Sporen

Hoogleraar De Cokc spreekt zijn publiek toe: ‘We hebben hier te maken met iemand die precies weet hoe hij zijn sporen uit moet wissen. De lichamen zijn achtergelaten in een ruimte die het toppunt van steriliteit is. Er zijn geen vingerafdrukken gevonden, geen vezeltje, geen haartje, kortom geen enkel spoortje DNA.

De lichamen zelf zijn ontkleed aangetroffen. Pathologisch onderzoek leerde dat ook op en in de lichamen geen sporen te vinden waren. Er is nooit ontdekt wie de slachtoffers waren. Slachtoffer 1, een man van circa 40 jaar, is om het leven gekomen door verstikking. Slachtoffer 2, een vrouw, ook ongeveer 40 jaar, door verwurging.

Uit beide lichamen is al het bloed verwijderd via een aantal incisies in de buik. Door afdrukken op de polsen en enkels is te zien dat de lichamen enige tijd opgehangen zijn geweest om het bloed te verwijderen. Op de plaats delict is echter geen enkel spoortje bloed gevonden wat het aannemelijk maakt dat de moorden elders gepleegd zijn.

Alle wanden, inclusief het plafond, zijn van cement. Er is een folie overheen gespannen waarop, jullie raden het al, eveneens alle sporen ontbraken. De vloer is van epoxy voorzien van een laklaag.

Het absurde van de situatie is dat er zelfs geen restanten van schoonmaakmiddelen zijn aangetroffen om de gebruikte folie na het opbrengen schoon te krijgen. De hele ruimte was spierwit: wanden, plafond en vloer. Er zijn honderden manuren in het onderzoek gestopt. Alle sporen liepen dood. De moordenaar is nooit gevonden’.

De Cokc kijkt de collegezaal in. Hij ziet de geschokte gezichten als hij de foto’s laat zien van de slachtoffers. Hij ziet een jonge studente ontzet haar hand voor haar mond slaan. De tranen staan in haar ogen.

Hij geniet van het gevoel. Hij is een waar hoogleraar. Niet alleen in de criminologie.
__________________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: poetsen. De andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Hartslag

Een hele tijd geleden schreef ik een logje over het eerste boek van Anne Holt dat ik ooit las. Daar is sinds kort ‘Hartslag‘ bij gekomen. Dit boek schreef ze samen met haar broer die civiel ingenieur en cardioloog is en dat is goed te merken. Het boek zit retegoed in elkaar.

Waar gaat ‘Hartslag’ over?

Een ICD, een implanteerbare cardioverter defibrillator, is een slimme pacemaker die jaarlijks bij miljoenen mensen wordt geïmplanteerd en waarmee levens gered worden. Maar in het voorjaar van 2010 sterven twee hartpatiënten in een Noors ziekenhuis als gevolg van deze ingreep.

Dokter Sara Zuckerman, hoofd cardiologie van het universiteitsziekenhuis in Bærum, is de eerste die vermoedt dat er iets vreselijk mis is met de meest gebruikte pacemaker ter wereld. Zuckerman ontdekt met haar collega Ola Farmen een computervirus dat de ICD heeft besmet, een computervirus met dodelijke gevolgen. Ergens op de wereld heeft iemand de programmatuur aangepast om levens te nemen in plaats van te redden. En het virus spreidt zich steeds verder.

Zo, was me dit even een boeiend en spannend boek. Ik heb er ontzettend van genoten en bleef maar lezen. Gevolg was wel dat ik het helaas wel heel snel uit had. :-(

In eerste instantie moest ik even wennen aan de vele personages en ook aan het feit dat het boek in drie tijdlijnen geschreven is, maar al vrij snel viel alles wat dat betreft wel op zijn plek. Het boek is zeer actueel en beschrijft veel zaken die we nu op het journaal zien. Zelfs de stukken over de beurs en economische toestanden begreep ik gewoon. Goh, dat een aantal van die toestanden gewoon legaal is! Geen wonder dat het crisis is. Mensen willen alleen maar meer en meer en enige besef van goed en kwaad lijkt volledig verdwenen.

