Dinsdag is voorbij

Meteen na ‘Blauwe maandag‘ las ik ‘Dinsdag is voorbij‘.

Waar gaat dit boek over?

In een vervallen huis in Oost-Londen wordt het opgezwollen, met vliegen bedekte lijk van een man aangetroffen, rechtop in een leunstoel. Het huis is van Michelle Doyce, een kwetsbare vrouw met ernstige psychische problemen. Onderzoek toont aan dat de man pas na zijn dood naar het huis is overgebracht. De enige informant is Michelle, maar haar uitspraken stellen de recherche voor raadsels. Inspecteur Karlsson roept Frieda Klein te hulp, en weer raakt zij verstrikt in de duistere kanten van het leven. Ze komt erachter dat het slachtoffer geen onschuldige was, maar een gewiekste zwendelaar die profiteerde van de angsten en noden van anderen. Wanneer Frieda meer te weten komt over zijn verleden en ze zijn slachtoffers leert kennen, blijkt ze in groot gevaar te verkeren en meer vijanden te hebben dan ze dacht.

Ik vind Frieda Klein een sympathiek personage en een integere persoonlijkheid. Haar worsteling met de dingen die gebeuren en waarvan zij vindt dat ze ze veroorzaakt (ook al is dat niet zo) is goed te begrijpen.

‘Dinsdag is voorbij’ vond ik interessanter dan ‘Blauwe Maandag’ al gebeurt er wel heel erg veel en dat maakt het boek niet altijd even goed te volgen. Ik moest af en toe echt goed nadenken om welk personage het nu weer ging. De verhaallijn met Harry was interessant en Nicci French zette mij echt op het verkeerde been waar het Harry betreft. En dat is juist zo leuk. De verhaallijn van Beth vind ik onwaarschijnlijk maar eigenlijk vooral heel erg triest en verdrietig. Wat kan psychische nood doen met mensen.

Dean Reeve doet trouwens inderdaad mee in dit boek al doet hij tegelijkertijd niet echt mee. Maar dat gaat vast gebeuren in het ‘woensdag-deel’. Denk ik. Dat dat maar snel mag komen.

Bekennen

Ja mam, ja dat klopt wel, maar we deden toch niks verkeerd daar zo. We wilden alleen maar ff lekker een beetje chillen. Een beetje kijken, wat drinken, wat kletsen. Zoiets. Kijken wat er zou gebeuren.

Ja, dat snap ik, maar hé, iedereen ging. Dus waarom zou ik dan niet gaan. Ze zien me aankomen zeg. ‘Jij mag zeker weer niet van je mamsie, Dennis’. ‘Die moeder van jou, dat is zo’n suf en degelijk wijf, die moet ‘ns een keer een lekkere beurt krijgen, dan wordt ze wel wat relaxter’.

Wat, hé, dan hoef je niet zo tegen mij tekeer te gaan. Kan ik er wat aan doen dat mijn vrienden zo praten en denken. Jaha mam, ik weet dat je gelijk hebt en jaha, ik weet dat het niet handig was om daar heen te gaan, maar ja, het is nu eenmaal zo gelopen.

Of wij wat gedaan hebben? Sjemig mam, wat denk je? Die fucking ME begon.

Sorry, sorry. Ik zal niet meer zo vloeken. Maar goed, die ME begon ons gewoon uit te dagen mam. Echt. Wij deden echt niets. Ja, behalve Mathijs natuurlijk. Die begon te gooien en toen kwam de ME recht op ons af en ja, dan ga je jezelf toch verdedigen. Daar kunnen wij toch niets…

Heb je Mathijs op een filmpje van de plundering van de AH gezien? Oh. Nee, ik was niet de hele tijd bij Mathijs. Echt niet, echt…

Nou ja, het zou kunnen dat ik…

Ach mam, dat meen je niet! Ik ga me echt niet melden hoor. No way!

Hoezo ‘recht aankijken in de spiegel’ en het zal me goed doen? Mam dit ga je niet menen!

Hoezo als ik het niet doe, doe jij het?

Mam?

______________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: luchten.

De andere bijdragen ook lezen? Klikkerdeklik!

Willen

Als je gewoon helemaal alleen voor jezelf mocht kiezen, wat zou je dan heel erg graag willen?

Ik zou:

  1. naar dit ene speciale plekje willen gaan …
  2. mezelf willen verwennen met …
  3. een dag op stap willen met …
  4. voldoende geld willen hebben om … te kopen
  5. een dag willen ruilen met …
  6. de baas/de directeur willen zijn van …
  7. … willen versieren
  8. deze tv-show bij willen wonen …
  9. … voor mijn verjaardag willen krijgen
  10. … willen bereiken

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Weerborstel

Vier heb ik er: weerborstels. En daar ben ik niet blij mee, want mijn haar zit daarom vaak net niet zoals het wél zou moeten zitten!

