaas over isolatie; ontroerend maar niet sentimenteel, wrang maar niet wreed. Alles klopt, alles is verzorgd. Van de bijzonder vormgegeven begin- en eindtitels (handgeschreven, breekbare letters op röntgenfoto’s) tot de spaarzaam gebruikte, sfeerrijke muziek van Nino Rota, Tom Waits en U2. Van het expressionistische camerawerk van Janusz Kaminski (die Oscars won voor Saving Private Ryan en Schindler’s List) tot de ingetogen rol van de Franse topacteur Mathieu Amalric.

The Diving Bell and the Butterfly – op het festival van Cannes bekroond met de regieprijs en een technische prijs voor het camerawerk – is een bloedstollend mooi, hartverscheurend meesterwerk.

Het camerawerk, de manier waarop het verhaal van Jean-Dominique verteld wordt, zijn dromen, zijn frustraties, maar ook zijn humor, de muziek, de beelden, de vervagende beelden, werkelijk álles aan deze film is indrukwekkend.

De film is inderdaad ontroerend maar nooit sentimenteel, wrang maar echt niet wreed. De film is PRACHTIG!

Laatst ging Mrs. T. naar Bride Flight, een film van een heel andere orde en ook erg mooi. Van die film bestelde ze het boek en dat boek was nog mooier dan de film.

Van The diving bell and the butterfly heeft Mrs. T. inmiddels ook het boek besteld. Volgens haar is het een boek dat je gelezen moet hebben, omdat het getuigd van een enorme kracht die in mensen zit en ook omdat het laat zien dat juist het genieten van de kleinste dingen in het leven ware levenskunst is.

W.o.W.: IJs

Samen met een paar goede vrienden en vriendinnen hebben we ons geïnstalleerd. We zijn er helemaal klaar voor. Het is lekker weer, de zon schijnt, de hemel is stralend blauw. De sfeer is goed.

Langzaam zien we de meute passeren. We zien jonge mensen, oude mensen, dikke mensen, dunne mensen. Feestelijk uitgedoste mensen, mensen die zich welhaast voort lijken te slepen, die zichtbaar pijn hebben. Zouden het blaren zijn of een andere blessure? Ik herken hun pijn.

Graag zou ik zelf meegelopen hebben, ik had er flink voor getraind. Een botvliesontsteking in mijn voet maakte echter een eind aan die droom. Wat heb ik daarvan gebaald, zelfs een beetje om gehuild. Mijn vriend doet wel mee en hij vindt het fantastisch, zwaar maar fantastisch. Hij heeft zelfs blaren tussen zijn tenen, ik ben een ervaren taper inmiddels.

Een kleine honderd meter verderop zorgt een hoempapaband voor een lekkere deun. Iets dichter bij waar we staan, hangt een spandoek ‘Freek, wil je met me trouwen?’ staat er op. Zou Freek al gepasseerd zijn? We hebben hem in ieder geval niet gezien. Wat zal hij antwoorden?

Daar is hij! Zijn tred is soepel, een grijns op zijn gezicht, zijn haren nat van het zweet. ‘Ik ga niet zitten’, zegt hij, ‘dan kom ik niet meer op gang’. Na wat drinken en een dikke zoen vertrekt hij. Tegelijkertijd passeert het zoveelste peleton soldaten. ‘Ice cold beer, ssss’ roepen ze, steeds opnieuw. Op die cadans lopen zij hun laatste kilometers uit. De gladiolen wachten!


Bij de opdacht van deze week moest Mrs. T. meteen denken aan de Vierdaagse van Nijmegen. Mr. T. liep deze tocht in 1995 en 1997. De sfeer tijdens de vierdaagse is fantastisch, het is één groot feest. Af en toe ‘spookt’ het nog door Mrs. T.’s hoofd, die leuze van die groepen soldaten: ‘Ice cold beer … ssss! Ice cold beer … sss!’. En die ‘sss’ leek dan op het geluid van bier dat ingeschonken werd. Wat een sfeertje!

Voor de opdacht van deze week klikkerdeklik. Voor de spelregels van Write on Wednesday: klikkerdeklik.

