Het einde van de eenzaamheid

Ik kijk eigenlijk nooit DWDD maar soms krijg ik toch een klein stukje mee en laatst zag ik dat een aantal gasten daar ‘het boek van de maand‘ bespraken. Nou moet ik zeggen dat ik nooit zo van die gehypte boeken houd (al lees ik wel regelmatig heel populaire boeken), maar boeken die door zogenaamde kenners lyrisch worden ontvangen, die boeken die snap ik meestal niet. Lang verhaal kort, men was het erover eens dat ‘Het einde van de eenzaamheid‘ van Benedict Wells by far het allerbeste boek van de maand april was.

Wanneer Jules Moreau na een ernstig motorongeluk in het ziekenhuis belandt, wordt hij geconfronteerd met herinneringen uit zijn jeugd. Al vroeg verloren Jules, zijn broer Marty en zijn zus Liz hun ouders door een tragisch ongeval. Op hen alle drie laat dit verlies zijn sporen na, en in de jaren die volgen groeien zij gaandeweg uit elkaar. Vooral de eens zo zelfbewuste Jules trekt zich steeds meer in zijn eigen wereld terug. Alleen met de mysterieuze Alva kan hij vriendschap sluiten; jaren later zal hij echter pas begrijpen wat ze voor hem betekent – en wat ze altijd voor hem heeft verzwegen. Als ze volwassen zijn verschijnt Alva weer in zijn leven. Even ziet het ernaar uit dat ze de verloren jaren kunnen goedmaken, tot ze toch weer door het verleden worden ingehaald.

En wat vond deze ‘kenner’ nou van dit boek? Daar komt ie: ik vond het een mooi boek. Geen subliem boek, wel een boek dat je af en toe een aantal pagina’s echt in zijn greep heeft en dan weer terugvalt naar een heel prima niveau om je dan weer een paar pagina’s echt naar de keel te grijpen. En misschien is dat maar goed, want als het boek continu op de toppen van het gevoel voortraast, dan zou het een ware uitputtingsslag worden om het te lezen. Wells heeft een zeer fijne schrijfstijl en al zijn sommige dingen tijdens het lezen nog wat wazig en moeilijk te plaatsen, uiteindelijk komt alles bij elkaar.

Vorig jaar las ik ‘Een klein leven‘ en het is maar goed dat dat boek vooral voortkabbelt terwijl het tegelijkertijd een enorme indruk op mij maakte door de fantastische schrijfstijl. Er gebeuren uiteraard wel een aantal heftige dingen in dat boek, maar verder was het gewoon een beschrijvende roman die ik met heel veel moeite weg kon leggen. Dat had ik minder met ‘Het einde van de eenzaamheid’, maar voor een deel vond ik het wel een soortgelijk boek als ‘Een klein leven’. En zoals ik ‘Een klein leven’ toen echt heel erg aanraadde, dat doe ik nu dus ook met ‘Het einde van de eenzaamheid’.

En wat ik me nu dus afvraag: is er iemand die naar aanleiding van mijn lyrische logje over ‘Een klein leven’ dat boek ook echt is gaan lezen? En zo ja, wat vond jij er eigenlijk van?

Stoppen

In september 2009 zette De Student haar eerste schuchtere passen op het voetbalveld en nu, na acht seizoenen, hangt ze haar kicksen aan de wilgen. En hoe jammer ik dat ook vind, ik snap het ook wel want ze is druk. Druk met school, druk met vriendinnen, druk met de liefde en ook druk met werken. Werken kan ze in feite in schoolweken alleen op donderdagavond (de komende twee maanden ook niet omdat ze een korte stage loopt op donderdag en vrijdag) en dat zet weinig financiële zoden aan de dijk. Ze zou er echter iedere zaterdag zeer welkom zijn om te helpen, maar dat kon in verband met het voetbal niet.

Op dit moment voetbalt De Student in MO19 en volgend jaar zou ze naar de dames gaan. Bij de dames voetballen betekent op zondagochtend het veld op en zou dat bij thuiswedstrijden misschien nog wel te doen zijn, bij uitwedstrijden betekent het dat je best heel vroeg op moet. En dat vroege opstaan matcht dan weer niet echt met uitgaan.

