Woke


Ik word zo moe van dit soort gebeurtenissen. Nooit is er ook maar iets goed. Iedereen heeft een mening. En er wordt (meestal) gebogen voor een klein groepje met een grote mond.

Moe word ik ook van vrouwenquota in het bedrijfsleven, Jodenkoeken die inmiddels Odekoeken heten, het willen veranderen van straatnamen en zoveel meer. Volgens mij is het veel belangrijker dat de beste kandidaat op de juiste plek komt te zitten en dat geschiedenis goed geduid wordt. Met de kennis van nu is het immers (veel te ge)makkelijk (ver)oordelen.

En ja, ik ben een geprivileerde blanke vrouw met voldoende geld op de bank en volop kansen. Sparen heet dat en kansen proberen te benutten (en ook mij lukte dat lang niet altijd). Ook ik heb vele teleurstellingen moeten incasseren als het op carrièregebied aankomt. Ik prijs me daar achteraf gelukkig mee want nu heb ik de fijnste baan ever, maar ja, dat wist ik toen nog niet natuurlijk. Maar dat ik nu leef zoals ik leef, daar hoef ik me toch niet schuldig over te voelen? Wat niet wil zeggen dat ik niet nadenk en geen oog heb voor dingen die anders moeten of kunnen. Dat ik geen oog heb voor de ongelijkheid in de wereld en vind dat we daar iets aan moeten doen. Maar dwang of sociale druk is volgens mij nooit het antwoord. Dat zouden juist die woke mensen zich moeten realiseren. Toch? Of zouden ze juist zeggen: daar heb je er weer een, zo’n witte troela die helemaal niet weet waar ze het over heeft? Daar zou ik graag het gesprek over aangaan.

Pfffft, ik zou hier zoveel over kunnen schrijven maar dan staat het hier, ongenuanceerd, zwart op wit te staan en dat lijkt me niet handig. Ben in ieder geval erg benieuwd hoe men over pak ‘m beet 50 of 100 jaar naar deze ‘progressieve wakkere denk periode’ kijkt.

Verbinding

Och jongens toch, het is wellicht niet te geloven, maar ik ben aan het ‘handwerken’ geslagen. Soort van althans. En ik vind het echt superleuk om te doen.

Wat is het geval? De dame die in 2018 en 2019 prachtige verbindende kunstprojecten verzon heeft nu ‘het netwerk’ bedacht. En voor dat ‘netwerk’ maken mensen die dat leuk vinden een soort van koorden. En dat doen ze dus met een zogenaamde lucetvork. Van de koorden die we allemaal samen ‘lucetten’ maakt de kunstenares dan vervolgens tijdelijke kunstwerken.

Op de foto’s hierboven de koorden die ik tot nu toe gemaakt heb. In totaal is het 65 meter geworden. De koorden moeten minimaal 12 meter lang zijn. Ik zit eigenlijk vooral ‘s avonds voor de tv te fröbelen.

Het klinkt zo suf, maar het is gewoon zo heerlijk ontspannend. Op dit moment doen er 250 mensen mee. Het garen wordt gesponsord en er zijn al heel wat meters afgeleverd. Toen er laatst sneeuw lag maakte de initiatiefneemster haar eerste concept kunstwerk.

Het is de bedoeling dat ze straks door de hele gemeente tijdelijke kunstwerken maakt en dat die na een tijdje weer weggehaald worden. Ze wast vervolgens de koorden en kan ze weer opnieuw gebruiken.

Prachtig toch al die kleuren en al die mensen die meedoen.

Ik had nog nooit van lucetten gehoord, ik zie er eigenlijk het nut ook niet zo van in. Maar begrijp uit dit artikel dat het eigenlijk al een heel oud gebruik is en dat de koorden gebruikt werden om kleding te versieren.

Gevulde pastaschelpen met spinazie en zalm

En weer kookte ik heerlijk. Dit keer een recept van eatertainment.

