Beveiligd: Mijmeren

Deze inhoud is beveiligd met een wachtwoord. Vul hieronder het wachtwoord in om het te bekijken:

Geplaatst in Gedacht(en) | Voer je wachtwoord in om reacties te bekijken.

Openbaarheid

Vooropgesteld: Rutte had zich een heleboel ellende bespaard als hij eerlijk was geweest. Of als hij gewoon had gezegd dat er ook over poppetjes gesproken wordt in een formatie en dat dat vrij logisch is. Want alles draait toch ook de juiste mensen op de juiste plek? Dus wat er gebeurd is heeft hij grotendeels aan zichzelf en een tweetal klungelige verkenners te danken. Maar dat grotendeels staat er wat mij betreft niet voor niets op deze manier …

Want wat er nu toch weer allemaal gebeurt gaat mijn begrip ver te boven. Ik wilde er eigenlijk niet over bloggen, maar er niet over bloggen voelt niet oké. Dus ik ventileer hier toch maar even mijn persoonlijke mening over de ‘Omtzigt-toestand’. En daar mag je het mee eens zijn of oneens. Dat vind ik uiteraard helemaal prima. Maar zullen we hier laten zien dat we in ieder geval op een positief kritische manier met elkaar kunnen communiceren? En natuurlijk weten jij en ik heel goed dat wat hier staat er ongenuanceerd staat te staan, dus zonder dat ik het nog wat kan verduidelijken, zonder dat jij en ik er een gesprek over hebben. Terwijl ik dit typ denk ik tegelijk: wat ben ik mezelf nu toch aan het verontschuldigen voor mijn mening? Waarom dat dan weer?

Terug naar de aanleiding: het lijkt me niet meer dan heel logisch dat er tijdens een formatie ook over mensen gesproken wordt. Ik denk dat het onrealistisch is om te denken dat dat niet gebeurt. Het gaat altijd om poppetjes. Overal. In welk bedrijf of organisatie dan ook. En ook bij mij thuis en ik schat zo in ook bij jou thuis, ofbij de voetbalvereniging of het schoolplein. Laten we dus niet Roomser doen dan de paus. Alleen tja, de politiek, die moet alles keurig volgens het boekje doen dat wij momenteel aan het schrijven zijn. Een boekje waarin onrealistische eisen en verwachtingen staan. Want politici zijn bij uitstek matennaaiers, die -eenmaal op het pluche- alleen nog aan zichzelf denken, die kinderbloed drinken en aan orgies doen. En Den Haag is het aan ons verplicht om altijd eerlijk te zijn. Want hunnie zijn er voor mij persoonlijk. Echt: hoe naïef kun je zijn. Dat kan niet. Het kan gewoon niet. Het is niet in het landsbelang als men altijd eerlijk is. En wederom: ben jij altijd eerlijk? Ja zeg je dan, maar ik doe niemand kwaad met mijn jokje. Oh ja, is dat zo? Op jouw (of mijn) bescheiden schaal brengen wij net zoveel of net zo weinig schade aan. Jemig, wat ben ik toch aan het zwalken in dit epistel.

Volgens mij is het volstrekt logisch dat bij de bespreking van coalitiepartners de stabiliteit van het CDA wordt besproken (want daar schort het wel een beetje aan nietwaar?). Het lijkt me ook logisch dat Omtzigt dan ter sprake komt. Ook andere politici zijn bij naam genoemd en dat is toch niet gek: persoonlijke verhoudingen zijn immers ook belangrijk zijn.

Het is zo krom dat de Tweede Kamer eist dat verslagen van vertrouwelijke gesprekken openbaar gemaakt worden. Transparantie oké maar normaliter pas nadat de formatie afgerond is (en dan ook niet letterlijk). Niet tussentijds en niet afgedwongen. Je bereikt niets als je niet in vertrouwen met elkaar kunt praten. Nogmaals: we moeten niet alles willen weten. Wat heeft dat toch voor doel? Waarom?

De heksenjacht die zich afspeelde vind ik buiten proportie. Ik snap gewoon niet dat politici zo met elkaar omgaan. Dit moeten we niet willen. Natuurlijk mag het debat hard tegen hard gaan, maar het kan toch niet de bedoeling zijn dat mensen zo verschrikkelijk beschadigd worden? En de politici die het hardste roepen hebben vaak tot nu toe weinig of niets gepresteerd. Of die zullen Rutte wellicht pas echt beginnen te begrijpen als ze in zijn schoenen komen te staan. Altijd balanceren, altijd jezelf verdedigen terwijl je vaak niet het achterste van je tong kan en mag laten zien. Oh de vrijheid die oppositie voeren geeft! Als jij als werknemer bijvoorbeeld wordt ontslagen kun jij moord en brand schreeuwen en daarmee de sympathie winnen. Het bedrijf waar je werkt zal nooit vertellen waarom de dingen gegaan zijn zoals ze gegaan zijn. Tenminste, als het een goed bedrijf is. Had ik al gezegd dat we niet alles moeten willen weten? Dat niet moeten eisen?

Heeft dit gedrag te maken met de continu duwende en trekkende media, met ‘eisen stellende burgers die overal verstand van hebben’, met alles wat klakkeloos op social media wordt gegooid én geloofd, met steeds sneller leven, steeds sneller meningen geven, altijd maar de eerste willen zijn, met het ‘ik weet het niet’ niet als antwoord accepteren, met de ratrace die ons leven aan het worden is? Ik weet het niet, ik weet het niet, maar ik vind het zorgwekkend.

Als de oppositie het heeft over de ‘Rutte-doctrine’ wat is daar dan van waar? Dát vraag ik me af? Is het echt zo of is het afgunst? Komt het omdat Rutte toch dingen voor elkaar krijgt? Als Wilders het heeft over een ‘verziekte cultuur’, hoe komt dat dan? En hoeveel heeft Wilders zelf aan die verziekte cultuur bijgedragen? En hoe kan het toch zijn dat Rutte zich af en toe laat verleiden om zich tot het niveau van Wilders te verlagen? Zijn de heren en dames politici niet allemaal schuldig aan de huidige situatie? Door populistisch gedoe, door niet meer echt ergens voor te staan? Kaag ruikt haar kans geloof ik, en ik ben ervan overtuigd dat ze die ten volste zal gaan benutten: ze speelt het spel handig. Maar ik vind politiek geen spel! Het moet om inhoud gaan, om ons land.

