Kerst 2010

Kerst 2010 verliep buitengewoon aangenaam.

Kerstavond brachten we, als altijd, door met hetzelfde gezelschap: vriend W, vriendin E, kennis T (een vriendin van E die vorig jaar eenzaam was en toen voor het eerst meekwam en die dit jaar ook weer graag van de partij was), vriendin M, neef W en zijn partner, Mr. T. en ik. Helaas was ex-schoonzus A geveld door ziekte. Ook al waren we niet aan de beurt, het was dit jaar toch hier te doen. Normaliter immers gaan de meiden op kerstavond naar oma en opa. Omdat opa en oma echter elders uitgenodigd waren kon dat niet doorgaan en – flexibel als ik ben – werd kerstavond hierheen verhuisd.

Uiteraard maak ik me er dan relatief gemakkelijk van af: gourmetten zouden we! En gourmetten deden we. Wat hebben we lekker gegeten en buitengewoon veel lol gehad. We speelden spelletjes: Witte Gij’t? (werd beide keren gewonnen door het superteam: vriendin M en ik!) en  het ‘Ik houd van Holland-spel’ (en dat werd ook gewonnen door datzelfde superteam. Wij roelden big time!!!). En toen was het ineens 03.30 uur. Echt zomaar, duidelijk een gevalletje time flies when your having fun. Bedtijd dus. Vriendin M en vriend W, die dus geen stelletje zijn maar volgens mij prima bij elkaar zouden passen, maar dat dus (nog?) niet beseffen, bleven logeren dus we zouden gezellig samen ontbijten.

Eerste Kerstdag startte eigenlijk veel te vroeg. Om 08.30 uur ging de wekker al want Grote Zus had een mis te dienen. Ik sleepte mijn vermoeide lijf het bed uit, trommelde Grote Zus uit haar bed (zij sliep trouwens naast me want vanwege de loge’s en de beschikbare bedden was Mr. T. naar elders verordonneerd) en ook jongste mocht haar bed verlaten.

Na een ontbijtje vertrok Grote Zus naar de kerk en kwamen M en W boven water. We hebben lekker relaxed ontbeten waarna M en W vertrokken. Eerste Kerstdag brengen wij altijd door met de familie van Mr. T.. Dit keer was zijn jongste zus aan de beurt. Tegen twaalven arriveerden wij daar en we genoten van een uitgebreide broodmaaltijd. Ik moet zeggen dat ik de laatste jaren vaak denk, zijn de ouders van Mr. T. er volgend jaar nog bij, maar verhip, ze zijn er nog steeds. En dat is mooi. De jongste zus van Mr. T. heeft vier geweldige (grote) zonen en onze meiden zijn helemaal gek op hen. Na het eten werd er dan ook lange tijd met die gekke gasten in de sneeuw doorgebracht. Ook wandelden we nog een tijd door de bossen. Heerlijk en wat is de wereld prachtig met haar witte kleed. Na de wandeling arriveerde de laatste aanwinstvan de familie. Wat is de kleine vent mooi! We aten nog een lekkere toet en toen was het zo’n uur of zeven en tijd om huiswaarts te gaan. ‘s Avonds draaide ik fanatiek mijn rondjes op de hometrainer want pffft, al dat eten moet ook weer verbrand worden. De rest van de avond bracht ik al computerend/lezend door. Heerlijk.

Tweede Kerstdag. Die kleine vent die wij gisteren al zagen gingen we nu nog ‘ns wat beter bekijken. Op kraamvisite dus. Ik kocht laatst gruwelijk optimistisch al een cadeautje, maar verhip, de baby kwam een paar weken te vroeg. Anyway: hij is ongetwijfeld veel langer ‘zó 2011’ dan dat ie ‘zó 2010’ is, zodat het best kon volgens mij. De trotse ouders waren het daar, gelukkig, van harte mee eens.

‘s Middags werden wij bij mijn ouders verwacht voor een kerstlunch. Uiteraard waren mijn broer en zijn gezin ook van de partij. Mijn ouders presenteren altijd een heerlijke lunch en ik ben vooral verliefd op de champignonsaus en het suikerbrood, uiteraard met heuse echte boter. Zo lekker allemaal. We hebben lekker gegeten en daarna de boel opgeruimd. Mijn broer en zijn gezin gingen naar een verjaardag en wij speelden maar weer ‘ns dat nieuwe spel: Witte gij’t? Grote Zus wilde heel graag alleen spelen en zij nam het op tegen drie andere teams: Mr. T., oma en (het superteam) jongste en ik. Opa is niet zo van het spelletjes spelen. Wat hebben we gelachen. Zo wijs als jongste af en toe uit de hoek kan komen. Bij de Brabantse dialectwoorden gaf ze als antwoord op het woord ‘héndig’ gemakkelijk en laat dat dan gewoon goed zijn! Ook de tekenopdrachten wilde jongste zelf doen. Zo tekende ze onder andere Efteling → een soort van deur (want daar ga je naar binnen al bleek die deur achteraf als deur van het Eftelinghotel bedoeld te zijn) en een soort van reuzenrad en Koffietafel → een tafel met kopjes erop, een kruis erboven en een huilend gezichtje. En verhip: het werd beide keren geraden. Trots dat ze was! Ook voor het avondeten schoven wij bij mijn ouders aan en daarna keerden wij moe maar voldaan huiswaarts.

