Gastlogje (2)

Mrs. T. vroeg me een gastlogje te schrijven over ‘de rijkdom van het ouder worden‘. Eigenlijk wil ik beginnen met m’n jeugd omdat ‘ouder worden’ dan kan worden vergeleken met hoe het vroeger was.

Ik ben geboren in februari 1945. Hier in het zuiden was ons land toen al bevrijd maar in de rest van het land stierven er mensen van de honger. We zijn daardoor helemaal opgegroeid met het idee dat voedsel kostbaar was en nog altijd kan ik het niet over mijn hart verkrijgen om eten weg te gooien.(Ik zie het gemak waarmee m’n kinderen overschotjes in de container gooien.)

Mijn ouders waren eenvoudige mensen met alleen lagere school.  Ze hielden zich aan de regels van kerk en staat. Wij geloofden in God en alles wat er in de kerk en op school door de nonnetjes werd verteld. Lief en gehoorzaam zijn was de grootste deugd voor kinderen in die tijd. Ik vond dat heel normaal en had er geen moeite mee.

Mijn moeder was een wijze milde vrouw die open stond voor nieuwe ideeën Ze heeft me een gevoel van warmte en veiligheid gegeven dat me altijd is bijgebleven. Er werd bij ons niet geknuffeld of gezegd dat je van elkaar hield en toch was er de zekerheid dat er van je werd gehouden.

Mijn ouders waren niet rijk maar hebben een rijk leven gehad door de manier waarop ze met mensen omgingen. Ze hadden een boerderij waarop moeder voor het huishouden zorgde en vader voor het bedrijf. In die tijd hielpen mannen niet met het verzorgen van kinderen en ook bij ons was er een scheiding tussen mannen- en vrouwenwerk.

Omdat er geen electriciteit was waar we woonden was het ‘s avonds pikdonker buiten. In de decembermaand mocht ik dan met mijn moeder mee naar een grotere plaats om naar de feestverlichting te kijken. Er hingen wat lampjes in de winkelstraat en de etalages waren verlicht. Prachtig vond ik het en nog altijd geniet ik van een verlichte stad bij avond.

Toen dan eindelijk de electriciteit en de waterleiding onze boerderij bereikte was dat een enorme vooruitgang. Ik herinner me de discusie waar de kraan moest komen. In de keuken zou handig zijn voor m’n moeder maar op de stal was weer makkelijker met de koeien, de varkens en de kippen dus voor vader. Het werd (natuurlijk) de stal en zo kwam er schoon en drinkbaar water voor een gezin van 8 personen en de dieren. Als je nu de kranen met warm èn koud water telt die in elk huis  aanwezig zijn besef je weer hoe luxe ons leven geworden is.

Volgende keer wil ik nog wel eens verder vertellen zodat jullie ook wat meer over Mrs. T.’s achtergrond kunnen lezen.

Kier