Trap

Ik heb het sindsdien al meerdere malen voor me gezien. De smak die ze maakt. En dat terwijl ik het niet eens gezien heb! Ik heb het wel gehóórd. De smak die ze maakte. En ik hoorde haar huilen. Wat zeg ik: gillen en krijsen. Een geluk bij een ongeluk, hoe raar dat ook klinkt. Want stel dat ik haar niet zou hebben horen huilen …

Afgelopen woensdag. Ik sta op het punt om te gaan koken. Het is nog vroeg, 16.45 uur ongeveer, maar Kleine Zus moet om 18.00 uur op het trainingsveld zijn dus het is wel fijn als ze dan haar warme prakkie al op heeft. Kleine Zus gaat naar boven om haar voetbalspullen te pakken. Ze loopt de trap naar de zolder op, pakt haar trainingsbroek van de waslijn, en gaat weer naar haar slaapkamer waar ze haar trainingsbroek aantrekt. ‘Hè domkop’, denkt ze (zo zegt ze het later zelf): ‘nou ben je je voetbalsokken vergeten’. Ze trippelt weer naar boven, pakt haar voetbalsokken van de waslijn en sluit de deur naar de zolder en … valt van boven naar beneden de trap af.

Ik sta beneden de knoflookteentjes te pellen als ik haar hoor vallen en ren de trap op en ben bang voor wat ik aan zal treffen. Durf eigenlijk haar slaapkamer niet eens binnen. Ach, wat huilt/gilt ze, hartverscheurend hard.

Ik zie haar opgefrommeld zitten tussen de trap en de verwarming. Haar snoetje onder het bloed en de snot. Het geluid dat ze maakt gaat door merg en been. Ik probeer haar zachtjes op te tillen (is dat slim?) maar ik kan anders niet bij haar komen. Nee, nee, dat wil ze niet, ‘ik heb zohoon pijhijn mahama’ roept ze en ze snikt en ze snikt. Ik zie op het eerste oog geen akelige botbreuken maar wel al dat bloed en wat ziet dat er toch akelig uit altijd. Zo voorzichtig mogelijk til ik haar op en neem haar op schoot. Ze huilt en ze huilt, haar kinnetje trilt, haar tanden klapperen, haar ogen zijn dicht. Het bloed komt van een enorme bloedneus zie ik. En nu?

Redding is nabij in de vorm van Grote Zus die net de inrit opfietste toen haar kleine zus haar smak maakte (en beneden op de inrit ook hoorde hoe ze viel). Ze komt naar boven gerend en haalt een washandje voor het bloeden. Dat haalt niets uit, hij is meteen doorweekt. Dan een handdoek. Ik probeer Kleine Zus te kalmeren maar dat lukt helemaal niet. Dat het niet lukt laat zien hoe erg Kleine Zus geschrokken is en hoeveel pijn ze heeft. De bloedneus blijft maar bloeden en het klapperen van haar tanden lijkt nog erger te worden. haar ogen wil ze absoluut niet open doen. ‘Ik heb zohoon pijhijn mahama’ blijft ze maar murmelen.

Grote Zus haalt de telefoon en ik bel de huisarts. Hij is er nog en me mogen voor de zekerheid meteen even komen. Zachtjes loop ik met het huilende meisje de trap af. De handdoek tegen het bloeden om haar heen gedrapeerd. Ik zie dat mijn kleren ook onder het bloed zitten. Grote Zus belt intussen papa.

Ik trek Kleine Zus heel voorzichtig een jas aan en steek haar voeten in een paar crocks (afzichtelijke dingen, maar wel erg gemakkelijk nu) en we stappen in de auto. Ze huilt nog steeds al is het iets minder. Het klappertanden blijft en ze blijft haar ogen gesloten houden. ‘Ik heb zohoon pijhijn mahama!’. Ik vind het verschrikkelijk: haar zo te zien en niets te kunnen doen.

We zijn gelukkig vrij snel bij de huisarts. Ze onderzoekt Kleine Zus en stelt haar vragen. Het blijkt dat ze stukken kwijt is van wat er gebeurd is. Zo weet ze helemaal niet dat haar grote zus geholpen heeft. Ze blijft huilen. De huisarts verwacht geen heel grote schade maar we krijgen wel een wekadvies mee: we moeten haar als ze naar bed gaat elk uur wekken en dan moet ze goed reageren. Verder mag ze een pilletje tegen de pijn.