In geval van heel belangrijke zaken (zoals de formatie) moet alles ook in vertrouwen besproken kunnen worden. En moet men de garantie hebben dat het ook geheim blijft zodat mensen vrijuit kunnen spreken. Een van de hot items van D66 is een gekozen burgemeester (haha, hier blogde ik er al een keer over en gaf ik aan dat ik er nog wel een keer op terug zou komen. Nou dat doe ik nu dan maar even al is het opnieuw heel erg summier). Wat mij betreft het slechtste idee ever. Geen hond die dan nog zal solliciteren, want dat je solliciteert wil je niet op straat hebben liggen omdat het om je toekomst gaat. En wat als je het niet wordt … dan weet iedereen dat. Maar dat terzijde. Wat ik wil zeggen: sommige dingen moeten wij (het plebs zo je wilt) gewoon niet willen weten. Maar ik geloof dat ik dat al een paar keer eerder heb gezegd hierboven. ;-)

Voordat je nu zegt ‘nou Mrs. T., wat een volgzaam typje ben je toch’ dat is niet zo. Ik heb verstand en ik gebruik het. Op mijn bescheiden schaal. Of ik blog erover (al weet ik ook heus wel dat dat weinig zin heeft). Zoals hier, hier, hier, hier en hier.

Maar goed, ik houd er maar weer ‘ns mee op. Ben blij dat ik even teenentander van me afgeschreven heb.

Enne: ik sta gelukkig niet alleen → klikkerdeklik! Een stukje daaruit: Transparantie zorgt niet voor méér vertrouwen maar juist voor minder. Vertrouwen betekent: iemand vrijuit laten handelen, onbespied, en erop rekenen dat hij het juiste doet. In een cultuur van maximale transparantie is het vertrouwen minimaal.

Wat populisten willen en wat wij niet moeten doen

Wat een goed artikel weer van Chris Klomp. Neem de tijd om het te lezen zou ik zeggen! En ja, het is een lang artikel, maar het is zo verrekte interessant wat Klomp schrijft.

Tegelijk ben ik bang dat de mensen die het artikel écht zouden moeten lezen dat niet doen omdat het hen niet past …

Oh en ja, vergeet vandaag niet te stemmen!

Populisme is giftige snack

De verkiezingen staan weer voor de deur en wat de uitkomst ook zal zijn, het populisme heeft zich definitief gevestigd in Nederland. Terwijl half Nederland valt over de laakbare capriolen van kat-in-nood Thierry Baudet, wordt de al even populistische PVV waarschijnlijk de tweede partij van Nederland. We zijn verslaafd geraakt aan dat wat uiteindelijk slecht is voor ons allemaal.

Het populisme zit wereldwijd in de lift omdat het meteen bevrediging geeft voor onze individuele boosheid, onvrede en onmacht. Simpele ‘oplossingen’ voor complexe problematiek. Niet meer zorgvuldig nadenken en afwegen, geen ruimte voor oprechte twijfel, maar een eenvoudige en snelle ‘oplossing’ voor dat wat ons bezighoudt. Het ‘wonderdoekje’ van de politiek. Verleiding als wapen.

Uitwassen

In de afgelopen week vielen mij twee uitwassen van het populisme op. Ten eerste was daar lijsttrekker en partijhopper Joost Eerdmans, die in een debat met Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren een vliegtaks afwees. Een extra belasting op vliegen om het milieu te ontlasten.

Eerdmans kwam niet meteen met een stevig doortimmerd verhaal over we hoe de dreigende klimaatcrisis dan wel effectief aan kunnen pakken, maar ging op het korte termijngevoel van een deel van de bevolking zitten. Hij was namelijk van mening dat je ‘burgers’ die één keer per jaar naar Spanje op vakantie willen, niet op kan zadelen met een paar tientjes extra kosten.
Laat dat eens op u inwerken.

We staan volgens wetenschappers aan de vooravond van een enorme klimaatcrisis, die het leven op delen van onze planeet zelfs praktisch onmogelijk kan maken (met een vluchtelingenstroom tot gevolg), en de leider van een politieke partij maakt zich zorgen over een meerprijs van enkele tientjes voor een korte hedonistische vakantie.

Korte termijn

Dat is populisme. Louter kijken naar de korte termijn, naar het kleine ongemak van de burger. Naar de instant bevrediging van de eigen hedonistische wensen op dat moment. Fuck de lange termijn, fuck de ander, fuck problemen die inspanning en een zekere mate van opoffering vergen. Lang leve het ik.

Feitelijk is het vergelijkbaar met de voortdurende opstelling van Forum voor Democratie. Een partij die doodleuk maar helemaal ontkent dat de mens onderdeel is van de klimaatcrisis en mordicus tegen de tijdelijke coronamaatregelen is omdat de heilige vrijheid van mensen kennelijk boven de volksgezondheid én de gehele zorgsector gaat. Het recht om te knuffelen en na 21.00 uur over straat te lopen versus ziekte, mogelijk overlijden en een vastlopende zorg (met nog meer doden tot gevolg).

Tsjechië

Het tweede wat mij afgelopen week opviel was een reportage uit Tsjechië. Een land dat inmiddels de coronabrandhaard is van Europa, met een vier tot vijf keer hogere besmettingsgraad dan elders en een snel oplopend dodental, nu al 23.000 doden op 10 miljoen inwoners.

Uit de reportage bleek dat politici daar lange tijd grote moeite hebben gehad met het opleggen van strenge coronamaatregelen, omdat dit nu eenmaal slecht valt bij de burgers. Het bracht een wanhopige arts tot het terechte standpunt dat de overheid niet moet luisteren naar de wil van het volk, maar naar de mening van de experts.
En dat is eigenlijk precies wat populisme is. Politici die menen te weten wat de wil van een volk is en daar onverkort beleid op wensen te maken. Of het nu verstandig is of niet. U vraagt, wij draaien. Dat klinkt natuurlijk democratisch, maar is het beslist niet.