De moeder van een vriendin van mij heeft de laatste anderhalf jaar van haar leven met een ICD rondgelopen tot zij -veel te jong- helaas in december 2012 overleed. Ik moet zeggen dat dat toch regelmatig door mijn hoofd flitste tijdens het lezen van dit boek. Je moet er toch niet aan denken dat iemand écht dit soort geintjes uit gaat halen!

Maar goed: lang verhaal kort → dit boek moet je lezen!

hs 002

Een ander boek dat ik onlangs las is ‘Geniaal geheim‘ van David Baldacci.

Waar gaat dit boek over?

Op het terrein van de Farm, het ultrageheime trainingscomplex van de CIA, wordt het lichaam gevonden van Monk Turing. Turing was werkzaam in het nabijgelegen Babbage Town, een mysterieus complex waar wetenschappers aan de meest geavanceerde microprocessor ter wereld werken.
Hoewel de politie vermoedt dat het om zelfmoord gaat, zijn er toch ook twijfels. Sean King en Michelle Maxwell – voormalige agenten van de Secret Service – worden door de eigenaren van Babbage Town ingehuurd om de zaak te onderzoeken. Algauw komen ze erachter dat ‘s nachts in het diepste geheim vliegtuigen landen op de Farm. En dat de bewoners van Babbage Town zich misschien met meer bezighouden dan alleen hun wetenschappelijke werk.
De sleutel tot alle raadsels lijkt te liggen bij een tienjarig meisje dat hoogbegaafd is. Maar wie weet haar zover te krijgen dat zij de geheimen van Babbage Town en de Farm onthult?

Echt heel erg boeien deed het boek me niet en waarom ik het dan toch uitlas is me eigenlijk een raadsel. Het zal wel komen door de enorm simplistische manier waarop Baldacci dit boek schreef. Ik heb veel betere boeken van deze schrijver gelezen. Ik hoop dat het een eenmalige dip van hem was.

gg

Crematie

Ik had tot juli vorig jaar nog nooit in mijn leven een crematie meegemaakt. Gelukkig (al is het raar om in het geval van het overlijden van mensen over ‘gelukkig’ te praten) zijn het voornamelijk oude(re) mensen waarvan ik tot op heden de begrafenissen meegemaakt heb. Katholieke begrafenissen waren dat nog altijd, die bijna altijd voorafgegaan werden door een avondwake.

De avondwake wordt meestal verzorgd door vrijwilligers die met de familie van de overledene praten waardoor de wake vaak erg persoonlijk is. Er is ruimte voor eigen muziek en persoonlijke inbreng. Mijn moeder maakt hier in het dorp ook deel uit van de avondwakegroep. Ik vind het knap dat ze dat kan. Zelf vindt ze het vooral heel dankbaar werk om te mogen doen.

Begrafenissen zelf gebeuren volgens de regels van de Katholieke kerk, dat betekent dat de opbouw van de dienst hetzelfde is en dat er twee lezingen zijn (waarvan 1 uit het Evangelie), er worden voorbeden uitgesproken, de dienst van de tafel wordt gehouden, de Communie uitgedeeld en de mis wordt afgesloten met de absoute. Daarna wordt de overledene naar het kerkhof begeleid waar ook nog wat plechtigheden plaatsvinden. Er is zeker ruimte voor persoonlijke inbreng, maar die wordt tegelijk ook aan banden gelegd. Al is dat vaak afhankelijk van welke pastoor de dienst uitmaakt verzorgd. Bij de ene kan nu eenmaal meer dan bij een ander.

Maar goed: mijn allereerste crematie dus. Van de vader van een vriendin. En wat vond ik er nu van?

Het wachten in de ontvangstzaal was gezellig, er werd flink en lawaaiig gebuurt. En of dat nu helemaal de bedoeling is? Als je in de kerk zit te wachten, dan is het er stil, er wordt hooguit wat gefluisterd. Ik vond het vrij raar in ieder geval. Net voordat we de zaal waar de afscheidsviering gehouden zou worden binnen mochten vroeg de mevrouw van de D.ela of iedereen stilte in acht wilde nemen nadat de naaste familie de zaal ingegaan was. Dat was erg moeilijk voor veel mensen, ook nu weer werd er flink gekletst. Daar gaan mijn haren van omhoog staan. Toon wat respect mensen!

