Ochtendritueel

Mammalien blogde al weer een hele tijd geleden over haar bad mama day en vroeg aan het einde van haar logje ‘hoe zit jullie ochtendritueel eruit?’. Nou, dat zal ik hier ‘ns even vertellen. Eerlijk gezegd heeft mijn ochtendritueel niet zo heel veel om het lijf. Op werkdagen gaat de wekker zo rond 7.00 uur en na een of twee keer snoozen kom ik dan uit bed om richting badkamer te gaan. Daar bezoek ik als eerste het toilet en daarna wassen en mijn hoofd onder de kraan. Dat moet wel, want mijn korte haar is na een nacht slapen totaal ontploft en alleen weer enigszins in model (voor zover er een model inzit) te krijgen als het nat is. Haar afdrogen en met de handen fatsoeneren. Tanden poetsen. Aankleden, deo en geurtje op. Naar beneden.

Intussen scharrelt De Scholier ook rond en, afhankelijk van hoe laat ze moet beginnen, geldt dat ook voor De Student. Het is wel vrij stil want wij houden alle drie niet heel erg van veel gedoe ‘s ochtends. Ieder doet zijn ding dus. Heerlijk!

Beneden zet ik de koffiemachine aan en maak een heerlijk bakje koffie en ik ontbijt bijna altijd met yoghurt/roeryoghurt met notencruesli. Terwijl ik ontbijt speel ik wordfeud, lees het laatste nieuws en ben dus stilletjes. Dat geldt ook voor De Scholier en, nog steeds afhankelijk van hoe laat ze moet beginnen, De Student. De meiden zorgen zelf voor hun ontbijt als ik thuis ben. Op maandag wordt De Scholier nog steeds verwend want dan doet Mr. T. dat voor haar en op dinsdag oma als die er is. Mmm, misschien best suf dat ik dat niet doe. Alhoewel, ik heb het de eerste jaren van hun leven dus echt wel gedaan … ;-)

Op een werkdag vertrek ik rond 7.45 uur naar het werk maar eerst doe ik lippenstift op (en zeg nu zelf, lippenstift met zo’n naam, die moet wel geweldig zijn!). Zoals je ziet zit er tussen opstaan en vertrek ongeveer een half uurtje en dat is meer dan genoeg.

Op een niet werkdag gaat de wekker later want De Scholier hoeft pas om 8,15 uur naar school dus waarom dan zo vroeg opstaan? Da’s nergens voor nodig. Op zaterdag zet ik de wekker meestal rond 8.30 uur en op zondag rond 9.00 of 9.30 uur. Echt uitslapen lukt me niet meer en dat is best suf omdat inslapen altijd heel lang duurt. Dus als ik een feestje heb en laat naar bed ben, dan duurt het nog altijd een hele tijd voordat ik echt slaap. En na zo’n korte nacht heb ik, je begrijpt het ongetwijfeld al, al helemaal geen behoefte aan geklets rondom me. Maar om het nou een ochtendhumeur te noemen, dat gaat denk ik toch wel weer een beetje te ver.

Hoe zit het met jou: meteen helemaal vrolijk en trappelend om aan de dag te beginnen of rustigjes aan?

In het water

Het eerste boek van Paula Hawkins las ik iets meer dan een jaar geleden en daarvan was ik behoorlijk onder de indruk. Het lukte Hawkins toen om voor mij een hoofdpersonage te creëren waar je het ene moment van houdt en dat je het volgende moment een flinke trap onder haar kont wil geven van ‘kom op nou ‘ns, schouders eronder en doorgaan’. Ik was dan ook best benieuwd naar haar tweede boek ‘In het water‘.

Nel, een alleenstaande moeder, wordt dood aangetroffen in de lokale rivier. Eerder die zomer sprong een tienermeisje op dezelfde plek haar dood tegemoet. Ze zijn niet de eerste vrouwen die ten prooi vallen aan deze donkere wateren, en hun dood veroorzaakt een golf van onrust over de rivier en zijn geschiedenis. De vijftienjarige dochter van Nel blijft alleen achter. Daarom moet Nels zus, Jules, terugkeren naar het stadje dat ze jaren geleden de rug heeft toegekeerd. Voorgoed, dacht ze toen.