De Student trapt een heel aardig balletje en is een van de besten van het team. Ze is al jaren aanvoerder en ruimt als stopper de boel -meestal- netjes op. Maar nu is het dus klaar. Sinds een half jaar gaat ze met een achternichtje één keer per week naar de fitnessschool en dat bevalt onder andere zo goed omdat ze dat niet op vaste tijden hoeft te doen. Dat was met het voetbal natuurlijk wel het geval: trainen op woensdag en een wedstrijd op zaterdag. Het is de bedoeling dat ze minstens twee keer in de week gaat sporten. Of dat één keer naar de fitness en een keer hardlopen is of twee keer fitnessen maakt me niet zoveel uit, maar ik vind het wel belangrijk dat ze in beweging blijft. Zeker gezien het feit dat ze astmatisch is en ‘sterke’ longen dan wel erg belangrijk zijn.

Ik zal het best missen, die zaterdagmiddagen langs de lijn om naar haar team te kijken. Gelukkig denkt De Scholier nog lang niet aan stoppen en die gaat, als het goed is, vanaf komend seizoen op groot veld spelen, dus dan worden die wedstrijden ook leuker om te bekijken.

Onder welke sport zat (zit) jij en hoeveel jaar deed (doe) je die? En als je niet meer sport, waarom besloot je om te stoppen?

Heimwee

Gisteren vertrok De Scholier op kamp. Zoals ieder jaar sluit groep acht de basisschoolperiode af met een kamp en dat is dit jaar niet anders (al valt het wel erg vroeg dit jaar). Anders dan De Student destijds ziet De Scholier als een berg op tegen het kamp. Zoals jullie weten heeft De Scholier het niet altijd gemakkelijk in de groep en dat maakt best begrijpelijk dat ze er niet heel veel zin in heeft.

Maar om het helemaal alleen aan de groep te wijten, dat klopt ook niet echt: vorige week immers was het voetbalkamp en daar wilde ze ook niet aan meedoen (net als vorig jaar). Ik denk dat de conclusie dus ook voor een deel kan zijn dat De Scholier gewoon last van heimwee heeft.

Van Dale omschrijft heimwee als ‘ziekelijk verlangen naar huis’ en ik denk dat dat wel een beetje klopt wat De Scholier betreft. Maar het verlangen begint al ver voordat ze moet gaan en dat is toch wel verrekte lastig want het kost haar veel kruim. Die vier dagen dat ze weg is, komt ze heus wel door. Hoop ik. Denk ik.

Gisteren heb ik haar uitgezwaaid en overmorgen komt ze alweer thuis. Omdat ik dan naar Noordwijk moet (nog een nawee van de Koningsspelen, hoe cool is dat dan wel niet, logje volgt ongetwijfeld?) heeft Mr. T. een halve dag vrij genomen om haar heel hartelijk welkom thuis te heten. Maar hoe leuk het in Noordwijk ook zal zijn, wat zal ik blij zijn als ik haar snoetje weer zie.

En jij: last van heimwee? Of je kinderen misschien? En wat valt er eigenlijk aan te doen?

Het labyrint en De blindganger

Ik vond het een vrij bizar boek dat ‘Het labyrint‘ van Sigge Eklund, dus eigenlijk weet ik niet eens wat ik van het boek moet vinden.

Vier volwassenen, één ontvoerd meisje. Maak kennis met Åsa, de wanhopige moeder die alles doet om haar verdwenen kind te vinden, en Martin, de overspelige echtgenoot, tevens hoofdverdachte. Voor collega Tom is Martin een held, hij doet alles om in diens gunst te komen. En hoe past Katja, de schoolverpleegkundige, in dit verhaal? Het labyrint is een puzzel vanuit vier perspectieven die stukje bij beetje onthult hoe het vier mensen vergaat uit de meest nabije omgeving van de grote afwezige in het verhaal: het spoorloos verdwenen meisje zelf.

Een boek met rare personages en bijzondere verstandhoudingen al trok het boek op de een of andere manier ook wel. En ik wilde natuurlijk ook weten hoe het boek uiteindelijk afloopt. Maar daar kan ik natuurlijk niets over schrijven want stel dat je besluit het boek toch te lezen, da kan ik dat hier moeilijk neerzetten. Laten we zeggen dat ik tegelijkertijd verrast én teleurgesteld was over het einde van dit boek.