Volkswil

Ten eerste omdat de wil van een volk helemaal niet te meten is, het is altijd slechts de tijdelijke mening van een deel van de mensen en dan ook nog eens van een luid roeptoeterend deel. Ten tweede omdat in een moderne democratie de wil van de meerderheid niet de absolute norm is (omdat een minderheid dan nooit rechten zal hebben), ten derde omdat de meeste landen in de wereld een indirecte democratie hebben (politici die de burger vertegenwoordigen) en ten vierde omdat de ‘wil van het volk’ heel sympathiek klinkt, maar weinig waard is als de mening van die groep tot stand komt op basis van nepnieuws, framing en leugens.

Dat laatste is misschien wel het meest zorgelijke en storende aan populisme en feitelijk een directe aanval op wat een volwassen democratie zou moeten zijn. De leugen als motivator, het willens en wetens misleiden van de kiezer tot het maken van een ook voor hen verkeerde keuze.

Griepje

Als je bijvoorbeeld net als Baudet werkelijk denkt dat het coronavirus maar een ‘seizoensgriepje’ is en louter een groepje kwetsbaren treft, dan kun je als kiezer prima kenbaar maken dat coronamaatregelen volstrekt onnodig zijn. Probleem is dat je dat dus wel denkt op basis van een aantoonbaar verkeerde veronderstelling. De vraag dient zich dan aan wat de waarde is van de wil van een deel van de bevolking als die heilige wil aantoonbaar wordt bepaald door evident foutieve informatie.

Het is als de jonge drankrijder die een ernstig ongeluk veroorzaakt, maar tegenover de rechter stellig beweert dat dranklimieten in het verkeer onzinnig zijn omdat hij naar eigen zeggen na zes biertjes nog veilig kan rijden. Je eigen beperkte inschattingsvermogen, onkunde en onwetendheid als norm der dingen.

Plichten

Een echte democratie kent rechten, maar ook plichten. De plicht bijvoorbeeld om je als kiezer op de hoogte te stellen van de ware aard van problemen. Als je die niet goed op je netvlies hebt staan, dan kun je bezwijken onder de verleiding van politici die de waarheid niet dienen.

Denk hierbij bijvoorbeeld aan het gegeven dat de PVV het tbs-systeem af wil schaffen omdat het een gevaarlijk systeem zou zijn. Eenieder die wel op zoek zou gaan naar de werkelijkheid, zou al snel kunnen ontdekken dat het systeem niet perfect is, maar juist wel levens weet te redden. Het alternatief, een kale celstraf voor gestoorde daders, zorgt namelijk juist op termijn voor meer gevaar en weer meer slachtoffers.
Een politicus die dat gegeven bewust negeert, speelt met de veiligheid van burgers. Een gevaarlijk spel voor extra zetels in de kamer. Populair willen zijn ten koste van de veiligheid van de burgers waar je nu juist voor op stelt te komen.

Egoïsme

Populisme drijft op door onverantwoorde politici aangejaagde en in stand gehouden onwetendheid én het egoïsme van een groep kiezers. Op de instant bevrediging van de eigen persoonlijk wensen ten koste van het collectief. Hypocrisie en tegenstrijdigheid zijn daarbij vaste onderdelen. Het is heel hard schreeuwen dat de zorgcapaciteit onmiddellijk omhoog moet, maar tegelijkertijd roepen dat de zorgpremie nooit mag stijgen omdat ‘hardwerkende burgers’ dat niet kunnen betalen.

Populisme werkt verslavend omdat het zo sterk appelleert aan ons eigen egoïsme. Dat wat wij zelf op dat moment persoonlijk willen en eisen tegenover dat wat voor veel meer mensen op termijn goed uit zal pakken. Het is bovendien gemakkelijk scoren. Niemand wil extra kosten, dus is het erg goedkoop om te stellen dat klimaatmaatregelen te duur zijn. Het levert applaus op, maar geen oplossing.

Huishoudboekje

Als populist weet je dat veel mensen niet veel verder zullen kijken dan hun eigen huishoudboekje. Je weet dat velen niet op zoek gaan naar de harde waarheid dat klimaatmaatregelen met het verstrijken van nutteloze jaren alleen maar duurder uit zullen pakken.

Het is beslissen om een dijk niet te verzwaren en te verhogen in de knagende wetenschap dat een eenmaal weggespoelde dijk veel meer geld gaat kosten om te vervangen. Nog los van de persoonlijke schade. Of eigenlijk: gewoon ontkennen dat een dijk versterkt moet worden omdat het wel mee zal vallen met die verhoging van het waterpeil. Wegkijken 2.0

Snack

Het hele systeem van het populisme werkt omdat best veel mensen akelig vaak zullen kiezen voor de eigen wensen en behoeften op korte termijn. Zoals velen kiezen voor een snack of ongezond eten omdat dit meteen bevrediging geeft en goedkoop is. De effecten op de langere termijn zijn voor later, na ons de zondvloed.

Mensen zijn er nu eenmaal slecht in om keuzes te maken die pas veel later een positief effect zullen hebben. Zoals verstokte rokers niet zullen stoppen, ook al weten ze dat de kans erg groot is dat ze er vroegtijdig aan zullen overlijden. Zo werkt het helaas met klimaatproblemen ook. Als je het ziet, ben je te laat.

Definitie

Er zijn veel definities in omloop over het populisme. Zoals deze: ‘een populist is sterk in het gebruiken van alledaagse taal, kan complexe zaken begrijpelijk vereenvoudigen en komt de gewone man en vrouw tegemoet in zijn/haar politieke programma’.

Eigenlijk zegt deze definitie alles. Het gaat om het vereenvoudigen van complexe zaken. Dat klinkt best redelijk, maar is een groot probleem. Complexe zaken zijn niet voor niets complex. Een maatschappelijk probleem is vaak zo ingewikkeld omdat veel factoren meespelen die je niet alleen moet doorgronden en uitleggen, maar waar je ook nog apart beleid op moet maken. Doe je dat niet, dan zul je nooit tot een echte oplossing komen.

