Slapen

Ik ben een enorm slechte (in)slaper en dat is niet handig. Ik kan me geen andere tijden heugen trouwens: in mijn herinnering heb ik nog nooit goed geslapen. Rond mijn zestiende kreeg ik de ziekte van Pfeiffer en daar heb ik een chronisch slechte slaap aan over gehouden. Maar goed, ik heb niet het idee dat ik er echt onder lijd, onder dat slechte slapen. Daarnaast probeer ik er (en die vind ik echt heel grappig) niet al te wakker van te liggen.

Meestal lig ik zo rond 23.30-23.45 uur in bed, dan lees ik nog even en dan ga ik liggen. Eerst op mijn linkerzij, maar daar heeft mijn linkerschouder binnen niet al te lange tijd een mening over. Met andere woorden: dat vindt ie niet leuk. Maar ik lig graag op mijn linkerschouder. Daarna ga ik op mijn rechterzij liggen. Iets minder fijn vind ik dat, maar het ligt prima. Het allerliefste zou ik eigenlijk op mijn buik slapen, maar mijn fysiotherapeut heeft ooit gezegd dat slapen op de buik en de draaiing die dat aan je nek geeft niet goed is. En zeker niet in mijn geval met de continue pijn rond de borstkas. Dus ik lig wel even op mijn buik, maar nooit te lang. Als laatste draai ik dan op een gegeven moment op mijn rug.

Ik gebruik alleen een hoofdkussen als ik op mijn zij lig, als ik op mijn rug lig niet. Dat hoofdkussen duw ik dan rechtop tegen het hoofdeind van het bed. Ooit landde het toen op mijn voorhoofd en dat vond ik eigenlijk wel prettig: een beetje gewicht op mijn hoofd en een stukje van de kussensloop op mijn neus. Ik heb, zeker in de winter, immers altijd een koude neus en dat is niet tof. Dat stukje kussensloop zorgt als een klein dekentje voor een minder koude neus, een typisch gevalletje serendipity  dus eigenlijk. ;-) Het zal er ongetwijfeld best komisch uitzien: een liggende dame met een kussen op haar voorhoofd en oordoppen in.

Die oordoppen zijn echt een noodzakelijk kwaad. Zonder doe ik geen oog dicht. Dat komt omdat Mr. T. heel erg veel snurkt. En als hij niet snurkt, dan ademt hij zwaar. Voor iemand die slecht in slaap komt is dat funest. Dus slaap ik met oordoppen.

En dan begint het grote wachten tot de slaap eindelijk arriveert. Ik kan niet zeggen dat ik ergens over tob als ik niet kan slapen (uitzonderingen daargelaten), ik lig maar een beetje te liggen en te soezen. En dan, als ik geluk heb, val ik binnen het uur in slaap. Maar het komt ook vaak voor dat ik het nog ruim na één uur zie worden.

In de periode dat ik er nog wel mee zat dat ik slecht (in)slaap heb ik van alles geprobeerd om maar sneller in slaap te komen. Allemaal zonder resultaat. En dus heb ik me er maar bij neergelegd dat het nu eenmaal zo is. Daarbij functioneer ik prima met het aantal uren slaap dat ik heb.

Hoe zit het met jou? Gemakkelijke slaper? En hoeveel uur per nacht slaap je?

Schuiven

Als kind was ik gek op het steeds maar weer opnieuw inrichten van mijn slaapkamer. In mijn ouderlijk huis heb ik in drie verschillende slaapkamers geslapen. Een piepklein kamertje (waarin dus weinig te schuiven viel), een grotere kamer (waarin het heel goed schuiven was) en een loei van een kamer van (ik geloof) 5 bij 5 meter. Een waar schuifwalhalla was dat dus.

Die laatste kamer was eerder de speelkamer voor mijn broer en mij en bevond zich achter de garage. Ik sliep in die tijd dus beneden. Met zeer grote regelmaat werd er door mij met het meubilair geschoven en gelukkig hadden mijn ouders daar -in mijn herinnering- weinig problemen mee. Al konden ze me wel ‘ns uitlachen als ik alweer mijn kamer veranderd had.

Tot hun grote verdriet hebben zowel Grote als Kleine Zus piepkleine slaapkamers. Daarnaast bevindt zich in de slaapkamer van Kleine Zus ook nog de trap naar de zolder. Veel schuifmogelijkheden zijn er dus niet.

