Ouderkamer

In januari ging ik naar een bijeenkomst op school omdat de GGD er een presentatie hield over de resultaten van een enquete die onder leerlingen en ouders gehouden was. Uit die presentatie kwamen een 10-tal punten naar voren en uit die 10 punten mochten de aanwezige ouders en het team een viertal speerpunten kiezen waar de komende jaren extra aandacht aan besteed zou moeten worden.

Die vier punten werden uiteindelijk:

  1. gezonde tussendoortjes, tractaties
  2. verantwoord mediagebruik
  3. voor jezelf opkomen, omgaan met elkaar, weerbaarheid
  4. kinderen met probleemgedrag

Afgelopen vrijdag werd er een zogenaamde ‘ouderkamer’ gehouden waar geïnteresseerde ouders kunnen praten over van te voren aangekondigde onderwerpen. Dit keer ging de ouderkamer over de voortgang met betrekking tot de vier speerpunten.

Nou moet ik zeggen dat ik niet zo heel veel heb met punt 1. De meiden krijgen hier iedere dag iets anders mee naar school, maar dat zijn zelden ongezonde toestanden. Ze zijn gelukkig gek van rijstwafels, dus die gaan vaak mee. Maar ook wordt er regelmatig een beker drinken meegenomen of een stuk fruit. Het is echter wel af en toe lastig als er grote verschillen zijn in dat wat kinderen van thuis mee naar school krijgen. Want natuurlijk zijn lekkere koeken heel wat interessanter dan die droge rijstwafel nietwaar?

De school gaat beleid opstellen over het gezonde tussendoortje en wil ook wat stringentere richtlijnen geven waar het de tractaties betreft. Ik denk dat dat best heel goed is.

De andere drie punten echter vind ik heel wat interessanter, zoals daar natuurlijk het media-/computergebruik is.

Grote Zus heeft pas sinds het begin van dit schooljaar een e-mailadres. MSN’nen, hyven en dat soort toestanden, dat mag ze nog niet van ons. Het is denk ik wel heel goed dat er aandacht besteed wordt aan mediagebruik en de risico’s die kinderen (kunnen) lopen.

Een aantal interessante websites die genoemd werden zijn: mijn kind online, pest web online en de kinder consument. Waarschijnlijk wordt er in het nieuwe schooljaar een ouderavond gehouden met als thema: ‘Bent u ook online?’. Wat er dan onder andere gedaan wordt: een kennisquiz over internet, verdieping hoe als ouder om te gaan met internet (toelichting op de vragen uit de quiz), uitwisselen van ervaringen aan de hand van stellingen en praktische tips. Lijkt me interessant en daar ben ik in ieder geval bij dus.

De twee laatste punten waren voor mij vooral reden naar de ouderkamer te gaan. Helaas zijn deze punten niet uitgebreid besproken omdat de bel al weer bijna ging. En daarbij, raak je hierover ooit uitgesproken?

We hebben hier in het dorp maar één school, waar ongeveer 98% van alle kinderen naar toe gaan. De kinderen komen elkaar dus niet alleen op school tegen, maar ook na schooltijd bij het speeltuintje of op straat, op de diverse sportverenigingen of andere clubs. Dat kan natuurlijk heel leuk zijn, maar het is ook funest als er dingen spelen tussen kinderen. Overal is het dan steeds opnieuw hommeles.

Er is op school veel aandacht voor het gedrag van de kinderen. Dat gebeurt op verschillende manieren. Nieuw hierin zal zijn het zogenaamde ‘Taakspel’. Een kort stukje van de website over taakspel:

In elke klas komt wel eens ongewenst gedrag voor. U hebt als leerkracht de neiging om veel op het ongewenste gedrag in de groep te letten. U probeert controle te houden op de groep door direct te reageren op de leerlingen die zich ongewenst gedragen. Met correcties probeert u het ongewenste gedrag tegen te gaan, maar het lukt niet altijd om de groep op deze manier voor een langere tijd rustig te krijgen. Kinderen willen graag aandacht. En de leerlingen leren op deze manier, dat ze aandacht krijgen als ze zich ongewenst gedragen. Daardoor blijft ongewenst gedrag in stand.

Met behulp van het Taakspel wordt u als leerkracht geleerd om vooral aandacht te besteden aan het gewenste gedrag. Dat is soms erg wennen. U bent als leerkracht in eerste instantie bang om de controle op de groep te verliezen. Het Taakspel is een hulpmiddel om u te helpen anders om te gaan met het gedrag. Het vraagt tijd en begeleiding om te leren vooral op gewenst gedrag te letten, daar veelvuldig complimenten voor te geven, maar het is de moeite waard.