Ik kan er niet veel meer van maken dan een dikke ‘mwah’. Geen best boek dus, rommelig, chaotisch en ook niet echt heel erg aansprekend. En dat is natuurlijk best heel erg jammer, want haar eerste boek smaakte toch wel heel erg naar meer.

Heb jij ‘het meisje in de trein’ eigenlijk gelezen?

Spooky

In oktober schreef ik uitgebreid over hoe moeizaam het ging voordat De Scholier een paar klasgenootjes gevonden had om samen haar fuif mee te geven. Dat hele gedoe heeft ons saampjes best veel kruim gekost en ik word er opnieuw weer een beetje verdrietig van als ik eraan terugdenk. Het meest suffe van die hele toestand is nog wel dat de verhoudingen tussen de vier uiteindelijke fuifgevers ook al weer best gewijzigd waren en dat al het gedoe waarschijnlijk helemaal niet nodig was geweest, maar dat geheel terzijde.

Enfin: die fuif die werd afgelopen woensdag dus gehouden. Het was immers de dag voor Hemelvaart, dus de kinderen konden de volgende dag gewoon pitten. Ik ben heel erg van de ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg fuiven’ maar helaas is er aan het begin van het schooljaar een soort van trend gezet dat er naast het samen wat hangen, muziek luisteren, voetballen (en jawel, verstoppertje spelen) ook nog iets gedáán moet worden. Die eerste fuif werd er namelijk ook nog gepaintballd (of paint geballd?). Echt zo suf en tja, dan willen de volgende fuifvierders ook iets extra’s.

De meiden hadden bedacht dat er een spooktocht moest komen en pfffft, wat houd ik daar dus niet van. Maar goed, een spooktocht kwam er dus. Ik heb me met die tocht overigens totaal niet bemoeid (dat was het pakkie an van de meiden en de papa’s), in plaats daarvan ben ik de boodschappen gaan doe en dat was ook best heel stoer want van de vier meiden zijn er twee heel, heel, heel druk. Echt zo bijzonder: gillen, rennen door de supermarkt, totaal niet luisteren. Op een gegeven moment was ik het echt beu en zei ik tegen de dametjes ‘moet ik nu echt boos worden voordat jullie gaan luisteren’ en toen zei een van de meisjes ‘mijn papa was al lang boos geworden’. Uh, okay … Enfin: boodschappen gedaan en kinderen en boodschappen afgezet op de feestlocatie. Een heerlijke voormalige boerderij met een zee van ruimte.

Lang verhaal kort: 20 kinderen, een boel herrie, zakken chips en snoep, cola, sinas, icetea. Veel om elkaar hangen, stoerdoenerij et cetera. De mama’s en de papa’s met een wijntje en knabbeltjes in de keuken gingen ervan uit dat alles prima verliep. Mmmm, niet helemaal, want achteraf bleek dat een aantal kinderen af en toe toch wel van het erf gegaan zijn en totaal niet luisterden naar de verzoeken van De Scholier en de andere drie feestvarkens om dat vooral niet te doen. Maar goed, dat kwamen ze binnen niet vertellen. Maar aan het eind hadden we vier blije meisjes die al met al met een tevreden gevoel terugkeken. Alhoewel … de spooktocht … die was uiteindelijk lang niet eng genoeg.
Afbeeldingsresultaat voor schattige spookjes

 

Mosterd na de maaltijd

Onderstaand krantenartikel is al weer van ruim een week geleden en daarmee ook weer een ernstig geval van ‘mosterd na de maaltijd’, maar man, man, man, wat ergerde ik me toen ik het las. En dat ergeren deed ik uiteraard niet aan de grootse inzet van de politie, nee dat ergeren deed ik aan het feit dat het NODIG is. Dat er mensen zijn die categorisch menen te moeten rellen, die erop uit zijn om onder het mom van clubliefde de boel menen te moeten vernielen. Waardoor er dus door de hulpdiensten geanticipeerd moet worden op mogelijke rellen. Waardoor de druk op deze erg belangrijke mensen nog meer toeneemt.

