Inshallah

De wind raast om, maar ook dwars door, het kapotgeschoten gebouwtje heen. De winter is extreem koud dit jaar. Alhambri Af Dinguh trekt de dekens wat strakker om zijn lijf. Uit de gebutste tinnen beker voor hem kringelt wat damp, de thee is heet en zoet. Dat is nodig.

Tegenover hem zit zijn grootste nachtmerrie, het vleesgeworden kwaad. Hij zou zo graag deze man doden, langzaam, pijnlijk. Hij schrikt van zijn gedachten maar realiseert zich dat oorlog mensen verandert, dat hij veranderd is. Maar hij is machteloos, uitgeleverd aan de nukken van zijn opponent. Er is maar één ding belangrijk en dat is de vrouwen en kinderen terugkrijgen.

Hij voelt zich ziek, te moeten onderhandelen over mensenlevens is onmenselijk. Hij ziet dat de andere man daar anders over denkt. Alles wat hij ooit wilde was eenvoudigweg gelukkig zijn met vrouw, kinderen en het stukje land dat hij bewerkte. Zijn leven was lange tijd zo: rustig, mooi, tevreden.

Toen brak de burgeroorlog uit en verdwenen zijn dromen: werd leven louter overleven. De opkomst van IS maakte aan alle hoop dat het ooit goed zou komen een einde. Godsdienstfanatici, waanzinnigen: de aanhangers van IS zijn de meest verschrikkelijke mensen die hij ooit mee heeft gemaakt. Hoe kan men, uit naam van de profeet, tot zulke misdrijven komen?

Zijn dorp is vorige week overvallen, alle mannen gedood. IS ontvoerde 32 vrouwen en kinderen. Hij heeft één troef in handen, een grote troef. Toen hij terugsnelde naar het dorp kwam hij een gewonde IS-commandant tegen, een grote vis bleek al snel. Hij heeft hem gevangen genomen en verstopt in een van de talloze grotten in de buurt. IS wil hem terug. Hoeveel mensenlevens is hij waard? En hoe gaat hij in hemelsnaam regelen dat ze hier allemaal levend vandaan komen na de ruil? Inshallah.
___________________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp ‘afdingen’. Wil je de andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Gemengd boeket

Onderstaand verhaal schreef ik toen ik in vier havo zat. Ik zal dus 16 of 17 geweest zijn. Geen idee meer wat de opdracht was, maar ik was toen blijkbaar wel een hopeloze romanticus. Het verhaal is een van de weinige dingen die ik nog heb van mijn middelbare schooltijd en trof ik laatst bij mijn ouders aan. Ik vond het leuk genoeg om hier te plaatsen.


‘Mag ik een gemengd boeket van u mevrouw?’ vroeg de jongen wat onzeker met zijn portemonnee in de hand en weifelend naar een grote bos witte bloemen wijzend. ‘Jazeker, zal ik er een kaartje bij doen?’ ‘Eh, ach nee, laat maar, ik …’ Hij gaf haar ƒ 15,=.

Deed hij er wel goed aan? Bracht hij Suna zo niet nog meer in de moeilijkheden? Waarom deed het zo’n pijn? ‘Uw wisselgeld en tot ziens.’ Hij nam het geld aan en mompelde een groet. Mijn liefste Suna, waarom had het zo moeten gaan? Vandaag zou hij haar voor de laatste maal zien, zouden ze afscheid nemen, allebei met een bloedend hart.

