Nuts!

Zoals je misschien nog wel weet ga ik binnenkort iets doen wat ik nog nooit gedaan heb, maar waarvan ik denk dat ik het wel kan. En daar hoort natuurlijk wel een zekere voorbereiding bij. Die voorbereiding bestond uit het lezen van dit boek:

Inmiddels heb ik hem een paar keer mogen ‘ontmoeten’. Of nou ja, ontmoeten, ik wisselde in totaal misschien zo’n 100 woorden met hem, maar ik zag hem veel vaker. Vaak was hij dan in gezelschap van schoolkinderen met wie hij, keer op keer, ‘blood on the risers‘ zong. Wat een kerel is ie toch, die Vincent J. Speranza, een heuse ijzervreter. De laatste keer dat ik hem zag, bij de herdenking op 17 september, zat hij met opgerolde mouwen, toe te kijken. En het was koud toen! Maar goed, daar wilde ik het niet echt over hebben.

Speranza namelijk schreef dus dat boek ‘Nuts!‘ en dat las ik vorige week dus met veel interesse. Waar gaat deze biografie over?

On 22 December 1944, during the Battle of the Bulge, with the Germans surrounding the Belgian town of Bastogne, a German messenger brought a message from his commander to Brigadier General Anthony McAuliffe, acting commanding of the 101ste Airborne Division, demanding his surrender. McAuliffe’s response was simply: “Nuts!”

Manning a foxhole on the perimeter around Bastogne was nineteen-year-old army private Vince Speranza, a machine gunner with the 501st Parachute Infantry Regiment. This is Vince’s story of the Battle of the Bulge and his life before and after the battle. Vince shares his memories from early childhood through his service in World War II and his life up until now as he stands on the verge of turning 90. A story you will long remember. Vince will be in Bastogne, at his original foxhole, on the 70the anniversary of the Battle of the Bulge, drinking Airborne Beer, which his actions many years ago inspired.

Ik vond het een ontroerend mooi boek moet ik zeggen. Het is echt heel bijzonder om zo’n levensverhaal te lezen. Over opgroeien in armoede op Staten Island, over Italiaanse gezelligheid in Amerika, over de opleiding tot soldaat, de oorlog (wat eigenlijk maar een klein deel van het boek omvat en eigenlijk is dat natuurlijk ook zo, zeker als je, zoals Vince inmiddels 94 bent) en vooral ook de jaren daarna: zijn grote liefde voor Iva, zijn kinderen, zijn vak, zijn laat opkomende interesse voor terugkeren naar Europa. Dat alles samen maakt hem voor mij een heel bijzondere man. Natuurlijk was hij in de oorlog, maar dat vormde hem maar ten dele. De jaren daarna zijn net zo bepalend. Vince komt pas 65 jaar na de oorlog weer terug naar Europa. Hij was een man die heel bewust koos voor een carrière als schoolmeester en die het nu een van zijn grootste taken vindt om jonge kinderen te vertellen over de oorlog (en om met hen veel en vaak dat lied te zingen). Dat filmpje moet je echt even kijken want je ziet ook dat hij hier een tandemparachutesprong in maakt! Heerlijk zoals Speranza in dat filmpje te zien is met zijn sigaar en opgerolde mouwen en zowel zijn hardheid als zijn zachtheid te zien.

Een mooi stukje uit zijn boek vind ik: I walked out by myself, kneeled at the first of the white crosses and tried to pray. I didn’t get very far before the sobs came. I bowed my head als low as I could, trying to hide my weakness. I didn’t do very well. Marco and Will came and got me and walked me to the car. I did okay on the way home. Sometimes I wonder why I keep going back to revive those images. Why don’t I just stay away from them and try to forget. Then I stop wondering and know why. It’s because I do not want to forget them now. I want to remember them, talk about them, pass them on to as many people as I can before I leave this earth to make up for te 65 years of neglect when I spocke nothing of the war. Our people should know and remember. I’m going to do what I can to help.

Het boek is inmiddels 5 jaar oud. Als het goed is, zal Speranza in december ook in Bastogne zijn om daar 75 jaar ‘Battle of the Bulges’ te herdenken. Hij is nu 94 jaar oud, maar dat geef je hem absoluut niet. Wie weet zie ik hem daar ook. Zittend aan een Airborne Beer: bier dat zijn naam te danken heeft aan een prachtige actie van Vince in 1944 en daarover kom je hier meer te weten.

