Doorspoelen

Wat zou ik graag even de tijd een maandje of drie doorspoelen want man man man wat is het veel op dit moment. En voor alle duidelijkheid, bijna alles doe ik met heel veel liefde maar ik ben mezelf een beetje kwijt aan het raken geloof ik. En daar houd ik niet zo van want ik ben heel erg gesteld op mijn eigen dingen en tijd voor mezelf en ik houd vooral bijzonder veel van af en toe alleen zijn en aan die me-time ontbreekt het me nu behoorlijk.

Wat houdt me dan zoal bezig?

  • Operatie en herstel Mr. T.. En het gaat hartstikke goed maar hij kan niets in huis doen en ook al helpt mijn moeder waar ze kan (thanks mam), het is toch anders dan anders en kost tijd en energie die ik ook in andere dingen zoals hieronder moet stoppen dus het past allemaal niet.
  • Zo ongeveer continu bezoek in huis en wederom, keifijn voor Mr. T., maar geen moment voor ‘niets’.
  • Grote zorgen om De Scholier die al zes weken gebukt gaat onder hevige rugpijn. Die therapie krijgt die vooralsnog geen sikkepit helpt. Die waarschijnlijk een bulging disc heeft maar die daarnaast ook stijf van de stress staat in verband met een boel gedoe op school.
  • En hoe goed het ook met De Student gaat daar in Kaapstad, en het gaat gelukkig echt heel erg goed, ik mis haar ontzettend. Ik mis haar zo dat ik me zelfs af en toe afvraag of dat wel normaal is.
  • Enorme drukte op het werk en toch regelmatig het idee hebben dat ik (te) veel dingen alleen moet doen of niet ergens anders neer kan leggen. En hoe erg ik my job ook love dat is lastig.
  • Pijn in het lijf en opvliegers. Aan dat eerste ben ik wel gewend, maar die opvliegers zijn echt verschrikkelijk. En ik geloof dat ik er niet eens zo heel veel heb per dag.
  • Het mooie weer en dat ik dan morgen zoveel moet doen dat ik misschien amper buiten kan zijn en ik houd zo van buiten zijn.
  • Die bestuursvergadering van het nieuwe vrijwilligerswerk dat ik ben gaan doen (daar heb ik nog niet eens over geblogd maar dat komt omdat ik eigenlijk best spijt heb dat ik me uiteindelijk toch heb laten overhalen en ja ik weet dat ik dat met twee vingers in de neus doe, maar het kost wel weer allemaal tijd …) die ik dan ook nog heb morgenmiddag en waar ik totaal geen zin in heb.
  • Of het nieuws van een vrouw hier uit het dorp (die ook nog eens een collega is) wier man al een jaar of drie kanker heeft, en die nu zelf alvleesklierkanker met uitzaaiingen in de lever blijkt te hebben. Ze hebben twee tienerdochters. Helpt het haar dat het mij zo bezig houdt? Geen zier. Helpt het mij? Ook helemaal niets, maar ik heb dat uitknopje nog steeds niet gevonden.
  • De naderende carnaval die Mr. T. niet kan gaan vieren en dat is jammer voor hem maar dat is niet anders. De Scholier echter heeft snode plannen voor vier dagen vertier en dat betekent voor mij dat ik me daar ook weer naar moet plooien in verband met halen, brengen, nog meer halen en brengen en dus niet naar bed kunnen terwijl ik zo moe ben en logeetjes en zo, maar vooral ook de stille angst dat De Scholier het misschien toch niet zo leuk zal hebben (en wat doet dat dan met haar?), of misschien dat ze teveel last van haar rug heeft of … en ja ‘de mens lijdt het meest …’ dat weet ik allemaal wel.
  • En … en … en …

Kortom een boel gedoe en heus ik weet dat alles relatief is en ik hoop dat ik het nu ook een beetje van me afgeschreven heb. Maar mag het alstublieft snel half mei zijn?

Twee aan twee

Laat ik beginnen met twee wat mindere boeken die ik in de afgelopen twee weken las.

Allereerst is daar ‘De perfecte vriendin‘ van Karen Hamilton.