De leerlingen leren op deze manier dat ze aandacht krijgen als ze gewenst gedrag laten zien. En daardoor neemt gewenst gedrag toe en neemt het ongewenste gedrag af.

Taakspel is een groepsgerichte werkwijze om leerlingen te leren zich beter aan de klassenregels te houden. Doordat klassenregels beter worden nageleefd, vermindert onrustig, storend en eventueel aanwezig agressief gedrag. Taakspel beïnvloedt zo het taakgerichte gedrag, maar kan ook op directe wijze taakgericht gedrag bewerkstelligen als de regels daarop toegespitst worden. Bovendien leidt het op een prettige manier tot omgaan met elkaar en tot een beter klimaat in de klas. Er worden meer complimenten uitgedeeld en minder corrigerende opmerkingen gemaakt.

Het is altijd een van mijn grootste ergernissen geweest. Dat ongewenst en slecht gedrag zoveel aandacht krijgt, hoe logisch misschien ook. Ik hoop echt dat dit taakspel een eerste aanzet tot verandering is!

Het ligt in de bedoeling van de school om volgend schooljaar met het taakspel te beginnen. Dat zal nogal wat passen en meten worden waar het de kosten betreft want ook scholen hun geld natuurlijk maar één keer uitgeven. Ik hoop dat taakspel brengt wat het hoort te brengen. Dat het uitgaat van positieve benadering vind ik overigens een grote stap voorwaarts.

Waarbij ik overigens wel even wil vermelden dat het op onze school allemaal nog niet zo heel erg slecht gaat hoor. Waar kinderen spelen wordt ruzie gemaakt en wordt gepest (en we weten daar natuurlijk alles van omdat Grote Zus zelf ooit slachtoffer was). Ik denk dat dat nu eenmaal hoort bij het opgroeien. Hoe niet leuk het ook is. De school doet al een heleboel tegen het pesten (er is een pestprotocol), sommige kinderen krijgen extra sociale vaardigheidstrainingen en er is veel aandacht voor het gedrag en welbevinden van de leerlingen.

Vriendendag

Zoals hier al aangekondigd, waren Mr. T. en ik weer een keer aan de beurt om de vriendendag te organiseren. Samen met A gingen we gedrietjes aan de slag. En vandaag, de derde zaterdag van maart, is het dan zover.

Het valt nog niet mee om voor maximaal € 50,= een middag- en avond-programma te organiseren, maar uiteindelijk lukte het ons om voor € 44,95 per persoon iets in elkaar te knutselen.

Wat we zo meteen (vanaf 15.00 uur) gaan doen? Nou, het is weer helemaal anders dan anders. Gingen we de laatste keer dat ik mede-organisator was nog schilderen (en de keer daarvoor naar het museum en heel veel keren daarvoor koken en dat was hilarisch, te meer omdat een aantal van de vrienden toen nog thuis woonden en nog never nooit niet gekookt hadden, goh, wat doen wij dit toch al lang en wat hoop ik dat deze vriendendagen nog heel lang zullen blijven bestaan), dit keer gaan we ons te buiten aan wat binnengesport. Maar dat gaat natuurlijk niet zonder dat we eerst koffie met gebak tot ons nemen. Sporten op een lege maag gaat immers niet.

We stelden teams samen (dat was best handig, ieder stelletje was een team en dan hielden we nog twee vrouwen over die ook een team vormden. Het zogenaamde girlpowerrrrrteam) en die teams strijden vervolgens tegen elkaar. De prijs: twee zeer fraaie repen chocolade!

Welke sporten we gaan doen? Nou, allereerst paaltjesvoetbal, met als handicap dat de teamgenoten met de bovenarmen aan elkaar gebonden zijn. Vervolgens gaan we touwtrekken en als laatste basketbalgooien.

Het avondprogramma brengen we al gourmettend en bowlend door. Hiervoor hebben we een arrangement geregeld en de drank ‘afgekocht’.

Weet je wat het is, het is eigenlijk niet eens echt belangrijk wat we doen. Als we maar gewoon bij elkaar zijn, lekker bijkletsen en plezier maken. Dát is het allerbelangrijkste aan de vriendendag.

Ik ga in ieder geval genieten, net als de rest. Daar durf ik mijn vingers voor in een bowlingbal te steken!