Morgen zou Suna trouwen, móest zij trouwen. Uitgehuwelijkt door haar vader aan de zoon van een verre oom. Ze had haar toekomstige man nog maar drie keer gezien, drie keer en toch moest ze met hem verder door het leven. De jongen had het gevoel dat hij verscheurd werd, oh Suna, waarom loop je niet weg? Ze had hem, toen hij daarover begon verdrietig aangekeken. ‘En mama dan, en mijn zusjes?’ had ze geantwoord. Hij had haar toen toegegild, buiten zichzelf van verdriet en machteloosheid ‘En ik dan! Wij samen!? Omdat je moeder nog steeds de hoofddoek draagt en altijd toegeeft aan je vaders grillen. Als ze wil, moet ze daar iets tegen doen. Ze kan toch niet van je verwachten dat je voor haar je geluk verspeelt! Zo egoïstisch is ze toch niet? Suna, blijf bij mij!’ Het was de eerste keer dat hij naar haar gegild had en over Suna’s gezicht stroomden tranen. ‘Oh Suna, sorry, ach meisje toch, ik meende het niet zo,’ troostte hij haar toen. Hij verdrong zijn eigen gevoelens om haar de pijn te besparen. Hij wist het wel, Suna had het ook niet gemakkelijk, als ze weg zou lopen, zou haar vader haar dood verklaren en iedereen, alle Turken zouden haar familie nawijzen en over hen roddelen. Zelf zou ze haar leven ook niet meer zeker zijn.

Suna had, nadat ze hem had leren kennen, langzaam maar zeker afstand gedaan van alle traditionele gebruiken der Turken. Dat leverde haar grote ruzies op met haar vader met als dieptepunt drie maanden huisarrest. Hij had meerdere malen op het punt gestaan een eind aan hun relatie te maken omdat er geen toekomst in zat. Al was Suna niet uitgehuwelijkt geweest, dan zou haar vader haar toch nooit toestemming gegeven hebben met hem te trouwen. Een Turkse met een Nederlander? Nooit!

Hij sloeg de weg naar het park in. Bij het theehuisje zou ze op hem wachten. Hij zag haar al van verre zitten. Ze keek op toen ze hem aan hoorde komen. Haar lange zwarte haar was in een dikke vlecht gevlochten. ‘Hallo Marco,’ zei ze, haar stem klonk blij, maar hij wist, hij voelde, dat ze die blijheid speelde. Ze wilde het afscheid niet nog moeilijker maken. ‘Hoi Suna,’ antwoordde hij. Hij gaf haar de bloemen en een doosje. Ze maakte het doosje open. ‘Oh Marco, dat had je niet moeten doen’. Haar ogen glinsterden van de tranen, maar ze wist ze tegen te houden. In het doosje lag een blauwe steen aan een kettinkje. Volgens de Turken hielp het steentje tegen ongeluk. Marco had het kettinkje uit het doosje gepakt en deed het om haar hals.

‘Marco, waarom is het zo moeilijk? Ik kan je nooit vergeten.’ ‘Je moet Suna, je moet alles vergeten. Probeer het. Anders ga je eraan kapot.’ Er viel een lange stilte, hand in hand, keken ze naar de spelende kinderen, alleen met hun verdriet. Suna verbrak de stilte. ‘Ik heb ook iets voor jou’. Ze haalde een foto tevoorschijn. Marco slikte, het was de foto van hen beiden op de kermis ongeveer vijf maanden geleden. Suna scheurde de foto doormidden en gaf hem het deel waarop zij stond. De helft waar Marco opstond hield ze zelf.

‘Wanneer vertrekken jullie naar Istanboel?’ ‘Overmorgen, daar blijven we een week en gaan dan door naar Ankara waar Osman werk heeft gevonden’. Suna liet niet alleen hem achter, maar ook Nederland. Het land waar ze had geleerd dat vrouwen volwaardige mensen zijn.

‘Ik moet nu gaan Marco’. ‘Nog even, alsjeblieft’. Hij hield haar stevig vast en probeerde het naderende afscheid nog wat te rekken. Hij voelde Suna beven. Hij pakte haar gezicht in zijn handen en verdronk nog éénmaal in die grote prachtige ogen. ‘Ik hou van je Suna’. Hij gaf haar een lange kus. Samen stonden ze op. ‘Het ga je goed Marco. Denk nog af en toe aan onze tijd samen. Aan wat we samen hadden. Hoe bijzonder dat was. Dat neemt niemand ons af. Nou, dan ga ik nu maar. Ik zal altijd van je blijven houden. Pas goed op jezelf’. Ze drukte snel een kus op zijn mond en rende toen weg. ‘Vaarwel Suna, mijn liefste, vaarwel,’ mompelde Marco en hij zakte op het bankje neer.