Kleine Zus en ik stappen weer de auto in en rijden zo snel mogelijk naar huis. Wat zijn drempels dan een verschrikking zeg! Als we thuis zijn huilt het meisje nog steeds. Ik leg haar op de bank en los een paracetamol op in water. Ze drinkt het glas leeg (vies!) en gaat liggen. Een koud en nat washandje op haar hoofd verlicht de pijn een beetje. Nog steeds huilt ze en trilt ze. Ik probeer haar te troosten en langzaam maar zeker lukt dat. Langzaam sukkelt ze in slaap. Ik blijf even bij haar zitten, maar dan roept de plicht toch echt: koken.

Als het eten bijna klaar is (het is dan inmiddels al 18.45 uur) komt Mr. T. thuis. Ik ben altijd al blij als hij thuiskomt, maar nu nog een tandje extra. Kleine Zus wordt wakker en wil toch wat eten. Ze komt bij ons aan tafel zitten en eet wat. Ze ziet er niet uit, haar shirt onder de bloedvlekken, bloed op haar armen (van haar snoet had ik het al weggewassen). Gelukkig is ze goed aanspreekbaar en ik verbaas me erover hoe goed ze nu is in vergelijking tot een uurtje geleden al zie ik dat ze heel, heel moe is van alles wat ze mee heeft gemaakt.

Na het eten komen oma en opa even kijken. Dat helpt natuurlijk altijd! En rond acht uur brengen we haar naar bed. Omdat ze elk uur gewekt moet worden mag ze tussen ons inliggen. Heerlijk zo’n breed bed, er is plek genoeg. Als ik haar de eerste keer wek en vraag hoe ze heet antwoordt ze ‘Amber’. Dat herhaalt ze nog twee keer. Oei denk ik. Als ik haar vraag wie ik ben antwoordt ze ‘iemand’. Oei, denk ik nog een keer. Als ik haar dan vraag hoe ik heet zegt ze gelukkig mijn naam. Dat wekken ieder uur doe ik tot een uur of twaalf. Daarna is Mr. T. aan de beurt want ik vermoed dat ik, moeilijke inslaper die ik ben, anders helemaal niet aan mijn slaap toekom. Nou, dat kom ik sowieso niet. Wat een k-nacht zeg. Maar gelukkig is Kleine Zus ieder uur goed aanspreekbaar.

‘s Ochtends vraag ik aan haar of ze naar school wil. Dat wil ze echt niet en dat hoeft dan natuurlijk ook niet. Als ik haar vraag of ze wil dat ik thuis blijf of dat ik oma zal vragen om te komen zegt ze dat ik best mag gaan werken en dat ze het fijn vindt als oma komt. Zo gezegd zo gedaan. Oma komt en samen met oma keutelt Kleine Zus de dag door. Het gaat boven verwachting goed met haar en als ik wat eerder uit mijn werk thuiskom zit ze gezellig met oma te tekenen. Ze laat me haar blauwe plekken zien en vertelt dat ze nog wel wat hoofdpijn heeft. Maar verder is ze gewoon weer haar heerlijke zelf. Man, wat houd ik van dat meiske!

Bij het naar bed gaan vertelt ze dat ze de volgende dag gewoon weer naar school wil en wat ben ik blij met dat zinnetje. Wat heeft mijn meiske geluk gehad!

Sinds afgelopen woensdagavond heb ik haar meerdere malen zien vallen. In gedachten, want ik zág haar niet vallen. Ik wist niet dat liefde zo kwetsbaar maakt.

Vier op een rij

Maar even vier boeken op een rijtje, want anders raak ik wel erg in de knoei met mijn boekenlogjes.

Als eerste las ik ‘Incognito‘ van Henk Rijks. Waar gaat dit boek over?

Voormalig tieneridool Jimmy Hauser is drieëndertig en wereldberoemd, maar bovenal diep ongelukkig. Daar verandert een toppositie in de Forbes-lijst van bestverdienende entertainers niets aan. Verstoken van inspiratie, maar op de huid gezeten door fans, managers en paparazzi beziet hij de echte wereld slechts vanaf het podium. Dan krijgt hij het aanbod om tegen betaling een normaal leven te leiden, een zomermaand lang, in Amsterdam, anoniem en gegarandeerd paparazzivrij. Met de ogen van een wolfskind verkent hij aarzelend de wereld om zich heen. En dan, als hij weer terug moet naar zijn bestaan als wereldster, gebeuren er dingen die zijn leven en carrière blijvend zullen veranderen.  Incognito is een met vaart geschreven roman over de tol van de roem, over het verschil tussen erkenning en liefde en over een zoektocht naar autonomie.

