Een goede moeder

De boeken van Jodi Picoult vind ik eigenlijk altijd heel erg mooi. Ik las inmiddels al een boel van haar werk (1, 2, 3 en 4 en dan logde ik nog niet eens over alle boeken die ik van haar las) en daar kwam nu ‘Een goede moeder‘ bij.

Waar gaat dit boek over?

Max Baxter houdt zijn huwelijk met Zoë voor gezien na een aantal IVF-behandelingen en een doodgeboren zoontje. Hij sluit zich aan bij een ultra conservatieve kerk. Zoë vindt – via haar werk als muziektherapeute – nieuw geluk bij schooldecaan Vanessa Shaw met wie ze trouwt. Het lesbische paar heeft een kinderwens en Zoë vraagt Max daarvoor de drie nog ingevroren embryo’s te mogen gebruiken. Max weigert en belooft de embryo’s aan zijn kinderloze schoonzus en broer. Het wordt een rechtszaak en de partijen spelen het hard tegen hard.

Een actueel en heel boeiend geschreven verhaal over homorechten, juridisch eigendom van embryo’s en christelijk rechts, maar ook over rivaliteit en liefde. Afwisselen zijn Zoë, Max en Vanessa de ik-figuur. De tien bij de hoofdstukken behorende liedjes zijn te beluisteren via internet.

Tja, wat vind ik nu eigenlijk van dit boek? Het lukt Picoult opnieuw om een boek te schrijven waar je op de een of andere manier ingezogen wordt. Aan de andere kant raakte het thema mij niet echt en vond ik het af en toe wat oppervlakkig blijven allemaal. En ook wel wat vergezocht. Fanatisme in geloof, dáár heb ik dan ook helemaal niets mee. Snappen die mensen nu echt niet dat ze mijlenver van het ‘normale’ leven hun leven leven?

Het boek heeft een nog redelijk verrassend einde. Wat ik in de epiloog trouwens erg miste was om even te lezen hoe het verder ging met Lucy en met de broer van Max.

Wat bijzonder is, zijn de liedjes die speciaal voor bij het boek geschreven zijn. Dat past natuurlijk wel heel goed bij het beroep van Zoë. Ik heb ze allemaal geluisterd, maar vond het op een gegeven moment wel vrij veel van hetzelfde. Maar niettemin: een leuke manier om een boek nog meer te laten leven.

Doe Maar deed het!

Afgelopen woensdag was het zo ver, ik zou naar Doe Maar gaan! Eigenlijk best heel raar: toen Doe Maar megapopulair was in de jaren tachtig van de vorige eeuw, was ik niet zo’n gillend meisje dat met door tranen bevlekte wangen van wanhopig verlangen naar hun concerten ging. Toen was ik niet zo’n meisje dat zuchtte bij de aanblik van Ernst Jansz of Henny Vrienten (hoe moet dat eigenlijk voor de beide Jannen geweest zijn? Dat 98,65% van alle fans gillend gek werden van die twee), dat haar hele kamer volhing met posters en steeds maar weer opnieuw hun nummers draaide op een, via de radio opgenomen, cassettebandje. Ik geloof wel dat ik een of twee buttons had, dát dan weer wel.

De muziek van Doe Maar, wie van mijn generatie is er niet groot mee geworden? Wie van mijn generatie kan deze nummers niet bijna allemaal van voor tot achter meezingen? Wie van mijn generatie houdt er niet van de reggae-achtige muziek die zoveel herinneringen aan reeds lang vervlogen tijden oproept?

Ik ben uiteindelijk, als volwassen vrouw, wel naar twee concerten van Doe Maar geweest, dat waren beide concerten terwijl ze al lang gestopt waren. ;-) Wat is dat toch met die steeds maar weer hun comebackmakende bands? En ooit ging ik naar Aardige Jongens, wat verre van onaardig was.

Enfin: het concert van afgelopen woensdag was genieten pur sang. We stonden in het eerste vak waar heerlijk veel ruimte was (dat dat kwam door het rijdende podium dat er doorheen moest, wisten wij in eerste instantie niet). Jongens, wat was het geweldig! Een concert van begin tot eind mee kunnen zingen. Een heerlijke sfeer, een geweldige Joost Belinfante en dan ook nog Frank Boeijen mogen zien.

Doe Maar schonk veel mensen een fantastische avond.

_____________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: verzorgen. En het leukste van alles? In februari mag ik weer!!! De andere bijdragen ook lezen? Klikkerdeklik!