Twee dagen later stond Marco op de hoek van de straat waar Suna woonde. Eerst wilde hij niet gaan, maar hij moest haar een laatste keer zien. Suna’s zusjes speelden buiten. Dan gaat de deur open en komt een lange man naar buiten. Marco heeft hem nog nooit gezien. Dat zal Osman dan wel zijn. Zorg goed voor haar, ze is het waard, denkt hij. Hij voelt geen wrok tegen Osman. Misschien wilde Osman ook wel niet met Suna trouwen. Dan komt Suna’s vader buiten, eerbiedig gevolgd door zijn vrouw en Suna. Maar Suna, ben jij dat? Voor het eerst sinds anderhalf jaar heeft ze haar hoofddoek weer op en een traditioneel Turks gewaad aan. Haar houding is veranderd. Niet meer kaarsrecht en trots, maar ineengedoken en timide. Suna, wees sterk. Blijf jezelf.

Suna omhelst haar moeder en haar vader. ‘Hé, wat is dat?’ denkt Marco. Suna heeft achter haar hoofddoek een witte anjer gestoken. Dan kijkt ze op en ziet hem staan. Haar lippen vormen de woorden ‘ik houd van je’. Dan stapt ze de auto in en rijdt ze zijn leven uit. ‘Vaarwel Suna, bedankt voor wat je me allemaal gegeven hebt.’

Achter op het plaatsje van het huis waar Suna woonde, ligt in de vuilnisbak een gemengd boeket.

Ik sta erbij en kijk ernaar

Boko Haram, ebola, Charlie Hebdo, Syrië en zoveel, zoveel andere brandhaarden. Ik sta er bij en ik kijk ernaar: verdrietig.

De klagende Nederlandse massa die zich niet realiseert hoe goed we het hier hebben irriteert me. En ja, ik wéét dat er ook in dit land dingen anders en beter moeten. Ik sta erbij en ik kijk ernaar: gefrustreerd.

Ik kijk bewust weinig journaals, het nieuws weet me toch wel te vinden. Het is onontkoombaar. Ik sta erbij en ik kijk ernaar: angstig.

De macht van de media is immens. De macht van de massa ook. Maar denkt men zelf na? Volgt men niet gemakzuchtig wat er geschreven en getoond wordt? Volgt men niet te gemakkelijk die ‘waarheden’? Volgt men niet te gemakkelijk de man of vrouw die zegt dat hij/zij ervoor zal zorgen dat alles beter wordt? Denk! Ik sta erbij en ik kijk ernaar: verwonderd.

Ik ben niet Charlie, zal ik ook nooit zijn. Ja, vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Een van de grootste goederen van de westerse wereld. Maar is een van de gevolgen van die vrijheid dat we alles maar mogen zeggen, hoe hard, gruwelijk of misselijk ook? Ik vind van niet. Ik sta erbij en ik kijk ernaar: boos.

Veroordeel ik het geweld bij Charlie Hebdo? Natuurlijk, vanuit het diepst van mijn hart. Er is geen enkel excuus voor dit excessieve geweld, voor geweld in welke vorm dan ook. Ga de dialoog aan, heb respect voor elkaar, sta open voor elkaar. Anders is niet per definitie verkeerd! Ik sta erbij en kijk ernaar: sprakeloos.

Komt het ooit nog goed met onze wereld? Er is zoveel mis: armoede, ongelijkheid, religieuze haat, milieuvervuiling en zoveel meer. Ik vrees met grote vreze. Ik sta erbij en ik kijk ernaar: machteloos.
___________________________________________________________________________

De WE-300 was dit keer ‘waarnemen’. Wil je de andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Fröbelen

‘ns even kijken, wat heb ik hier? Goh, geen idee. Of wacht ‘ns even, als ik het nu omdraai dan lijkt het wel op, tja, hoe zal ik het noemen doorzichtige golfjes. Even voelen. Goh, dat voelt best apart eigenlijk. Hoe zal ik dat nou ‘ns noemen? Ah, ik denk dat ‘nat’ de lading wel dekt. Ja, nat is mooi, maar misschien is ‘water’ beter?