Het recept op hun website heb ik aangepast naar vier personen. Uiteindelijk gebruikte ik:

  • 40 grote pastaschelpen Conchiglioni
  • 4 uien
  • 4 teentjes knoflook
  • 2 eetlepels olijfolie
  • 400 gram spinazie
  • 200 gram tuinerwten uit pot
  • 350 gram ricotta
  • 15 gram verse basilicum
  • 350 gram gerookte zalmflakes
  • 200 gram cherrytomaten
  • 400 milliliter passata met kruiden
  • 1 zakje geraspte mozzarella


Bereidingswijze volgens het recept.

  1. Verwarm de oven voor op 200°C. Kook de pastaschelpen in 6 min beetgaar. Snipper de knoflook en de ui fijn.
  2. Verhit de olijfolie in een koekenpan en fruit de knoflook en de ui aan.
  3. Voeg de spinazie en de uitgelekte tuinerwten toe en laat de spinazie slinken.
  4. Voeg vervolgens de ricotta en basilicum toe.
  5. Pureer de saus licht totdat de spinazie en tuinerwten vermengd zijn met de ricotta en basilicum.
  6. Meng op de bodem van een ovenschaal de gehalveerde tomaatjes, zalmflakes en passata door elkaar.
  7. Vul de uitgelekte pastaschelpen elk met 1 el van het ricottamengsel en leg ze in een patroon in de tomatensaus.
  8. Strooi de mozzarella over de pastaschelpen.
  9. Zet de ovenschaal voor 5 minuten in het midden van de oven. Serveer de gevulde pasta zodra de kaas is gesmolten.


Ik heb de aangegeven oventijd aangepast van 5 naar 15 minuten want de passata, zalm en tomaatjes doe je ‘koud’ in de schaal, dus ik dacht dat dat niet echt warm zou worden. Uiteindelijk bleek 15 minuten ook nog te kort. De volgende keer warm ik die dingen dus vooraf al op. Want als ik iets niet fijn vind is ‘lauw’ eten.


Mr. T., Ova en Saar waren unaniem: HEERLIJK!!!! En ik kan dat alleen maar beamen.

De zilverboom & Het familiegeheim

Ik stop weer even twee heel boeken in één logje. Allereerst las ik ‘De zilverboom‘ van Lucinda Riley.

Greta keert na dertig jaar terug naar Marchmont Hall, het prachtige landhuis dat ooit een belangrijke rol in haar leven speelde. Maar ze kan zich niets meer van die periode herinneren; door een tragisch ongeluk is ze haar geheugen van de afgelopen jaren kwijt. Maar dan vindt Greta een grafsteen op het besneeuwde landgoed, en ze weet zeker dat er hier herinneringen verborgen liggen. Ze gaat op zoek naar haar verloren verleden en ontrafelt zo niet alleen haar eigen verhaal, maar ook dat van haar dochter, die haar eigen geheimen blijkt te hebben…

Wat vond ik dit een fijn, fijn, fijn boek! Gewoon een heerlijke roman met voldoende ontwikkelingen om interessant te blijven en te maken dat je maar wilt blijven lezen. Af en toe wat onwaarschijnlijk maar de fijne zinnen en de vlotte schrijfstijl maken dat meer dan goed. Een heel fijn boek van Lucinda Riley dus. Uiteraard heb ik al een boel zussen gelezen (niet over ieder deel was ik even enthousiast) en ik las ook nog een ander boek van haar maar ‘De zilverboom’ is toch wel een van mijn favorieten geworden.

Het familiegeheim‘ van Sarah Lark vond ik ook een fijn boek al bekoorde dan met name het historische deel mij heel erg. De geschiedenis van de Maori vind ik ontzettend interessant en het feit dat Lark bestaande figuren en gebeurtenissen in haar roman heeft verweven vind ik erg leerzaam. Tjongejonge wat hebben wij Europeanen toch veel ellende veroorzaakt wereldwijd. En uiteraard realiseer ik me heel goed dat ik dat met de kennis van nu zeg.