Het zijn prachtige mensen, deze stokoude veteranen. Het is triest om te weten dat ze er over een paar jaar niet meer zullen zijn. Wat kunnen we nog veel van hen leren.

1994 – 2019

In november 1994 gebeurde er onder andere dit: klikkerdeklik. Wat stom zeg dat er op de 26ste niet bij staat dat Mr. T. en ik heuse verkering kregen.

En dat heuglijke feit staat ook hieronder niet vermeld. Nou ja zeg! Al zong Wet Wet Wet (ken je ze nog?) wel over de ‘Love die all around was’. Dat klopte toen als een bus!
Enfin: we zijn vandaag 25 jaar samen en nog steeds best een fijn setje al zeg ik het zelf. Love you Mr. T. ♥♥♥

Blauwe maan

De boeken van Lee Child met Jack Reacher in de hoofdrol verslind ik echt. Dat komt voor een groot deel door de geweldige staccato schrijfstijl van Child, maar ook omdat de boeken met Reacher in de hoofdrol me erg aanspreken. Het zijn geen echte thrillers, maar er gebeurt wel veel in en er vallen altijd veel slachtoffers en, hoe bizar ook, Reacher komt er steeds opnieuw gewoon mee weg. Misschien is het wel de illusie dat er ergens op de wereld een man rondloopt die danwel bikkelhard is, maar vooral ook het hart op de goede plek heeft zitten en altijd opkomt voor de zwakkeren in de samenleving of het juist altijd opneemt tegen de slechteriken in de wereld.  En waar gaat ‘Blauwe maan‘ dan over?

Jack Reacher is een voormalig militair agent, opgeleid om altijd een oogje in het zeil te houden. Hij zit in een Greyhoundbus en kijkt naar een oudere man die slaapt in zijn stoel en die een dikke envelop met contanten uit zijn zak heeft hangen. Een andere passagier kijkt ook… uiteraard met de gedachte snel rijk te worden. Wanneer de overvaller eindelijk een poging waagt, schiet Reacher te hulp. De oude man is hem dankbaar maar weigert Reachers aanbod om hem thuis te brengen. Hij is kwetsbaar, bang en zit duidelijk in grote problemen. Elders in de stad strijden twee meedogenloze, rivaliserende criminele bendes – de ene Albanees, de andere Oekraïens – om de macht. Hebben ze de controle over de oude man en diens leven? Zal Reacher toekijken en slechte dingen laten gebeuren? Of kan hij de situatie zo beïnvloeden dat die in ieders voordeel is?

Ik vond het, als altijd, een heerlijk boek. Zelfs weer een van de betere (en ze zijn al zo goed): lekker over the top, maar oh zo lekker weglezend. Heerlijk hoe Reacher in zijn hoofd de dingen uitdenkt, heerlijk hoe Child dat beschrijft, heerlijk hoe Reacher de boeven uitschakelt, de slachtoffers redt en en passant ook nog even de hele stad zuivert. Heerlijke humor ook, heerlijke ontmoetingen. Gewoon een fantastisch boek terwijl het eigenlijk weinig om het lijf heeft. Ik denk ook dat je, als je nog nooit eerder een boek met Reacher in de hoofdrol las het je niet kan bekoren, maar als je ze wel allemaal gelezen hebt, dan wil je alleen maar meer, meer, meer. Gelukkig heeft Child een hoog schrijftempo, dus deel 25 zal heus niet lang op zich laten wachten. Hoop ik.

Pas op!

Dit gerecht is zo lekker, dat je al heel snel veel te veel eet. Ik kookte laatst voor het eerst deze ‘hachee met zilveruitjes en pastinaak’ en dat werd ernstig gewaardeerd door de proefpersonen.

Wat heb je allemaal nodig?

  • 50 gram roomboter
  • 500 gram riblappen
  • 2 pastinaken
  • 1 pot zoetzure zilveruitjes (320 gram)
  • 50 ml wittewijnazijn
  • 8 kruidnagels
  • 2 laurierblaadjes
  • 1,5 runderbouillonblokje
  • 1 el appelstroop
  • 2 plakken ontbijtboek

En hoe maak je het dan?

