Vader slaat juf tegen het bord

Af en toe leest Mrs. T. iets (een column of een artikel) in een tijdschrift wat ze dan eigenlijk wil delen met de rest van de wereld. Gewoon om te horen wat anderen nou van dat bepaalde stuk vinden. Laatst las ze in de Linda onderstaand artikel (en hé, ze nam de moeite om het helemaal over te typen (want inscannen gaf helaas een onleesbaar resultaat), dus hopelijk neem je even de tijd om het te lezen).

Ouders die zich misdragen op school, dat heeft een enorme impact op leerkrachten. Om juist op de plek waar gezond verstand en enig fatsoen tot het DNA moeten behoren, beledigd en bedreigt te worden, is niet te verteren. Maar het gebeurt en heus niet alleen in Tokkiemilieus.

Annette is juf van groep een en twee en voor wie het niet weet: dit zijn kleuters. Haar verhaal: “Op een middag gaf een jongetje zijn buurman een enorme schop. Ik ga naar hem toe, zeg dat hij dat absoluut niet mag doen en dat hij in de pauze binnen moet blijven omdat ik hem wil spreken. Het jongetje zegt: ‘Dat doe ik niet. Jij bent niet de baas over mij.’ Om twaalf uur wil hij weglopen, ik pak hem vast en trek hem naar me toe. ‘Jij blijft hier’, zeg ik en zet hem op een stoel. Enfin, we praten even, hij wordt kalmer en na tien minuten mag hij ook naar buiten.

Een uurtje later stormt zijn vader binnen. Of ik zijn zoon bij de arm heb gegrepen. voordat ik überhaupt antwoord kan geven, schreeuwt hij dat zijn kind niets heeft gedaan en dat het andere jongetje hem had uitgedaagd. ‘Niemand behandelt mijn zoon zo’, riep hij. ‘Als iemand mijn kind bij zijn arm pakt, ben ik dat. Als je hem nog één keer aanraakt, sla ik je met je kop door het bord.’ Exit papa.”

Annette bleef bedremmeld achter, sprakeloos en overstuur. Ze lichtte haar directeur in over het voorval. “De directeur kende deze ouders al langer. Ze hadden nog een dochter en haar onderwijzer was ook al eens verbaal aangevallen omdat hun dochter een onvoldoende had gekregen. Toen onze directeur de ouders hierover aansprak, had de vader gezegd: ‘Jullie hebben het op onze dochter gemunt. Als je daar niet me ophoudt, gaat er een steen door je ruit. Ik weet waar je woont’.

Het deed Annette goed dat haar directeur haar versie zonder meer geloofde; het wil ook nog weleens gebeuren dat de schoolleiding de kant van de scheldende ouder kiest om de lieve vrede op school te bewaren. De directeur nodigde de ouders nogmaals uit voor een gesprek. “Hij zei rustig dat de school niet gediend was van dit soort dreigementen en dat bij een volgend incident aangifte gedaan zou worden. Als ze het er niet mee eens waren, moesten ze hun kinderen maar van school halen”. De ouders namen dit ter harte en hielden zich na het gesprek koest.

Voor de goede orde: Annette geeft les op een lagere school in de keurige Rotterdamse wijk Hillegersberg en de opstandige vader is uitgever. Waar komt dit waanzinnige gedrag vandaan? Cultuursocioloog Dick Houtman, verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, denkt dat de emancipatie van de burger ermee te maken heeft. Sinds de jaren zestig zijn we alsmaar mondiger geworden en sindsdien hebben trradionele gezagsdragers (politie, artsen, onderwijzers, politici) het niet makkelijk. Veruit de meeste mensen blijven in de dagelijkse omgang netjes binnen de grenzen van het betamelijke, maar er zijn neaderthalers die voor niets en niemand respect lijken te hebben. Dick Houtman: “En dat zijn heus niet alleen mensen uit de lagere sociale kklasse. Ook hogeropgeleiden kunnen een grote mond opzetten als ze het ergens niet mee eens zijn. Mensen zijn steeds minder bestand tegen gteleurstellingen. Als er iets misgaat, voelen ze zich al snel tekortgedaan en houden ze hun ongenoegen niet voor zichzelf. Tegenslag is al snel de schuld van de ander – bij voorkeur de overheid of andere groepen. Hoe slechter mensen in staat zijn hun eigen problemen op te lossen, hoe meer ze geneigd zijn agressief te worden.”