Juliette is intelligent, mooi en bevlogen: ze is de perfecte vriendin. Tenminste, tot haar relatie met Nate op de klippen loopt en ze er álles aan besluit te doen om hem terug te krijgen. De liefde voor haar ex loopt uit op een dodelijke obsessie. Ze begint aan een opleiding tot stewardess bij de maatschappij waar Nate als piloot werkt, en infiltreert op alle mogelijke manieren in zijn leven om haar doel te bereiken: ze moet en zal hem terugkrijgen en samen voor altijd gelukkig zijn. Juliette komt erachter dat Nate een vlucht naar Las Vegas op de planning heeft staan. Ze ziet haar kans schoon en ruilt met een collega zodat ze op dezelfde vlucht zitten. Hoe ver gaat ze om haar doel te bereiken?

Tja, wat kan ik zeggen. Juliette is gewoon compleet gestoord en verder vond ik het een vaag, erg over de top en zeer vergezocht boek met ook nog eens een zeer onbevredigend einde. Waarom ik het dan toch uitgelezen heb? Uh, dat kwam vooral door de heel gemakkelijke leesstijl en omdat ik ook weinig zin had om echt na te denken tijdens het lezen.

Ten tweede is daar ‘Het meisje in de brief‘ van Emily Gunnis.

1956. Tienermeisje Ivy Jenkins raakt zwanger. Een grotere schande bestaat er niet, en ze wordt naar St. Margaret’s gestuurd, een kil, door nonnen geleid tehuis voor ongetrouwde moeders. Haar baby wordt tegen haar wil ter adoptie aangeboden. Ivy zelf zal St. Margaret’s nooit meer verlaten.
Heden. De jonge journaliste Samantha Harper krijgt een oude brief in handen waarin een meisje smeekt om gered te worden uit St. Margaret’s, voor het te laat is. Het tragische verhaal laat Sam maar niet los. Wanneer ze wat dieper gaat graven, stuit ze op een reeks onverklaarbare overlijdensgevallen, die allemaal iets met St. Margaret’s te maken lijken te hebben. Aangezien het oude pand op het punt staat te worden afgebroken, wordt het voor Sam een race tegen de klok om een zestig jaar oud geheim te ontrafelen voordat de waarheid voorgoed verloren gaat…

Eigenlijk is het jammer dat een boek dat over zo’n precair onderwerp gaat, me niet helemaal pakte. Wellicht had dat te maken met de vele personages die er in voorkomen en ik moet zeggen dat ik af en toe best wat moeite had met het op en neer springen in de verschillende tijden. Het begin was eigenlijk erg veelbelovend, maar richting het einde wordt het allemaal wat vergezocht en zijn met name alle ontwikkelingen rondom de familieverhoudingen op z’n minst eigenaardig te noemen.

Maar, mocht je tussen deze twee willen kiezen, dan raad ik je toch het boek van Gunnis aan.

En dan is daar ‘‘t Hooge Nest‘ van Roxane van Iperen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bestieren twee joodse zussen – Janny en Lien Brilleslijper – een van de grootste onderduikadressen in Nederland: ‘t Hooge Nest, een villa in ‘t Gooi. Terwijl de laatste joden in Nederland worden opgejaagd gaat het leven van enkele tientallen onderduikers zo goed en kwaad als het ging door, pal onder de neus van NSB-buren en nazikopstukken. Toch wordt het Nest verraden en de familie Brilleslijper belandt met het laatste transport in Auschwitz, samen met de familie Frank. ‘t Hooge Nest is een verhaal over moed, verraad en menselijkheid in barbaarse tijden, en brengt een ongekende geschiedenis met kracht tot leven.

Ik moet zeggen dat ik het begin van het boek best moeilijk om door te komen vond omdat het wel heel veel feiten waren. Maar gaandeweg … wow! En dan te weten dat het een waar verhaal is en te lezen over de moed en veerkracht van mensen. En om te lezen over de lafheid van anderen. En te lezen over de verschrikkingen van de kampen. Ik heb al veel boeken over WOII gelezen, maar wat dat laatste betreft was dit toch wel heel heftig allemaal. Voor Janny en Lien loopt het, op het nippertje, allemaal goed af. Maar wat hebben ze veel geleden en wat hebben ze veel mensen verloren.

Als laatste is daar ‘De acht bergen‘ van Paolo Cognetti heb ik ook met veel plezier gelezen.