De ruimte waar de afscheidsdienst gehouden werd was sober ingericht, de banken stonden in halve cirkels om het centrale punt heen. Het zag er stemmig uit. Er was een vrouw die de dienst leidde. Er waren wat liedjes en de kleinkinderen (9 kleinzoons, geen kleindochters!) legden bloemen bij de kist en staken een kaarsje aan. Mijn vriendin en een van haar zussen hadden een kort woordje en dat was heftig. Mijn vriendin moest zo huilen. Wat ik erg ontroerend vond was dat men, tijdens de muziek, foto’s van de overledene liet zien. Die mogelijkheid heb je in de kerk natuurlijk niet.

Het Avé Maria werd live gezongen (toch een beetje een Kerkse invulling dus én kippenvel) en aan het eind van de  dienst speelde een broer van de overledene The last post. Daarna liepen alle aanwezigen langs de kist, verliet men de zaal, nam men een gedachtnisprentje in ontvangst en kon men gebruik maken van een kopje koffie/thee en een broodje.

En wat vond ik er nu van? Ik zie zeker wel de potentie van het helemaal zelf in elkaar zetten van een dienst zonder rekening te moeten houden met de Katholieke regels, maar ergens vond ik het toch ook wel heel magertjes en sober. Te sober? Ik weet het niet. Ik denk dat er meer te halen valt uit een afscheid dat je helemaal zelf in elkaar mag draaien.

Ik ben er trouwens nog steeds niet uit: begraven of cremeren. Ik neig naar begraven, maar dat kan volgend jaar weer heel anders zijn.

En jij? Veel crematies meegemaakt? Of begrafenissen? Katholiek of Protestants of anderszins getint? En wat wil jij eigenlijk over heel veel jaren?

Verkeerd

Dat verkeerslogje van afgelopen dinsdag leent zich natuurlijk uitermate goed voor een vragenlijstje. Doe je mee?

  1. Mijn auto is een … (merk), hij is … (blauw) en hij is … (jaar oud). Ik kocht mijn auto nieuw / als occasion.
  2. In mijn gezin zijn er zoveel auto’s: … en zoveel fietsen: … (of eventuele andere vervoermiddelen).
  3. Als ik nu op zou moeten voor mijn rijbewijs zou ik vast en zeker slagen / zakken.
  4. Het woon-/werkverkeer gaat bij mij als volgt: …
  5. Mijn rijbewijs haalde ik na zoveel keer afrijden: …
  6. Dit doe ik allemaal als ik in de file sta: …
  7. Ik heb inmiddels … bekeuringen gekregen en die kreeg ik voor: …
  8. Mijn grootste ergernis in het verkeer is: …
  9. Een band verwisselen, dat doe ik zelf wel even: ja / nee.
  10. Ik geef mezelf dit rapportcijfer voor mijn rijgedrag: …

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Rookvrije kids

Al weer een hele tijd geleden scheef ik over het feit dat Grote Zus meedeed met een onderzoek genaamd ‘Rookvrije kids‘.

Inmiddels is het onderzoek afgerond en ontving Grote Zus onlangs de laatste nieuwsbrief. Aan het programma deden 1500 kinderen/gezinnen mee. Uiteindelijk heeft 88,6% van die gezinnen alle vragenlijsten ingevuld, dus dat is een hoge (en trouwe) respons. Die vragenlijsten waren niet kort en regelmatig vrij lastig kan ik jullie vertellen.

Het doel van het onderzoek was: De meeste jongeren roken al vroeg hun eerste sigaret. Dit onderzoek test een programma dat moet voorkomen dat kinderen gaan roken. Het programma stimuleert kinderen en hun (rokende) ouders met elkaar te praten over roken. Dit gebeurt aan de hand van magazines die beide partijen kunnen doornemen. Ook krijgen ouders communicatietips. Het onderzoek meet het rookgedrag van kinderen tussen 9 en 11 jaar en de communicatie over roken gedurende drie jaar. De onderzoekers verwachten dat de kinderen die deelnemen aan het programma, minder geneigd zijn om te gaan roken dan de kinderen in de controlegroep.