Slecht

Zo is misdaad zelden het gevolg van het gedrag van een slecht mens. In de aanloop naar strafbaar gedrag speelt een veelheid aan omstandigheden mee: opvoeding, kansen, scholing, netwerk, ontwikkeling, beïnvloeding, psychische klachten, verslaving en ga zo maar door.
Een populist zal het worst zijn. Het is immers veel makkelijker om te stellen dat een individuele crimineel slecht is en dus onverkort kaal opgeborgen moet worden. Klaar. Wat er na zijn of haar vrijlating zal en kan gebeuren, is kennelijk niet van waarde. Dat er alweer een nieuwe lading boefjes in de rij staat omdat je de nog steeds bestaande voorwaarden voor een crimineel bestaan volkomen hebt genegeerd, is niet interessant voor de populist.

Het gaat immers niet om een goede oplossing, maar om het tegemoetkomen van de ongeïnformeerde en boze burger. Een snelle oplossing waarbij willens en weten weg wordt gekeken van de dramatische gevolgen later. Instant bevrediging.
Een echte politicus met oog voor een oplossing zal proberen om alle facetten aan te pakken. Om herhaling te voorkomen. En zal daar vervolgens onverkort de populist weer tegenover zich treffen. Want extra scholing of ondersteuning voor een crimineel is natuurlijk weer koren op de molen van de boze kiezer. Die kijkt niet naar wat op de lange termijn mogelijk kan werken, maar wat nu tegemoetkomt aan het eigen urgente gevoel van vergelding.

Rancuneleer

Met die conclusie zijn we gekomen aan een belangrijk onderdeel van het populisme: de rancuneleer. Echte populisten (links of rechts) zetten zich af tegen de elite. De zittende macht. En dat doen ze niet voor niets. Ze weten namelijk dat een deel van de kiezers niet tevreden is over hun eigen leven. Soms is dat daadwerkelijk (deels) de schuld van slecht beleid (te ver doorgevoerd kapitalisme bijvoorbeeld), maar vaak is het ook een optelsom van eigen fouten en falen. Van gemiste kansen.

Net als bij complotdenkers is het externaliseren van eigen falen een vast onderdeel van boze kiezers. Het is immers makkelijker om de ander luidkeels de schuld te geven van fouten, dan om zelf in de spiegel te kijken en eigen verantwoordelijkheid te nemen.

Weerstand

Weerstand tegen de ander en rancune met betrekking tot de ander behoren standaard tot het populisme. Het is eigenlijk een ongewenst uitvloeisel van het gelijkheidsideaal dat in onze samenleving is gekomen door de Verlichting. Het populisme drijft op het idee dat iedere burger (mits hier geboren..) gelijk is en dus ook dezelfde welvaart en welzijn op kan eisen. Een mooi idee, maar in de praktijk natuurlijk nooit te realiseren.
We zijn niet gelijk als het aankomt op kansen. Mensen hebben verschillende capaciteiten en vaardigheden en beginnen bovendien vanuit een ander startpunt. Het maakt nogal verschil of je met een beperkt IQ in een achterstandsbuurt opgroeit met één ouder die totaal geen interesse in je heeft of met een hoog IQ in een welvarende buurt met ambitieuze ouders die je (ook geldelijk) ondersteunen.

Verzilveren

Deze dynamiek zorgt van nature voor ongelijkheid en uiteindelijk dus onvrede. Het is aan de politiek om iets te doen aan het kleiner maken van die ongelijkheid, maar het populisme is naar aard helemaal niet gebaat bij oplossingen. Het populisme heeft misstanden en ongelijkheid heel hard nodig om populair te kunnen blijven. Om de heersende onvrede uit te vergroten en te verzilveren en de kiezers bewust op te hitsen tegen de zittende macht.

Ook dat is het gevaar van populisme. Een echte populist gedijt alleen bij boze en ontevreden kiezers en heeft dus ook geen belang bij mensen die tevreden zijn met oplossingen die aantoonbaar werken. De haat en de rancune zijn essentieel om zelf relevant te blijven.
Het is de dwingende reden voor populisten om een vijandbeeld in stand te houden of desnoods zelf te bedenken. Wij tegen zij. De burger tegen de pers. De autochtoon tegen vluchtelingen. De zich achtergesteld voelende provinciaal tegen de witte wijn sippende Randstedeling.
Het zoeken naar werkbare oplossingen en verbinding gaat immers alleen maar ten koste van het eigen bestaansrecht en de eigen zucht naar macht.

Stemmen

Persoonlijk snap ik best waarom sommige mensen op een populist stemmen. Zeker als je door de bomen het bos niet meer ziet, je levensomstandigheden niet best zijn en een je een hekel hebt gekregen aan maatregelen die je op dit moment tijdelijk belemmeren in je leven en werk.

De vraag is echter wat je er mee opschiet. De extremen in de politiek hebben er een handje van om geen verantwoordelijkheid te nemen als het er echt om gaat. Baudet (FvD) ziet zichzelf consequent als slachtoffer van alles en iedereen en verzet zich als gevolg daarvan ook tegen alles en iedereen. Geert Wilders (PVV) komt iedere verkiezingen weer met nieuwe bizarre en ongrondwettelijke standpunten, waarvan hij weet dat de traditionele politieke partijen er nooit mee in zullen gaan.

Reservebank

Het is alsof je vlak voor iedere belangrijke voetbalwedstrijd de trainer en je medespelers bewust in het gezicht slaat, om daarna maar weer eens mokkend en mopperend op de reservebank plaats te nemen.
Een stem op een populist is een stem op de zijlijn. Op de kantlijn van de politiek. Woedend buiten de lijnen roepen dat het allemaal anders moet. Feitelijk consequent afhankelijk van wat andere partijen beslissen en doen.

Het is nutteloos ageren tijdens vermoeiende achterhoedegevechten; de kansloze strijd tegen een samenleving die al onomkeerbaar aan het veranderen is. Of het nu om Zwarte Piet gaat, de noodzaak om met open grenzen Europees samen te werken of de onvermijdelijke invloed van andere culturen die we ooit zelf uitnodigden om ons zware werk te doen.
Wie altijd maar aan de zijlijn staat, zal nooit echt mee kunnen doen en alleen maar kwader worden.

En dat is precies wat populisten willen dat u doet.

Eén jaar

Dit weekend een jaar geleden werd mijn schoonvader ernstig ziek. Volgende week een jaar geleden stierf hij. Het is gewoon al een jaar geleden! Als ik terugkijk is, vind ik, het jaar toch voorbijgevlogen. En wat een jaar was het … Een jaar vol van contrasten, een jaar waarin de mensheid zich van zijn beste én van zijn slechtste kant liet zien. Een jaar van hoop en vertrouwen maar ook een jaar van onenigheid en spanningen.