En dat daar wat daar hangt, dat met die mooie uitstraling. Het is rustig zou ik willen zeggen. Als er kleuren bestonden, dan zou ik zeggen dat het blauw zou kunnen zijn. Ha, ik ben de baas dus ik beslis nu dat er kleuren zullen bestaan en ik vind dit blauw. Ik denk dat ik dat blauw maar bovenaan stop en dan dat natte onder en misschien is dit groene bobbelige ook wel leuk. Dat doe ik samen met dat natte beneden. Een beetje variëren kan nooit kwaad wel dan?

Die bol daar, die grote gele, die noem ik dan zon en die iets kleinere, wat fletse, noem ik maan. Ik denk dat het best leuk zou zijn als de ene bol bij dat blauwe, lichte hoort en de andere bij, ‘ns even zien … ja bij dat zwarte met die gele puntjes. God, het begint al ergens op te lijken. Best leuk eigenlijk deze puzzel. Goed, dat zwart noem ik nacht en dat blauw noem ik dag.

Even kijken, wat hebben we hier nog meer. Friemeltjes en frutseltjes zie ik. Rondjes en stokjes en veertjes en haartjes. Wat zal ik daar ‘ns van kleien? Pomtidom, pomtidom … Ja, dít is leuk! Dit noem ik een olifant. Ja! En dit een vis en dit een vogel en dit een koe en dit een mens en … Ja het begint nu echt ergens op te lijken!
___________________________________________________________________________

WE-300-liefhebbers kregen van Plato dit keer ieder een persoonlijk WE-woord. Het mijne was ‘organiseren’. Hoe zou hij daar nu bijkomen? Wil je de andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Gedachtenstroom

Terwijl hij zich stond te scheren besefte hij dat dit een van de weinige momenten op een dag was dat hij alleen was en niet gestoord werd. Hij genoot van dit dagelijkse rustpuntje al lukte het hem niet om zijn continu malende brein tot stilstand te brengen.

Er waren zoveel punten die zijn aandacht vroegen. Zo verdomd veel crises die het hoofd geboden moesten worden. Ingrijpen met geweld richting IS wist hij, was niet de oplossing. Maar het stadium van praten en onderhandelen was al lang gepasseerd. Sterker, dat stadium was er nooit geweest. Had Bush destijds maar niet gedaan wat hij deed. Waarom had men er destijds niet voor gekozen om de regio zelf de oplossing te laten vinden? Waarom als ‘alleswetende’ natie je bemoeien met een regio waar je niets te zoeken had? Hadden ze dan niets geleerd van de geschienis? Tja, economische belangen wogen zoals zo vaak zwaarder.

Hij was ervan overtuigd dat geweld oplossen met geweld nooit de oplossing was. Maar wie had die oplossing wel? De geschiedenis was vol met gebeurtenissen die eeuwigdurende haat veroorzaakt had. Alles hing met alles samen en hij betwijfelde of er iemand was die nog echt het overzicht had. Iemand die echt de oplossing wist.

Allerlei politieke trubbels, de Ebola-crisis, het gedrag van Poetin, de economische toestand, zoveel zaken die zijn aandacht vroegen. En overal mensen die hem graag op z’n bek zagen gaan.

Waarom had hij ooit dit ambt geambieerd? Hij wist dat hij bevlogen was, de wereld écht wilde verbeteren, maar hij besefte dat ook hem dat niet ging lukken. Niet zoals hij het destijds wilde. Hij droogde zijn gezicht af en liep de slaapkamer in. Michelle zat in bed te lezen. Michelle, zijn rustpunt, steun en toeverlaat. Michelle en de meisjes, zij maakten alles goed.

___________________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: kwaliteit. Wil je de andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Levenslang

Vijftien jaar geleden was het inmiddels. Vijftien jaar geleden dat het leven van haar man en haar stopte. In een keer alles weg: haar dochter, schoonzoon en de vier kleinkinderen.

De eerste dagen na de ramp werd het nieuws gedomineerd door het gebeuren, was het een aanslag, een ongeluk? De media buitelden over elkaar heen. Iedereen wist het beter. Regeringsleiders spraken hun afschuw uit, hun medeleven en verklaarden dat de onderste steen boven moest komen.