Ik vond dit een geweldig boek, vol vaart geschreven en een erg leuk thema. Jimmy Hauser is tegelijkertijd sympathiek en niet-sympathiek maar je gunt hem toch het allerbeste. De beschrijvingen van ‘ons’ Nederlanders, daar werd ik tegelijkertijd niet zo heel vrolijk van. Zijn wij echt zo’n chagrijnig, ongeduldig en naar volk?

* * *

En dan was daar ‘Jouw gezicht zal het laatste zijn‘ van João Ricardo Pedro. Waar gaat dit boek over?

Augusto Mendes is een welgestelde dokter, die tijdens de dictatuur van Salazar de stad verlaat om in een ver en afgelegen dorp te gaan wonen, niemand weet waarom. Zijn zoon Antonio Mendes komt getraumatiseerd terug van de oorlog in Angola, waar hij twee keer naartoe is gestuurd. Dan komt diens zoon Duarte Mendes, de eigenlijke hoofdpersoon, een begenadigd pianist   die de muziek helemaal de rug toekeert. Hij beseft dat ook hij is aangeraakt door deze beladen familiegeschiedenis, en dat hij degene is die het een plek moet geven. Een buitengewoon intens en poëtisch verhaal over drie generaties van een Portugese familie.

Al vind ik het thema van dit boek ontzettend interessant ik vond het vooral een heel warrig verhaal. Echt heel warrig met ellenlange zinnen die je af en toe dwingen weer opnieuw te beginnen met lezen. Wat te denken van een zin als:

Noch dat haar jeugd bruut was onderbroken door de moord op haar vader, een prominent lid van de Tsjechoslowaakse communistische partij, die ondanks zijn vriendelijke, verzoenende aard en het feit dat hij nooit al te veel politieke ambities had getoond, niet ontkwam aan een van de vele zuiveringen waarmee het regime zich om de zoveel tijd opschoonde’ of

‘Al verwees hij daarmee niet naar zijn verleden als beul, niet naar de geregeld oplaaiende machtsstrijd die kenmerkend was voor oligarchische regimes, maar naar het feit dat hij sinds de val van de Muur slechts een vijfde deel van het jaar bij zijn familie doorbracht, terwijl de andere vier vijfde delen versleten werden in vliegtuigen en hotelkamers, vol doodsaaie vergaderingen met bankiers en cementfabrikanten’.

Ik heb het boek wel uitgelezen (het was niet zo heel dik), maar het zal wel weer echte literatuur zijn die mij niet echt kan bekoren.

* * *

Het derde boek is ‘Wintergast‘ van Jet van Vuuren. Waar gaat dit boek dan over?

Het is bijna kerstvakantie en Bea Versluis is moe. Moe van haar werk in het onderwijs en moe van haar man. Als een aangetrouwde neef haar vraagt of ze de kerstdagen bij hem en zijn familie komt doorbrengen, aarzelt Bea geen moment. Hoewel ze tot dan toe amper contact met hen heeft gehad, pakt ze haar koffers en vertrekt ze zonder echtgenoot. Onderweg naar de herenboerderij van de neef strandt ze echter met haar auto in een dichte sneeuwstorm. Als de neef haar daarna oppikt zal ze zonder eigen vervoer de rest van de vakantie in het huis van de onbekende familie moeten doorbrengen. Een huis dat niet alleen ver van de bewoonde wereld ligt, maar ook geheimen herbergt. Ingesneeuwd en geïsoleerd stuit Bea op een verschrikkelijk familiegeheim dat niet voor haar bestemd is. Dan merkt ze dat haar sprookjesachtige droom van een fijne kerst in een warme familiekring uit elkaar dreigt te spatten. Niet alleen wordt haar de welverdiende rust ontnomen, maar begint het langdurige slaapgebrek ook bezit van haar te nemen. Wat is nog werkelijkheid en wat is droom?

Hier kan ik echt heel kort over zijn. Wat een slecht boek. Rommelig, slordige schrijfstijl, chaotisch. Sorry Jet, ik vond je boek echt niet veel soeps al las ik het wel helemaal uit, maar hé, ik lees snel en in een geval als dit boek sla ik ook hele stukken over.

* * *

En dan boek nummer vier: Doodskruid van Anna Jansson. Waar gaat dit boek dan over?

