Schrikken

Laatst ging ik uit eten met een collega. Haar vriendenkring bestaat uit mensen die gemiddeld zo’n 5 tot 10 jaar ouder zijn dan mijn vriendenkring (ook al is de oudste van mijn vriendenkring ook al een heel eindje richting 50 realiseer ik me terwijl ik dit neertyp). Ze vertelde: ‘En dan ga je zo een weekendje weg met z’n allen en dan gaat het over de kwalen die sommigen hebben. De een is al gedotterd, de ander moet binnenkort naar de cardioloog, er zijn al meiden in de overgang en nog meer van dat soort ellende’.

Ik dacht toen nog, hopelijk blijven dit soort dingen ons nog lang bespaard. How wrong could I be? Afgelopen zondag heeft een vriend van ons een hartaanval gehad. Er zijn twee stents geplaatst en na een aantal dagen ziekenhuis is hij gisteren al weer thuis gekomen. Na een rustperiode zal hij langzaamaan weer conditie op gaan bouwen bij de fysio. Gelukkig komt alles dus waarschijnlijk helemaal goed, maar het is wel heftig hoor als het zo dichtbij komt.

Oh, ik vind dit soort berichten altijd zo akelig. Dat het leven zo onvoorspelbaar kan zijn. Dat het zo maar ineens over kan zijn. Ik wil daar niet teveel aan denken en dat lukt me sinds een tijd ook best heel goed. Maar soms wordt je weer geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het leven en dat doet allerlei alarmbellen in mij afgaan.

Onze vriend heeft geluk gehad, hij heeft de signalen van zijn lijf goed opgepakt en is meteen naar de huisarts gegaan. Door dit gedoe allemaal doet mijn lijf ook weer pijner dan anders. En dat wil ik niet, want het gaat over het algemeen juist zo goed. Wat ben ik toch een ongelooflijk stresskip geworden! En dat terwijl ik eigenlijk helemaal niet zo ben, nooit geweest ook, zo stressserig.

Wat is dat toch? Is het het besef van je eigen sterfelijkheid, het feit dat je jonge kinderen hebt? Het feit dat het leven zo verschrikkelijk leuk is, dat je gewoon niets wilt missen? Dat je er gewoon nog heel lang wilt zijn omdat je voor je geliefden wilt zorgen? Is het niet gruwelijk arrogant om te denken dat je niet gemist kan worden?

Sommige mensen zijn er van overtuigd dat er na de dood alleen naar fijne dingen zijn. Weet je waar ik juist heel erg bang voor ben (en niet lachen hoor, want dit zijn echt diepe zieleroerselen die ik hier deel): dat ik, als ik ooit dood ben, de mensen die ik achter het moeten laten juist zo gruwelijk mis. Dat ik dood lig te wezen en alles zie wat mijn geliefden doen, maar dat ik er niet bij bén. Dat ik hen niet kan knuffelen, niet met hen kan praten, hen niet kan helpen of troosten, niet met hen kan lachen, hun leven niet be- en meeleef, geen deel meer daarvan uitmaak. Dát lijkt me verschrikkelijk. Dat ik dood ben en me dat realiseer en daar dus ontzettend veel verdriet van heb. (Ik scheef niet voor niets ooit dit logje in de hoop dat het misschien zo zal zijn.)

Mmm, dit is een enigszins wazig logje geworden. Maar hé, het is mijn blog en daarop mag ik van me afschrijven wat ik wil en hoe ik wil. Zelfs dit soort rare gedachtenkronkels.

Een positief punt dat dit alles met zich meebrengt is dat Mr. T. er nu eindelijk serieus aan denkt om te stoppen met roken (het rookgedrag van onze vriend was volgens de artsen oorzaak nummer 1 van zijn hartaanval). Ik hoop zo verschrikkelijk dat het Mr. T. gaat lukken.