Eén weerborstel zit op de haargrens bij mijn voorhoofd en die is het minst opvallend. Eentje zit er midden op mijn hoofd achter en door dat suffe ding loop ik vrij regelmatig met een ‘kale’ plek op mijn hoofd rond. De allerstomste weerborstel heb echter ik op de haargrens linksonder bij mijn nek. Daar zit zo’n raar frutje dat altijd naar links wijst. Er helpt helemaal niets tegen, want wat ik ook doe, het haar gaat vanzelf weer in die stand. En da’s nie leuk nie. Maar goed, er zijn uiteraard veel ergere dingen. En dan heb ik nog een kleine rechtsonderachter.

Als ik ‘s ochtends uit bed stap dan stop ik vervolgens mijn hoofd onder de koude kraan. Mijn haar droog ik dan af, ik kneed er wat mousse in en laat het haar zo drogen. Meestal zit het dan prima ondanks mijn weerborstels.

Mijn haar wordt geverfd maar als dat al weer enige tijd geleden is zie ik er steeds meer grijze haren doorheen piepen. Ik vind dat zo raar: het lijkt wel of zo’n haar in één keer op mijn hoofd staat. Soms denk ik heel stoer: ik verf het niet meer, maar tot nu toe ga ik nog steeds overstag … Zo werd gisteren mijn haar rooderig geverfd. Ik vind het gaaf! Al moet ik er wel aan wennen. ;-)

Hoe zit dat met jouw kapsel? Last van weerborstels of helemaal niet? Verf je je haar? En besteed je ‘s ochtends veel aandacht aan je kapsel?

Twijfels

Stel je voor, er fietsen vier pubermeisjes van school naar huis. Drie van hen fietsen naast elkaar. De vierde fietst achter hen aan, alleen. Dat vierde meisje is Grote Zus.

Ik zie vaker op die manier middelbare scholieren fietsen. Soms fietst men met z’n vieren naast elkaar, soms met nog meer. Niet goed natuurlijk, maar er is blijkbaar weinig aan te doen. Daarnaast probeer ik om te denken: liever dat ze in een grote groep én zichtbaar rondfietsen. Zo zien automobilisten hen tenminste.

Maar daar gaat dit logje eigenlijk niet over. Het gaat om dat ene meisje dat alleen fietst. Dat ene meisje dat dat niet leuk vindt en dat daar verdrietig van wordt (de ene keer wat meer dan de andere). Dat ene meisje dat tegen haar ‘vriendinnen’ zegt: “waarom fietsen we niet twee aan twee?” en dan nul op het rekest krijgt. “Kom maar naast ons fietsen”, zeggen ze. Maar dat doet Grote Zus niet want … wij leerden haar ooit dat je met z’n tweetjes naast elkaar hoort te fietsen.

Soms denk ik dat we het helemaal verkeerd hebben aangepakt, die opvoeding van Grote Zus. We hebben misschien wel teveel aandacht besteed aan hoe het hoort. Aan aandacht schenken aan elkaar, aan begrip tonen voor elkaar, aan lief zijn voor elkaar. Dat, in combinatie met het karakter van Grote Zus, maakt dat ze een heerlijk kind is. Maar ook dat ze een kind is dat gemakkelijk zichzelf verliest in de hardheid van deze maatschappij. Soms denk ik, hadden we het maar anders aangepakt. Ik ben ervan overtuigd dat Grote Zus het dan regelmatig gemakkelijker had.

Het huis van de zeven zusters

Alweer drie weken geleden logde ik over het prachtige boekje ‘Het huis van de zeven zusters‘. Omdat ik dat boek voor de zomaar ende voor niets gekregen had van Ellen en er zo van genoten had, vond ik dat ik dat boek door moest geven. Zo konden er immers meer mensen van genieten.

Er waren 8 mensen die aangaven het boek wel te willen ontvangen (als ik alle reacties tenminste goed geïnterpreteerd heb want dat valt niet altijd mee).

Dat waren (op volgorde van reageren):

  1. Marja
  2. Meissie
  3. Janny
  4. Liene
  5. Yvonn (ook al voelt ze zich bezwaard)
  6. Kaatje
  7. Sannah
  8. Suus

Ik heb er de random number generator op losgelaten en de winnaar is … tromgeroffel …

… Kaatje!!!

Blauwe maandag

Ik las al vele boeken van Nicci French. In het begin vooral met veel plezier, maar dat plezier heeft wel een behoorlijke deuk gekend omdat ik vond dat hun boeken op en gegeven moment beduidend minder werken. In maart las ik ‘Het weerzien‘ van Nicci Gerrard en dát vond ik dus weer wel erg bijzonder.

Maar goed, ‘Blauwe maandag‘ dus. Waar gaat dit boek over?

 De eerste Nicci French met Frieda Klein in de hoofdrol. Kan zij de recherche helpen bij het opsporen van een verdwenen kind?