Ziek in je hoofd

Mam, die man die Milly dood heeft gemaakt, was die ziek in zijn hoofd?’, vraagt Grote Zus tijdens de lunch. Tja, daar zit je dan. Zelf nog nauwelijks de schok te boven, stelt je dochter je deze vraag. Ik antwoord dat ik zeker denk dat die man ziek in zijn hoofd was, want een normaal denkend mens doet zulke verschrikkelijke dingen niet.

‘Maar wisten de mensen dan niet dat hij ziek in zijn hoofd was?’, is haar reactie. Ik zeg dat soms mensen zelf niet eens weten dat ze ziek in hun hoofd zijn tot het moment dat er iets knapt en dat ze daardoor iets heel ergs kunnen gaan doen. Maar dat er ook best een boel mensen zijn die ziek in hun hoofd zijn, die helemaal nooit erge dingen doen. Dat ik niet precies weet waarom het hier zo gruwelijk fout is gegaan.

Ik zeg haar dat er heel veel lieve en goede mensen zijn. Denk aan een pak suiker zeg ik, daar zitten misschien wel 16.000.000 losse korreltjes in. En van die 16.000.000 korreltjes is er nu één korreltje dat iets heel ergs gedaan heeft. En dat het verschrikkelijk is, maar dat je daarom niet bang hoeft te worden. Omdat de kans dat dit je overkomt gelukkig heel, heel, heel erg klein is. Dat ze goed moet onthouden wat ik haar verteld heb over boze en fijne geheimen en dat ze gewoon nog steeds lekker jong mag zijn! Dat ze best na mag denken over dit soort dingen, maar dat ze het dan graag wel even met ons deelt, dát ze er mee bezig is. Maar dat ze verder gewoon echt lekker jong en -zoveel mogelijk- onbevangen mag zijn.

‘Het is maar goed dat ik nooit de deur open mag doen, als ik alleen thuis ben’, zegt ze. Nou is ze niet zo heel vaak alleen thuis hoor, die dochter van ons, maar af en toe een half uurtje gebeurd toch wel eens. We hebben haar op het hart gedrukt dat ze nooit maar dan ook nooit de deur open mag doen als ze alleen thuis is. ‘Maar als een politieman aanbelt, dan zou je toch gewoon de deur open moeten kunnen doen?’, vraagt ze zich meteen af om -gelukkig- vervolgens te gaan praten over de entreetoets die binnenkort op het programma staat.

Als er een politieman aanbelt (al weet ik op dit moment niet of de dader (als je een bekentenis hebt afgelegd, ben je dan nog steeds een verdachte, zo werkt dat toch zeker niet!) ook gekleed was in uniform) of als er een bekende aanbelt (want ik neem aan dat een buurman valt onder ‘bekende’), verbied je je kind dan ook om de deur op te doen? Moeilijk hoor. En tot welke leeftijd geldt zo’n regel dan? Grote Zus is tien, Milly was twaalf. Niet zo’n heel erg groot verschil. Je kunt je kinderen niet altijd beschermen. Hoe graag je dat ook zou willen.

Wat een verdriet moet er nu zijn, daar in Dordrecht. Bij de ouders van Milly, haar familie, klasgenootjes, vrienden, kennissen en buurtgenoten. Wat doet een dergelijke gebeurtenissen met mensen. Brokkelt vertrouwen af? Of schept het juist een band en wordt daardoor de gemeenschap hechter?

En wat moet de vriendin van de dader dan wel niet voelen? Of zijn ouders, familie, vrienden, collega’s?

Toen Milly ‘alleen nog maar vermist’ was had ik nog een soort van stille hoop (stom om dat zo te zeggen, of herken jij dat?) dat ze weggelopen was of zo. Maar dit, dit is toch niet te bevatten? Ik ben er stil en verdrietig van.

Wensen

‘Mag je Jezus alles wensen?’, vroeg Kleine Zus afgelopen dinsdag tijdens het avondeten.

‘Ja hoor’, zeg ik: ‘volgens mij mag je Jezus alles wensen. Wat wens je dan?’

‘Ik wens dat ik nooit meer ziek ben en nooit meer hoef over te geven’, reageert Kleine Zus. ‘En ik wens een gebroken been’.

‘Een gebroken been, wat is dat nou voor een rare wens?’, reageer ik.

‘Want dan doen jullie mij dragen’, is haar reactie.


Wat ik mezelf wenste: een kekke jurk om in te trouwen, maar geen echte trouwjurk. Want ik wil de jurk naderhand ook nog gewoon aan.