‘s Avonds gingen Mr. T. en ik naar datzelfde verjaardagsfeest als waar mijn broer ‘s middags al heen ging. Omdat dat feestje in ons eigen dorp was paste Grote Zus op. Dat is toch wel handig zeg, dat zij nu af en toe op kan passen.

Ik kijk terug op buitengewoon geslaagde en warme kerstdagen. Her en der lees ik logjes van mensen die helemaal niets hebben met de kerstdagen en de verplichtingen die deze dagen blijkbaar met zich meebrengen. Op de een of andere manier heb ik dat gevoel helemaal niet. En dat terwijl onze kerstdagen zich al jaren en jaren volgens hetzelfde stramien afspelen: kerstavond vrienden, Eerste Kerstdag schoonfamilie en Tweede Kerstdag mijn familie. Ik ben vooral blij dat we nog steeds met de mensen waarvan we houden deze dagen door kunnen brengen.

Troost

Wat raar, ik ben in een ruimte die ik niet herken, die ik nog nooit gezien heb. En toch, toch voel ik me niet angstig of opgewonden. Ik voel me eigenlijk vrij relaxed. Wat raar! Het is de sfeer in de ruimte, die voelt prima. Goed, sereen. Ja, sereen zo voelt het. Ik voel me prima op mijn gemak.

De muren zijn zachtgeel, maar wat voor materiaal het is, ik heb werkelijk geen idee. Er zijn geen ramen, maar dat beangstigt me niet. Tegenover me bevindt zich een deur, die eigenlijk geen deur is, het lijkt een soort van pulserend gat te zijn, dat gat straalt kracht en leven uit. Ik voel me waarlijk goed.

Op de tafel staan schalen met allerlei vreemde substanties in ongelooflijke kleurcombinaties en twee kandelaars met een soort lampen erin. Ik weet me ongelooflijk op mijn plek hier! Ik hoor ergens buiten de ruimte een bel rinkelen en niet veel later verschijnt er door de deur die eigenlijk geen deur is een iets.

Een iets, ja, dat is het goede woord. Het is geen én toch weer wel een mens. Het heeft de gestalte van een mens, alhoewel wel wat klein, en is gehuld in een lichtgroen gewaad dat de gehele romp, armen en benen bedekt. Het gezicht, want zo kan ik het toch wel noemen, is vrouwelijk noch mannelijk. Kleurloos, maar dat klopt niet, want ik zie kleur, maar kan die kleur geen naam geven. Het gezicht heeft zachte ogen en een mond, maar geen neus, oren en haren. Het hoofd lijkt licht te geven. Hij, zij, het, wat het ook is, het straalt een immense rust uit.

‘Goedenavond, je bent er al! Wat fijn dat je kon komen!’ zegt de gestalte. ‘Welkom, welkom in jouw nieuwe wereld. Ik kan me voorstellen dat je enigszins beduusd bent door wat je nu overkomt, maar geloof me, dit is het beste wat je ooit overkomen is. In deze kamer zul je nog wat herinneringen hebben aan waar je vandaan komt, als we straks, na de troost, naar de toekomst stappen, dan laat je al je ballast achter. Je zult niet gekweld worden door herinneringen, door wat je achterliet, geen spijt voelen, geen pijn.’

‘Zo meteen gaan we troost bereiden.’ De gestalte knikt naar de tafel. ‘Die troost zal door jouw persoonlijke boodschappers bezorgd worden bij de mensen die je achter moest laten. De troost die jij gaat maken zal hen door moeilijke tijden helpen. Troost maken we van liefde, dat ligt op deze schaal, en verder hebben we compassie, goede herinneringen, humor, waarlijke vriendelijkheid, moed en op dit kleine schaaltje ligt een heleboel kracht. Oh, kijk ‘ns aan je helpers zijn gearriveerd!’