Voor het werk ben ik druk met het ‘herdenken’ van één jaar corona. Dat woord plaats ik bewust tussen aanhalingstekens want ik vind het niet echt passen om iets te herdenken als je er nog middenin zit. Daarbij vind ik ook dat herdenken bij 4 en 5 mei en de bevrijding in september hoort.

Ik denk wel dat we iets heel passends gaan doen en het mooie vind ik dat het iets blijvends wordt dat zo lang als nodig, of gewenst, is uitgebreid kan worden. Voor één jaar corona ben ik informatie aan het verzamelen geweest. Ik wist dat het heftig was in onze gemeente, maar als ik wat cijfers naast elkaar leg, dan zie ik dat er in maart/april 2020 een oversterfte was van bijna 250 mensen. Nou kun je zeggen dat dat op een inwoneraantal van 80.000 nog niet eens 0,5% en dus niet veel is, maar dat is het dus wel. Dat is heel veel. En stel je ‘ns voor: 250 mensen met gezinsleden en familieleden en vrienden en kennissen. In onze gemeente kende bijna iedereen wel iemand (of meerdere personen) die overleden waren aan corona of die (ernstig) ziek waren. Er zijn ook gezinnen die drie overlijdens hebben (moeten) doorstaan. Of mijn vriendin: allebei haar ouders. In ons dorp in amper 6 weken tijd 13 mensen overleden … en zo kan ik nog wel even doorgaan. Dát is corona. Iedere wappie of ontkenner is van harte welkom hier om even met mij of willekeurig welke dorpsgenoot te komen praten.

Waren al die overleden mensen dan dat zogenaamde ‘dor hout’ waar over gesproken wordt? De meesten waren inderdaad al op leeftijd, maar niet iedereen en zeker niet de ernstig ziekten die er gelukkig wel doorheen kwamen maar die nu nog revalideren of restverschijnselen hebben. Maar wie bepaald of iemand ‘dor hout’ is? En is het niet juist een teken van beschaving dat je goed voor alle mensen die bij die maatschappij horen zorgt? Ongeacht leeftijd, ongeacht geloof, geslacht, 100% gezond of beperkt door een geestelijke of lichamelijke beperking? Is dát niet juist een teken van beschaving?

En ja, natuurlijk is het verschrikkelijk voor alle culturele instellingen, voor de horeca, voor zzp’ers, voor andere bedrijven en alle anderen die getroffen worden door corona. Gelukkig zijn er regelingen. Opmerkingen als ‘dat die niet toereikend zijn’ die snap ik (soms) best, maar ik kan er ook niet zoveel mee. Voor zover ik weet is ons land toch een van de landen die het meeste geld pompt in alle sectoren die getroffen zijn. (Regelingen waar overigens ook weer op grote wijze misbruik van gemaakt wordt, maar dat terzijde.) En mocht het dan nog steeds moeilijk zijn ga tijdelijk elders aan de slag. Zoals bijvoorbeeld mijn vriendin van mij die haar eigen reisbureau(tje) had en die nu al weer geruime tijd bijspringt bij de GGD. Waar een wil is is een weg. Toch?

Al die boze mensen steeds, daar word ik dan weer boos van. En verdrietig. Want ondanks alle restricties en ondanks al het ‘gewiebel’ van het kabinet hebben we het nog steeds hartstikke goed. Toch? De meesten van ons zeker. En ja, ik baal ook van al de maatregelen en ja, ik baal er ook van als ik de meiden weer moet teleurstellen en ja, ik wil ook weer een keer naar het theater, naar het restaurant en naar de stad en ja, ja, ja ik wil ook weer gewoon naar het werk … Maar dat kan niet. Nog niet. En ja, dat vaccineren gaat me niet snel genoeg, maar jemig wat voor nut heeft het om daar eindeloos op te wijzen. Het geeft alleen maar meer weerstand.

Ben ik een schaap? Een klakkeloze volger? Maakt het uit wat ik ben? Nee toch? En als ik dan iets ben, dan graag zo’n zachte stem want dat past mij het beste.

Mmmm, ik merk dat ik weer ‘ns in herhaling val. Al probeer ik er niet al te veel over te bloggen, soms ontkom je er niet aan.

Want waar ik het eigenlijk over wilde hebben is het feit dat het al bijna een jaar geleden is dat mijn schoonvader overleed. Mr. T. is erg bezig met alles wat er een jaar geleden gebeurd is, hij is een beetje zoekende en stillekes. Hij herdenkt momenteel. En dat is goed. Na dit jaar zal het beter gaan. In alle opzichten. Daar ben ik van overtuigd.

Gewoon. Bloot

Ik moet zeggen dat de hele commotie rondom het programma ‘Gewoon. Bloot‘ eigenlijk langs me heen is gegaan. Totdat ik onderstaande column las.

En daar heb ik dan weer wel een mening over. Want al die meningen altijd maar weer, daar word ik nou zo ongelooflijk moe van. En het seksualiseren van ‘bloot’ daar heb ik ook wel een mening over. Waarschijnlijk kunnen jullie die wel raden.

Wat ik van het programma vind, dat weet ik niet want ik heb net nog niet gezien en ga het ook niet kijken. Ik denk eigenlijk dat ik het wel prima vind. Als je het interessant vindt, kijk het dan vooral. En als je het niet interessant vindt of je gaat je er enorm, ontiegelijk, verschrikkelijk over opwinden, kijk het dan vooral niet. En laat het daar dan bij. Toch?

Wat vind jij?

Woke


Ik word zo moe van dit soort gebeurtenissen. Nooit is er ook maar iets goed. Iedereen heeft een mening. En er wordt (meestal) gebogen voor een klein groepje met een grote mond.

Moe word ik ook van vrouwenquota in het bedrijfsleven, Jodenkoeken die inmiddels Odekoeken heten, het willen veranderen van straatnamen en zoveel meer. Volgens mij is het veel belangrijker dat de beste kandidaat op de juiste plek komt te zitten en dat geschiedenis goed geduid wordt. Met de kennis van nu is het immers (veel te ge)makkelijk (ver)oordelen.

