Het kleine meisje van meneer Linh

Een superdun, maar wondermooi, boekje. Philipe Claudel schreef met ‘Het kleine meisje van meneer Linh‘ een prachtig verhaal.

Op de binnenflap:

‘Meneer Linh luistert naar de stem van de dikke man, de stem die hem zo vertrouwd is, ook al zegt hij dingen die hij niet begrijpt. De stem van zijn vriend is diep en hees. Hij lijkt langs stenen en enorme rotsblokken te schuren, als een beek die van de berg afstroomt en in de vallei pas hoorbaar wordt, lacht, af en toe kreunt, en hardop praat. Een muziek die bij het hele leven hoort, bij de zachtheid √©n de scherpe kanten ervan.’

Meneer Linh ontvlucht zijn door oorlog geteisterde land, op zoek naar een betere toekomst voor zijn kleindochter. Zijn kamergenoten in het asielzoekerscentrum drijven de spot met zijn liefdevolle aandacht voor het kleine meisje. Meneer Linh voelt zich niet thuis in het vreemde land, tot hij op een dag meneer Bark ontmoet. Deze praat over zijn vrouw die kort daarvoor is overleden. Meneer Linh verstaat hem niet maar hij luistert, met zijn kleine meisje op schoot. De twee rouwende mannen vinden troost in elkaars gezelschap en er ontstaat een innige vriendschap die alle taalbarrières overstijgt.

Maar op een dag worden meneer Linh en zijn kleindochter plotseling overgeplaatst naar een gesloten inrichting, elders in de stad. Hoe moet hij nu zijn vriend terugvinden? Met gevaar voor eigen leven onderneemt hij een ontsnappingspoging, die uitmondt in een dramatische ontknoping.

Het kleine meisje van meneer Linh zal geen lezer onberoerd laten. Met zijn meesterlijke sfeerbeschrijvingen, prachige beelden en treffende taalgebruik raakt Claudel de kern van het menselijk bestaan: de fundamentele behoefte aan het contact met andere mensen en de troost die vriendschap kan bieden.

Het is een boekje van amper 140 bladzijdes maar het is zo puur, zo mooi, zo eenvoudig en tegelijkertijd zo’n aanklacht tegen de verschrikkelijke dingen die mensen moeten ondergaan. Ons recente bezoek aan het Humanity House maakte dat ik de gemoedstoestand waarin meneer Linh moet verkeren, op de een of de andere manier heel goed aanvoelde.

Lees de eerste paar zinnen van het boek, als deze je pakken dan vind je de rest van het boek net zo mooi en aangrijpend:

Een oude man staat op het achterdek van een boot. In zijn armen houdt hij een lichte koffer en een pasgeborene, nog lichter dan de koffer. De oude man heeft meneer Linh. Hij is de enige die weet dat hij zo heet, want iedereen die het wist is om hem heen gestorven.