De echtgenoot van Rosmarie Haag is verdwenen. Voor de politie van Kronviken is dat nog geen reden om zich overhaast in een onderzoek te storten. Inspecteur Maria Wern raakt echter gefascineerd door de beeldschone vrouw. Rosmarie blijkt jarenlang door haar man mishandeld te zijn en gaat niet erg gebukt onder zijn afwezigheid. Is er sprake van een ordinaire huwelijkscrisis? Her lijkt er wel op, maar Maria Wern vermoedt dat er meer aan de hand is. De hete zomerweken die volgen, doen Kronviken ontvlammen.

Ik las al eerder een boek van haar (met dezelfde hoofdpersoon) en vond dat toen vooral ‘rommelig’. Dat vond ik ook van dit boek. Het is nogal hak-op-de-takkerig, maar tegelijkertijd ook best wel spannend. Het lukt Jansson echter om haar boek zo te schrijven dat je toch wel erg graag wilt weten wat er nu precies allemaal gebeurd is daar in dat normaal zo rustige dorpje en wie al die doden op zijn of haar geweten heeft.

Naar welk boek zou jouw voorkeur uitgaan?

DSC_0176 DSC_0177

DSC_0180 DSC_0183

Maak uw keuze (3)

Er waren toch wel wat mensen die zich afvroegen of ik nou nooit meer vragenlijstjes zou plaatsen. Ja wel hoor. Tuurlijk wel.  Dus, vandaag gewoon weer een vrijdags-vragenlijstje. Doe je mee?

  1. dorp of stad
  2. zonnebloem of roos
  3. wintersport of zonvakantie
  4. carnaval of krokusvakantie
  5. De wereld draait door of RTL Late night
  6. gekookt ei of gebakken ei
  7. De vrienden van Amstel live of Symphonica in Rosso
  8. heel koud winterweer (en dan écht héél koud winterweer, Elfstedentochtwinterweer zeg maar) of kwakkel winterweer
  9. Landelijk dagblad of regionale krant
  10. e-reader of echte boeken

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Tapas

Nou schijnt tapas van oorsprong typisch Spaans te zijn en de tapas waar ik het hier over ga hebben in totaal niets op die oorspronkelijke Spaanse hapjes te lijken, maar hé, het heet nu eenmaal zo. Tapas dus. Afgelopen zaterdag aten we met ons ‘maandagavond-kaart-clubje-inclusief-aanhang’ tapas in een gezellig restaurant. Dat het er heet was, daar ga ik het nu maar even niet over hebben, maar pfffft wat wás het daar héét! Of zou dat aan mijn wollen jurkje gelegen hebben en de open haard die op een paar meters van ons gezellig stond te branden?

Inmiddels was het de zoveelste keer dat ik van dat concept (onbeperkt tapas eten, per gang 2 gerechtjes kiezen) mocht genieten en ik moet zeggen, los van het feit dat ik mijn keuzes bijna altijd heerlijk vind, dat ik er ook wel een beetje klaar mee ben. Want: ik eet toch altijd te veel. En dat, dat vind ik eigenlijk dan toch weer niet heel handig. Nou is het zo dat ik best op tijd aan de rem trek, maar ik geloof dat mijn maag en/of darmen daar dan toch uiteindelijk net weer wat anders over denken. Want jemig, wat kan ik, in een mum van tijd, echt enorme buikpijn krijgen. :-( Niet leuk en helemaal niet fijn natuurlijk.

Wat ik eigenlijk steeds meer waardeer aan uit eten is:

  1. het -meestal- goede gezelschap,
  2. het -bij voorkeur-  avondvullend tafelen en
  3. de -bijna altijd- heerlijke rode wijn die geschonken wordt.

Laatst at ik met Mr. T., mijn ouders en mijn broer en zijn partner op een heel bijzondere locatie en aan alle voorwaarden werd voldaan inclusief het feit dat we daar een 4 gangen verrassingsmenu bestelden dat:

  1. ontzettend lekker was én
  2. waarin de porties precies de juiste grootte hadden!

Kortom, wat wil een mens nog meer?

Wat is jouw favoriete soort ‘uit-etentje’, wat heb je het liefste op het menu en wat drink je er dan bij voorkeur bij?

True or not true, that’s the question.