En ja, ik ben een geprivileerde blanke vrouw met voldoende geld op de bank en volop kansen. Sparen heet dat en kansen proberen te benutten (en ook mij lukte dat lang niet altijd). Ook ik heb vele teleurstellingen moeten incasseren als het op carrièregebied aankomt. Ik prijs me daar achteraf gelukkig mee want nu heb ik de fijnste baan ever, maar ja, dat wist ik toen nog niet natuurlijk. Maar dat ik nu leef zoals ik leef, daar hoef ik me toch niet schuldig over te voelen? Wat niet wil zeggen dat ik niet nadenk en geen oog heb voor dingen die anders moeten of kunnen. Dat ik geen oog heb voor de ongelijkheid in de wereld en vind dat we daar iets aan moeten doen. Maar dwang of sociale druk is volgens mij nooit het antwoord. Dat zouden juist die woke mensen zich moeten realiseren. Toch? Of zouden ze juist zeggen: daar heb je er weer een, zo’n witte troela die helemaal niet weet waar ze het over heeft? Daar zou ik graag het gesprek over aangaan.

Pfffft, ik zou hier zoveel over kunnen schrijven maar dan staat het hier, ongenuanceerd, zwart op wit te staan en dat lijkt me niet handig. Ben in ieder geval erg benieuwd hoe men over pak ‘m beet 50 of 100 jaar naar deze ‘progressieve wakkere denk periode’ kijkt.

Rest in peace John

“John firmly believed that reconciliation with past enemies is an important step to building lasting peace”.

Gisteren overleed John Sleep: een van de veteranen die ik onder andere in september 2019 mocht ontmoeten tijdens onze activiteiten rondom 75 jaar vrijheid.
Tijdens het victorydinner had ik de eer om bij hem en zijn begeleider aan tafel te mogen zitten.

John werd geboren in 1921 (drie weken geleden vierde hij zijn 100ste verjaardag), werd in 1940 opgeroepen en diende bij het Royal Berkshire Regiment and 3th Para. Hij vocht in Algerije, Tunesië, Libië en Italië. Op 6 juni 1944 landde hij op Sword Beach in Normandië. Hij vocht vervolgens Frankrijk, België en Nederland. Nam deel aan de bevrijding van Valkenswaard en Helmond en aan de Slag bij Overloon. Bij deze laatste slag raakt hij zwaar gewond waarna hij een jaar in het ziekenhuis lag. En dat alles voor onze vrijheid!Na de oorlog ging hij aan de slag als timmerman, hij trouwde, kreeg kinderen en kleinkinderen. Hij is vele malen teruggekeerd naar Nederland en maakte zich in zijn eigen land hard voor goede voorzieningen voor veteranen en oorlogsweduwen. John was een milde en vergevingsgezinde man die ook in Duitsland herdenkingen bezocht. Ook het Duitse kerkhof in Ysselsteyn heeft hij meerdere keren bezocht. Hij zocht en vond verbinding.

Het is zo verdrietig dat er steeds meer WOII-veteranen overlijden. Natuurlijk is het logisch dat hun generatie langzaam maar zeker verdwijnt, maar dat maakt het niet minder erg. Dankzij deze mannen leven wij nu immers in vrijheid.

Ik kende John natuurlijk niet persoonlijk, maar op mij maakte zijn zachtaardige uitstraling enorme indruk.

Rust in vrede John: en dat derde woord zegt wat mij betreft alles.

Het gekwetste ik duldt geen tegenspraak

Ik las onderstaand stuk een tijdje geleden in het NRC en kan het er niet meer mee eens zijn. Bas Heijne slaat wat mij betreft de spijker op z’n kop!


Het individu is almachtig én ongehoord. Zodra je je eigen hoofd verlaat, blijkt dat je schrikbarend weinig voorstelt, ziet Bas Heijne.

Protest heeft grote woorden nodig, maar tegenwoordig regeert de hyperbool. Wie ontevreden of boos is, zoekt meteen de overtreffende trap. Lees even mee. Nederland anno nu is een „dictatuur”, de lange lockdown is „een misdaad tegen de menselijkheid”. Dingen roepen op het Museumplein is „verzet”. Volgens de sjamaan van Viruswaarheid, Willem Engel, is het isoleren van ouderen in verpleeghuizen „een vorm van genocide”.

In een filosofisch gesprek met rapper Lange Frans noemt complotprofessor Karel van Wolferen de aanpak van de coronapandemie „de meest totalitaire ingreep die we ooit hebben gezien. Voor iedereen die na de Tweede Wereldoorlog is geboren is dit de allergrootste leugen die we in ons leven meemaken. En de grootste misdaad”. De voorman van splinterpartij Forum voor Democratie over het corona-beleid: „Een van de grootste vergissingen die mensen hebben bevangen”.

Groot, groter, grootst.

En altijd is de burgeroorlog op handen. „Gaat er hulp komen?”, vroeg Lange Frans afgelopen zomer aan graancirkelexpert Janet Ossebaard. „Of is er een Nederlandse militie die nu in de bossen aan het trainen is om met een of andere rare actie het Torentje plat te leggen?” Ossebaard: „We kunnen dit niet alleen. Wat moeten we doen? Die man [Mark Rutte] doodschieten? Ik ga het niet doen, ik wil graag mijn karma schoonhouden”.

Wanneer het over lijden en onderdrukking gaat, is de overtreffende trap snel gevonden. De moord op zes miljoen Joden mag uniek zijn, de eigen sores is toch minstens even erg. „Als er straks geen boeren meer zijn, zeg dan niet: Wir haben es nicht gewusst”, sprak de aanvoerder van Farmers Defence Force, Mark van den Oever, vorig jaar tijdens de boerenprotesten. Na ophef over zijn uitspraken, hield hij vol: „Het lijkt er toch een beetje op? Ook nu is het een kleine bevolkingsgroep die systematisch in een hoek wordt gedreven en die van haar land wordt verdreven”. Willem Engel vergeleek later het verplicht dragen van mondkapjes met het dragen van de Jodenster tijdens de Tweede Wereldoorlog. Bij een post over hun „verzet” op Facebook plaatsten Viruswaarheid en Engel afgelopen week een foto van het monument Vrouwen van Ravensbrück.