De blindheid van sommige ouders voor de tekortkomingen van hun eigen kind kan bizarre vormen aannemen. Feilloos zien ze dat hun buurjongen het Syndroom van Sperger heeft, maar hun eigen kind is niet dom, hooguit lui. “Texas kan het wel, maar wil het niet”, klinkt het trots bij het tienminutengesprek als de leraar al zijn moed bijeen heeft geraapt om te vertellen dat Texas nauwelijks leesniveau 7 beheerst, terwijl de rest van de klas al op niveau 9 is. Alsof niet willen hoger in de academische voedselketen staat dan niet kunnen.

Een kwaal doet het ook altijd goed: zo is Dexter geen jeugdeliquent in spe, maar heeft hij volgens paps en mams ADHD en verkeert hij bovendien in gezelschap van slechte Mr. T.s. Dat hij tegen andere kleuters kill, kill, kill, I wanna kill you roept, is slechts een gevolg van zijn hoogbegaafdheid: hij spreek al uitstekend Engels. Het komt niet bij zijn ouders op dat hun opvoeding weleens met het gdrag van hun kind te maken zou kunnen hebben. Vroeger heette een kind dat goed kon leren vlot, tegenwoordig is het niet minder dan geniaal en behoeft een aangepast lesprogramma. Iedere ouder, van welke generatie dan ook, wil het beste voor zijn kind, maar voor sommige vaders en moeders is het beste nog niet goed genoegg. Kinderen worden opgejaagd alsof het een race om het presidentschap betreft. Dit soort ouders duldt geen kritiek op hun kind.

Steven Pont is ontwikkelingspsycholoog te Amsterdam. “Als het niet goed gaat met je kind, is het al snel de schuld van de school. Je ziet tegenwoordig veel projectkinderen. Hun opvoeding is in de ogen van de ouders een project dat succesvol moet worden afgerond. Als de leraar vindt dat het niet goed gaat met kindlief, zien ouders dat al snel als kritiek op hun opvoeiding. En omdat er nogal wat tijd, aandacht en geld in hun project zit, is kritiek ronduit onaangemaan en ongewenst.” Finn zit in groep zes. Een pineter mannetje met een leuk koppie. Helaas drijft zijn gedrag zijn onderwijzer tot wanhoop: “Finn is even begaafd als onhandelbaar. Als er even iets tegenzit, hij kan bijvoobeeld zijn kleurpotloden niet vinden, gooit hij zijn stoel of tafeltje om, klimt vervolgens door het raam en rent naar huis. Finns vader is huisman, zijn moeder traumachirurg. Ik heb een paar keer met zijn ouders gesproken, maar zij vinden zijn gedrag niets om je zorgen over te maken. Ze beweren dat hij op school niet stevig genoeg wordt uitgedaagd. Dat hun zoon een ettertje is, dat stevig zou moeten worden aangepakt, komt niet in ze op.”

Uiteraard bezigt hij deze kwalificering niet als hij met de ouders van Finn praat. “Het is om moedeloos van te worden. Sommige ouders steken hun kop in het zand als hun kind op school onmogelijk gedrag vertoont. En dan heb ik het niet over asociale mensen, of ouders die weinig aandacht voor hun kind hebben. Integendeel. Sterker nog: aan alles is te merken dat Finns ouders hem op alle gebied stimuleren. Ik geloof dat hij op zijn vierde al de Odyssee kreeg voorgelezen. Als het over zijn wispelturige gedrag gaat, lijken zijn ouders echter doofstom en stekeblind. Soms denk ik dat ze het belangrijker vinden dat Finn hoog scoort, dan dat hij een leuke volwassene wordt met een gezonde dosis verantwoordelijkheidsgevoel.”