Hen deed het niets. Zij waren alleen maar bezig met hun verlies. Met het proberen te aanvaarden dat het leven van hun geliefden zo abrupt geëindigd was. Er was een schrale troost te vinden in het feit dat ze tegelijkertijd gestorven waren. Maar hoe graag had zij zelf niet één van hen bij zich gehouden. Ondanks het ongetwijfeld immense verdriet zou ze zelf nog iemand gehad hebben om voor te zorgen, om te koesteren.

De onderste steen was boven gekomen. Het was een tragisch misverstand, de rebellen dachten een vrachtvliegtuig uit de lucht te schieten. Hoe kon men zo lichtvaardig over mensenlevens denken? Ze snapte het nog steeds niet. En die onderste steen bood hen geen enkele troost.

De nasleep was verschrikkelijk. Het repatriëren van de lichamen, de zes kisten, de begrafenis, de nalatenschap, het leeghalen van het huis, de verkoop ervan. En toen, toen dat allemaal gebeurd was was er een groot zwart gat.

Zo lang Sjors en zij bezig waren was het nog een beetje uit te houden, konden ze hun enorme verdriet even parkeren. Er moest immers zoveel gebeuren. Het werd nooit meer hetzelfde. Alle dagen sinds die 17de juli 2014 waren zwart. Gitzwart.

Gisteren had Sjors zijn gevecht verloren. Al had hij niet echt gevochten. Hij wilde naar hun dochter en haar gezin. Zij zou snel volgen. Eindelijk weer samen.
___________________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: gedenken. En hoe kan die niet gaan over vlucht MH17? De andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

1-5

Ik ben niet zo heel erg van het voetbalwedstrijden kijken. Het spelletje zelf vind ik erg leuk om te begeleiden en om te zien hoe ‘mijn’ meiden groeien, maar op zondagavond zit ik nooit voor (of achter) de buis om te zien wat er allemaal gebeurd is op de Nederlandse velden.

Het Nederlands elftal dan? Ook daar heb ik niet heel veel mee. Ik heb voor dit wk geen enkele kwalificatiewedstrijd gezien. Wel zag ik vier jaar geleden natuurlijk de wk-wedstrijden van oranje en baalde ik net zo erg als zo ongeveer 80% (zou dat een goede inschatting zijn?) van de natie na de verloren finale.

Ik heb wel wat moeite met die 16.000.000 coaches waarmee ‘onze jongens’ te maken hebben en het vele, vele gepraat voor, tussen en na wedstrijden. Ik heb ook behoorlijk wat moeite met de FIFA, vuile spelletjes die er gespeeld worden en de omstandigheden in sommige landen waar dit soort grote toernooien georganiseerd worden.

Dat alles neemt echter niet weg dat ik de wedstrijd tegen Spanje gisterenavond wel gekeken heb. Samen met Kleine Zus zat ik achter de computer: ik mijn blogrondje en zij op de Sims (Mr. T. draaide bardienst in een ongetwijfeld euforische voetbalkantine en Grote Zus keek bij een vriendin). De tablet stond tussen ons in en daarop volgden we de wedstrijd. Die, zo ontdekte ik later, overigens bijna één minuut later uitzendt dan de beelden op televisie.

Maar lieve mensen, wat heb ik gisterenavond genoten! Van de prachtige 1-1 van ‘Learing-to-fly-Van-Persie’. En van de vier goals die daarna nog volgden. Ik was altijd al best gecharmeerd van Arjen Robben (zou hij trouwens tatoeages hebben?) maar na gisteren nog een beetje meer. Wat een loopvermogen. Wie had deze uitslag in hemelsnaam verwacht?

Volg jij het wk en waar keek je gisteren?