Pietro is een stadsjongen uit Milaan. Zijn vader is scheikundige, en gefrustreerd door zijn werk in een fabriek. Zijn ouders delen een liefde voor de bergen, dat is waar ze elkaar ontmoetten, waar ze verliefd werden en waar ze trouwden in een kerkje aan de voet van de berg. Door deze gedeelde passie kan hun relatie voortbestaan, zelfs wanneer tragische gebeurtenissen plaatsvinden. Het stadsleven vervult hun vaak met gevoelens van spijt dat ze niet voor een ander leven hebben gekozen. Dan ontdekken ze een dorpje in het Noord-Italiaanse Valle d’Aosta waar het gezin vanaf dat moment iedere zomer zal doorbrengen. De elfjarige Pietro raakt er bevriend met de even oude Bruno, die voor de koeien zorgt. Hun zomers vullen zich met eindeloze wandelingen door de bergen en zoektochten door verlaten huizen en oude molens en er bloeit een ogenschijnlijk onverwoestbare vriendschap op.

Een mooie, rustig kabbelende roman over de vriendschap tussen twee jongens met een onvermijdelijke afloop. Mooie sfeerbeelden en een heel fijne schrijfstijl.

Mocht je uit deze twee willen kiezen dan zou ik je het boek van Van Iperen aanraden. Al is het natuurlijk het beste als je deze twee laatste boeken gewoon allebei zou lezen en geen tijd zou verspillen aan de eerste twee. Maar goed, dat is mijn bescheiden mening uiteraard.

Updeetje!

Alles is goed gegaan!

Mr. T is (en het is nu 22.53) al een aantal keer uit bed geweest en heeft al, heel zoetjesaan, rondgehobbeld met zijn rollator. Hij heeft overal pijn, behalve aan zijn heup! En die pijn die hij nu heeft is spierpijn en wondpijn, dus dat gaat over!!!!

Als hij morgen trap heeft gelopen en de arts is tevreden dan kan ik hem ophalen. ♥♥♥

Op zijn heupen?

Nou nee, dat heeft Mr. T. het niet. Hij heeft het niet echt op z’n heupen. Tenminste niet waar bedoeld wordt ‘ineens heel actief worden’ of ‘ineens iets raars of wilds doen’, want dat zit er al een hele tijd niet meer in. Helaas is ‘beginnen te mopperen’ de laatste tijd dan weer wel van toepassing. Maar ergens is dat niet gek als je in feite altijd pijn hebt (tell me about it wat dat betreft. Mr. T. zegt de laatste tijd wel vaak tegen mij dat hij het knap vind dat ik niet veel meer mopper, dus dat ziet hij wel gelukkig).

Maar dat allemaal geheel terzijde. Hier vertelde ik al over de heup van Mr. T. en sindsdien volgden twee bezoeken aan een in ‘nieuwe heupen’ gespecialiseerde kliniek. Het eerste bezoek was nogal teleurstellend: ‘hij moest eerst maar ‘ns met pijnbestrijding aan de gang’, maar veel diclofenac slikken is niet heel verstandig als je een jaar geleden nog een virusinfectie had die op je nieren sloeg. Dus ging hij met parecetamol aan de slag. Dat hielp de eerste paar weken wel wat, maar daarna dus niet meer.

Op 31 december volgde het tweede bezoek aan de kliniek en vielen al snel de verlossende woorden: een nieuwe heup zou het gaan worden. En die nieuwe heup, dat gaat dus morgen gebeuren. Om 6.15 uur ‘s ochtends breng ik een nuchtere echtgenoot naar de kliniek waar hij geopereerd zal worden. Daarna moet hij een nachtje blijven en als het goed is kan ik hem vrijdag weer ophalen. Tenminste, als hij trap kan lopen. Want dat is het eerste wat een patiënt moet kunnen en wat hij al in de kliniek oefent.

Als het goed is, zou zijn huidige pijn meteen weg moeten zijn. De eventuele pijn die hij na de operatie heeft zal wond-/spierpijn zijn.

En dan is het een kwestie van herstellen en zijn oefeningen doen en goed op zijn bewegingen en houding letten Verder langzaamaan en voorzichtig alles opbouwen, eerst met twee krukken lopen, dan met één en als dat niet meer nodig heeft dan is ie al een heel eind.

Voor het herstel staat ongeveer 6 weken, ik zal blij zijn als die voorbij zijn eerlijk gezegd. Uiteraard vooral voor hem, maar ook voor mezelf, want ik heb het al meer dan druk genoeg en een echtgenoot die uit de running is, levert een boel extra huishoudelijke klussen en taxirijden voor zowel De Scholier als hem op. En ja, ik weet best dat dat peanuts is in vergelijking met wat hij moet doormaken, maar tegelijkertijd is het ook weer geen peanuts. Want het werk moet ook door en daar is het retedruk en dan zijn er ook nog andere dingen die tijd en aandacht vragen. Maar om maar op z’n Zuidafrikaans te eindigen: alles sal reg kom, as ieder sy plig doe!

