De dag na morgen

Laatst twitterde Richtsje dat ze een boek van Allan Folsom aan het lezen was. Ooit, in een vorig ‘web met streepje’-logleven, heb ik volgens mij al wel ‘ns geschreven over Allan Folsom. De goede man schreef vier boeken waarvan ‘De dag na morgen‘ werkelijk fenomenaal is. Helaas is, tenminste wat mij betreft, de kwaliteit van die boeken steeds minder geworden. Het lijkt me erg lastig als je eerste boek fantastisch is om dat te evenaren.

Op de achterflap:

We schrijven anno nu.

Een Amerikaanste chirurg komt in Parijs bij toeval oog in oog te staan met de moordenaar van zijn vader – vanaf dat moment wordt wraak een obsessie.

Een befaamd rechercheur uit Los Angeles voert in samenwerking met Interpol een opdracht uit: het onderzoek naar een merkwaardige reeks onthoofdingen.

Een jonge arts begint in Genève een liefdesverhouding die haar leven voor altijd zal veranderen.

Een fysiotherapeute in New Mexico, USA, wordt gevraagd een zeer bijzondere patiënt te begeleiden op zijn reis naar Zwitserland.

En een selecte groep industriëlen in Duitsland maakt zich op voor een zeer feestelijke bijeenkomst …

De dag na morgen: het boek waar zo lang met spanning naar is uitgekeken. Een ongeëvenaarde thriller. Een grandioze leeservaring.

Enfin: ik zat zo’n beetje tussen twee boeken in. De tweet van Richtsje maakte daarom dat ik dacht: dát boek ga ik maar  weer ‘ns herlezen. Ik kocht het op 28 september 1994 en las het nu voor de derde keer.

Wat een subliem boek! Enorme vaart, veel ontwikkelingen, onverwachte wendingen. Het boek verveelt geen seconde en dat is, vind ik, heel erg knap.

Echt een aanrader voor mensen die van dikke thrillers houden.

Sorry

Want dit plaatje kent volgens mij iedereen al en het is al vaak op verschillende websites en blogs gepubliceerd. Maar … nog nooit door mij en ik vind het gewoon zo grappig!

Niet vergeten hoor! En geniet van het extra uurtje!

Per ongeluk

De eerste keer was het eigenlijk een beetje per ongeluk gegaan. Hij ontmoette haar per toeval, ze kenden elkaar niet. Ze dronken wat en van het een kwam het ander. Ze kregen ruzie, zij werd agressief, hij verdedigde zich. Zij stierf. Per ongeluk.

Natuurlijk was hij geschrokken maar na de eerste paniek lukte het hem om alles op te ruimen. Alle sporen uit te wissen. Niets bracht hem met haar in verband. Maar toch, de eerste weken was hij doodsbenauwd geweest; zou men hem opsporen?

De tijd verstreek en er gebeurde niets. Helemaal niets. Zij werd niet gemist, concludeerde hij. Hij had, per ongeluk, de perfecte moord gepleegd. Dat zinde hem niet. Hij wilde de dingen onder controle hebben, naar zijn hand zetten. De baas van het spel zijn. De regels bepalen en de spelers controleren. Dat was zijn passie.

Hij begon langzaam maar zeer doelgericht en uiterst nauwgezet de perfecte moord te plannen. Met een ongekende nauwkeurigheid vergaarde hij informatie over methodes, over opsporingstechnieken, over valkuilen. Hoe kies je je slachtoffer, waar doe je het, hoe kom je van het lichaam af? Hoe zorg je ervoor dat je geen enkel bewijsstuk achterlaat?

Zijn eerste geplande moord was uiteindelijk toch wat rommelig verlopen. Het ging allemaal prima, maar hij had zich wel wat verkeken op de hoeveelheid bloed die vrijkwam. Het zeil was gewoon niet groot genoeg geweest. Ach, daar leerde hij van.