  1. Snijd het vlees in blokjes. Smelt in een braadpan de boter. Bestrooi het vlees met versgemalen peper en bak in 4 minuten bruin aan.
  2. Schil intussen de pastinaak en snijd in blokjes. Schep de pastinaak door het vlees en bak nog 3 minuten.
  3. Voeg de zilveruitjes (de hele pot dus, dus niet uit laten lekken), azijn, bouillonblokjes, kruidnagels, stroop, laurierblaadjes en ontbijtkoek toe. Schenk er ongeveer 600 ml water bij en breng aan de kook.
  4. Draai het vuur laag, leg een deksel op de pan en stoof het vlees in 2 uur gaar. Breng op smaak met versgemalen peper.
  5. Verwijder de laurierblaadjes en kruidnagels uit de hachee.

De hachee was toen nog wel wat nat, dus ik hem nog wel een beetje gebonden.

En echt, het was heerlijk in het kwadraat. Als zelfs De Scholier redelijk enthousiast is over een gerecht, dan weet je dat je lekker gekookt hebt.

Wat is jouw favoriete stoofpot? En wat eet je er dan bij? 

 

De bijenhouder van Aleppo * Mijn broer heet Jessica * De stilte van de witte stad

De bijenhouder van Aleppo‘ is een indringend boek over een actueel thema. Het gaat namelijk over Nuri en Afra, man en vrouw, die het oorlogsgeweld in Syrië ontvluchten.

Als ze alles hebben verloren wat hun lief is, vlucht bijenhouder Nuri samen met zijn vrouw Afra weg uit Aleppo. Op hun reis door een gebroken wereld worden ze niet alleen geconfronteerd met de schokkende realiteit van het vluchtelingenbestaan, maar ook met een onuitsprekelijk verdriet: het verlies van hun zoon Sami. Het enige wat hen op de been houdt, is de wetenschap dat Nuri’s neef en zakenpartner Mustafa op hen wacht in Groot-Brittannië, waar hij opnieuw is begonnen met het houden van bijen. Want: “Waar bijen zijn, zijn bloemen, en waar bloemen zijn, is nieuw leven en hoop.’

Ik vond dit een erg mooi boek, maar ook best ingewikkeld. Je moest er je aandacht goed bijhouden vond ik om het te kunnen blijven volgen. Al blijkt gaandeweg het boek dat dat ook wel logisch is, maar dat snap je pas als je het boek ook echt gaat lezen. Indrukwekkend in ieder geval: het leed van de oorlog, de schade die oorlog veroorzaakt in levens, wat mensen elkaar aandoen. Heftig om te lezen, maar eigenlijk een verhaal dat iedereen zou moeten lezen.

 * * *

Mijn broer heet Jessica‘ van John Boyne is fantastisch! Tja, Boyne is sowieso een van mijn favoriete schrijvers dus toen ik dit boek van hem tegenkwam wist ik niet hoe snel ik het moest gaan lezen. Het is een dunnetje (helaas), maar wederom van grote, grote klasse.

Broers Sam en Jason zijn altijd onafscheidelijk geweest. Tot Jason op een dag opbiecht dat hij zich al zijn hele leven een meisje voelt. Het is voor Sam en hun ouders een grote schok. Moeder is staatssecretaris met het doel premier te worden en een transseksueel kind is slechte publiciteit. Na een tijdje wordt de situatie voor Jason zo onleefbaar dat hij bij zijn tante gaat wonen, waar hij zichzelf kan zijn. Kan de familie uiteindelijk toch begrip opbrengen voor Jasons gevoelens? En hoe lang houdt Jason het vol zonder de acceptatie van de mensen van wie hij het meest houdt?

Echt, dit boek is zo mooi geschreven vanuit het gezichtspunt van Jason. Echt geweldig om te lezen. Heel, heel mooi! Snel lezen dus.

 * * *

Ik vind het wat lastiger om een goed ‘oordeel’ te vormen over ‘De stilte van de witte stad‘.