Stephanie kan zich niets herinneren van haar vroegste jeugd in Nieuw-Zeeland en gaat op onderzoek uit. Maar sommige familiegeschiedenissen kunnen beter vergeten blijven… Journaliste Stephanie is in Nieuw-Zeeland opgegroeid maar woont al het grootste deel van haar leven in Hamburg. Ze heeft geen enkele herinnering aan de eerste jaren van haar leven of aan haar vader, iets dat haar steeds vreemder voorkomt. De meeste mensen kunnen zich wel íéts herinneren van hun vroege jeugd, maar in haar geheugen blijft alles donker…
Door nieuwsgierigheid gedreven reist ze terug naar het huis van haar jeugd om uit te zoeken wat er is gebeurd. Maar het blijkt al snel dat er een traumatische oorzaak is voor haar onvermogen iets te herinneren. Het is verleidelijk te denken dat het beter is om haar familiegeschiedenis te laten rusten, maar uiteindelijk blijkt haar drang om meer te weten over zichzelf sterker dan haar angst.
Met het dagboek van een Maori-meisje in handen en vergezeld door Weru, een Maori die werkt als leraar, trekt Stephanie door Nieuw-Zeeland om de geheimen van het verleden te ontraadselen en zo een brug te slaan tussen heden en verleden.

Ook dit boek las ik daarom met veel plezier. Als ik echt, echt, echt zou moeten kiezen dan denk ik dat je uiteindelijk ‘De zilverboom’ zou aanraden. Maar beter lees je gewoon allebei deze romans. Gewoon omdat het heel fijne boeken zijn.

Rest in peace John

“John firmly believed that reconciliation with past enemies is an important step to building lasting peace”.

Gisteren overleed John Sleep: een van de veteranen die ik onder andere in september 2019 mocht ontmoeten tijdens onze activiteiten rondom 75 jaar vrijheid.
Tijdens het victorydinner had ik de eer om bij hem en zijn begeleider aan tafel te mogen zitten.

John werd geboren in 1921 (drie weken geleden vierde hij zijn 100ste verjaardag), werd in 1940 opgeroepen en diende bij het Royal Berkshire Regiment and 3th Para. Hij vocht in Algerije, Tunesië, Libië en Italië. Op 6 juni 1944 landde hij op Sword Beach in Normandië. Hij vocht vervolgens Frankrijk, België en Nederland. Nam deel aan de bevrijding van Valkenswaard en Helmond en aan de Slag bij Overloon. Bij deze laatste slag raakt hij zwaar gewond waarna hij een jaar in het ziekenhuis lag. En dat alles voor onze vrijheid!Na de oorlog ging hij aan de slag als timmerman, hij trouwde, kreeg kinderen en kleinkinderen. Hij is vele malen teruggekeerd naar Nederland en maakte zich in zijn eigen land hard voor goede voorzieningen voor veteranen en oorlogsweduwen. John was een milde en vergevingsgezinde man die ook in Duitsland herdenkingen bezocht. Ook het Duitse kerkhof in Ysselsteyn heeft hij meerdere keren bezocht. Hij zocht en vond verbinding.

Het is zo verdrietig dat er steeds meer WOII-veteranen overlijden. Natuurlijk is het logisch dat hun generatie langzaam maar zeker verdwijnt, maar dat maakt het niet minder erg. Dankzij deze mannen leven wij nu immers in vrijheid.

Ik kende John natuurlijk niet persoonlijk, maar op mij maakte zijn zachtaardige uitstraling enorme indruk.

Rust in vrede John: en dat derde woord zegt wat mij betreft alles.

Trouwe dienst

Toen ik eind april1996 (oh, Mr. T. en ik wonen gewoon bijna 25 jaar samen) bij Mr. T. introk stond er al een Miele in huis.

Op enig moment, zeg toen we 10 jaar samenwoonden, kwam ter sprake hoe oud de Miele was. Hij wist het niet zeker: of hij had hem gekocht toen hij in 1990 in het huis trok, of hij was drie jaar jonger omdat zijn ex de andere wasmachine meegenomen had en er natuurlijk wel een wasmachine moest komen.

Enfin: de machine draaide en draaide en draaide en draaide et cetera et cetera. Tot vorige week: toen kwam de was kletsnat uit het machine. En wat ik ook probeerde: er gebeurde niets meer.

Al met al heeft de Miele dus minstens 26 maar misschien zelfs wel 31 jaar dienst gedaan. Tof zeg.