Muziek

Gisteren ging ik met Mr. T. naar een theaterconcert van de 3J’s. Ik had nooit kunnen vermoeden dat ik ooit naar een concert van deze drie heren zou gaan want hun eigen muziek trekt me niet zo, maar dit was dan ook een andersoortig concert namelijk de tweede uitvoering van hun ‘Heroes of Music-toer‘. En wow, was dat even supertof! Het was eigenlijk meer een soort van Top 2000 feestje met de meest mooie muziek. Zo speelden ze ‘Piano Man’, ‘Old man’, ‘Fix you’, ‘Black’, ‘Under pressure’, ‘Hotel California’, ‘Stairway to heaven’ en nog veel, veel meer. Ik moet zeggen, die Jan Dulles heeft een prachtige stem waar hij behoorlijk mee tovert. Die andere twee J’s (nog een Jan en een Jaap) zijn ook heuse vaklui (en behoorlijk appetijtelijk om naar te kijken). Mr. T. en ik hebben ons meer dan prima vermaakt.
 

Maar wat me vooral bij zal blijven van deze avond is het soort van ‘gelukzalig’ gevoel dat ik had over ‘muziek in het algemeen’. Best een beetje bizar eigenlijk dat ik dat bij dit concert had, want ik ben al naar ontieglijjk veel (theater)concerten geweest. Misschien was het de variëteit aan muziek?

Wat me ook erg blij maakt is de muziekkeuze van De Scholier. Natuurlijk houdt de dame ook van al die moderne muziek die ik vooral raar en onverstaanbaar vindt. Maar ze heeft ook een aantal andere spotifyplaylists gemaakt waarvan ‘Mooie muziek 2019’ wel echt heel bijzonder is voor een dame van 13. Tenminste dat denk ik. Want wat staat er zoal op?







Er staan nog wel een aantal andere nummers op, maar het gaat dus vooral om piano- en cellomuziek. Een aantal van die pianonummers oefent ze af en toe thuis en ik vind dat heel erg tof.

Onderstaand nummer staat trouwens ook nog op die playlist en vind ik een mooie afsluiting van dit blogje. Want het leven liefhebben, maakt het leven een stuk gemakkelijker nietwaar?

Wat is jouw favoriete instrument eigenlijk? En heb je ook een favoriet klassiek nummer? 

Ontvoeringsalert

Bovenstaande tweet zag ik de afgelopen twee dagen al een paar keer passeren en ik vond de antwoorden die mensen daarop gaven echt heel erg grappig.

Ik kan legio antwoorden verzinnen waarvan de mensen die van mij houden of mij goed kennen meteen zouden weten ‘huh, wat is er met haar aan de hand?’. Zo zou ik kunnen twitteren ‘ik heb zo’n spijt van mijn scheiding’ of ‘ik vind zuurkool heerlijk, doe mij dat receptje’ of ‘de meest overgewaardeerde artiest? Dat is zonder meer David Bowie’ of ‘Jim Croce, nog nooit van gehoord’ en zo kan ik er nog heel wat meer verzinnen.

Maarre: wat zou jij in zo’n geval twitteren? 

Het moerasmeisje & Leven voor de liefde

Ik moest even in ‘Het moerasmeisje‘ van Delia Owens komen, maar toen had het boek me ook volledig in de greep: wat een pracht van een boek!

In Barkley Cove, North Carolina, gaan al jarenlang geruchten over het moerasmeisje. Ze is wild. Men wil niets van haar weten. Kya is in haar eentje opgegroeid in het moeras. Hier voelt ze zich thuis. De natuur is haar leerschool. Dan komt de tijd dat ze ernaar verlangt lief te hebben. Twee jonge mannen uit de stad raken gefascineerd door haar schoonheid. Wanneer een van hen dood wordt gevonden, valt de verdenking onmiddellijk op Kya.

Het was echt een bijzonder boek, fijn leesbaar en af en toe raakte ik gewoon een beetje verontwaardigd om het onrecht dat Kya aangedaan werd. Wat een vooroordelen leven er toch, hoe kunnen mensen die zich christelijk noemen zo’n hoge pet van zichzelf en hun geloof hebben en zo ongelooflijk kleinzielig en vol vooroordelen zijn. Het Amerika van toen met de rassenscheiding en de kloof tussen arm en rijk en ‘netjes’ en ‘vies’. Heel schrijnend. Ik kon me als lezer helemaal inleven in hoe Kya dacht terwijl ik (uiteraard) geen enkele ervaring deel met haar. Ik had echt met haar te doen. Kortom: een mooi boek.

