Lul niet lolly

Ik ben het niet altijd met Akyol eens, maar meestal toch wel. En onderstaande column, die kan ik alleen maar volop beamen. Het is echt af en toe niet normaal hoe publiek zich meent te moeten gedragen als men naar een theatervoorstelling of concert gaat.

Absoluut not done vind ik het ‘kletsen tijdens een theatervoorstelling’. En als je dan echt, echt, echt iets moet zeggen, doe het dan heel, heel, heel zachtjes en ga vooral geen gesprekken zitten voeren. Want … dat gebeurt. Als mensen achter mij zitten te kletsen, dan kijk ik altijd om en zet ik mijn allerstrengste en bozigste blik op. En reken maar dat ik boos kan kijken! (Wat met een hartgrondig ‘ja’ beaamt wordt door De Scholier die hier nu naast me zit.) Als men het niet snapt, dan zeg ik ook wel iets.

Ook suf: een telefoon die nog aanstaat, mensen die gaan zitten snoepen van snoepjes waar ritselpapiertjes omheen zitten en minutenlang durende hoestbuien (hoe vervelend het natuurlijk ook is als je dat hebt, ga in hemelsnaam op een gegeven moment de zaal uit).

In een andere column las ik iets over de ‘lul niet lolly’, die je uit kunt reiken aan mensen die continu aan het kletsen zijn. Ha, dat vind ik best een goed idee. Een subtiel hintje.

Dat er gekletst wordt tijdens concerten dat vind ik van een andere orde. Ook niet altijd tof, maar veel minder erg dan tijdens een theaterbezoek. Het hoort er ook wel een beetje bij.

En dat foto’s maken, ook zo’n apart fenomeen tijdens concerten (en helaas ook soms in het theater). Ik beken, ik maak ook wel foto’s en een enkel filmpje tijdens een concert. Maar soms lijkt het alsof mensen continu met hun armen in de lucht staan te filmen. Je ziet dan toch helemaal niets van het concert? Ik snap het niet. Bierdouches vind ik ook werkelijk waardeloos. Wat een ‘humor’. Eén keer meegemaakt tijdens een concert van Rowwen Hèze en ik vond het absurd. Niet respectvol richting de artiesten en ook niet richting ander publiek (waaronder mijzelf want ik kreeg ook een lading bier over me heen). Laten we zeggen dat ik het in ieder allemaal erg bizar/bijzonder vind.

Veteranen

Afgelopen vrijdag hebben we aandacht besteed aan de in onze gemeente woonachtige veteranen. Er waren twee kransleggingen en daarna was er een bijeenkomst waar alle veteranen en hun partners welkom waren.

Ik vraag me soms wel ‘ns af of men zich wel realiseert wat veteranen nu precies doen? Afgelopen vrijdag hoorde ik weer van een aantal (jonge) veteranen dat ze best regelmatig bespuugd worden als ze in uniform ergens lopen. WTF? Vraag ik me dan af? Hoe is het in hemelsnaam mogelijk dat er in ons VRIJE land mensen zijn die geen idee hebben wat militairen nu eigenlijk doen op hun buitenlandse missies.

Ook sprak ik in de jaren dat ik dit werk doe regelmatig met oude veteranen. Mannen van soms wel 90 jaar die ooit uitgezonden geweest zijn. Hoe zij later veroordeeld zijn is echt heel triest vind ik. Tja, met de wijsheid van nu is het best gemakkelijk om te oordelen over de onafhankelijkheidsstrijd in Indonesië en ‘onze’ rol daarin of over het gebeuren in Nieuw-Guinea. Maar met de wijsheid van nu is alles gemakkelijk te veroordelen. Wat ‘we’ dan ook graag en veelvuldig doen. En laten we wel wezen: de soldaten die toen gingen deden vooral hun plicht. En ik denk dat je plicht doen destijds heel anders werd opgepakt als je plicht doen nu. We zijn toch heel wat mondiger geworden met z’n allen nietwaar en of dat goed of slecht is, daar doe ik hier geen uitspraken over.

75 Jaar geleden waren het ook jonge jongens die vanuit andere landen ons kwamen bevrijden. Zij zijn ook veteranen. Zij kwamen hier en gaven in vele gevallen hun leven voor de vrijheid van onze (groot)ouders. In de toespraak die ik schreef voor de bijeenkomst heb ik de oorlogsgraven binnen onze gemeente onder de aandacht gebracht. Omdat er binnen onze gemeentegrenzen geen oorlogskerkhof is, zijn het er niet heel veel. Alhoewel, het zijn er toch nog 48! Van die 48 graven zijn er 2 van gefusilleerde verzetshelden, 6 van militairen die sneuvelden in 1940 en 40 van militairen die in 1944 sneuvelden (Brabant werd immers al in 1944 bevrijd). In twee graven liggen lichamen die nooit geïdentificeerd zijn. Van de 44 gesneuvelde en geïdentificeerde militairen was de gemiddelde leeftijd net 25 jaar. NET 25 JAAR!!! Echt, ik vind het zo confronterend zulke getallen. En ik vind het zo confronterend dat in ons land onze vrijheid niet op waarde geschat lijkt te worden. Zo bizar! Soms zou ik mensen wel door elkaar willen rammelen en uitgillen: zie je het dan niet? Zie je dan niet hoe misselijk/belachelijk je je gedraagt? Vrijheid kent beperkingen, vrijheid kent grenzen. Gedraag je daar toch naar. Respecteer elkaar en gedraag je.

Alles hangt met alles samen. Oorlogen, natuurrampen, hongersnood elders, vluchtelingenproblematiek, alles hangt met alles samen. En onze militairen? Die proberen naar beste vermogen de problemen elders op te lossen, leed te verzachten. Ik denk dat we ons dat veel meer moeten realiseren.

De verloren familie

Van ‘Het familieportret‘ van Jenna Blum heb ik enorm genoten en dat is duidelijk bij mij blijven hangen. Dat ik van haar tweede boek ‘Leven na leven‘ veel minder genoot ben ik dus blijkbaar gewoon vergeten. Ik schreef destijds in mijn recensie dat ik dacht dat ze gewoon Tartt nadeed wiens eerste boek fantatisch was, het tweede was beduidend minder en het derde weer van enorm hoog niveau (wat mij betreft dan natuurlijk). Mmmm, ik had misschien iets beter op moeten letten dus.

De Duits-joodse Peter Rashkin heeft in de Tweede Wereldoorlog zijn vrouw en twee kinderen verloren. Als hij in Amerika een nieuw leven probeert op te bouwen, ontmoet hij zijn aanstaande vrouw June. Zij krijgen een dochter Elsbeth. Als lezer maak je in het eerste deel van het verhaal kennis met Peter, leer je hem en zijn verleden kennen en lees je hoe hij zijn leven met June opbouwt. Het tweede deel vertelt meer over het huwelijk van June en Peter, waarbij June probeert om te gaan met haar moeizame relatie met haar man en dochter. Als laatste lees je in het derde deel vanuit het perspectief van Elsbeth en welke invloed haar ouders hebben op haar leven.

Het is echt niet zo dat ‘De verloren familie‘ heel slecht is, verre van juist. Blum heeft wederom een roman van betekenis geschreven: hoe oorlogstrauma’s de volgende generatie(s) volledig lam leggen, maar op de een of andere manier lukte het haar niet mij écht te raken en dat vind ik toch wel heel jammer.