En dat zinde Kleine Zus dus echt helemaal niet. Ze wilde zo, zo, zo graag een keer iets anders. Nou, dat anders is er uiteindelijk gekomen. Haar bed staat nu midden in de kamer en er is nog maar weinig vrije ruimte. Maar, ze heeft nu wel een superleuk hoekje onder de trap en ze is er dolgelukkig mee. ‘Ik maak zelf mijn bed wel op mama’, beargumenteerde ze toen ik zei dat het verschonen van het bed nu toch wel een beetje lastig wordt en echt, die blije snoet, maakte dat ik dat onhandige verschonen gewoon voor lief neem nu. Ik ben benieuwd hoe lang het meubilair op deze manier blijft staan.

kr

Borgen en Hemelvaart

Ik ben fan van ‘Borgen‘. Ik vind het een prachtige serie en kijk er met erg veel plezier naar. Toen ik laatst dan ook vernam dat er ook een boek over de serie verschenen was wilde ik dat graag lezen. Borgen gaat over Birgitte Nyborg, een Deense politica die redelijk onverwachts minister-president wordt en de gevolgen die dat voor haar (en haar gezin) heeft. Het is prachtige tv. En nu was er dan het boek.

Ook het boek heb ik met veel plezier gelezen omdat de karakters wat meer uitgediept worden, al heeft de serie toch mijn voorkeur. Wat ik wel erg fijn vind aan het boek is dat je sommige dingen nog terug kunt lezen. Dingen waar ik het van harte mee eens ben. Zaken ook die de spindoctor van Birgitte in zijn toespraken verweeft en tja, dat zal wel een gevalletje beroepsdeformatie zijn. Zoals dit fragment:

Velen hebben de wens van het kabinet om de ontwikkelingsgelden te verdubbelen bekritiseerd. Ze hadden het geld liever voor onszelf gebruikt. Misschien mag ik het met een simpele rekensom uitleggen? zelfs midden in deze financiële crisis behoort Denemarken nog steeds tot de tien rijkste landen van de wereld. Wat wil dat zeggen? We kunnen eens gaan rekenen in kinderen in plaats van in geld. Als er in Denemarken duizend kinderen worden geboren, overlijden er vijf. In Afghanistan overlijden er 257. Het is een ongelijkheid die mensen wanhopig maakt, die oorlogen veroorzaakt en die een voedingsbodem voor terrorisme vormt. 

Of dit fragment:

We kunnen elkaar steunen. We kunnen voor elkaar klaarstaan. We zijn dat alleen vergeten, omdat iedereen recht heeft op een mooie keuken, een leuk gezin, een nieuwe auto, een boot. We hebben lang in een wereld geleefd waarin iedereen te allen tijde zijn eigen geluk kon najagen en waarin we ons onheus bejegend voelden als dat niet lukte. Misschien wordt het tijd dat we onder ogen zien dat je niet alles kunt hebben.

Een tweede boek dat ik laatst las was ‘Hemelvaart‘ van Judith Koelemeijer. Waar gaat dit boek over?

Zomer 1985. Zes meisjes vieren vakantie op de Griekse eilanden. Ze hebben net eindexamen gedaan en het leven lijkt één grote belofte. Totdat er de laatste nacht een ongeluk gebeurt. Met vijf meiden, zes rugzakken en een doodskist keren ze naar huis terug. Judith Koelemeijer was één van hen. In haar eerste autobiografische boek ontrafelt ze dit dramatische verhaal uit haar jeugd. Hoe kon ze haar vriendin Annette zo plotseling verliezen? De zoektocht voert haar terug naar Paros, naar de ouders van Annette, de vriendinnen van vroeger en de Duitse jongens die bij het ongeluk betrokken waren. Wat deed de dood van Annette met hún leven? En waarom lopen hun herinneringen aan die fatale nacht zo uiteen? Hemelvaart is een aangrijpend verhaal over vriendschap, schuld en de pijn van het volwassen worden.

Ik vond het, ondanks het feit dat het over een heel tragische geschiedenis gaat, geen sterk boek. Maar wat me vooral van dit boek bijblijft is het feit dat een gebeurtenis op zoveel verschillende manieren is ‘gezien’. Dat zoveel mensen hun eigen versie van de waarheid hadden. Dat Koelemeijer uiteindelijk het boek heeft geschreven begrijp ik, een dergelijke gebeurtenis heeft immers een immense impact op je verdere leven en ik begrijp dat je daarmee zo goed mogelijk in het reine wilt komen.
b hv
Naar welk boek zou jouw voorkeur uitgaan?