Uitzinnig narcisme

Zulke krankjorume vereenzelviging roept afschuw, hoon en hilariteit op, maar een verklaring blijft uit. Wat beweegt mensen om hun eigen kritiek en onvrede in zulke gênante beeldspraak te vatten? Waarom gaat het gevoel niet gehoord te worden moeiteloos samen met tomeloze overdrijving en gierende egomanie?

Waar komt die combinatie van slachtofferschap en uitzinnig narcisme vandaan? Neem die pijnlijke vereenzelviging met de Jodenvervolging. Die wordt niet veroorzaakt door slecht onderwijs en gebrek aan historisch besef, zoals wel wordt beweerd, maar door een verstoorde hiërarchie, een verstoord gevoel voor proportie. Een gezond moreel besef relativeert je eigen besognes, hoe naar ook, wanneer je die in het perspectief zet van zoiets groots en onbevattelijks als de Holocaust. Maar niet wanneer jouw beleving, jouw emotie, het middelpunt van alles is geworden. Wanneer alles aan je eigen subjectieve beleving wordt afgemeten, zijn de verschrikkingen van de oorlog niet langer een referentiepunt buiten jezelf, maar een middel om aandacht te trekken voor jouw leed.

„Respectloos en smakeloos”, noemt het Comité Vrouwenconcentratiekamp Ravensbrück de actie van Viruswaarheid in een reactie, en voegt eraan toe: „Natuurlijk heeft iedereen het volste recht om te demonstreren en het niet eens te zijn met de coronamaatregelen. Maar de tegenbeweging Viruswaarheid op één lijn zetten met het dappere verzet en onnoemlijk lijden van de Vrouwen van Ravensbrück, van wie velen hun verzet met de dood hebben moeten bekopen, is onacceptabel”.

Het zal geen indruk maken op de narcist Engel en zijn aanhang. Wie boos is, wie onrecht ervaart, wie aandacht wil, wil gezien worden – het maakt niet uit hoe.

Gezien willen worden heeft in onze tijd twee betekenissen, en daar zit het probleem.

Tijdperk van het tirannieke individu

Eerst de maatschappelijke betekenis: wanneer je je ongehoord, veronachtzaamd of vernederd voelt, kun je zichtbaarheid opeisen op basis van gelijkheid. Je vecht voor je overtuigingen of eist een plek voor jezelf op als volwaardige burger in de maatschappij, te midden van andere burgers. Dat was de motor achter de grote emancipatiebewegingen van de twintigste eeuw.

De liberale democratie belooft gelijkheid voor iedereen. We weten dat die belofte te vaak niet wordt nagekomen, maar vanuit historisch perspectief gezien zijn grote stappen gezet. Zoals de Franse socioloog Nathalie Heinich in een gesprek met mij stelde: „Kijk naar de positie van vrouwen nog maar één generatie geleden en die van nu. Wanneer een bepaalde waarde steeds belangrijker wordt gevonden, valt de discrepantie tussen die waarde en de dagelijkse realiteit steeds meer op. Mensen kunnen daardoor het gevoel krijgen dat het almaar slechter gaat, maar het omgekeerde is het geval. De meeste mensen denken niet over zichzelf in historische termen, maar in de afgelopen honderd jaar heeft het ideaal van gelijkheid enorme vooruitgang geboekt”.

Klopt – maar het is niet het hele verhaal. In de voorbije decennia is de nadruk steeds meer komen te liggen op de individuele beleving, de buitenwereld als verlengstuk van de belevingswereld. Dat is de tweede betekenis van het gezien willen worden, je zet jezelf overal en altijd op de voorgrond. De menselijke neiging om de wereld vanuit de eigen subjectiviteit te beschouwen is de afgelopen decennia op alle fronten aangemoedigd – ideologisch, technologisch, economisch. De selfie-cultuur, zeg maar.

Die ontwikkeling wordt overtuigend beschreven in een recent boek met de provocerende titel L’ère de l’individu tyran (Het tijdperk van het tirannieke individu) van Éric Sadin, een filosoof die zich bezighoudt met de invloed van nieuwe technologie op de samenleving. Het klassieke liberalisme propageerde gelijkheid, maar ook de gedachte dat iedereen zijn eigen geluk mocht najagen. Lang – en volgens velen nog altijd – heerste de overtuiging dat wat goed was voor het individu ook goed zou zijn voor de maatschappij als geheel. Eigen belang was algemeen belang. Aangemoedigd door het neoliberalisme kwam de nadruk meer en meer op individuele zelfbeschikking te liggen. In onze consumptiemaatschappij werd het ideaal van eindeloze zelfontplooiing, het ik als absoluut middelpunt van de wereld, tot een commerciële cultus met de kracht van een geloof.

Leugenachtige belofte, grote deceptie

Want een geloof, dat was het. In 2006 koos Time Magazine daarom als Persoon van het Jaar: You. Op het omslag van het weekblad stond een desktopcomputer afgebeeld met een scherm dat tegelijk een spiegel was. En de tekst: „Ja, jij. Jij heerst in het informatietijdperk. Welkom in jouw wereld”.

Een mooiere illustratie van dit geloof in eindeloze zelfbeschikking is er niet, denk ik. Het individu wordt beloofd dat hij de nieuwe, digitale wereld kan besturen vanachter zijn toetsenbord, de burger bestuurt de maatschappij via laptop of smartphone, hij hoeft niet langer op te kijken tegen autoriteiten en bekende figuren. Hij kijkt via een scherm naar heel de wereld. Tegelijk was dat scherm op het omslag van Time ook een spiegel; je kijkt naar de wereld, maar je ziet alleen jezelf.

Zo cynisch was die cover van Time niet bedoeld. In die jaren geloofde men het allemaal echt.

Sadin laat zien hoe leugenachtig die belofte was. Juist omdat het individu door een combinatie van techniek, commercie en neoliberale ideologie langzaam maar zeker was losgeweekt van de publieke ruimte en de publieke zaak, vormde zijn werkelijke verlies aan maatschappelijke invloed een schril contrast met de digitale almacht die hem werd aangepraat.