Tasio Ortiz de Zárate is een briljante archeoloog die twintig jaar geleden werd veroordeeld voor een reeks bizarre moorden in het rustige stadje Vitoria. Hij staat op het punt voor het eerst de gevangenis te verlaten, als de misdaden weer beginnen: in de kathedraal van Vitoria wordt een jong stelletje gevonden: naakt en om het leven gekomen door bijensteken in hun keel. Niet veel later wordt in de Casa del Cordon, een bekend middeleeuws gebouw in de stad, een ander koppel vermoord. De jonge inspecteur en profiler Unai Lopez de Ayala – beter bekend als Kraken – wil niets liever dan meer moorden voorkomen, maar een recente tragedie in zijn eigen leven maakt het hem moeilijk om deze zaak te behandelen als alle andere. Zijn onorthodoxe werkmethode wekt bovendien ergernis bij zijn baas. De tijd begint te dringen en de dreiging wordt alsmaar sterker: wie volgt?

Het is eigenlijk een fantastisch interessant boek, maar er komen wel heel veel lange Spaanse namen, plaatsen en andere items in voor en dat maakte het voor mij eigenlijk best lastig om mijn aandacht er goed bij te kunnen houden. De twee verhaallijnen (heden en verleden) in het boek geven een extra dynamiek aan het boek en maken gaandeweg natuurlijk een heleboel duidelijk. Al met al ook zeker een mooi boek, maar als ik deze drie op een rij moet zetten dan ziet dat rijtje er als volgt uit:

  1. Mijn broer heet Jessica
  2. De bijenhouder van Aleppo
  3. De stilte van de witte stad

Open brief aan oom Piet

Lieve oom Piet,

Wat maak je me nu, zomaar ineens ben je er niet meer. Hoe kan dat nou? We wisten natuurlijk dat jouw leven niet lang meer zou duren maar dat je zo snel zou sterven dat had niemand verwacht. Vorige week zondag sprak ik je nog op een verjaardagsfeestje en toen was je eigenlijk vrij optimistisch. Dat je precies een week later ineens zoveel slechter zou zijn en opgenomen zou worden in het ziekenhuis en dat je vervolgens gisterenochtend al zou overlijden had toch niemand verwacht.

Jouw leven was een stilletjes leven, ik denk dat ik dat zo wel goed beschrijf. Je bent je hele leven vrijgezel geweest, hebt altijd bij je ouders gewoond en toen zij beiden overleden waren bleef je in dat huis wonen. Een huis dat schuin tegenover het onze staat.

Je bent altijd een stille man geweest, vriendelijk, zwaar op de hand was je, ook al kon je soms ineens heel fel op gebeurtenissen in de wereld reageren. Op een gegeven moment verloor je je werk en dat was heel naar voor jou. Een vast patroon verdween en solliciteren voelde als een onoverkomelijke opgave. Je bent met vrij grote regelmaat depressief geweest en vooral voor mijn ouders was het af en toe best lastig omdat je natuurlijk bij ons in het dorp woonde en zij het meeste contact met je hadden.

Je familie was heel belangrijk voor je, wij neven en nichten en onze kinderen, dat vond je prachtig. De laatste jaren werd er op jouw kosten regelmatig een familiedag georganiseerd. Je genoot daar zichtbaar van terwijl je ook daar vooral in je stoel zat toe te kijken. Je wist precies hoe de familie in elkaar zat, wie wanneer jarig was terwijl ik amper weet hoe dat in elkaar zit. Als ik het goed heb zouden er 101 mensen kunnen komen op zo’n dag als iedereen er zou zijn en meestal waren die er ook wel bijna.

Een jaar of 8 geleden ben je van het huis schuin tegenover ons verhuisd naar een appartement iets verder op. Wat een goede beslissing was dat! Je had er meer aanspraak, was eindelijk af van het onderhoud van je tuin en kreeg nu ineens wel energie om dingen aan te pakken. Je nam het schoonhouden van de gezamenlijke hal en buitenterrein op je en je had het er goed naar je zin.

Jouw leven was stilletjes en van patronen: iedere zondag naar de kerk en dan daarna naar mijn moeder voor een potje scrabble. Niet teveel dingen op een dag moeten doen, nooit uit de band. Ik heb wel eens ooit gedacht ‘kom op ome Piet, ga nou eens een keer ergens voor, maar zo zat je niet in elkaar, dat was veel te moeilijk’. Je kwam op al onze feestjes en zat dan vaak vooral toe te kijken met een flesje alcoholvrij bier voor je. Gesprekken met je voeren was niet eenvoudig. Ik stelde vragen, jij antwoordde, dat was het. Uit jezelf vertelde je, mij in ieder geval, nooit veel. Je was een constante, stille maar zeker wel geziene en aanwezige factor in mijn leven.