10372170_1493655467535181_1668979532803826945_n

___________________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: scoren. Ik moet zeggen dat ik wat inspiratieloos ben de laatste weken, dus ik ‘scoor’ maar even op deze gemakkelijke manier. De andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Anne

Terwijl de wereld buiten bloot stond aan de gruwelijkste misdaden was er voor haar, gevangen in haar benauwde onderkomen, nauwelijks ruimte, nauwelijks lucht en nauwelijks hoop. Het idee te moeten leven op die paar vierkante meter, met zeven anderen. Bloot te staan aan irritaties en frustraties, bloot te staan aan angst en wanhoop. Ik kan het me gelukkig nauwelijks voorstellen. Wij hier in Nederland kunnen ons het (bijna allemaal) nauwelijks voorstellen.

Op 24 december 1943 schreef Anne: ‘Fietsen, dansen, fluiten, de wereld inkijken, me jong voelen, weten dat ik vrij ben, daar snak ik naar’. Het lijken zulke eenvoudige dingen. Fietsen, dansen, fluiten. Zo eenvoudig. Weten dat je vrij bent.

Mijn generatie (en de generatie na mij) beseft volgens mij te weinig wat een groot goed dat is. We vinden het vanzelfsprekend. Terwijl het in mijn ogen niet vanzelfsprekend is. Het is belangrijk dat we blijven herinneren. Het is belangrijk dat we proberen de wereld beter te maken.

Het bezoek aan Het Achterhuis van begin deze week heeft indruk op me gemaakt. Ik was er al eerder, maar ik denk dat ik, nu ik moeder (en letterlijk en figuurlijk ouder) ben, intenser met de wereld bezig ben.  Dat ik me meer realiseer hoe kwetsbaar het leven is. De rondgang door het museum en de vele quotes uit haar boek op de muren raken me, zetten me aan het denken. Zo’n wijsheid bij zo’n jong meisje. Door de situatie gedwongen wijsheid.

Mijn dochters groeien op in vrijheid, welvaart, voorspoed en zijn meestal heerlijk onbezorgd. Dat is de verdienste van duizenden mensen die onze vrijheid bevochten hebben. Zo lang geleden. En toch is er nog zoveel geweld in de wereld. Geweld vanuit geloof, haat of economische belangen. Waar gaat het heen? Hebben we dan niets geleerd van het verhaal van Anne?

___________________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: twisten. De andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!

Schaamteloos

Minder Marokkanen! Minder Marokkanen? Wat bezielt die man? En wat bezielt in hemelsnaam de mensen die als hersenloze wezens achter die gast aanlopen? Hoe kan het toch zo zijn dat wij, in dit land, op deze manier zijn gaan denken? Bangmakerij? Stemmingmakerij? Dit kan toch niet! In dit land!

Soms krijg ik de neiging om al mijn 16.000.000 medelanders een weekje te verhuizen naar een willekeurig land in het middenoosten. Syrië zou misschien wel iets zijn. Of we gaan gezellig een keer met z’n allen picknicken in India. Natuurlijk gaan er in Nederland ook dingen minder goed dan voorheen. Maar dan toch … waar is de realiteitszin gebleven. Onze nuchterheid?

The sky was the limit, we zijn verwend en veeleisend. We tolereren geen nee en wensen van alles het beste. En als we dat niet krijgen, dan heeft iedereen schuld, behalve wijzelf. Een zondebok hebben we dus nodig. En een leider die ons die zondebok geeft. Een leider die weinig opheeft met fatsoensnormen maar die wel een potje zielig gaat zitten wezen als mensen hem ‘aanvallen’. Ach en wee.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat dit land, dit mooie en welvarende land, is verworden tot een agressief en naar landje. Een land waarin we blijkbaar vinden dat we allemaal koning zijn.

Ik vind het af en toe zo moeilijk om nog trots te zijn op Nederland. Gelukkig is het zo dat ik in mijn directe omgeving vooral sociale mensen zie. Mensen die betrokken zijn bij de samenleving, die nog wel weten hoe het hoort.

Waar zitten ze toch, die PVV-stemmers? Ik ken er geen een persoonlijk. Althans geen een die er openlijk voor uitkomt. Want ergens is er nog wel een bepaalde terughoudendheid om te zeggen: ik ben gek gemaakt door de man met het vreemde kapsel.
______________________________________________________________________

De WE-300 had dit keer als onderwerp: manipuleren. De andere WE-300’s ook lezen? Klikkerdeklik!