Want als iemand niet heerste over het informatietijdperk, dan was het die ‘jij’. Van de euforie van het omslag van Time is inmiddels niets meer over. De grote deceptie is dat we geen subject blijken te zijn, maar object – allereerst van de tech-giganten die de belofte van individuele almacht gebruiken als rookgordijn voor sturing en manipulatie, die persoonlijke data vooral als handelswaar zien. We hebben een iPhone, YouTube, YouPorn, het is ik, jij, ik, jij tot in het oneindige, maar die aangekweekte, van alle kanten aangemoedigde eigendunk, blijkt steeds opnieuw een hopeloze illusie. ‘Jij’ stelt helemaal niet veel voor, steeds minder eigenlijk. Met je likes. Met je selfies. Met je meningen.

Vandaar dat de retoriek van hedendaagse opstandigen steeds heen en weer slingert tussen uitingen van geldingsdrang en het zwelgen in slachtofferschap („Gaat er hulp komen? We kunnen dit niet alleen”). Gevoelens van almacht en onmacht blijken twee kanten van dezelfde medaille. Jou is decennialang beloofd dat je de wereld je wil kunt opleggen en maar steeds opnieuw ontdek je dat die belofte gewoon bedrog is. Anderen bepalen alles. Achter je toetsenbord ben je alleenheerser, maar maatschappelijk is je betekenis verwaarloosbaar. Zodra je je eigen hoofd verlaat, blijkt dat je schrikbarend weinig voorstelt; speelbal ben je, object voor sturing en manipulatie. Het tirannieke individu uit de titel van het boek van Sadin blijkt een onmachtige heerser, omdat niemand zijn bevelen opvolgt, sterker nog, omdat vrijwel niemand hem ziet staan.

Je ben almachtig én ongehoord.

Glijdende schaal van ongemak naar paranoia

Mij lijkt die paradox een geloofwaardige verklaring voor die vaak zo hysterische en onsmakelijke betrekkingswaan van zoveel hedendaagse opstandigen. In hun activisme lopen die twee manieren van ‘gezien’ willen worden hopeloos door elkaar, je punt willen maken in een maatschappelijk debat en de tirannieke neigingen van een ego dat geen tegenspraak duldt.

Omdat de wereld buiten je hoofd geen oog heeft voor jou en je besognes, jouw benardheid en pijn, ontstaat gemakkelijk het idee dat die wereld tegen jou is, je wil dwarsbomen, knechten, en zelfs vernietigen. Die glijdende schaal van ongemak naar paranoia zie je mooi in complotdocumentaires als Hold-Up, een Franse documentaire tegen het coronaregime die al miljoenen keren bekeken is. Die film begint met twijfels aan het nut van het mondkapje; hij eindigt met de suggestie van een complot van machtigen om een wereldheerschappij te vestigen. In die nieuwe orde zal er helemaal geen plaats meer zijn voor gewone burgers, zij zullen niet alleen ongezien en ongehoord blijven, maar uiteindelijk overbodig verklaard en geruimd worden.

Wanneer het gaat over de verspreiding van nepnieuws en complottheorieën, wordt meestal ter verklaring de filterbubbel aangehaald, waar mensen een alternatieve werkelijkheid wordt gepresenteerd, die nergens meer weersproken wordt. De wereld is complex en onoverzichtelijk, heet het dan, en mensen zoeken naar houvast, een overzichtelijk verhaal dat alles verklaart.

Zulke verklaringen missen wat mij betreft waar het echt omgaat: de onverdraaglijke discrepantie tussen de zelfbeschikking die het individu is aangepraat, de belofte dat je wereld zich voor jou zal openstellen (Jij heerst over de informatiemaatschappij!), zich naar jouw wensen zal voegen, en, anderzijds, de harde werkelijkheid waarin jouw stem nauwelijks gehoord wordt temidden van al die andere stemmen, waarin iedereen aan de touwtjes lijkt te trekken behalve jij. De aandacht waarmee de buitenwereld je overstelpt, blijkt, dat is het grote bedrog, een middel om je aan te sturen, te nudgen en te manipuleren – en geld aan je te verdienen.

Dopamine-shot van zelfvergroting

Éric Sadin laat in zijn boek goed zien hoe die nadruk op „la centralité de soi”, het ik als middelpunt, de publieke ruimte leeg en het publieke debat hol hebben gemaakt. Die uitzinnige vergelijkingen met de Jodenvervolging en verzetsstrijders zijn uitingen van eigenwaan die behalve smakeloosheid vooral onmacht laten zien; je krijgt er aandacht door, maar het maakt de buitenwereld ook onmogelijk je serieus te nemen. Niemand buiten je eigen groep wil meer met je gezien worden, zodat je behoefte om ‘gezien’ te worden in het luchtledige blijft zweven. Waardoor de frustratie alleen maar groter wordt, de vergelijkingen absurder, de complottheorieën uitzinniger.

Een ander gevolg van dat wegvallen van het publieke debat, het opgesloten zijn in het geïnflateerde ik, is dat alles voortaan persoonlijk wordt. Progressieve activisten roepen graag dat het persoonlijke politiek is, maar voor je het weet is ook het omgekeerde het geval – dat alles wat politiek en maatschappelijk is, meteen in het persoonlijke wordt getrokken. Dan gaat het niet langer om wat er gezegd wordt, maar alleen nog om wie het zegt. Je politieke held kan de grootste leugens verkondigen, het doet er niet toe; de politicus waar je een teringhekel aan hebt roept enkel persoonlijke haat op.

Van alle kanten worden de geloofsartikelen van het neoliberalisme nu bekritiseerd. Daarbij gaat het steeds om doorgeschoten marktdenken, groeiende ongelijkheid, het verwaarlozen van de publieke sector. Maar de meeste critici bijten hun tanden stuk op die gedeprivilegieerde burger, die systeemkritiek schouderophalend aan zich voorbij laat gaan en zich dag en nacht druk blijft maken over Kick Out Zwarte Piet en de man van Sigrid Kaag.

Vals bewustzijn!, wordt er dan wanhopig geroepen. Maar vergeten wordt dat diezelfde burger jarenlang van alle kanten is aangemoedigd zijn burgerschap in te ruilen voor de dopamine-shot van de persoonlijke zelfvergroting, de illusie van de totale zelfbeschikking. Pas als met die leugen hard wordt afgerekend, kan die opgeblazen retoriek van onderdrukking en slachtofferschap weer plaats maken voor gerichte maatschappijkritiek.