De man en zijn lichaam

Goh, wat is dat toch wat vrouwen hebben met Arie Boomsma? Want ik heb dus helemaal niets met die man. Ik vind hem niet eens knap. Zijn kaaklijn vind ik veel te overheersend, die stomme baard die hij af en toe draagt vind ik erg lelijk en zijn kapsel vind ik ook echt helemaal niet tof. Nou, vooruit, zijn lijf, dat ziet er niet verkeerd uit, maar hé, dat zie je normaliter natuurlijk niet. De dingen die hij in interviews vertelt, daar kan ik regelmatig wél wat mee, maar vaak ook denk ik: ‘deze man is te zalvend, te bedachtzaam, te lief’. Nee, Arie Boomsma is gewoon niet mijn type man.

Wat dat betreft vind ik het lichaam van de andere auteur van ‘De man en zijn lichaam’, Stephan Sanders toch wel aantrekkelijker.

Laatst kwam ik beide heren tegen bij DWDD. Ze hadden het over een boek dat ze geschreven hadden. Een boek dat ze schreven naar aanleiding van de schorsing van Arie omdat hij bijna blote foto’s had laten maken voor de L’homo (een tijdelijk broertje van Linda). Er schijnt dus nog een taboe op het mannelijk lichaam te rusten en dat taboe wilden beide heren met dit boek doorbreken. Nou, dacht ik, dat boek wil ik dan wel ‘ns lezen.

Op de achterflap van ‘De man en zijn lichaam‘:

Wat is de verhouding van hedendaagse mannen met hun lichaam? Arie Boomsma en Stephan Sanders interviewden eenentwintig mannen met zeer uiteenlopende achtergronden; acteurs, politici, wetenschappers, kunstenaars en sportschoolhouders. En passant kwamen de gesprekken ook op seksualiteit, gezondheid en mannelijkheid.

Alle mannen werden gefotografeerd, waarbij ze zelf mochten bepalen hoeveel ze van hun lichaam lieten zien.

Ik vond het maar een mager boek eerlijk gezegd. Het viel me op hoeveel van deze mannen tig uren per week doorbrengen in de sportschool. En hoeveel van die mannen dan ook weer gebruik maakte van allerlei voedingssupplementen of andere duistere middeltjes om hun lijf op te kweken of te behouden. Het viel me ook op dat een groot deel van de geïnterviewde mannen homoseksueel is.

Er waren een paar verhalen die mij toch nog enigszins raakten.

Zo is daar Patick van Dam, 39 jaar oud, en als kind roodharig, sproeten, een bleke huid en type gespierde spijker. Ook hij traint uiteindelijk zijn lichaam (maakt zelfs gebruik van een personal trainer) en krijgt daardoor een gespierd lichaam. De laatste zinnen van het interview met hem zijn: ‘Schoonheid is misschien niet maakbaar. Maar zelfvertrouwen wel’. Dat vond ik wel erg treffend gezegd.

Het meeste sprak mij het verhaal van Bor Verkroost aan. Een man van 32 die lijdt aan de ziekte epidermolysis bullosa (EB), een genetisch bepaalde huidziekte. Bor is ondanks alles behoorlijk positief en dat vind ik enorm knap. Het is aangrijpend om te lezen dat hij geen kinderen zou willen als zijn partner ook drager van het gen zou zijn dat de ziekte veroorzaakt. Voor Bor kreeg ik diep respect.

Zo is daar ook Mees van Dijk. Een man die ‘eerst meisje was, toen lesbiënne en nu man, hetero en vader’. Als je opgesloten zit in een verkeerd lichaam, dan bewandel je een weg die ontzettend moeilijk en heftig is. Mees praat daar erg open over en dat verdient respect.

Een laatste interview dat ik toch wel even wil noemen is het interview met Johan Quist: ‘Johan Quist is homofiel. Niet homoseksueel. Een seksuele relatie tussen twee mannen druist in tegen zijn Bijbelvisie. Met de stichting RefoAnders zet Johan zich binnen de reformatorische wereld in voor de bespreekbaarheid van homogevoelens. Hij heeft een vrouw en vijf kinderen die hem steunen in zijn strijd’. Kijk, dat vind ik dan weer een erg dapper en verhelderend interview. Tegen alle conventies in strijd leveren en tegelijkertijd heel duidelijk kiezen voor het leven dat je hebt. Petje af.

Wie vind  jij eigenlijk de mooiste man: Arie Boomsma of Stephan Sanders? Enne, wat vind jij het mooiste/belangrijkste aan een mannenlichaam?

Victory

De man was rusteloos, ging zitten, stond weer op. IJsbeerde wat, ging weer zitten. Hij leek te worstelen met datgene wat hij uiten wilde. Zijn handen jeukten, inspiratie wervelde door zijn hoofd maar leek de weg naar zijn handen niet te kunnen vinden. Gefrustreerd gooide hij de deur naar het balkon open en stapte naar buiten.

Hij legde zijn handen op de balustrade en keek naar het imposante uitzicht dat de skyline hem bood. Wat een stad! Iedere keer opnieuw werd hij getroffen door de chaos en drukte van de stad. Ook al verkeerde de wereld in een grote crisis het leek New York niet echt te deren. Hij had nooit kunnen denken zich ooit zo thuis te voelen in een dergelijke wereldstad. De jaren die hij in Parijs doorgebracht had waren toch anders. Gemoedelijker leek het. Of zou het komen door de wereld die in rap tempo veranderde?

Hij hoorde vanaf de straat flarden van boogie woogie muziek. Nooit had hij kunnen vermoeden dat hij dat soort muziek ooit nog zo zou gaan waarderen. In eerste instantie was het Franse chanson al wat hij wenste te horen. Eigenaardig hoe de dingen kunnen veranderen, bedacht hij bij zichzelf.

Hij kneep hard in de balustrade van het balkom, alsof dat hem zou helpen uit zijn impasse te komen. Wat was het af en toe toch verschrikkelijk lastig om te willen creëren, te scheppen.

In zijn atelier had hij sinds kort naast allerlei soorten verf ook repen papier. Hij wist zeker dat hij daar iets mee zou kunnen maken. Iets dat zo vernieuwend zou zijn dat men zijn naam over 100 jaar nog zou kennen en dat zou maken dat zijn creaties wereldberoemd zouden worden. Hij wist het zeker! De telefoon ging, hij ging naar binnen en nam op: ‘Mondrian speaking’.


Een nieuwe WE-300 met als onderwerp: lijnen. De andere bijdragen ook lezen? Klikkerdeklik!

Tranen met tuiten …

… weende het kleinste meisje toen ze vanmiddag aan het eind van ons Efteling-avontuur in de auto werd gezet. Tranen met tuiten en ook nog met een boel snot. Op onze onthutste vraag waarom ze zo moest huilen snikte ze: ‘Ik wil hier wo(ho)nen!’.

Kortom: ons verblijf in de Efteling en in het Efteling Hotel was sprookjesachtig, fantastisch, geweldig, gezellig, heerlijk (letterlijk en figuurlijk) en om jaren te koesteren zo mooi.