De gestalte draait zich naar de deur die eigenlijk geen deur is. Ik zie ze binnenkomen, mijn vader, moeder en middelste zusje, geen spat veranderd sinds ik hen voor het laatst zag. Ze zien er heel goed uit, vitaal, blakend van gezondheid. ‘Dag lieverd’, zegt moeder ‘Fijn dat je er bent’. Ik voel dat ik thuis ben.


Ik schreef het bovenstaande dik twee jaar geleden als opdracht voor het Schrijverscollectief.

In het kader van ‘Wat voor logje plaats ik nu weer met kerst, dacht ik, vooruit deze’. Want ik vind het verhaal best passen bij de kerst.

Jou en de jouwen wens ik fijne, mooie en gemoedelijke Kerstdagen. Geniet er van, tank bij, doe wat je wilt, speel spelletjes, kijk tv, bezoek een meubelboulevard wat dan ook, maar geniet!

Een witte kerst

Er was eens een man die het kerstfeest grondig wilde vieren. Hij haalde een laddertje uit de schuur en spande langs het plafond de rode papieren slingers die daarvoor garant zijn. Aan de lamp hing hij een van die rode bellen, die opgevouwen weinig lijken, maar naderhand nog aardig meevallen. Toen dekte hij de tafel. Hij had hiervoor urenlang over drie winkels verdeeld in de rij gestaan, maar het zag er dan ook goed uit. Naast elk bord stak hij ten slotte een kaarsje aan, waarvan je er tien in een doos koopt, en klapte in zijn handen. Dit was het teken om binnen te komen. Zijn vrouw en kinderen, die al die tijd in de keuken elkaar met een verlegen glimlach hadden aangekeken, kwamen bedremmeld binnen.
“Nee maar,” zeiden ze, “dat had je niet moeten doen.”

Maar omdat hij het toch gedaan had gingen ze blij zitten en keken elkaar warm aan.

“En nu gaan we niet alleen smullen,” zei de man, ” we moeten ook beseffen wat er nu eigenlijk gebeurd is.”

En hij las voor hoe Maria en Jozef alle herbergen afliepen, maar nergens was er plaats. Maar het kind werd ten slotte toch geboren, zij het in een stal. En toen begonnen ze te eten, want nu mocht het, al was er dan veel ellende in de wereld.

“Kijk,” zei de man “dat is nu Kerst vieren en zo hoort het eigenlijk.” En daarin had hij gelijk. En zij verwonderden zich over de hardvochtigheid van al die herbergiers, maar het was ook tweeduizend jaar geleden moet je denken, zo iets kwam nu niet meer voor. En op dat ogenblik werd er gebeld. De man legde de banketstaaf die hij juist aan de mond bracht, verstoord weer op zijn bord.

“Dat is nu vervelend,” zei hij, “er is ook altijd wat.” Hij knoopte zijn servet los, sloeg de kruimels van zijn knie en slofte naar de voordeur.

Er stond een man op de stoep met een baard en heldere, lichte ogen. Hij vroeg of hij hier ook schuilen mocht, want het sneeuwde zo. Het was namelijk een witte Kerst, dat heb ik nog vergeten te zeggen, hoe kan ik zo dom zijn. De beide mannen keken elkaar een ogenblik zwijgend aan en toen werd de een door een grote drift bevangen. “Uitgerekend op Kerstmis,” zei hij, “zijn er geen andere avonden.” En hij sloeg de deur hard achter zich dicht. Maar terug in de kamer kwam er een vreemd gevoel over hem en de tulband smaakte hem niet. “Ik ga nog eens even kijken,” zei hij, “er is iets gebeurd, maar ik weet niet wat.” Hij liep terug naar de stoep en keek in de warrelende sneeuw. Daar zag hij de man nog juist om de hoek verdwijnen, met een jonge vrouw naast zich, die zwanger was.

Hij holde naar de hoek en tuurde de straat af, maar er was niemand meer te zien. Die twee leken wel in de sneeuw te zijn opgelost. Want het was, zoals gezegd, een witte Kerst. Toen hij weer in de kamer kwam zag hij bleek en er stonden tranen in zijn ogen. “Zeg maar even niets,” zei hij, “die wind is wat schraal, het gaat wel weer over.” En dat was ook zo, men moet zich over die dingen kunnen heen zetten. Het werd nog een heel prettig Kerstfeest, het was in jaren niet zo echt geweest. Het bleef sneeuwen, de hele nacht door en zelfs het kind werd opnieuw in een schuur geboren.
© Godfried Bomans

Kerstmis 2.0

Dit filmpje ‘moet’ je echt even kijken. Het is zo leuk!

Voor iedereen: heel fijne kerstdagen. Maak er wat moois van!