Maar een huishouden zonder wasmachine is niet handig, dus er moest zo snel mogelijk een nieuwe komen. Die bestelden we op zaterdag via het weeweewee en de maandag erop werd hij al geleverd. Geen idee of deze ook weer zo lang meegaat: laten we het hopen. Al vind ik wel dat die apparatuur van tegenwoordig minder lang mee lijkt te gaan vroeger.

Ik gooi meteen even een lijstje in de herhaling. Doe je mee?

  1. Mijn witte was was ik met … op … graden.
  2. Mijn bonte was was ik met … op … graden.
  3. Ik was gemiddeld … machines per week.
  4. De droogtrommel gebruik ik … keer per week.
  5. Mijn was hang ik binnen/buiten te drogen.
  6. Kwetsbare spulletjes was ik wel/niet met de hand.
  7. Voor moeilijke vlekken zweer ik bij …
  8. Mijn wasmachine is een … en ik heb haar (want is een wasmachine nu mannelijk of vrouwelijk?) al … jaar.
  9. Strijken doe ik … keer per week, de strijkplank staat …
  10. Ik breng … keer per jaar iets naar de stomerij.

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Het gekwetste ik duldt geen tegenspraak

Ik las onderstaand stuk een tijdje geleden in het NRC en kan het er niet meer mee eens zijn. Bas Heijne slaat wat mij betreft de spijker op z’n kop!


Het individu is almachtig én ongehoord. Zodra je je eigen hoofd verlaat, blijkt dat je schrikbarend weinig voorstelt, ziet Bas Heijne.

Protest heeft grote woorden nodig, maar tegenwoordig regeert de hyperbool. Wie ontevreden of boos is, zoekt meteen de overtreffende trap. Lees even mee. Nederland anno nu is een „dictatuur”, de lange lockdown is „een misdaad tegen de menselijkheid”. Dingen roepen op het Museumplein is „verzet”. Volgens de sjamaan van Viruswaarheid, Willem Engel, is het isoleren van ouderen in verpleeghuizen „een vorm van genocide”.

In een filosofisch gesprek met rapper Lange Frans noemt complotprofessor Karel van Wolferen de aanpak van de coronapandemie „de meest totalitaire ingreep die we ooit hebben gezien. Voor iedereen die na de Tweede Wereldoorlog is geboren is dit de allergrootste leugen die we in ons leven meemaken. En de grootste misdaad”. De voorman van splinterpartij Forum voor Democratie over het corona-beleid: „Een van de grootste vergissingen die mensen hebben bevangen”.

Groot, groter, grootst.

En altijd is de burgeroorlog op handen. „Gaat er hulp komen?”, vroeg Lange Frans afgelopen zomer aan graancirkelexpert Janet Ossebaard. „Of is er een Nederlandse militie die nu in de bossen aan het trainen is om met een of andere rare actie het Torentje plat te leggen?” Ossebaard: „We kunnen dit niet alleen. Wat moeten we doen? Die man [Mark Rutte] doodschieten? Ik ga het niet doen, ik wil graag mijn karma schoonhouden”.

Wanneer het over lijden en onderdrukking gaat, is de overtreffende trap snel gevonden. De moord op zes miljoen Joden mag uniek zijn, de eigen sores is toch minstens even erg. „Als er straks geen boeren meer zijn, zeg dan niet: Wir haben es nicht gewusst”, sprak de aanvoerder van Farmers Defence Force, Mark van den Oever, vorig jaar tijdens de boerenprotesten. Na ophef over zijn uitspraken, hield hij vol: „Het lijkt er toch een beetje op? Ook nu is het een kleine bevolkingsgroep die systematisch in een hoek wordt gedreven en die van haar land wordt verdreven”. Willem Engel vergeleek later het verplicht dragen van mondkapjes met het dragen van de Jodenster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij een post over hun „verzet” op Facebook plaatsten Viruswaarheid en Engel afgelopen week een foto van het monument Vrouwen van Ravensbrück.

Uitzinnig narcisme

Zulke krankjorume vereenzelviging roept afschuw, hoon en hilariteit op, maar een verklaring blijft uit. Wat beweegt mensen om hun eigen kritiek en onvrede in zulke gênante beeldspraak te vatten? Waarom gaat het gevoel niet gehoord te worden moeiteloos samen met tomeloze overdrijving en gierende egomanie?