Dan ‘Leven voor de liefde‘ van Nicolas Sparks. Ik schreef het hier nog: eerst even checken op mijn blog voordat ik weer in een boek van Sparks begin. Tja, dat deed ik niet en gaf in dit geval ook niet. Ach, een boek als ‘Leven voor de liefde’ lezen na een boek als ‘Het moerasmeisje’ is eigenlijk gewoon heel slim.

Hope Anderson staat op een kruispunt in haar leven: haar relatie is op een dood spoor terechtgekomen en haar vader blijkt te lijden aan de vernietigende ziekte ALS. Om tot rust te komen en alles op een rijtje te kunnen zetten, trekt ze zich voor een tijdje terug in het familiehuis in Sunset Beach. Daar ontmoet ze Tru Walls, een man die sinds de traumatische dood van zijn moeder in het reine probeert te komen met zijn familieverleden en moet zien te achterhalen wie en waar zijn vader is. Hope en Tru voelen zich onmiddellijk tot elkaar aangetrokken, maar staan al snel voor een onmogelijke, hartverscheurende keuze: die tussen hun familie en hun persoonlijke geluk.

Het is een prima leesbaar boek en ik moest tijdens het lezen regelmatig aan (een van) mijn lievelingsfilm(s) denken. Want in die film ‘offeren’ twee mensen die eigenlijk voor elkaar bestemd zijn hun liefde op voor een andere toekomst. Al met al toch wel een van de ‘betere’ boeken van Sparks denk ik. Maar dat komt denk ik toch grotendeels door die link die ik legde met ‘The bridges of Madison County’.
 

Klant is koning?

Moet de klant altijd koning zijn? Wat mij betreft niet, wat dus tegelijk betekent dat ik ook heus niet altijd koningin hoef te zijn. Natuurlijk moet een klant goed behandeld worden en dat soort dingen, maar er zijn ook wel grenzen vind ik. Ondanks die 24-uurs economie die ons allemaal mee lijkt te sleuren. En waardoor er blijkbaar ook andere eisen gesteld worden aan de meubelbezorgers en servicemonteurs.

Wat wil het geval? Het bedrijf waar Mr. T. werkt vraagt steeds meer flexibiliteit van het personeel. Want daar vraagt de klant om, is het argument. Als er iets kapot is, dan schijnt een (fulltime?) werkende klant niet meer bereid te zijn daarvoor een dagje vrij te nemen, een paar uur te schuiven of thuis te werken (mits dat mogelijk is natuurlijk), of iemand anders te vragen even in huis te komen zodat de monteur of bezorger tijdens zijn werktijd langs kan komen. En tja, werktijden van deze mensen liggen vaak van maandag tot en met vrijdag van 7.00 uur ‘s ochtends tot zo’n uur of 16.00 uur ‘s middags (de monteur/bezorger wil tenslotte ook nog op een christelijke tijd thuis zijn wat me ook vrij logisch lijkt.

Nou ben ik zelf natuurlijk geen goed voorbeeld want ik heb een flexibele baan en ik werk maar 26 uur per week. Daarnaast is Mr. T. ook nog een dag in de week thuis. Dus mocht er ooit iets hier geleverd (zoals vandaag de nieuwe afwasmachine hoezeee!!!!) of gerepareerd moeten worden dan passen wij daar altijd wel een mouw aan.

Maar zou het nou echt zo zijn dat andere mensen zo inflexibel zijn dat ze ‘eisen’ dat monteurs voortaan maar ‘s avonds of op zaterdag komen? Of is het een smoes van het bedrijf dat zich daarmee wil onderscheiden van de andere bedrijven? Ik weet het niet.

Maar dat ik het stom vind, dat zonder meer. Kom op zeg, waar hebben we het over? Het gaat niet om de zorg of andere beroepen waarin buiten de ‘normale’ kantoortijden gewerkt moet worden, maar gewoon om gewone mensen zoals jij en ik die hun werk op normale tijden willen doen.