Hartelijke groeten, Mr. T., Grote Zus, jongste en Mrs. T.

Nelleke de Winter

Zo heet de hoofdpersoon in de trilogie van Corine Hartman.

Ik las in een redelijk kort tijdsbestek ‘Schone kunsten‘, ‘Tweede adem‘ en ‘Open einde‘. Het betrof hier trouwens een aanbieding: ieder boek kostte € 5,=. Ik geloof niet dat ik er anders snel voor gekozen had. Maar dat is dan weer wel leuk natuurlijk, dat je door die aangename prijs ineens weer iets heel anders (en van een Nederlandse schrijfster) leest.

Schone kunsten, op de achterflap:

In galerie The Arthouse wordt een jonge vrouw dood aangetroffen. De bewijzen ontbreken vooralsnog, maar dat Lucienne Vos, een laatstejaars kunstacademiestudente, is vermoord, staat voor inspecteur Nelleke de Winter als een paal boven water. De eigenaar van de galerie, Maarten Peters, is een charmante persoonlijkheid maar al snel behoort hij tot een van de hoofdverdachten. Het spoor van onderzoek leidt De Winter en haar team verder naar een agressieve ex-vriend, een medestudent die hoopt op spoedige doorbraak in de kunstwereld en een gefrustreerde leraar, op wie het slachtoffer verliefd was. Naast deze gecompliceerde zaak, die een van haar dierbaren in levensgevaar brengt, kost het de inspecteur al haar kracht om de spoken uit haar eigen verleden te verjagen…

Tweede adem, op de achterflap:

Op een regenachtige namiddag treft dierenarts Zuidema zijn vrouw thuis dood aan. Vermoord, daarover is het rechercheteam onder leiding van inspecteur Nelleke de Winter het snel eens. Maar wie verantwoordelijk is voor de dood van Julia Zuidema is een ingewikkelder vraag. Hoe meer het team te weten komt, hoe verder het van de oplossing verwijderd lijkt te zijn. Nelleke staat er uiteindelijk alleen voor als alle bewijzen in een richting duiden waarin zij niet gelooft. Overtuigd van haar gelijk is ze daarbij echter allerminst, want onverwachte ontwikkelingen in de cold case van haar twintig jaar geleden verdwenen dochtertje Suzan brengen haar volkomen in de war. Desondanks geeft ze niet op en ze voert een verbeten strijd. Ze moet en zal de waarheid achterhalen. Die van Julia en die van Suzan. Koste wat kost.

Open einde, op de achterflap:

Inspecteur Nelleke de Winter moet alle zeilen bijzetten na de dood van Berend Bouwmeester, eigenaar van een restauratiebedrijf in Bredevoort. De inwoners van het voor toeristen zo gemoedelijke boekenstadje zijn allesbehalve toeschietelijk en tijdens het onderzoek stuit Nelleke op een oud mysterie. Een geheim dat alles te maken heeft met een lijk dat lang geleden werd opgevist uit de Slingeplas. Onno Brugging, eigenaar van een antiquariaat, is een van de verdachten. Hij lijkt bovendien een grote aversie te hebben tegen Berends vrouw Anne-Wil, omdat zij midden tussen de antiquariaten een winkel in nieuwe boeken begint. Laat Nellekes intuïtie haar ditmaal in de steek? Ze vreest het ergste, want ze is afgeleid door de zoektocht naar Suzan. Het lijkt erop dat ze haar dochter na eenentwintig jaar in haar armen kan sluiten, maar de vraag is of de prijs daarvan niet te hoog zal zijn. Onmenselijk hoog.

Het zijn drie vlot lezende boeken met verschillende verhaallijnen erin. Er gebeurt erg veel in alle drie de boeken. Wat ik wel een beetje mis, en dat slaat eigenlijk nergens op, is een soort van spanning die thrillers van Baldacci, Ludlum of Child in hun boeken verweven. Misschien komt dat omdat deze boeken zich in Nederland afspelen. Ze zijn ergens heel gemoedelijk. En daardoor waarschijnlijk heel wat realistischer dan de boeken van Amerikaanse of Engelse thrillerauteurs. Het komt misschien ook door het pocketformaat en de grote regelafstand. Daardoor lijken het een beetje eenvoudige boekjes, terwijl ze dat eigenlijk toch ook weer niet zijn.

Nelleke is een sympathieke hoofdpersoon die het hart op de juiste plek heeft zitten. De prijs die ze aan het eind van boek drie betaalt is echt verschrikkelijk hoog. Ik geloof dat Hartman niet van échte happy endings houdt. :-S

Al met al prima boeken voor even tussendoor.