Grote Zus weet, ook na afloop van het onderzoek, nog steeds 100% zeker dat ze never nooit niet gaat roken. Uit het onderzoek kwam onder andere naar voren dat van de kinderen die meededen (9-12 jaar) al 11,4% wel eens een trekje van een sigaret genomen had. Dat percentage loopt op naar 42% bij 14-jarigen! Jemig, dat vind ik veel. Ik hoop echt zo dat Grote Zus het gaat volhouden om er nooit aan te beginnen.

Ik heb zelf ook gerookt. Ik vond het in het begin vooral heel stoer en gruwelijk misselijkmakend dus toen rookte ik niet over mijn longen. Later echter begon ik het ook nog ‘ns lekker te vinden helaas. Al met al rookte ik in totaal toch wel zo’n 15 jaar denk ik. Tja …

Ik vind dat je roken moeilijk kunt verbieden. Daarbij maakt verbieden dingen veel interessanter kan ik me nog goed herinneren van vroeger. Ik hoop dat we het met wijzen op de risico’s kunnen redden. Op dit moment verwacht ik van wel. Grote Zus weet in ieder geval van haar papa hoe moeilijk het is om te stoppen met roken.

Uiteindelijk ben ik zonder al te veel moeite van het roken gekomen, maar ik had natuurlijk liever gehad dat ik er nooit aan begonnen was. Zouden de prijzen van nu jonge kinderen ervan weerhouden om te gaan roken? Ik hoop het! Sinds ruim een jaar is mijn vader gestopt met roken. Dat vind ik reuze knap omdat hij meer dan 50 jaar gerookt heeft. En nog steeds heeft hij af en toe heel veel zin in een lekker sigaretje. :-(

Hoe zit dat met jou? Ooit gerookt? Weet je nog hoe oud je was toen je begon? En rook je nu nog?

Verkeer

Verkeer staat of valt met het gedrag van mensen. We kunnen zoveel (of zo weinig) regels afspreken, drempels leggen, verkeerslichten plaatsen: als we ons niet houden aan die afspraken dan wordt het een bende.

Alweer een hele tijd geleden stond in de Kampioen dat we ons flink aan anderen kunnen ergeren als het om het rijgedrag van die ander gaat. Maar tegelijkertijd doen we het zelf ook niet altijd zo best. Zo rijdt 45% te hard op de snelweg en 23% in de bebouwde kom, halen we rechts in (28%) of rijden we onnodig links (21%). Bumperkleven schijnt zelfs 19% te doen.

Al weer heel lang geleden schreef ik een logje over hoe ik me gedraag in het verkeer en daar is weinig in gewijzigd geloof ik. Ik ben een rustige rijder die zich meestal wel aan de regels houd. En als ik bijvoorbeeld lekker ongehoorzaam 68 kilometer per uur rijd in een 60-kilometerzone dan verbaas ik me erover dat ik continu ingehaald wordt. Dáár kan ik me best aan ergeren. Wat ik dan soms doe is seinen. Zou dat seinen dan onder de norm van agressief rijgedrag vallen?

Hier in de gemeente ligt een weg waar in de laatste paar jaar helaas een aantal dodelijke slachtoffers te betreuren zijn. Je mag er 60 kilometer per uur, maar men rijdt er consequent te hard. Sinds het laatste dodelijke ongeval van eind 2012 zijn er verschillende keren snelheidscontroles gehouden. Dan rijdt consequent zo’n 35% van alle bestuurders te hard. Met als triest hoogtepunt een automobilist die 124 kilometer per uur reed. Het is verschrikkelijk dat slachtoffers vallen in het verkeer, maar helaas is het zo dat een groot deel van de ongelukken veroorzaakt wordt door ons eigen (wan)gedrag. Of het (wan)gedrag van een ander waardoor onschuldige mensen geraakt worden. Wat natuurlijk het toppunt van verschrikkelijkheid is.

Je zou ze de kost moeten geven: de mensen die klagen op de gemeente want ‘wat bedenken ze nu toch weer dat stelletje ambtenaren’, ‘en waarom nu weer een drempel/rotonde/verkeerslicht/whatever’. Het zijn vaak dezelfde mensen die vinden dat de regels niet voor hen gelden. Het zijn er ook een heleboel om te onthouden, maar ze zijn er niet voor niets. Ik blijf erbij: gedraag je in het verkeer. Dat is beter voor de ander en zeker ook voor jezelf.