Je gezondheid was al jaren niet optimaal en daar kwamen nierproblemen bij. Op een gegeven moment ging het over dialyseren of transplanteren maar daar trok jij een heel duidelijke grens: dat wilde je niet en dat gebeurde dus ook niet. Dat je daardoor zou gaan overlijden vond je niet erg. Een dapper besluit vond ik, zeker voor de onzekere en gezagsgetrouwe man die je eigenlijk was. Met een van je broers heb je nog je zaken geregeld en dat was dat. Je was klaar. Je werd steeds vermoeider, begon veel vocht vast te houden en het leven viel je nog zwaarder. ‘Ik ben klaar met het leven, maar het leven nog niet met mij’, zei je nog niets zo heel lang geleden. Tot afgelopen zondag, toen was het leven wel bijna klaar met je. Eergisteren ben je nog bediend met al jouw broers en zussen om je heen en gisterenochtend ben je heel rustig, precies zoals je was, heengegaan. Mijn ouders waren daar gelukkig bij, ze hebben veel liefde, tijd en aandacht aan je besteed en het is fijn dat je niet alleen was toen je overleed.

Gossie, oom Piet, dat was het dan. Het zal raar zijn, onze feestjes zonder jou. Rust zacht.

Kus, je oudste nichtje

Gekrompen

Zie hier een van mijn favoriete kledingstukken. Ik heb het vorig jaar veelvuldig gedragen. Vaak met een bruinig ribrokje en ik vond het altijd supertof staan.

Ik doe mijn kleding zo min mogelijk in de was en dat lukt ook prima. Ik ben geen knoeier en ook niet erg zweterig aangelegd (behalve dan die verrekte excusez le mot opvliegers, maar die ruiken in mijn geval gelukkig niet) dus dat gaat eigenlijk altijd wel goed. Het was dus zo dat ik dit kledingstuk nog nooit gewassen had tot die ene keer …

Meestal was ik op koud (30 of 40 graden) en dat was nu niet anders. Ik waste het zelfs onder de 30 graden maar jemig wat is ie gekrompen! Qua lengte gaat het nog prima maar in de breedte is het niet tof. Buik en zo geen probleem, maar op de buste zit het behoorlijk strak (eigenlijk kan het nog best vind ik, ik draag vaak genoeg strakke kleding) maar daardoor gaat het geheel bij de hals en de oksels vreemde trekjes vertonen. Niet mooi meer en ik vind het ook niet meer comfortabel. En zo hing ie dus ruim een half jaar in de kast te hangen, trok ik hem af en toe aan, om hem dan toch weer uit te trekken.

Eigenlijk denk ik dat niemand het ziet als ik geen aanheb, maar het zit gewoon niet meer fijn. Gisteren deed ik hem nog aan en hield ik hem ook aan, maar blergh … Het was het niet meer. Vandaag dus de knoop doorgehakt en ik doe hem, met pijn in het hart, in de zak van Max. Ik baal ervan, maar ja.

Heb jij ook ooit een van jouw favoriete kledingstukken weg moeten doen omdat het door krimp of iets anders niet meer fijn zat. En zo ja, wat was het voor iets?

Koud!

Laatst waren Mr. T. en ik bij vrienden op bezoek en daar stond de thermostaat op 18°C. Wow, het was me daar een partijtje koud zeg. Echt brrrrr …

Wij hebben zo’n Nefit thermostaat en dat is best een handig ding.

De thermostaat verwarmt ons huis volgens onderstaand schema:

Het lichtroze is 20°C, het blauw is 17°C. Overdag vind ik 20° meer dan genoeg, ‘s avonds heb ik het graag toch net wat warmer omdat je dan vaak stil zit.

Onze meiden zijn nogal van de kouwelijke. Ze vinden het snel te koud in huis. Dat ze op heel dunne sokjes rondlopen, dat vergeten ze voor het gemak vaak. Hoe vaak we niet zeggen dat ze sloffen aan moeten doen, of een trui (als ze in een dun flodderbloesje rondlopen): het is niet op één hand te tellen. Er liggen een paar fleecedekens bij de bank en die hebben ze vaak in gebruik.