Geen goed woord heb ik voor dit soort mensen over. Wat zijn het toch voor simpele zielen? Hebben ze kinderen? Wat vertellen ze hun kinderen dan? ‘Papa gaat dadelijk ‘ns lekker knokken, ruiten ingooien, agenten belagen en ervoor zorgen dat de gemeenschap wederom een gepeperde rekening gepresenteerd krijgt’. Ik hoop echt, dat dit soort mensen geen kinderen heeft, want wat voor voorbeeld krijgen die kinderen dan? Dat dit normaal gedrag is? Dat worden dan waarschijnlijk kleine hooligantjes. Want tja … als dat je voorbeeld is.

En ik vraag me af: wat doen ze in het dagelijks leven? Zijn ze misschien leraar, advocaat, bouwvakker of buschauffeur? Die op maandag (of dinsdag als ze maandag hun bed niet uit kunnen komen vanwege de kater) strak in het pak naar hun werk gaan? En wat vertellen ze dan? ‘Joh, gisteren nog ff mooi een paar agenten belaagd. Kicken joh!’. Of vertellen ze niets want weten ze eigenlijk best dat hun gedag niet door de beugel kan? Of hebben ze geen werk en hebben we het over mensen die gewoon echt reuze asociaal zijn. Die vinden dat ze alle recht van de wereld hebben om hun frustraties op deze manier bot te vieren? Nou, ik heb nieuws voor je: je hebt NOOIT het recht om dit te doen. Maar goed, naar mij wordt toch niet geluisterd …

Los van het feit hoeveel het kost, los van het feit dat het ontzettend asociaal gedrag is: je zou maar politieagent zijn! Echt, ik snap niet dat er nog mensen zijn die dat willen doen. En ze zijn zo belangrijk. ‘Handen af van onze hulpverleners‘ kan nooit genoeg aandacht krijgen en als je hulpverleners belaagt – in welke situatie dan ook – dan verdien je wat mij betreft een zware straf!

Goed: als je cluppie geen kampioen wordt, dan is dat balen. Maar dat vier je toch niet bot op het eerst het beste bushokje? Leer liever dat het leven niet altijd leuk is en dat er best ‘ns een keer geïncasseerd moet worden. Je blijft gewoon van andere mensen/dingen af.

Ik zie eigenlijk maar één oplossing: elke eerste zondagmiddag van de maand zetten we al die sukkels bij elkaar in een veld, we geven ze wat knuppels en dan kunnen ze zich lekker op elkaar uitleven. Zou het helpen?

Trilogie

Een jaar of twee geleden las ik het eerste deel van de trilogie over de vrouwen van Deverill en een jaar geleden deel twee. Deel een vond ik best heel aangenaam, deel twee wist me minder te boeien, maar goed deel drie ‘De laatste roos van de zomer‘ hoorde er toch ook wel bij vond ik.

Ondanks alles wat ze in het verleden hebben gedeeld, botsen de drie vrouwen van Deverill telkens weer als het gaat over de toekomst van hun geliefde kasteel. Intussen wordt Kitty’s leven op zijn kop gezet als haar vroegere geliefde terugkeert uit Amerika met zijn vrouw en kinderen, en ze ontdekken dat hun levens wel veranderd zijn maar hun gevoelens niet. Hebben ze de kracht om elkaar te weerstaan, of zetten ze alles op het spel voor een paar gestolen momenten samen? En er bloeit nóg een liefde op die alles oneindig veel ingewikkelder zal maken: Jack Deverill is verliefd geworden op een mooi Amerikaans meisje dat hij in Dublin heeft ontmoet. Ze is in Ierland om haar biologische moeder te -zoeken en hij is vastbesloten haar ten huwelijk te vragen, zich niet bewust van het drama dat hij daarmee over zich afroept. Iemand zal de kluwen van geheimen en misverstanden moeten ontrafelen, wil er ooit rust komen op kasteel Deverill.