Werd van een kind vroeger verwacht dat het met twee woorden sprak en u zeig tegen een ouderen, nu moet het een hoge Cito-score halen en foutloos Für Elise kunnen spelen.  Ontwikkelingspsycholoog Steven Pont: “Elke maatschappij krijgt de kinderen die zij verdient. Wij leggen de nadruk op presteren en dus krijgen we prestatiegerichte kinderen. Het grote verschil met vroeger is dat je veel grote gezinnen had. Je had een stuk of vier, vijf eieren in je mand. Als één eitje een barstje vertoonde: soit. Maar nu heb je hooguit twee eitjes, en is de helft van je productie mislukt. Als je maar één eitje hebt: je héle productie.

Daarbij wonen we in een maatschappij met vervagende grenzen. Mannen en vrouwen lijken steeds meer op elkaar, ondergeschikten noemen hun meerdere bij de voornaam, mensen dicteren de dokter wat de diagnose moet zijn. Ook thuis en school vervloeien steeds meer met elkaar. Van ouders wordt verwacht dat ze helpen bij knutselen, lezen en schoolreisjes, van de leerkracht wordt verwacht dat hij het kind sociale vaardigheid bijbrengt.”

Mondigheid is mooi, maar kan ook doorslaan. Als een onderwijzer een leerling academisch lager inschat dan de ouder, kan dat tot drama’s leiden. Liselot is juf van groep acht en weet er alles van. Met e nuance die tegenwoordige alleen onderwijzers en zorgverleners nog lijken te hebben, zeg ze: “Iedere ouder wil het beste voor zijn kind en daar is niets mis mee. Integendeel, het weerspiegelt de interess van een ouder in zijn kind. Het probleem begint als hun verwachtingen niet stroken met e raliteit. Ik gaf een kind een keer een havo-advies, waarop zijn moeder zei: ‘Maar hoe kan dat nou? Mijn man en ik hebben allebei gymnasium. Intelligentie is toch genetisch bepaald?'”

Liselot wordt voor de vreselijkste dingen uitgemaakt. “Toen ik een Turks meisje vmbo-advies gaf, stapte haar moeder op hoge poten naar mijn directeur om te vertellen dat ik een racist was. Heel vervelend, juist omdat wij zo zorgvuldig te werk gaan bij schooladviesen. ”

Ook Mark is onderwijzer in groep acht: “Toen ik een jongetje een vmbo-advies gaf, vond zijn vader dat onverteerbaar. Bij een voorlichtingsavond stond hij zelfs op, om luidkeels te beweren: ‘Niemand wil toch dat zijn kind bij die proleten van het vmbo terechtkomt?'”

Mark sprak meerdere malen met de ouders van de jonge, maar pa was onvermurwbaar: zijn zoon deed gewoonweg zijn best niet. Hij moest bijlessen krijgen en thuis zouden ze eens flink met hem oefenen. Zoals Mark al verwachtte, scoorde de jongen bij de Cito-toets op vmbo-niveau. “Ik gaf hem een compliment bij het tienminutengesprek: hij had rekenen boven verwachting goed gedaan. Op dat moment draaide zijn vader zich naar hem om en beet hem toe: ‘Als je maar weet dat ik het allemaal kut vind.'”

Hooggespannen verwachtingen, een gehandicapt zelfinzicht én een kort lontje: als ind heb je het bepaald niet geakkelijk als je ouders op alle punten hoog scoren. En dan akn je vader stedelijk planoloog zijn en je moeder kinderrchter en het nog zó goed met je voor hebben, je wordt er niet direct gelukkiger op. “Het is ironisch”, verzucht een onderwijzeres. “Ouders willen dat hun kint gelukkig en succesvol wordt en denken dat te bereiken door zich intensief met het schoolleven te bemoeien. Ik heb weleens meegemaakt dat een moeder stond tieren en te razen omdat haar dochter een slecht punt voor topografie had. Haar dochter pakte haar bij de hand en zei: ‘Mama, doe nou niet, ik schaam me zo.’ Het begint echt altijd met de volwassene. Als zij niet de maat aangeven, kun je ook niet van kinderen verwachten dat zij maat weten te houden. Als ouders geen respect hebben voor anderen, hebben kinderen dat ook niet. Ik denk weleens: jemig, doe toch eens normaal. Ik kan je uit ervaring zeggen dat álle kinderen willen dat hun ouders gewoon normaal doen.”