Als Grote Zus iets op internet ziet staan, dan is het waar. Als Grote Zus een berichtje binnenkrijgt via twitter of whatsapp, dan is het waar. Als Grote Zus iets op tv ziet, dan is het waar. Nou zou ik dus kunnen vinden dat Grote Zus erg goedgelovig is, maar het lijkt me dat dat wat kort door de bocht is. En daarbij: je moet als kind toch eigenlijk nog kunnen vertrouwen op de waarheid nietwaar?

Ik probeer Grote Zus daarom wel wat te sturen. Ik zeg haar dat ze gezond kritisch mag zijn en dat ze zeker niet zonder meer alles moet geloven. Maar ik zeg haar ook dat ik helemaal begrijp dat het af en toe zo ontzettend moeilijk is om in deze snelle maatschappij waar van onwaar te herkennen en om je eigen mening te vormen, los van dat wat je op internet/tv/je smartphone allemaal ziet/hoort/leest. En los van wat de groep denkt te weten. Ook dat nog. Verdraaide moeilijk is dat.

Zelf vind ik het vaak ook erg moeilijk om waar van onwaar te scheiden. De gekte die (social) media af en toe te weeg brengt en het (doelbewust) verdraaien van de waarheid maakt dat je alle kanten opgeslingerd kunt worden.

Gisteren werd er op twitter een foto geretweet van een Syrisch jongetje dat tussen de twee graven van zijn ouders lag te slapen. Een heel aangrijpende foto:
pwas.

Maar wat bleek: niets van waar. De foto was onderdeel van een kunstproject, iemand had de betreffende foto ‘geleend’ en er het labeltje ‘Syrische jongen slaapt tussen zijn ouders’ aangehangen en de foto vervolgens via social media verspreid: een ware hoax dus. Tenminste, dat moeten we nu dus maar geloven zoals hier en hier wordt geschreven. Al wordt dat geloven wel wat gemakkelijker gemaakt door de foto die ook getoond werd:
ho-2.

Los van het feit dat er verschrikkelijke dingen gebeuren in Syrië (en vele andere delen van de wereld) en dat dat uiteraard ook aan de wereld getoond moet worden, vind ik het door zulke zaken af en toe verdraaide moeilijk om te ontdekken wat er nu wel of niet waar is. En om vervolgens een gefundeerde mening te vormen.

Tegelijkertijd denk ik dat dat eigenlijk voor alles geldt wat je niet uit de eerste hand meemaakt (als je ook in dat geval überhaupt een gefundeerde mening kunt vormen).  In 2006 schreef ik al dat ik de ‘macht van de media‘ af en toe doodeng vindt. Inmiddels zijn er sinds die tijd miljoenen ‘journalisten’ bijgekomen die op social media hun waarheid (gemeend, ongemeend, opruiend of wat de achterliggende gedachte ook mag zijn) verkondingen waarmee het dus steeds moeilijker voor iemand wordt om ‘de eigen waarheid te bepalen.

De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje

Inmiddels bijna drie jaar geleden las ik het buitengewoon bijzondere boek ‘De 100-jarige die uit het raam klom en verdween‘ en ik heb destijds van iedere pagina gesmuld. Wat een geweldig boek!

Mijn verwachtingen waren dan ook hoog gespannen toen bleek dat Jonas Jonasson een nieuw boek had geschreven. Een boek met wederom een bizarre titel: ‘De zonderlinge avonturen van het geniale bommenmeisje‘. Waar gaat dit boek over?

Atoombommen, Mossad en Zweedse politie, een drankzuchtige ingenieur, een kussenfabriek, een kist antilopevlees, een domme, impulsieve broer: Jonas Jonasson mengt deze ingrediënten – en nog veel meer – onnavolgbaar door elkaar tot een verhaal dat vooral géén gewoon verhaal wil zijn. In hoog tempo volgen de verwikkelingen elkaar op en in voortvarendheid en slimheid doen Nombeko en Holger 2 niet onder voor de 100-jarige Alan uit De 100-jarige man die uit het raam klom en verdween.

Ik heb zo enorm genoten van dit boek. Ik ben er helemaal lyrisch over, het zit geniaal in elkaar en is tegelijkertijd te absurd voor woorden. Maar man, man wat is het leuk om een boek te lezen dat op elke bladzijde minstens één keer een glimlach op je gezicht tovert. Ik zou heel veel over dit boek kunnen schrijven, maar echt: je moet het gewoon lezen. Je mist echt een pareltje als je dat niet doet! Dus, gewoon luisteren naar Mrs. T. en lezen dat boek! En laat mij dan ook even weten wat jij er van vond.

dzavhgb (2)