Waar komt die combinatie van slachtofferschap en uitzinnig narcisme vandaan? Neem die pijnlijke vereenzelviging met de Jodenvervolging. Die wordt niet veroorzaakt door slecht onderwijs en gebrek aan historisch besef, zoals wel wordt beweerd, maar door een verstoorde hiërarchie, een verstoord gevoel voor proportie. Een gezond moreel besef relativeert je eigen besognes, hoe naar ook, wanneer je die in het perspectief zet van zoiets groots en onbevattelijks als de Holocaust. Maar niet wanneer jouw beleving, jouw emotie, het middelpunt van alles is geworden. Wanneer alles aan je eigen subjectieve beleving wordt afgemeten, zijn de verschrikkingen van de oorlog niet langer een referentiepunt buiten jezelf, maar een middel om aandacht te trekken voor jouw leed.

„Respectloos en smakeloos”, noemt het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück de actie van Viruswaarheid in een reactie, en voegt eraan toe: „Natuurlijk heeft iedereen het volste recht om te demonstreren en het niet eens te zijn met de coronamaatregelen. Maar de tegenbeweging Viruswaarheid op één lijn zetten met het dappere verzet en onnoemlijk lijden van de Vrouwen van Ravensbrück, van wie velen hun verzet met de dood hebben moeten bekopen, is onacceptabel”.

Het zal geen indruk maken op de narcist Engel en zijn aanhang. Wie boos is, wie onrecht ervaart, wie aandacht wil, wil gezien worden – het maakt niet uit hoe.

Gezien willen worden heeft in onze tijd twee betekenissen, en daar zit het probleem.

Tijdperk van het tirannieke individu

Eerst de maatschappelijke betekenis: wanneer je je ongehoord, veronachtzaamd of vernederd voelt, kun je zichtbaarheid opeisen op basis van gelijkheid. Je vecht voor je overtuigingen of eist een plek voor jezelf op als volwaardige burger in de maatschappij, te midden van andere burgers. Dat was de motor achter de grote emancipatiebewegingen van de twintigste eeuw.

De liberale democratie belooft gelijkheid voor iedereen. We weten dat die belofte te vaak niet wordt nagekomen, maar vanuit historisch perspectief gezien zijn grote stappen gezet. Zoals de Franse socioloog Nathalie Heinich in een gesprek met mij stelde: „Kijk naar de positie van vrouwen nog maar één generatie geleden en die van nu. Wanneer een bepaalde waarde steeds belangrijker wordt gevonden, valt de discrepantie tussen die waarde en de dagelijkse realiteit steeds meer op. Mensen kunnen daardoor het gevoel krijgen dat het almaar slechter gaat, maar het omgekeerde is het geval. De meeste mensen denken niet over zichzelf in historische termen, maar in de afgelopen honderd jaar heeft het ideaal van gelijkheid enorme vooruitgang geboekt”.

Klopt – maar het is niet het hele verhaal. In de voorbije decennia is de nadruk steeds meer komen te liggen op de individuele beleving, de buitenwereld als verlengstuk van de belevingswereld. Dat is de tweede betekenis van het gezien willen worden, je zet jezelf overal en altijd op de voorgrond. De menselijke neiging om de wereld vanuit de eigen subjectiviteit te beschouwen is de afgelopen decennia op alle fronten aangemoedigd – ideologisch, technologisch, economisch. De selfie-cultuur, zeg maar.

Die ontwikkeling wordt overtuigend beschreven in een recent boek met de provocerende titel L’ère de l’individu tyran (Het tijdperk van het tirannieke individu) van Éric Sadin, een filosoof die zich bezighoudt met de invloed van nieuwe technologie op de samenleving. Het klassieke liberalisme propageerde gelijkheid, maar ook de gedachte dat iedereen zijn eigen geluk mocht najagen. Lang – en volgens velen nog altijd – heerste de overtuiging dat wat goed was voor het individu ook goed zou zijn voor de maatschappij als geheel. Eigen belang was algemeen belang. Aangemoedigd door het neoliberalisme kwam de nadruk meer en meer op individuele zelfbeschikking te liggen. In onze consumptiemaatschappij werd het ideaal van eindeloze zelfontplooiing, het ik als absoluut middelpunt van de wereld, tot een commerciële cultus met de kracht van een geloof.