Nemo

Nemo was tof! Nemo was gaaf!! Nemo was superfantastisch!!! Nemo vraagt om een tweede bezoek!

Om 08.15 uur vertrokken Grote Zus, nichtje en haar meiden en Mrs. T. richting Den Bosch om daar in de trein richting Amsterdam Centraal te stappen. Na een voorspoedige reis (toch wel relaxed hoor dat treinen!) kwamen we een uurtje later in Amsterdam aan.

Vanuit Centraal wandelen we naar Nemo en vanaf het moment dat we daar binnen zijn zijn we bezig. Continu. Proefjes doen, ons verbazen over feiten, testen, dingen ondervinden, voelen, ruiken, horen, acties en reacties zien, het zwaartepunt ontdekken (met een lieftallige assistente), in het lab aan het werk zijn, sterk water, puberen, computeren, et cetera, et cetera. We hebben onszelf amper tijd gegund om wat te eten.

Wat is Nemo leuk!!! Mrs. T. had wel verwacht dat het een museum naar haar hand zou zijn, maar zo leuk? Nee, dat had ze niet gedacht. Ze gaat vast en zeker nog een keer terug als Kleine Zus wat ouder is en dan mag Mr. T. natuurlijk ook mee want hij vindt dit soort musea ook erg interessant.

Rond 15.30 uur besluiten we toch ook nog even wat Amsterdam mee te pikken. We wandelen richting De Dam en kijken er wat rond, Amsterdam in kerstsfeer is niet verkeerd! Mrs. T. merkt aan Grote Zus dat ze al die drukte toch niet heel erg tof vindt. We ‘flaneren’ nog even door de Kalverstraat en vinden het dan welletjes. Uiteindelijk pakken we de trein van 17.37 uur terug naar Den Bosch waar we een uurtje later weer aankomen. Vervolgens de auto in en naar die grote gele M, want dat hoort er toch ook wel een beetje bij nietwaar?

We zijn het klokje bijna rond als we thuis arriveren. Als afsluiter drinken we nog een kopje thee en daarna vertrekken nichtje en haar dochters. Het was een goede dag, niet in het minst omdat het met nichtje gelukkig steeds meer bergopwaarts gaat en daar is Mrs. T. heel blij mee.

Oud & Nieuw

Oudjaar → raclettekaas en andere lekkere dingen (vis, salades, kriel-aardappeltjes, stokbrood, wijn en dergelijke) halen, fietsen, lekker lunchen, schaatsen, verjaardagsfeest, bloggen, voorbereidingen voor het oudjaarsmaal treffen, racletten met (o)ma en (o)pa, spelletjes doen, een maillot stoppen, genieten én elkaar het aller-, allerbeste wensen.

Nieuwjaar → een beetje uitslapen, naar schoonouders om hen een goed 2009 te wensen, lunchen met tosties van raclettekaas en ham, fietsen, bloggen, schaatsen, de meisjes naar opa en oma brengen voor een logeerpartijtje, ‘nieuwsjaarsreceptie’ in de kroeg, wandeling met de vriendengroep en uit eten met diezelfde groep.

Zo, dat was in het kort oud & nieuw van Mrs. T.. Met uitzondering van het schaatsen (en het stoppen van de maillot uiteraard) zijn deze dagen ieder jaar bijna hetzelfde. En dat is goed, dat is héél goed!

En vandaag gaat Mrs. T. -als afsluiting van de vakantie- met Grote Zus, nichtje en haar dochters (met de trein) naar Nemo. Daar heeft ze zin in!

Schone lei

Om echt met een schone lei het nieuwe jaar te beginnen, dát zal natuurlijk niet meevallen. Maar een aantal zaken zou Mrs. T. toch wel van haar leitje af willen poetsen.

Zou jij ook iets uit willen vegen zodat jouw lei tenminste wat ‘schoner’ is?

Mrs. T. wenst jou een plezierige nieuwjaarsdag en hoopt in 2009 veel leuke, mooie, interessante, mooie en ontroerende logjes op jouw weblog mee te mogen maken.