Dus ging ik vanmiddag, samen met m’n moeder, winkelen. En we winkelden behoorlijk, want het viel niet bepaald mee. Zo had ik namelijk een aantal wensen waar het dé jurk betrof. Geen blote rug en hij (is een jurk echt mannelijk?) moest fatsoenlijke mouwtjes hebben. Nogmaals, dat viel niet mee …

Die wensen zijn dan ook niet bepaald uitgekomen, want ik kocht een prachtige jurk met spaghetti-bandjes en een behoorlijk blote rug. Maar ik kocht daarbij een zeer fraai bolero-tje dus ben ik helemaal happy. En ik kocht een perfect bijpassende ketting en armband. Helemaal goed is het en ik werd er nog blijer mee toen Mr. T. de outfit ook erg mooi vond.

Beetje jammer wel dat we totaal niet matchen wat onze trouwkleding betreft. Maar ach, wat dat betreft hebben we altijd al behoorlijk ver uit elkaar gezeten. Mr. T. is helemaal van de spijkerbroek met shirt (vroeger zelfs altijd van die badstof shirten, brrr) en dat shirt moet dan uit de broek. Ik ben toch van de wat nettere/hippere kleding.

Hoe zit dat bij jou? Hebben jij en je partner dezelfde kledingsmaak of hebben jullie -net als bij ons- grote smaakverschillen? 

Tijd is niets

Net als ik is Grote Zus gek op lezen. Op dit moment leest ze boeken die in aanmerking komen voor de Nederlandse Kinderjury. Er zijn een x-aantal boeken genomineerd voor deze prijs en kinderen kunnen de drie titels die zij het mooist vinden insturen.

Inmiddels is Grote Zus in haar vierde kinderjuryboek bezig. Ik ga die boeken speciaal halen in de bieb te V. Op school is wel een bieb, maar daar is een zeer beperkt aanbod, laat staan dat deze boeken er te leen zijn.

Laatst haalde ik in V het boek ‘Julia’s reis‘ van Finn Zetterholm. Mij sprak de achterflap erg aan, dus vandaar dat ik het meenam.

Wat staat er dan op die achterflap?

Julia is twaalf en woont met haar ouders in Stockholm. Ze is gek op kunst, een liefde die ze deelt met haar opa. Bovendien kan ze waanzinnig goed tekenen.

Als ze op een dag met haar opa het Nationaal Museum bezoekt, gebeurt er iets wonderlijks: wanneer Julia een schilderij van Rembrandt aanraakt, verdwijnt ze in een zwart gat. Ze wordt wakker in de wereld van de schilder in 1658. Het enige dat Julia bij zich heeft, zijn haar schetsboek en haar tekenpotlood.

Dit is het begin van een avontuurlijke reis door de wereld van de schilderkunst. Julia ontmoet beroemde kunstenaars als Leonardo da Vinci en Salvador Dalí.

Van iedere schilder leert Julia iets nieuws. Maar hoe komt ze weer terug in haar eigen tijd? Het geheim ligt in Julia’s handen.

Julia’s reis: de wereld van Sofie voor de schilderkunst.

In het begin vond Grote Zus het maar niets. ‘Ze zit daar maar een beetje op dat bankje’, zei ze. Ik raadde haar aan om nog even door te zetten en jawel hoor, op een gegeven moment zat ze helemaal in het boek en vond ze het zo mooi dat ik, na haar enthousiaste verhalen, het uiteindelijk ook maar even gelezen heb.

Ik vond het een leuk kinderboek en kan me goed indenken waarom Grote Zus het zo spannend vond. We hebben het er vrij regelmatig over gehad. Over welk verblijf bij welke schilder we het leukste vonden, over de dingen die Julia meemaakt, over waarom grote mensen soms zo raar doen, over gebruiken in andere eeuwen en over stierengevechten.

Voor het jureren moeten de kinderen ook aangeven welke zin uit het boek ze het mooiste vonden. Uit 350 pagina’s, dus een heleboel zinnen, koos Grote Zus deze zin: Tijd is niets. Goh, wat een filosoof in de dop die Grote Zus van ons. ;-)

Op de rechterfoto staan de schilderijen die Julia naar andere tijden brengen. Met de schilders daarvan maakt ze dus kennis en beleeft ze haar avonturen.

Een ander boek dat ik, toevallig vandaag, uitlas is: ‘Jacoba, dochter van Holland‘ van Simone van der Vlugt.