Nou zal het artikel heus wel ‘opgeleukt’ zijn en behoorlijk gechargeerd zijn. Maar een kern van waarheid zit er toch zeker wel in denkt Mrs. T..

Wat vind jij van het artikel en is het naar jouw mening echt zo erg met ons (ouders) gesteld?

W.o.W.: Inspiratie

Met een klap sloot hij het boek. Het voelde fantastisch om de inspiratiebron te zijn voor een boek. Weliswaar had de auteur een groot deel van zijn verhaal gebaseerd op nooit bevestigde vermoedens, bepaalde stukken benaderden toch behoorlijk dicht de waarheid.

De moord op dat ene hoertje, daar had de schrijver er faliekant naast gezeten, maar de beschrijving van de aanslag op dat jonge grietje deed het voor hem lijken alsof hij die daad wéér beging. Het voelde bijna als een inbreuk op zijn privacy, zo veel details werden er in de thriller beschreven: het ontbreken van een flinke lok haar, het rode schoentje dat onder het meisje lag, maar vooral de woorden die hij op haar spiegel had geschreven. Ze klopten volledig. Net zoals de, weliswaar mislukte, aanslag op die kioskhouder. Maar hé, risico van het vak nietwaar?

Wat hij minder kon waarderen was hoe de schrijver hem neerzette, alsof hij een of ander maniakale nitwit was; een gek die de dood verdiende. Schrijvertje moest ‘ns weten hoe zijn leven er in het echt uitzag. Dan zou hij snel een toontje lager zingen.

Die verdomde epiloog klopte voor geen meter. Hij was niet gepakt, hij had niet de doodstraf gekregen. Sterker nog, het was nog niet zo heel lang geleden dat hij zijn laatste slachtoffer gemaakt had.

Misschien moest hij meneertje-oh-wat-ben-ik-toch-een-goed-auteurtje even met een bezoekje vereren, konden ze samen wat frisse ideetjes opdoen voor een nieuwe bestseller. Meneertje auteurtje staat nu eenmaal bekend om zijn uitgebreide research …


Voor de opdracht van deze week: klikkerdeklik. Voor de spelregels van Write on Wednesday: klikkerdeklik.

Wat te doen als iemand sterft

Zo, de nieuwste (ook al is dit logje dan al weer een aantal maanden oud, dus zo nieuw is het niet meer) Nicci French wil Mrs. T. toch wel gelezen hebben en dat geldt dus ook voor ‘Wat te doen als iemand sterft‘. Ook al vindt Mrs. T. dat de eerste boeken van het schrijversduo echt top waren, dat geldt (veel) minder voor de laatste paar boeken die ze schreven. Maar desalniettemin blijven het prima thrillers voor even tussendoor.

Op de achterflap:

Wat is het je waard om de waarheid te kennen? Ellies leven neemt een dramatische wending als haar grote liefde Greg omkomt bij een auto-ongeluk. Een vrouw die bij hem in de auto zat, heeft het ongeluk evenmin overleefd. Zij wordt geïdentificeerd als Milena Livingstone, maar voor Ellie en haar omgeving is zij een onbekende. Alles wijst er echter op dat Greg en Milena een verhouding hadden.

Hoe moet je verder als je erachter komt dat je de liefde van je leven niet echt blijkt te kennen? Als zelfs je intuïtie niet klopt?

Ellie wil de waarheid weten – wie was Milena en wat is er op die noodlottige dag precies gebeurd? Haar zoektocht wordt een obsessie en hoe dichter Ellie bij de schokkende feiten komt, hoe minder mensen haar geloven, en hoe dringender de vraag wordt wat het waard is de waarheid te kennen.

Wat te doen als iemand sterft gaat over loyaliteit, vriendschap en vertrouwen, over moed en over de noodzaak van het achterhalen van de waarheid – hoe pijnlijk die ook is – om te kunnen loslaten.

Mrs. T. vindt het uitgangspunt heel interessant, hoe reageer je als je partner sterft in een auto-ongeluk met een onbekende passagier naast zich? Wat gaat er dan door je heen?