Ik vind het echt zo ongelooflijk suf als ik zie dat je bij veel internetwinkels kunt kiezen uit ‘s avonds bezorgen. Ja, duh, ik snap dat dat gemakkelijk is. Maar je verplicht iemand misschien wel zijn/haar hele leven om te gooien omdat jij dat wilt. Enne wat ook nog zo is: echte winkels vallen bij bosjes om omdat we alles maar via internet kopen (gisteren nog het nieuws dat een van de allermooiste boekwinkels die toevallig in onze gemeente ligt gaat sluiten, jammer!) en dus laten bezorgen.

De winkels die bij het bedrijf horen waar Mr. T. werkt zijn al jaren iedere zondag open. Nou weet ik best dat je, als je er nu solliciteert als verkoper, dat je dan weet dat die zondagen erbij horen. En ook bezorgers die nu in dienst komen weten dat ze minstens 12 (maar liefst allemaal) zaterdagen beschikbaar moeten zijn.

Maar voor personeel dat al jaren in dienst is, zijn dit soort veranderingen echt niet zo eenvoudig. Als Mr. T. straks ook ‘s avonds moet gaan werken, dan vinden wij dat echt niet tof. En als hij op zaterdagen zou moeten gaan werken, dan betekent dat het einde van het vrijwilligerswerk dat hij nu doet. En dat betekent ook het einde van onze weekenden samen. Zoiets kan toch niet de bedoeling zijn? Of ben ik gewoon veel en veel te star?

Wat vind jij? Zijn we een stelletje verwende consumenten geworden dat alleen maar naar de eigen wensen en behoeftes kijkt, of valt het allemaal wel mee?

Softie

Oh jemig, ik begin een softie te worden, een moeder die haar eigen opvoedregels (en wat die regels zijn is onder andere hier, hier, hier, hier, hier en hier te lezen) aan haar laars lapt, die de consequentheid waar ze altijd zo wel bij vaarde aan het loslaten is. En ha, weet je wat, het voelt alleen maar goed. Want de basis die wij met onze opvoeding legden betaalt zich volgens mij nu dubbel en dwars uit.

Wat wil het geval? Wij hebben altijd tegen de meiden gezegd ‘als je ziek thuis blijft van school, dan is er op die dag geen ruimte meer voor leuke dingen die je eventueel ‘s avonds gepland hebt’, want dat vinden we niet bij elkaar horen namelijk. Zelfs als je overdag zoveel opknapt, dat je ‘s avonds best weg zou kunnen. Dat gaat dan jammer genoeg/helaas pindakaas niet gebeuren. Streng? Misschien? Duidelijk? Zeker.

Enfin: De Scholier is de afgelopen weken niet heel fit. Twee weken geleden bleef ze al een dagje ziek thuis en afgelopen week is ze woensdag en donderdag ook ziek thuis gebleven. De vrijdag daarna had ze een uitje gepland staan met haar vriendinnen. Samen naar Den Bosch en daar naar de film. Hoe leuk is dat wel niet als je 13/14 bent? Keileuk natuurlijk.

Volgens onze regels zou dit uitje niet door kunnen gaan als ze vrijdag nog thuis zou blijven van school. En toen werd ik dus een softie. Want ik gun haar zo een onbezorgd uitje met haar vriendinnen. Trouwe lezers weten immers hoe moeilijk ze het af en toe heeft, dus dit soort uitjes vind ik belangrijk. Ik stelde dus voor dat ze vrijdag nog thuis zou blijven van school (ze had immers maar vier uurtjes en ook nog verkort rooster), en dat ze dan toch die middag naar Den Bosch mocht.

Ha, en toen kwam die opvoeding van ons dus om de deur kijken. De Scholier weigerde pertinent mijn aanbod. Ze zou naar school gaan én naar Den Bosch. En als ze niet naar school zou kunnen omdat ze zich nog niet goed genoeg voelde, dan was het heel jammer, maar dan ging ze ook niet naar Den Bosch. Punt uit. En ik was me toen stiekem toch een partijtje trots op haar. Oh, en voordat je nu denkt ‘als ze echt ziek was, dan had ik haar niet laten gaan: niet naar school en niet naar de film’. Neem mij van mij aan, dat dat ook echt niet gebeurd was, als ze nog echt ziek geweest was.

Uiteindelijk is ze eergisteren met een nog schorre stem naar school gegaan en heeft ze daarna genoten van een heel fijn uitje in Den Bosch. Gisteren is ze ook nog op de open dag van de school wezen helpen. Nog steeds niet helemaal fit, maar wel bijna. En morgen? Morgen hoeft ze niet naar school in verband met een studiedag van het personeel. Kan ze fijn nog even goed uitzieken.