Op de achterflap:

In deze historische roman kruipt Simone van der Vlugt op overtuigende wijze in de huid van Jacoba van Beieren (1401-1436). Jacoba was haar tijd ver vooruit, stak haar feministische ideeën niet onder stoelen of banken en koos ook in de liefde niet altijd voor de makkelijkste weg. Het lot was Jacoba slecht gezind. Op haar vijftiende werd zij al weduwe en snel daarna overleed haar vader, Willem VI, hertog van Beieren. Zo werd zij gravin van Holland, Zeeland en Henegouwen. We leren een vrouw kennen die veel te verduren krijgt, maar zich daar niet bij neerlegt en door het onrecht dat haar wordt aangedaan juist strijdbaarder wordt.

In Jacoba, Dochter van Holland zien we niet alleen een hertogin die ten oorlog trekt om haar gewesten te verdedigen, maar ook Jacoba’s persoonlijke kant: de ontwikkeling van een kwetsbaar, volgzaam meisje tot een volwassen, sterke vrouw. Haar relatie met haar moeder is er een die voor vele vrouwen herkenbaar zal zijn.

Ik vond dit een zeer gemakkelijk leesbare historische roman. Wát een leven heeft Jacoba van Beieren geleid. Goede Tijden, Slechte Tijden is er werkelijk waar helemaal niets bij. In haar korte leven is ze vier keer gehuwd geweest, waren er vetes, oorlogen, romances, intriges, verraad, hartstocht, gevangenschap, executies, moord en nog veel meer.

Je hebt als vrouw van deze tijd te doen met Jacoba. Als jong meisje/jonge vrouw draagt ze verantwoordelijkheden die immens zijn. Ze kan weinig mensen vertrouwen en zelfs binnen haar familie vindt ze tegenstanders. Door het boek heb ik, geschiedenisminded als ik ben, ook meer inzicht gekregen in de Hoekse en Kabeljauwse Twisten.

Dit boek is niet ingewikkeld (ook al komen er veel namen in voor) en is vooral een indrukwekkende roman. Lezen dus!

Naar welk boek zou jouw voorkeur uitgaan? Naar het filosofisch getinte kinderboek of de historische roman?

Ditjes en datjes en een prangende vraag

Wat we vandaag allemaal deden? Nou, ik poetste -wie immer- het huis en (o)ma kwam lunchen. Daarna werd het echter een speciale zaterdagmiddag:

  • Want we vonden zomaar 300 vergeten euro’s. Ooit onder in een kast neergelegd en vergeten dat ze daar lagen. Da’s heel mooi als je wilt gaan shoppen.
  • Zo gingen wij gevieren naar de ‘stad’ (want stiekem zijn we gewoon een dorp).
  • Daar kochten we trouwringen.
  • Daar kochten we supermooie kleding voor de meisjes voor het grote feest.
  • Kochten we een trouwoutfit voor Mr. T.. Dat was nog niet zo heel moeilijk: hij had nog een nieuwe, nooit gedragen spijkerbroek en daar kochten we een leuke blouse bij (en oh ja, doe ´ns gek, een nieuwe riem’.
  • We keken ook een beetje rond voor kleding voor mijzelf. Zodat ik een beetje weet wat voor jurkjes Mr. T. leuk vindt. Ik ben van plan aanstaande donderdagmiddag voor mezelf, op mijn gemakkie, te gaan winkelen.
  • Kwam vriend W bij ons eten, maar omdat we altijd om de twee weken op zaterdag bij mijn ouders eten, kwam vriend W eigenlijk dus ook bij mijn ouders eten. Maar toen ik hem uitnodigde wist ik nog niet dat het de zaterdag was dat we eigenlijk bij mijn ouders eten dus toen vroeg ik aan mijn moeder of vriend W ook mocht komen eten en dat mocht want vriend W zorgt altijd voor onze (en haar) theaterkaartjes. Dus ging W uit uit eten zeg maar. Gesnapt?
  • Gingen we dus naar Gerard van Maasakkers. En dat was werkelijk waar fantastisch mooi. Ik kende dit keer maar vier nummers (nieuw CD nog niet gekocht en Gerard wil ook wel ‘ns z’n nieuwe repertoire zingen natuurlijk), maar alle andere nummers maakten diepe indruk op mij. Wat een prachtige muziek maakt Gerard samen met zijn vaste mannen.

En oh ja, in navolging van Cisca startte Ruthy ook een cadeautjesketting. En ik ontving afgelopen donderdag mijn cadeautjes! Erg leuk en origineel, bedankt Nanouk!

Ik wil dit inhoudvolle logje afsluiten met een prangende vraag: hoe zorg ik ervoor dat mijn kuitlange laarzen niet meer naar beneden zakken? Zó irritant, afzakkende laarzen, zeker als het de laarzen zijn die ik aan wil op mijn feestje! Iemand dé oplossing?