Wat Mrs. T. toch wel wat raar vond aan het boek is dat Ellie totaal geen ruimte biedt aan verdriet. Helemaal niet. Vanaf het moment dat ze hoort dat haar man is verongelukt wil ze het raadsel rondom Milena oplossen. Er is géén ruimte voor verdriet, voor wanhoop. Dat kan Mrs. T. gewoon niet plaatsen, dat daaraan helemaal geen aandacht besteed wordt door Gerrard en French.

Helaas wordt de uiteindelijke ontknoping in een paar bladzijden afgeraffeld en dat vindt Mrs. T. jammer. Maar goed, het boek an sich leest best heel soepeltjes, het is dus een prima boek voor een aantal aangename uurtjes. Een topstuk wil Mrs. T. het echter niet noemen. Nicci French is het jammer genoeg (een beetje) aan het verliezen, dat meeslepende schrijven. Dus of Mrs. T. het volgende boek nog zal kopen … (vast wel!).

Sapperdeflap …

… een goede PAP! (dat rijmt alweer).

Gisteren mocht Mrs. T. naar de gynaecoloog bellen om vervolgens van haar te vernemen dat ze een PAP 1 scoorde. En daar is Mrs. T. heel erg blij mee! Naast die goede uitslag betekent het ook dat Mrs. T. vanaf volgend jaar (als ze veertig wordt) eindelijk weer gewoon met het normale bevolkingsonderzoek mee mag doen. Jeu, Mrs. T. is happy!!!

De dochters van Olga

Mrs. T. werd aangetrokken door de foto op de voorkant van het boek ‘De dochters van Olga‘ van Françoise Chandernagor. De achterflap van het boek kondigt het volgende aan:

Met zijn vieren waren we, vier dochters. We zijn vier zusters, maar toen waren we vier dochters: Katia, Véra, Sonia enLisa. De dochters van Olga.

Een paar maanden voor haar dood heeft Olga haar ogen dichtgedaan. Alles is haar te veel. De aandacht van haar dochters, haar kleinzonen, haar man. Maar ook de eenzaamheid, het leven daar in die kleine kamer in het ziekenhuis van Louis-Pasteur. Haar dochters delen de zorg voor haar en laten haar zo min mogelijk alleen.

Een emotioneel verhaal over het herleven van het verleden, liefde, afscheid nemen en de confrontatie met de dood. Wie zal waken over Olga en ervoor zorgen dat haar laatste dagen, en uiteindelijk haar dood, waardig zijn?

Het boek wordt grotendeels verteld door Katia, de GROTE ZUS dochter. Maar ook de andere drie dochters ‘vertellen’ stukken van het boek.

Wat zijn er veel geheimen in dit gezin, wat zijn er veel dingen nooit benoemd en uitgesproken. Hoe anders hadden de levens van de dochters kunnen lopen als er écht gepraat zou zijn. Als ze de kans hadden gehad zich te uiten. Als er niet heel veel dingen in het verborgene moesten blijven. De meisjes hebben het zwaar gehad en daar dragen ze als ze in de vijftig zijn alle vier de last van. Hun levens hadden zo anders kunnen zijn, hun instelling zo veel positiever. Een ouder hebben die (bijna) niet tevreden te stellen is lijkt Mrs. T. verschrikkelijk zwaar.

De eerste anderhalve pagina van het boek:

Een paar maanden voor haar dood heeft ze haar ogen dicht gedaan. Zelfs het personeel van Louis-Pasteur was er een beetje verbaasd over toen ze eergisteren bij de palliatieve zorgafdeling binnenkwam: ‘Mevrouw, wilt u alstublieft uw ogen opdoen! Waarom doet ze dat?’. Dat weten we niet. Oververmoeidheid? Het lijkt van niet: met ernstig zieken communiceer je altijd via oogcontact.