Leugenachtige belofte, grote deceptie

Want een geloof, dat was het. In 2006 koos Time Magazine daarom als Persoon van het Jaar: You. Op het omslag van het weekblad stond een desktopcomputer afgebeeld met een scherm dat tegelijk een spiegel was. En de tekst: „Ja, jij. Jij heerst in het informatietijdperk. Welkom in jouw wereld”.

Een mooiere illustratie van dit geloof in eindeloze zelfbeschikking is er niet, denk ik. Het individu wordt beloofd dat hij de nieuwe, digitale wereld kan besturen vanachter zijn toetsenbord, de burger bestuurt de maatschappij via laptop of smartphone, hij hoeft niet langer op te kijken tegen autoriteiten en bekende figuren. Hij kijkt via een scherm naar heel de wereld. Tegelijk was dat scherm op het omslag van Time ook een spiegel; je kijkt naar de wereld, maar je ziet alleen jezelf.

Zo cynisch was die cover van Time niet bedoeld. In die jaren geloofde men het allemaal echt.

Sadin laat zien hoe leugenachtig die belofte was. Juist omdat het individu door een combinatie van techniek, commercie en neoliberale ideologie langzaam maar zeker was losgeweekt van de publieke ruimte en de publieke zaak, vormde zijn werkelijke verlies aan maatschappelijke invloed een schril contrast met de digitale almacht die hem werd aangepraat.

Want als iemand niet heerste over het informatietijdperk, dan was het die ‘jij’. Van de euforie van het omslag van Time is inmiddels niets meer over. De grote deceptie is dat we geen subject blijken te zijn, maar object – allereerst van de tech-giganten die de belofte van individuele almacht gebruiken als rookgordijn voor sturing en manipulatie, die persoonlijke data vooral als handelswaar zien. We hebben een iPhone, YouTube, YouPorn, het is ik, jij, ik, jij tot in het oneindige, maar die aangekweekte, van alle kanten aangemoedigde eigendunk, blijkt steeds opnieuw een hopeloze illusie. ‘Jij’ stelt helemaal niet veel voor, steeds minder eigenlijk. Met je likes. Met je selfies. Met je meningen.

Vandaar dat de retoriek van hedendaagse opstandigen steeds heen en weer slingert tussen uitingen van geldingsdrang en het zwelgen in slachtofferschap („Gaat er hulp komen? We kunnen dit niet alleen”). Gevoelens van almacht en onmacht blijken twee kanten van dezelfde medaille. Jou is decennialang beloofd dat je de wereld je wil kunt opleggen en maar steeds opnieuw ontdek je dat die belofte gewoon bedrog is. Anderen bepalen alles. Achter je toetsenbord ben je alleenheerser, maar maatschappelijk is je betekenis verwaarloosbaar. Zodra je je eigen hoofd verlaat, blijkt dat je schrikbarend weinig voorstelt; speelbal ben je, object voor sturing en manipulatie. Het tirannieke individu uit de titel van het boek van Sadin blijkt een onmachtige heerser, omdat niemand zijn bevelen opvolgt, sterker nog, omdat vrijwel niemand hem ziet staan.

Je ben almachtig én ongehoord.

Glijdende schaal van ongemak naar paranoia

Mij lijkt die paradox een geloofwaardige verklaring voor die vaak zo hysterische en onsmakelijke betrekkingswaan van zoveel hedendaagse opstandigen. In hun activisme lopen die twee manieren van ‘gezien’ willen worden hopeloos door elkaar, je punt willen maken in een maatschappelijk debat en de tirannieke neigingen van een ego dat geen tegenspraak duldt.