Lef

Al eerder gepubliceerd op mijn oude blog en gebaseerd op een artikel in de Quest van december 2006. Het artikel ging over lef en was gebaseerd op een enquête die door TNS Nipo is uitgevoerd. De voornaamste conclusie was blijkbaar dat Nederlanders graag meer zouden durven.

Ik heb hieronder een aantal vragen genoteerd. Je begrijpt het al, aan jou de eer om te reageren op de vragen.

  1. Een xtc-pil stlikken, dat durf ik …
  2. Parachutespringen, dat durf ik …
  3. Een spin van minimaal 5 centimeter met blote handen oppakken, dat durf ik …
  4. Ingrijpen in een slaande ruzie tussen twee volwassenen, dat durf ik …
  5. Een gewonde muis in een muizenval uit zijn lijden verlossen, dat durf ik …
  6. M’n beste vriend(in) confronteren met zijn/haar ontrouw, dat durf ik …
  7. Een laveloze, dronken persoon naar zijn huis begeleiden, dat durf ik …
  8. Midden in de nacht alleen door een ongure buurt fietsen, dat durf ik …

Heb jij het lef om eerlijk te antwoorden op bovenstaande vragen?

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Computer1

‘Ik snap niet dat mensen hun kind Computer1 noemen’, vertelt Kleine Zus als we in de auto zitten.

Ik begrijp niet zo goed wat ze bedoelt en vraag waar ze het over heeft. Haar reactie: ‘Ik moest de tafels toch leren op de computer en dan moet je tegen iemand anders spelen en dat kindje heette Computer1’.

Hoe schattig is dat dan wel niet. ;-)

Het leven van een loser

Al weer een hele tijd geleden las Grote Zus een boek waarbij ze steeds zat te giechelen. Omdat ik me vaak verbaas over het soort ‘literatuur’ dat de jeugd van tegenwoordig leest (waar is Thea Beckman, Jan Terlouw, Astrid Lindgren en consorten gebleven), dacht ik, laat ik dat boek ook maar ‘ns lezen. Ik las dus, in pak ‘m beet 4.560 seconden, ‘het leven van een loser‘.

Waar gaat dit boek over?

Bram vindt het leven een hel. Op de middelbare school moet hij zich staande houden tussen kleine brugpiepers en volgroeid gespuis dat zich al scheert. Op een dag krijgt hij van zijn moeder een leeg dagboek.

In Het leven van een Loser vertelt Jeff Kinney het verhaal van een onvergetelijke anti-held.

En een anti-held is Bram zeker. Bram heeft er alles voor over heeft om geen loser te worden op zijn nieuwe school. Obstakels als een pesterige oudere broer, verstandige ouders, een suffe beste vriend en slungelige sukkels om hem heen maken het leven soms knap lastig. Met een grote dosis zelfoverschatting en een overdosis mislukte plannen en acties slaat Bram zich door het eerste schooljaar heen. De auteur weet, zowel qua stijl als inhoud, de prepubergedachten van Bram goed en pakkend te beschrijven.

Het boek is vermakelijk van de eerste tot en met de laatste bladzijde. Al lezende had ook ik regelmatig een brede glimlach op het gezicht. Het boek is zo herkenbaar. Zelfs voor mij, en ik heb mijn pubertijd natuurlijk al eeuwen achter me liggen. ;-)

Verrassen

We verrassen de meiden vandaag. Waarmee, dat kan ik niet zeggen. Want, stel dat ze mijn blog lezen al is die kans heel klein. Maar goed: u mag best raden.

Verder zeg ik: een heel fijne zaterdag. Dat zal bij ons zeker en vast lukken. Oh en natuurlijk zal ik nog schrijven over wat die verrassing precies inhield.

Mijn partner en ik

In de ésta staat altijd de rubriek ‘zij van …’, met als ondertitel: van hem weten we bijna alles, maar wie is zij?

Een leuke rubriek vind ik en zeker voer voor een logje (ik plaatste het al ooit in 2007). Hieronder staan een aantal vragen die altijd in de rubriek aan de orde komen en ik verzon er nog maar een paar bij. Je begrijpt het al, aan jouw het verzoek om de vragen in te vullen.

  1. bij elkaar sinds …
  2. grootste onhebbelijkheid van mijn partner …
  3. ik vind mijn partner onweerstaanbaar als …
  4. mijn partner ziet mij het liefst …
  5. het beroep van mijn partner …
  6. mijn partner weet mij de paaien door …
  7. mijn partner wordt kwaad als …
  8. onze eerste vakantie samen ging naar …
  9. mijn mooiste herinnering samen …
  10. over 20 jaar …