Voorlopig denken we alleen maar aan haar reactie tegenover onze vader, die had ze me toch een veeg uit de pan gegeven! Hij was bezig haar naar het toilet te brengen. Op dat moment moest je al met zijn tweeën zijn om haar uit haar -aangepaste- ziekenhuis-bed naar de speciaal omgebouwde invaliden-wc te begeleiden: één liep dan achteruit terwijl de zieke haar handen op zijn schouders hield; intussen zorgde de ander er van achter voor dat ze recht overeind bleef. Mama kon niet meer op haar benen staan. Letterlijk. Wanneer je haar overeind hielp bleef ze, helemaal verstijfd, precies in dezelfde houding staan als waarin je haar had neergezet; het gebeurde wel dat ze met haar bovenlichaam en haar benen in een scherpe hoek ten opzichte van de vloer stond; met eindeloos veel zetjes en duwtjes maakten we dan dat de hoek steeds wijder werd. Maar op een keer, toen papa haar achterwaarts schuifelend door het smalle gangetje aan het loodsen was, terwijl mijn zuster Sonia haar ondertussen op haar gevoel af tegen haar rug voortduwde, begon hun vervoers-constructie opeens naar opzij te hellen; het werd papa even te veel: ‘Allemachtig Olga, waarom doe je niet even je ogen open, dat zou wel zo makkelijk voor ons zijn! Kijk me aan!’ De reactie kwam meteen, zacht sissend als een zweepslag: ‘Jou heb ik meer dan genoeg gezien!’

Had ze ons misschien allemaal ‘meer dan genoeg gezien’? Zelfs haar dochters? We krijgen straf: ‘Maak dat je wegkomt!’

Wat hebben we verkeerd gedaan? Vertragen we soms haar dood? Of zijn we niet in staat haar leven te verlengen? Stelletje prutsers! We zijn sowieso een stelletje prutsers, net als de doktoren net als de verpleegsters …

Lisa, mijn Kleine Zus zus, blijft op haar manier optimistisch. Volgens haar heeft mama een manier gevonden om met minimale inspanning iedereen naar haar hand te blijven zetten: ‘Ik doe open’ of ‘ik hou dicht’. Beloning of straf in één oogwenk. Totale onvoorspelbaarheid, ze laat zich bidden en smeken. Ze heerst over een piepklein koninkrijkje, één ooglid groot, maar heersen doet ze nog steeds.

Mrs. T. is getroffen door het feit dat de dochters tegen beter weten in (?) toch zo hun best doen voor hun moeder. Houden ze echt van haar, zijn ze bang van haar of zorgen ze zo intensief voor haar omdat dat nu eenmaal zo hoort? Het is een heel apart soort band dat ze hebben. Er zijn veel geheimen, heel veel nare geheimen, in dat gezin.

Bij elk van de dochters, ieder met hun eigen positie in het gezin en met een andere relatie tot de moeder (en de meestal afwezige vader), is de reactie op het nakende afscheid anders. Dat complexe netwerk van verhoudingen en emoties weet Chandernagor heel raak te treffen. Hoe het boek eindigt, dat vult de lezer uiteindelijk zelf in in zijn/haar gedachten …

Een mooi boek, een apart boek. Een boek om echt voor te gaan zitten en je af te vragen hoe ver jij zou gaan in bepaalde dingen. Of je de kracht op zou kunnen brengen om -zoals in het boek- zes jaar lang te zorgen voor je stervende moeder. Een stervende moeder waarvan je niet eens zeker weet of je wel van haar houdt.

Flow

Flow (leuk blad!) vindt dat volwassenen meer zouden moeten kleuren. Kleuren zou immers ontspannend werken. Nou vooruit dan maar, Mrs. T. kleurde …

 

… en ze vond het nog leuk ook!

Kleurde Mrs. T. eerst regelmatig samen met de meiden van die ‘kinderkleur-platen‘, ze vindt het toch heel wat prettiger om met dit soort ‘volwassen’ kleurplaten bezig te zijn. Gevolg was dat ze voor haar verjaardag onlangs een heus volwassenenkleurboek kreeg!

En jij, zie jij jezelf al kleuren? Of beter waarmee ontspan jij je?

Geloof

Mrs. T. worstelt nogal met dat geloof. Ze weet dan ook echt niet wat ze van deze tekst moet vinden terwijl hij tegelijkertijd heel goed weergeeft wat ze denkt. Mrs. T. is te nuchter en te opstandig om te vertrouwen op God. Tenminste dat denkt ze. Terwijl ze wel zoekende is naar iets. Maar wat dat iets dan is?

Wat vind jij van deze tekst? Ben je gelovig, zo ja op welke manier en wat biedt het geloof jou dan?