Door de jaren heen had hij inmiddels negen vrouwen en twee mannen omgebracht. Telkens volgens strak omlijnde plannen. De periodes tussen twee moorden werden korter. De behoefte aan bevrediging van zijn moordlust werd groter. Hij kreeg lichamelijke klachten, werd duizelig, had last van zijn maag. Zijn vrouw bleef maar vragen wat er was. Om gek van te worden! Misschien moest hij … het zou de ultieme test zijn.

________________________________________________________________

Het nieuw WE-300-woord was: bezetenheid. De andere bijdragen lezen? Klikkerdeklik.

4,9 uur

Ik las vorige week op een scheurkalenderblaadje een stukje waarvan ik meteen dacht: daar moet ik ‘ns een keer een logje over bakken.

We hebben hier in huis deze scheurkalender. Dat is namelijk traditie: ieder jaar krijgen we met sinterklaas van mijn schoonouders de kalender voor het nieuwe jaar. Het eerste jaar dat ik die ervaring mocht meemaken dacht ik nog iets in de trant van ‘huh?’, maar eigenlijk is het een prima kalender (met weetjes, feiten, puzzels, moppen en -met vrij grote regelmaat- mooie teksten).

Maar goed, ik las het volgende op het blaadje van 13 oktober 2011 → in Nederland gaat onder werktijd 4,9 uur per week op aan privé-gebruik van computer en telefoon.

En dat vind ik shocking. Echt. Want dat slaat nergens op. 4,9 Uur per week die je eigenlijk hoort te werken besteden aan privé-gedoe. Ik mag hopen dat ze het hier op z’n minst over een fulltimer hebben.

Ik zal echt niet beweren dat ik nooit iets privé-erigs op het werk doe. Zo twitter ik bijvoorbeeld heel af en toe vanaf mijn werkplek uiteraard alleen om hele belangrijke berichten het weeweewee op te slingeren. Ik denk dat ik al met al op 15 minuten per week kom. Is het lezen/scannen van nu.nl eigenlijk privégebruik, want dan kom ik op 30 minuten. Maar echt: 4,9 uur per week! Dat lijkt mij reden voor ontslag!

Vertel: hoeveel tijd besteed jij op je werk voor privé-gedoe?

Beautiful people do not just happen

“The most beautiful people we have known are those who have known defeat, known suffering, known struggle, known loss, and have found their way out of the depths.

These persons have an appreciation, a sensitivity, and an understanding of life that fills them with compassion, gentleness and a deep loving concern. Beautiful people do not just happen.”

Elizabeth Kubler Ros

Eer van m’n werk

Man, man, man, wat is het hier in huis toch weer snel een rommeltje. Overal ligt wel wat. Tekeningen slingeren her en der rond en als ik ook maar iets van de creaties van (momenteel vooral) Kleine Zus bij het oud papier gooi, is ze helemaal verontwaardigd: ‘Dat moet je bewaren mama, da’s zo’n mooie tekening’.

Grote Zus maakt er helemaal een potje van. Sinds ze op het voortgezet onderwijs zit, moet ze haar eigen kamer opruimen/bijhouden/poetsen. Maar gossie, daar heeft ze toch helemaal geen tijd voor! Ik ben benieuwd of het haar deze herfstvakantie wel gaat lukken. We hebben de afspraak dat ik haar bed verschoon en verder is het haar pakkie an. Ik moet zeggen, ik vind het een prima deal en heb er weinig moeite mee de puinhoop op haar kamer te zien. Ik trek de deur dicht en that’s it. Waar ik meer problemen mee heb is het feit dat ze beneden ook een boel troep laat slingeren. En als ik er dan iets van zeg, dan is het nu nog schattig puberaal zuchten en steunen en ‘jaha, dat doe ik zoho’.