Het is zeker geen topboek, maar het lukt Montifiore  met niet al te veel moeite zo te boeien dat je als lezer wilt weten hoe het allemaal af gaat lopen. Een gemakkelijke schrijfstijl helpt daar uiteraard bij, zeker gezien het feit dat het allemaal wel weer even terug moet komen: wie was nu ook al weer wie en hoe zat het ook al weer precies.

Uiteindelijk heb ik het boek in een paar dagen uitgelezen en weet ik nu dus precies hoe het allemaal afloopt. En eigenlijk was dat toch ook wel weer jammer, want de (meeste althans) personages zijn toch vooral behoorlijk sympathiek.

Klaar met klaaroveren

En zo is deze periode echt een periode van dingen voor het laatst doen. Na ruim acht jaar brigadieren hing Mr. T. afgelopen week zijn reflecterende brigadiersjas definitief aan de kapstok en zijn klaaroverbordje (het zal vast een naam hebben, maar ik weet niet welke) stak hij in de bak eronder.

Bij onze school is het gebruikelijk dat kinderen vanaf eind groep zeven brigadieren (ze beginnen als groep acht op kamp gaat) en dat dan vervolgens een jaar doen totdat ze zelf als groep acht’er op kamp gaan. Ook De Scholier was vorige week dus klaar.

Er stoppen dit jaar 13 volwassen brigadiers waar Mr. T. er dus een van is. Het zijn allemaal ouders die al jaren wekelijks in touw zijn voor de veiligheid van andermans kinderen. Tot nu toe zijn er 4 nieuwe ouders gevonden die willen brigadieren. Dat schiet dus niet op.

In het dorp hier woont een gezin met vijf kinderen. De moeder daarvan werkt niet, maar zij heeft nog nooit ook maar één keer gebrigadierd. Dat is eigenlijk best een beetje onverteerbaar. Andere mensen zorgen er al jaren voor dat haar kinderen (ze wonen in het buitengebied) al jaren veilig naar school kunnen, maar zelf meehelpen … En zo zijn er nog wel wat meer gezinnen die wel profiteren en niet meehelpen. Ik heb daar best een mening over. Maar ach, die heb ik over zoveel dingen. Zoals bijvoorbeeld wel je kinderen aanmelden voor de kindervakantieweek en nooit meehelpen (als is het maar een dagdeel) …

Ik weet best dat je anderen niet mag verplichten tot het meehelpen met dingen, maar het zijn wel de dingen die ertoe doen. Kinderen veilig naar school, leuke dingen die georganiseerd worden: zonder vrijwilligers komt er niets van de grond.

Eigenlijk ben ik best benieuwd hoe lang ze het nog volhouden met het brigadieren. Werd er in de tijd dat De Student naar school ging nog op twee plekken vier keer per dag gebrigadierd, nu is dat nog maar op één plek. Ook de coördinator stopt dit jaar en dat is nog best een klus hoor: zorgen dat het schema steeds weer klopt. En dan zijn er altijd mensen die moeten regelmatig moeten ruilen omdat ze bijvoorbeeld ineens moeten werken of een andere afspraak hebben. Mr. T. heeft aangegeven wel op de reservelijst te willen blijven zodat hij in geval van nood op de maandag in kan vallen, maar hij wil niet meer structureel ingepland worden. Ik ben blij dat ik mijn vrijwilligerswerk voor de school al een lang geleden heb beëindigd en dat het zich nu beperkt tot af en toe rijden voor een activiteit of iets dergelijks.

Was of ben jij actief op de school van je kind(eren)?