Omdat de wereld buiten je hoofd geen oog heeft voor jou en je besognes, jouw benardheid en pijn, ontstaat gemakkelijk het idee dat die wereld tegen jou is, je wil dwarsbomen, knechten, en zelfs vernietigen. Die glijdende schaal van ongemak naar paranoia zie je mooi in complotdocumentaires als Hold-Up, een Franse documentaire tegen het coronaregime die al miljoenen keren bekeken is. Die film begint met twijfels aan het nut van het mondkapje; hij eindigt met de suggestie van een complot van machtigen om een wereldheerschappij te vestigen. In die nieuwe orde zal er helemaal geen plaats meer zijn voor gewone burgers, zij zullen niet alleen ongezien en ongehoord blijven, maar uiteindelijk overbodig verklaard en geruimd worden.

Wanneer het gaat over de verspreiding van nepnieuws en complottheorieën, wordt meestal ter verklaring de filterbubbel aangehaald, waar mensen een alternatieve werkelijkheid wordt gepresenteerd, die nergens meer weersproken wordt. De wereld is complex en onoverzichtelijk, heet het dan, en mensen zoeken naar houvast, een overzichtelijk verhaal dat alles verklaart.

Zulke verklaringen missen wat mij betreft waar het echt omgaat: de onverdraaglijke discrepantie tussen de zelfbeschikking die het individu is aangepraat, de belofte dat je wereld zich voor jou zal openstellen (Jij heerst over de informatiemaatschappij!), zich naar jouw wensen zal voegen, en, anderzijds, de harde werkelijkheid waarin jouw stem nauwelijks gehoord wordt temidden van al die andere stemmen, waarin iedereen aan de touwtjes lijkt te trekken behalve jij. De aandacht waarmee de buitenwereld je overstelpt, blijkt, dat is het grote bedrog, een middel om je aan te sturen, te nudgen en te manipuleren – en geld aan je te verdienen.

Dopamine-shot van zelfvergroting

Éric Sadin laat in zijn boek goed zien hoe die nadruk op „la centralité de soi”, het ik als middelpunt, de publieke ruimte leeg en het publieke debat hol hebben gemaakt. Die uitzinnige vergelijkingen met de Jodenvervolging en verzetsstrijders zijn uitingen van eigenwaan die behalve smakeloosheid vooral onmacht laten zien; je krijgt er aandacht door, maar het maakt de buitenwereld ook onmogelijk je serieus te nemen. Niemand buiten je eigen groep wil meer met je gezien worden, zodat je behoefte om ‘gezien’ te worden in het luchtledige blijft zweven. Waardoor de frustratie alleen maar groter wordt, de vergelijkingen absurder, de complottheorieën uitzinniger.

Een ander gevolg van dat wegvallen van het publieke debat, het opgesloten zijn in het geïnflateerde ik, is dat alles voortaan persoonlijk wordt. Progressieve activisten roepen graag dat het persoonlijke politiek is, maar voor je het weet is ook het omgekeerde het geval – dat alles wat politiek en maatschappelijk is, meteen in het persoonlijke wordt getrokken. Dan gaat het niet langer om wat er gezegd wordt, maar alleen nog om wie het zegt. Je politieke held kan de grootste leugens verkondigen, het doet er niet toe; de politicus waar je een teringhekel aan hebt roept enkel persoonlijke haat op.

Van alle kanten worden de geloofsartikelen van het neoliberalisme nu bekritiseerd. Daarbij gaat het steeds om doorgeschoten marktdenken, groeiende ongelijkheid, het verwaarlozen van de publieke sector. Maar de meeste critici bijten hun tanden stuk op die gedeprivilegieerde burger, die systeemkritiek schouderophalend aan zich voorbij laat gaan en zich dag en nacht druk blijft maken over Kick Out Zwarte Piet en de man van Sigrid Kaag.

Vals bewustzijn!, wordt er dan wanhopig geroepen. Maar vergeten wordt dat diezelfde burger jarenlang van alle kanten is aangemoedigd zijn burgerschap in te ruilen voor de dopamine-shot van de persoonlijke zelfvergroting, de illusie van de totale zelfbeschikking. Pas als met die leugen hard wordt afgerekend, kan die opgeblazen retoriek van onderdrukking en slachtofferschap weer plaats maken voor gerichte maatschappijkritiek.