Zelf heb ik ‘s avonds vaak dikke sokken aan, een lekker warme joggingbroek en een lekker warme fleece-trui. Het zit lekker comfortabel en is lekker warm (veel te heet trouwens in tijden van opvliegers, maar gelukkig zit er een rits in de trui). Mr. T. heeft het eigenlijk nooit koud. Hij loopt tot ver in de winter nog in shirts met korte mouwen rond en een hemd dragen, daar doet hij niet aan.

Wat is jouw ideale kamertemperatuur? Hoe hoog heb jij de verwarming staan? Heb je een kachel? Stook je die vaak aan? 

 

Vox & Elizabeth is zoek

Ik vond ‘Vox‘ vooral een heel bijzonder boek. Een boek ook waarvan ik me voorstel dat wat erin gebeurt never nooit niet zal gebeuren, maar zeg nooit nooit.

Je mag honderd woorden per dag spreken. Eén woord meer en je krijgt een stroomstoot van duizend volt. Welkom in het nieuwe Amerika. Dr. Jean McClellan brengt haar tijd in stilte door. Ze heeft een teller om haar pols die elk woord bijhoudt dat ze spreekt. Ieder woord boven de honderd zorgt voor een krachtige stroomstoot. En dat is niet de enige maatregel die de nieuwe regering heeft opgelegd. Sinds er een extreem conservatieve partij aan de macht is gekomen, zijn miljoenen vrouwen hun baan kwijtgeraakt. Hun bankrekeningen zijn bevroren, hun paspoorten ingetrokken. Meisjes leren niet langer lezen en schrijven. Wie zich niet aan de regels houdt, wordt weggevoerd naar een heropvoedingskamp en komt nooit meer terug. Dan staan er ineens twee mannen op de stoep. Voordat Jean het zwijgen werd opgelegd, was ze een begenadigd wetenschapper en nu is haar kennis hard nodig. De mannen doen Jean een aanbod dat ze niet kan weigeren: ze mag weer ongelimiteerd praten. Maar tegen welke prijs?

Bijzonder dus, en eigenlijk ook best langdradig. Het boek blijft maar rondjes draaien in ‘het niet mogen praten’ en echt heel veel gebeurt er ook niet. Vond ik. De flasbacks zijn nog wel een beetje interessant, maar ook weer niet heel erg. Het uitgangspunt van het boek is natuurlijk bizar en angstaanjagend, maar toch kon het boek me niet echt boeien. Het duurt heeeeeeel lang voordat het echt op gang komt en dan wordt in de laatste pak ‘m beet 30 bladzijdes het einde eigenlijk nog vrij snel en wazig afgerond. Jammer eigenlijk. Ik denk dat er meer in dit boek had kunnen zitten.

Elizabeth is zoek‘ is een ook een heel bijzonder boek waarin het de auteur, in mijn optie, erg goed lukt om een aan dementie lijdende vrouw een verhaal te laten vertellen.

Maud is vergeetachtig. Ze maakt een kop thee en vergeet te drinken. Ze gaat naar winkels en vergeet waarom. Soms is haar huis onherkenbaar – of lijkt haar dochter Helen een totale vreemde. Maar Maud weet één ding zeker: haar vriendin Elizabeth is zoek. Het staat op het briefje in haar zak. En wie haar ook zegt erover op te houden, het erbij te laten, Maud zal niet rusten tot ze heeft uitgezocht hoe het zit. Want Maud heeft eerder te maken gehad met een verdwijning. En ergens in haar beschadigde geest ligt het antwoord op een onopgelost zeventig jaar oud mysterie. Een mysterie dat iedereen vergeten is. Iedereen, behalve Maud…

Ik vind dat Emma Healey met dit boek een prachtig debuut heeft geschreven. Omdat het boek vanuit Maud verteld wordt is het boek af en toe gewoon niet te volgen. Maud immers leidt aan Alzheimer en Healey treft de chaos in Mauds’ hoofd perfect (tenminste, ik denk dat het perfect is). Maud is ontroerend, grappig, bozig, verward, bang en nog veel meer emoties meer passeren de revue. Heden en verleden wisselen elkaar af en soms moet je goed opletten om te snappen in welke tijd je aan het lezen bent. Uiteindelijk eindigt al die chaos in een bijzondere ontknoping en passen alle eindjes precies. Een bijzonder boek dat ik met veel plezier en interesse heb gelezen.