Weet je: ik ben geen poets en ik zal het ook nooit worden. Maar ik vind het wel belangrijk dat het huis althans op het oog schoon is. Daarom lijkt het me verstandig dat ik, af en toe, de rommel opruim. De rommel die zich achter deurtjes ophoopt bijvoorbeeld. Zoals daar is de rommel die zich in de broodkast ophoopte en die ik dus zomaar ineens afgelopen weekend opruimde. Nu is de kast weer netjes. Al vraag ik me af hoe lang ik eer van mijn werk heb.

Binnenkort maar weer ‘ns aan de speelgoedkast beginnen.

Blog-boeken

Een vijftal boeken in één logje. Een vijftal boeken met een bijzondere herkomst.

Want ‘30 Openbaringen‘ is een boek waarin 30 korte verhalen van 30 auteurs opgenomen zijn. Twee van die auteurs zijn webloggers die ik volg. Ik heb genoten van dit boekje. Er zitten juweeltjes tussen, maar ook verhalen waarvan ik dacht: mwah, niet echt leuk/mooi/interessant/of wat bedoelt de schrijver nu toch. Gelukkig waren de verhalen van Trui en Hanneke wel meer dan de moeite waard.

De andere vier boeken waren boeken die Heidi laatst meenam naar de kleine logmeeting en die ik mocht lezen.

No en ik van Delphine de Vigan. Op de achterflap:

Lou is 13 en een bijzonder meisje. Ze heeft een IQ van 160, verzamelt woorden en verslindt encyclopedieëen. Thuis doet ze allerhande onderzoek, bijvoorbeeld naar het absorberend vermogen van verschillende soorten keukenpapier. Op school wordt Lou gepest.

Alles verandert als ze No leert kennen, een dakloos meisje dat een paar jaar ouder is dan zij. No met haar vuile kleren, haar vermoeide blik, No die rookt en drinkt en de wereld wantrouwt. Lou krijgt haar ouders zover dat No bij hen in huis mag wonen. Maar meestal lopen de dingen niet zo soepel als je zou willen…

No en ik is een prachtig boek over een meisje dat vastbesloten is de wereld te verbeteren en zich tegelijkertijd wanhopig afvraagt wat je met je tong moet doen tijdens het zoenen.

Grote Zus las dit boek als eerste. Ze snapte niet alles helemaal, maar vond het een erg mooi boek. Daarna las ik het. Ook ik werd geraakt door het ritme van het boek. De manier waarop Lou in het leven staat, de manier waarop ze redeneert en probeert No te redden. Ze geeft niet op. Tegen beter weten in geeft ze niet op. Het einde van het boek is schrijnend, maar in feite maakt No een geweldig gebaar door zich op deze manier uit het leven van Lou terug te trekken. Buitengewoon de moeite waard dit boek.

Iedereen wist het van Lydia Gouardo. Op de achterflap:

Lydia Gouardo’s lijdensweg begon op haar negende. Ze werd soms meerdere malen per dag verkracht door haar stiefvader, en haar stiefmoeder deed niets om haar te helpen. Regelmatig werd ze dagen achtereen opgesloten op zolder. Soms, als ze erg werd mishandeld, liep ze weg, maar de politie bracht haar altijd binnen korte tijd weer naar huis. Niemand greep in: de buren niet, de politie niet, en ook niet de artsen in het ziekenhuis waar Lydia haar kinderen kreeg, hoewel haar stiefvader er tegen hen zelfs over opschepte dat hijzelf de vader van de kinderen was.

Na de dood van haar stiefvader in 1999 begon Lydia te beseffen dat wat haar was overkomen niet normaal was. En toen de zaak van Elisabeth Fritzl in Oostenrijk naar buiten kwam, gaf dat Lydia Gouardo de moed om eindelijk ook het verhaal te vertellen van de 28 jaar dat zij door haar stiefvader werd misbruikt.