Frieda Klein is psychoanalytica. Ze leeft een strak georganiseerd leven, dat vooral gericht is op het helpen van anderen. Niet alleen haar patiënten, maar ook haar familie en vrienden kunnen altijd op haar rekenen. ‘s Avonds trekt ze zich terug in haar huis, waar ze maar weinig mensen binnenlaat. De onrust in haar hoofd probeert ze te verdrijven met lange nachtelijke wandelingen door haar geliefde Londen.

Frieda is ervan overtuigd dat wat zich in het hoofd van haar patiënten afspeelt controleerbaar is. Maar als een van haar patiënten vertelt dat hij ervan droomt een kind te hebben, met rood haar en sproeten, en kort daarna een jongetje verdwijnt dat aan die omschrijving voldoet, wordt Frieda geconfronteerd met de onbeheersbare werkelijkheid die zij altijd angstvallig buiten de deur heeft weten te houden. Kan Frieda’s kennis van de menselijke geest de recherche helpen bij het opsporen en ontmaskeren van de dader? Wat is het verband met een ontvoeringszaak van tweeëntwintig jaar eerder? En zal het jongetje levend worden teruggevonden?

Nicci French weet te overtuigen met een intrigerend verhaal, verrassende plotwendingen, een heldere schrijfstijl en karaktervolle personages die je direct in je hart sluit.

Wat vond ik van dit boek? Ik vond de schrijfstijl absoluut erg mooi en een aantal delen van het verhaal ook bijzonder intrigerend. Wat ik dan weer niet erg geloofwaardig vond was de verhaallijn waarom het hele verhaal eigenlijk draait: het stuk over Alan Dekker en Dean Reeve en de rol van Frida Klein hierin.

De zelfmoord had ik al door voordat ik 10 woorden verder was en dat werd bevestigt aan het eind van het boek. Dat eind vond ik trouwens onbevredigend (dat had heel wat spannender gekund), maar wie weet gaat het boek verder in deel 2?

Al met al wel een interessant nieuw personage van Nicci French. Ik ga snel verder met Dinsdag is voorbij. Wie weet kom ik dan Dean Reeve ook weer tegen.

Burendag

Het is vandaag burendag. Een mooie gelegenheid dus om het ‘ns over buren te hebben.

Wij wonen in een twee-onder-één-kap in een rustige straat. Er staan zo’n 70 huizen in de straat, bijna allemaal twee-onder-één-kap en een aantal vrijstaande woningen.

Mijn ouders wonen in dezelfde staat, zo’n 300 meter verderop. Mijn jeugd heb ik dus in een ander stukje van de straat doorgebracht en de saamhorigheid onder de buren daar was en is veel groter dan in het stuk waar ik nu woon.

Ik moet zeggen dat ik er ook weinig behoefte aan heb, aan veel contact met de buren. Ik zeg uiteraard goedemorgen, -middag of hoi als de situatie daar naar is , maar daar houdt het wel zo’n beetje mee op. Mr. T. niet, die kan echt oeverloos gaan staan kletsen met de buren. Over van alles en niets. Ach, dat zit nu eenmaal in de aard van het beestje.

Ik ben niet van de smalltalk en ik kies de mensen met wie ik ‘big talk’ met zorg uit. De buren reken ik daar niet onder. Als Mr. T. het gras gaat maaien in de voortuin dan kunnen we er donder op zeggen dat dat kleine plakje goed is voor minstens een uitgebreid gesprek met onze overbuurman. Die man die komt dus echt naar buiten stappen als er iemand buiten bezig is. Hij is hartstikke aardig hoor, daar niet van, maar zoiets is echt helemaal niets voor mij.

De buren met wie we onze inrit delen zijn prima mensen. Buuf lijkt wel een beetje mensenschuw en ook buurman is niet zo heel sterk in contacten ook al kan hij prima met Mr. T. buurten (tja, wie kan dat nu niet, Mr. T. kan met iedereen buurten).

De buren die onder dezelfde kap wonen, daar heb ik helemaal niets mee. Het is een jong gezin, dat wel, maar pffft, wat zijn het degelijke mensen. Elk grassprietje ligt keurig recht en de vrouw van het gezin is helemaal niet mijn type. Ook met hen ‘hoi’ ik regelmatig en laat ik de prietpraat aan Mr. T. over. Werkt prima!

Het is echter wel zo dat we in tijd van nood ongetwijfeld een beroep op onze buren kunnen doen. En daar draait het om lijkt me. Zo’n fenomeen als burendag zou echt helemaal niets voor mij zijn. Ik houd best van feestjes en dat soort dingen, maar dan wel met mensen die ik zelf uitgekozen heb om wie ze zijn, niet omdat ze toevallig in dezelfde straat of buurt wonen als ik.

Heb jij veel buren en hoe is je verstandhouding met hen? En hoe belangrijk vindt jij -goed- contact met de buren?