Slakken

Als ik iets ieuw en ieks vind dan zijn het wel (naakt)slakken. Ooit ben ik ’s nachts op zo’n bloot exemplaar gaan staan en dat gevoel en geluid herinner ik me nog. Gelukkig had ik toen wel schoenen aan!

Nou hebben slakken heus wel nut (zegt men) omdat ze rottend afval en dood blad oppeuzelen en zijn ze in de voedselketen voor een aantal andere soorten weer een lekker hapje, maar ik vraag me dan toch vooral af waarom ze dan ook nog aan (met name) mijn hosta’s knabbelen!

Op internet las ik dat slakken van bier houden dus bedachten we dat we maar potjes met bier moesten begraven. Ha, een succes! En wat een prachtige dood. Dat vond een spitsmuisje ook, want die vonden wij, liederlijk verdronken, ook terug in een potje. Maar goed, heel erg consequent zijn wij dan ook weer niet. Zo’n potje bier moet je leegmaken en weer vullen en dat vergeten we en zo komt er van de slakkenbestrijding niet veel terecht.

Wat wel een enorme doorn in mijn oog is, is dat de hosta’s er werkelijk waar niet uitzien! Van de eens zo mooie planten waren deze zomer nog maar zielige exemplaren met nauwelijks bloemen over en ik vond dat we daar iets aan moesten doen. Nou, dat pakten we radicaal aan. Mr. T. verwijderde de hosta’s (in het eerste plantenvak) en we planten binnenkort op die plek wat nieuwe bodembedekkers. Hopelijk slaan die aan en ziet het er komende lente/zomer weer veel beter uit. Nu moet ik alleen nog wel uitzoeken welke bodembedekkers door slakken absoluut niet ‘geliket’ worden.

#50 Books no. 4

Na serie 1, 2 en 3 volgt nu de vierde serie vragen over boeken.

  1. Hoe belangrijk is de eerste zin van een boek en welke goede voorbeelden ken je?
  2. Ga je door het lezen van literatuur de wereld beter begrijpen?
  3. Kunnen we met online publiceren iets van de oude vertelkunst terugkrijgen die verloren is gegaan met de boekdrukkunst?
  4. Leg je ook wel eens een boek (en welke dan?) opzij voor het juiste moment?
  5. Wat is jouw favoriete sportboek?
  6. Heb je ook (een) gesigneerd boek(en) met een speciaal verhaal?
  7. Wat spreekt je meer aan, het afgeronde verhaal of het open einde?
  8. Wat vind je van auteurs die ook onder pseudoniem publiceren?
  9. Hoe hoog scoor jij op de schaal van boeksnob, en wat zegt dat?
  10. Ben je bekend met en/of doe je mee aan enige vorm van boekenruil?

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Zwarte pieten

Hoe ik over de hele zwarte piet discussie denk heb ik al in een eerder logje laten weten en eigenlijk wilde ik er verder weinig woorden meer aan vuil maken. Maar hé, dat gaat dus echt niet meer lukken. De hele discussie over zwarte piet is volgens mij iedereen boven het hoofd gegroeid en eerlijk gezegd ben ik daar gewoon verdrietig van. Dat zo’n mooi feest in zo’n akelige situatie beland is.

Ik denk echt dat Quinsy Gario en de zijnen er flink naast zitten als ze menen dat de manier waarop momenteel sinterklaas gevierd wordt discriminerend is. Hoezo ‘de openlijke discriminatie leidt tot weerzin’. Waar dan? Welke openlijke discriminatie? Ben ik dan zo dom dat ik dat niet zie?

De meningen over de herkomst van zwarte piet verschillen en zullen wellicht in een ver verleden enige smet gekend hebben, maar noem mij één kind dat door louter het vieren van het sinterklaasfeest een racist is geworden. Noem mij één kind dat denkt ‘oh, die piet is zwart, dat zal wel een minderwaardig mens zijn’. Die zijn er toch niet? Het zijn de volwassenen die op dat soort ingewikkelde manieren denken.