Ik ben begonnen in dit boek, maar bij pagina 56 gestopt. Wat een afschuwelijk en gruwelijk boek. Met waargebeurde verhalen heb ik altijd een beetje moeite, want het is de waarheid van één persoon. Begrijp me niet verkeerd. Als dit echt zo gebeurd is, dan is het een hel. Maar het feit dat er blijkbaar nooit ook maar één persoon heeft geprobeerd het meisje te helpen, dát kan er bij mij niet in. Daarbij was de eerste foltering die het meisje moest ondergaan te erg voor woorden. Verder lezen vond ik gewoon geen goed plan. Is dat laf? Of weglopen voor de werkelijkheid? Misschien, maar dat is dan maar zo.

Als ik blijf van Gayle Froman. Op de achterflap:

Eerst denk ik nog dat alles in orde is. Ik hoor namelijk nog steeds Beethoven spelen. Maar ik sta in een greppel aan de kant van de weg.

Het leven van de 17-jarige Mia draait om muziek: ze wil graag naar het conservatorium en haar vriend Adam speelt in en populaire rockband. De toekomst ziet er rooskleurig uit. Maar wanneer Mia en haar ouders en broertje een gezellig dagje uitgaan, gebeurt er iets onverwachts waardoor het leven van Mia in een klap voor altijd verandert …

En dit boek lieve mensen, dit boek is een juweeltje. Werkelijk buitengewoon indrukwekkend geschreven. Ik wil er niet te veel over schrijven want het is heel bijzonder, maar echt, eigenlijk zou ik het gewoon helemaal hier neer willen pennen. Alles. Als je de kans hebt: lezen dit boek!!!

Ook voor (bijna) tieners trouwens. Grote Zus las dit boek namelijk ook en zij vond het uiteindelijk ook een erg mooi boek. In het begin wilde ze het wegleggen, want ze vond het idee om je ouders in één keer te verliezen te akelig voor woorden. Dat vond ze -logisch- heel erg eng. Dát vind ik ook namelijk. Maar het boek an sich, hoe het is opgebouwd en uitgewerkt is echt erg mooi en zeer de moeite waard. Mocht je het ooit ergens tegenkomen: meteen meenemen. Je krijgt er geen spijt van!

Mijn leven in de hel van Sarah Forsyth. Op de achterflap:

De negentienjarige Engelse Sarah Forsyth werkt op een crèche in een provinciestadje. Op een dag ziet ze een advertentie: leidsters gezocht voor kinderdagverblijf in Amsterdam. Ze is wel toe aan wat avontuur en reageert onmiddellijk. Na een serieuze sollicitatieprocedure wordt ze aangenomen. Het lijkt wel een droom. Die droom verandert in een nachtmerrie op het moment dat Sarah op Schiphol aankomt. De mensen die haar ophalen duwen haar in een auto, nemen onder bedreiging haar paspoort af en rijden regelrecht naar de Amsterdamse Wallen. Daar wordt ze zonder pardon achter het raam gezet. Haar ontvoerders laten er geen misverstand over bestaan: als ze probeert te ontsnappen, zal dat haar dood worden.
Anderhalf jaar lang ondergaat Sarah de meest vreselijke vernederingen, tot ze uiteindelijk dankzij puur geluk een onbewaakt ogenblik vindt om te
ontsnappen.

Aan dit boek ben ik niet eens begonnen. Vaak lees ik van een boek al bladerend een paar stukjes. En die stukjes, die vond ik niet zo heel erg interessant. Het onderwerp sprak mij daarnaast ook niet echt aan. Dus over dit boek heb ik geen mening. En da’s vrij uniek: Mrs. T. die géén mening heeft.

Achter het stuur

Jantje wordt dagelijks door zijn vader met de auto naar school gebracht. Wanneer papa voor zaken in het buitenland verblijft, brengt zijn moeder hem naar school.

Na een tijdje gereden te hebben vraagt Jantje verbaasd: ‘Mam, zijn er vandaag dan helemaal geen slapers, sukkels of uilskuikens op de weg?’.

Vertel, wat voor soort autorijder ben jij?