Zo mogelijk nog bizarderder echter is ‘De blindganger‘ van Igor Znidarsic.

Op een dag verdwijnt Lodewijk de Graaf, CEO van De Graaf & De Jong Advocaten, spoorloos. Omdat er zeer sterke aanwijzingen zijn voor een misdaad, belandt de aak op het bureau van rechercheur Bianca Uithuizen van politie Oost-Nederland. Een slepend zakelijk conflict en de riante erfenis passeren als mogelijke motieven de revue, maar verdwijnen bij gebrek aan concrete aanwijzingen al snel in de prullenmand. Ondanks intensief onderzoek blijft de vermissing een raadsel. Bianca ziet zich genoodzaakt het dossier bij gebrek aan aanknopingspunten te sluiten. Net als ze de zaak begint te vergeten, wordt in een bos op de Veluwe vastgoedhandelaar Onno van Schijndel gevonden. Hij is levend gespietst aan een paal waarop hij tergend langzaam een onmenselijke dood is gestorven. Bianca en haar collega Joris van der Zand doen er alles aan om het raadsel tot op de bodem uit te zoeken, maar ook deze zaak lijkt onoplosbaar totdat tijdens de sloop van een oude boerderij onder vloer in een soort grafkelder het bijna vergane lijk van Lodewijk de Graaf wordt aangetroffen. Hij blijk enkele maanden daarvoor levend te zijn begraven …

Goed: bizar. Een ander woord kan ik er niet voor bedenken. En ook niet echt een boek dat je gelezen moet hebben. Als ik jou was zou ik er dus niet in beginnen.
 

Hoe gaat het met je?

Hier in het dorp is een meneer best heel erg ziek en er doen ook een aantal verhalen de ronde over hem. Die variëren van ‘hij haalt het eind van de week niet’ tot ‘hij kan nog genezen’. Enfin: als ik iemand ken (dus ook vage kennissen) die in een dergelijke situatie zit, dan stap ik op die persoon af en vraag ‘Hoe gaat het met je?’. Dat doe ik vaak met knikkende knieën maar het is eigenlijk nog nooit voorgekomen dat iemand niet wilde antwoorden. Sterker: ik krijg vaak de reactie dat men het waardeert dat je het ze rechtstreeks vraagt.

Dus toen ik hem laatst bij de bakker trof heb ik hem gevraagd hoe het ging en inmiddels weet ik dat hij ‘helaas niet meer te genezen is, dat de behandeling wel aanslaat en dat het erg onduidelijk en totaal niet te voorspellen is hoe het ziekteverloop zal zijn’. Hij vertelde verder ook dat hij laatst, tijdens het uitlaten van de hond, met een dorpsgenoot in gesprek geraakt was en dat ze het over van alles en nog wat gehad hadden. Maar, en dat vond hij heel raar, de man had niet gevraagd hoe het met zijn zieke gesprekspartner ging. Best een gemiste kans vond hij en ook wel een beetje verdrietig. En dat vind ik ook.

Dingen bespreekbaar maken, laten zien dat je openstaat voor een ander, ook (of misschien zelfs juist) als die ander in een klotesituatie zit, is volgens mij heel erg belangrijk. En ik denk altijd maar, als de ander het er niet over wil hebben, dan geeft hij of zij dat heus wel aan.

Recent is de vader van een vriend van ons overleden na een kort maar zeer heftig ziektebed. Daar scheef ik hier ook al even over. Ik appte hem of hij het fijn vond als we even langskwamen in de hospice en kreeg als reactie dat ze dat fijn vonden. Na de zware gesprekken aan het begin van het bezoek werd het al snel weer wat luchtiger en niet alleen Mr. T. en ik waren blij dat we langs waren geweest, dat gold ook voor onze vrienden. En zo zijn er wel meer voorbeelden te noemen.

Zoals ik al schreef vind ik het best moeilijk om mense aan te spreken waarvan je weet dat ze het moeilijk hebben, maar hoe vaker je dat doet hoe gemakkelijker het gaat. Een luisterend oor wordt erg gewaardeerd zo blikt maar weer.

Stap jij gemakkelijk op mensen af waarvan je weet dat ze het moeilijk hebben en hoe zijn jouw ervaringen dan?