In eerste instantie vond ik het allemaal nog best wel grappig ook, ik heb moeten lachen om de meest treffende plaatjes en teksten die op twitter en facebook langskwamen. Het is toch ook heerlijk dat we ons druk kunnen maken om zoiets ‘futiels’. Maar inmiddels is dat futiele er al lang af. Zelfs de VN bemoeit zich met de kwestie en dat deden ze in mijn ogen niet heel handig.

Weet je wat mij in dit hele gedoe het meeste verdriet doet? De ontzettend harde, ongenuanceerde reacties die sommige voorstanders van zwarte piet menen te moeten gebruiken om hun woorden kracht bij te zetten. Ik begrijp dat niet. Ik vind het suf en stom en dom en beangstigend ook nog, al die agressie in mensen. Kom met goede argumenten waarom je vindt dat iets is zoals het is en schoffeer anderen niet. En als je geen goede argumenten hebt, zwijg dan. Kom niet met ‘blijf met je poten van onze cultuur af’ of ‘rot maar op naar je eigen land’ of om het even welke andere totaal ongenuanceerde, botte of kwetsende opmerking.

Wat mij ook verdriet doet is zeer treffend verwoord in onderstaand plaatje. En daar wil ik het verder even bij laten.
231013

Kleine Zus behoort sinds enige maanden niet meer tot de gelovigen, maar ze krijgt uiteraard wel het een en ander mee van de hele toestand en vraagt dan ook wat er nu precies aan de hand is. Als ik dan uit probeer (het ís toch ook bijna niet uit te leggen aan een kind!) te leggen waarom sommige mensen vinden dat zwarte piet niet meer bij het sinterklaasfeest mag horen, dan begrijpt zij daar werkelijk helemaal niets van. Want: zwarte piet is toch hartstikke lief en grappig en goed en mooi en …

Kleine Zus die, net als 99,9% van haar ‘soortgenoten’ zich totaal niet druk maakt over vermeende discriminatie en racisme heeft het al weken gehad over het trekken van de surpriselootjes. Want ja, surprise dat hoort er bij als je het grote geheim kent, en afgelopen dinsdag hebben we dan eindelijk die lootjes getrokken. We zullen heus wel een gezellige pakjesavond vieren in december, maar er zit dit jaar voor mij wel een behoorlijke smet op. Mijn mooie, pure, óngelovige dochter echter verheugt zich gelukkig gewoon enorm op het komende sinterklaasfeest.

Eikels

Ik vind het ongelooflijk. Er is zoveel ruimte om naast mij te vallen en wat doen ze, die verdraaide eikels, ze vallen gewoon op mij als ik op de fiets richting werk ga! En iedere keer opnieuw schrik ik behoorlijk al valt dat op de fiets nog wel mee. Als je in de auto zit en er valt ineens met een luide boink een eikel op je auto, dat is pas echt schrikken.

Maar goed, daar wil ik het eigenlijk helemaal niet over hebben. Het fijne van dit jaargetijde is namelijk dat er weer verse walnoten zijn. En ik ♥ walnoten. Heel erg veel. Dus momenteel ligt er een voorraad walnoten te drogen op de zolder.

Waar ik ook van houd zijn verse tamme kastanjes. Heerlijk! Een boom bij de, binnenkort te slopen, bejaardenwoningen (maar daarin wonen heel zeldzame vleermuizen dus dat slopen laat op zich wachten waardoor het pand er zeer verloederd bijstaat momenteel) heeft dit jaar voor veel tamme kastanjes gezorgd. Het is wel een beetje boel jammer dat de boom achter de sloophekken staat, dus het is lastig om te rapen. Kleine Zus echter ging vorige week met een plastic tas op pad en bracht er toch een stuk of 25 mee naar huis. Jammie!

Ik weet nog dat Grote Zus vorig jaar vol enthousiasme een tamme kastanje door midden beet en dat er toen een wormpje in zat. Oh gruwel ende ieks in het kwadraat! Grote Zus wil nu dus haar kastanjes minimaal in vieren gehakt zien voordat ze ze naar binnen werkt.

Ook heerlijk: verschillende noten door elkaar heen. En dan liefst van de markt en dan liefst als Mr. T. en ik een weekendje weg zijn om ze vervolgens op de hotelkamer op te peuzelen! Daar zou je mij bijna voor wakker kunnen maken ’s nachts. Bijna.

Waar kunnen ze jou eigenlijk voor wakker maken?