Protest


Zou er nog iemand zijn die de hele toestand rondom het stikstofprobleem echt snapt? Ik weet het niet. Wat ik wel weet is dat ik het heel ingewikkeld vind allemaal. En dat ik het raar vind dat wij blijkbaar het enige land zijn met dit enorme probleem. Of ben ik ook wat dat betreft niet op de hoogte?

Tegelijkertijd vind ik het lastig om begrip op te brengen voor de protesterende boeren. En dat is best bijzonder voor iemand die toch uit een agrarisch gebied komt.

Ons petekind (hij is nu 26 jaar) heeft een paar jaar geleden de keuze gemaakt biologische boer te worden. Dat deed hij samen met zijn ouders via de maatschap, maar hij neemt de boel over een paar jaar volledig over. Hij is een heel eind op weg en dat kostte hem veel tijd, energie, geld en meewarige blikken van een aantal van zijn ‘collega’boeren. En niets ging soepel. Maar hij is wel bijna biologisch. Ik denk dat dat de oplossing gaat worden.

Maar naast de agrarische sector moet ook de industrie aan de slag. En wij als consument moeten ook onsze steentje bijdragen. Niet voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. Maar willen we dat? En kunnen we dat? Ik denk dat dat voor veel mensen niet eenvoudig zal zijn. De auto laten staan, minder vlieg(reiz)en maken en we kunnen best veel meer doen.

Maar wat de oplossing is? Ik weet het niet. Jij?

All in

Ik ben een keer op een all in weekend geweest. Dat is heel lang geleden en ik vond er niet heel veel aan. Ergens geloof ik (en ja, ik scheer nu heel bewust een heleboel mensen over één kam!) dat dat ‘all in’ concept het slechtste in de mens naar boven brengt. Ongegeneerd schransen, teveel op borden scheppen en dat vervolgens laten staan, half lege glazen laten staan: het is niet mijn ding.

Wat ik me vooral nog goed herinner van dat weekend is dat we nauwelijks buiten zijn geweest en als ik daar nu bij stil sta dan vind ik dat vooral heel gênant. Want ‘waarom zouden we weggaan als alles hier gratisch is?’. Ter verdediging wil ik aanvoeren dat ik toen begin 20 (denk ik) was dus ik wist niet beterder. Eerlijk gezegd weet ik niet eens meer of ik deze onderneming met Mr. T. heb gedaan of met mijn ex. Hahaha, zo erg heb ik het verdrongen.

Geen ‘all ins’ meer dus voor mij. En dat betekent automatisch, geen ‘all in-vakanties’ voor mijn gezin. Dat komt deels ook omdat ik, als ik op vakantie ben, vooral op pad wil zijn. Dingen wil doen, wil wandelen, cultuur wil snuiven, stadjes wil bezoeken, musea en kerken wil zien en nog veel meer. Ik wil in winkeltjes rondstruinen of in supermarkten zoeken naar eten om zelf te bereiden. Dat is niet altijd gemakkelijk vind ik. Soms is er bizar weinig (herkenbaar :-)) vlees te koop of zijn de groenten van dusdanige kwaliteit dat we ze in Nederland zouden laten liggen (slecht, ik weet het!). Maar ik vind het toch vooral heel lekker om rond te snuffelen, zelf wat bij elkaar te sprokkelen en dan, in die enorm slechte pannen van het verblijf waar we zitten er toch iets van in elkaar te flansen. Ja, die pannen en slechte messen en zo in de accommodaties waarin we vaak zitten: daar kan ik ook nog wel een logje aan wijden. Ik neem wat dat betreft steeds vaker mijn eigen messen en een aantal pannen mee. En oh, die heerlijke stalletjes met zoveel verschillend fruit langs de weg vaak. Wat een zaligheid!

Maar vertel: ben jij van de all in? Of pruts je ook zelf liever wat in elkaar? En als je in een huisje of stacaravan zit: neem jij dan ook je eigen spullen mee? 

De boekentik-tag

Gelezen bij Liesbeth en te leuk om te laten liggen. Maar het kostte wel wat denkwerk voordat ik mijn antwoorden klaar had.

  1. Hoeveel boeken wil je dit jaar lezen? Heb je daar een planning uitdaging voor? → Ik heb nooit een planning eerlijk gezegd. Gemiddeld lees ik denk ik 3 tot 4 boeken per maand maar dat ligt erg aan de tijd die ik heb en de dikte van het boek natuurlijk.
  2. Welk boek zou je graag weer voor het eerst lezen? → Dat zijn eigenlijk een heleboel boeken. Maar als ik echt, echt, echt moet kiezen dan ‘De boekendief‘.
  3. Welk boek vind jij super maar veel anderen niet? → Dat vond ik ‘De wand‘. Ik heb het aan best veel mensen aangeraden, maar ik geloof niet dat er veel mensen zijn die mijn enthousiasme over dit boek delen.
  4. Kan je leven zonder bibliotheek? → Ja hoor. Toen ik nog ‘echte’ boeken las, kocht ik ze eigenlijk altijd. En nu heb ik een e-reader en koop nog steeds regelmatig boeken. Verder worden e-books natuurlijk heel gemakkelijk gedeeld. Soms wel te gemakkelijk, maar ja, ze niet accepteren is ook zo wat toch?
  5. Welke boekverfilming is beter dan het boek? → Ik vond de boeken van ‘The Lord of the rings’ geweldig. Maar de films hierover zijn natuurlijk fenomenaal!
  6. Wat is het gekste wat je ooit in een boek bent tegengekomen? → Uh, niet veel eigenlijk. Ik heb het in ieder geval niet onthouden.
  7. Welk boek (of boeken) wilde je heel graag hebben maar staat alsnog ongelezen in je kast? → Dat is dit echte boek. Ik wil het voor september gelezen hebben.
  8. Dit boek of deze boeken hadden geen vervolg moeten krijgen? → Ik vind de ‘zeven zussen serie’ erg wisselend en dat is jammer.
  9. Favo boekwinkel en waarom? → Die bestaat helaas niet meer. Het was een waarlijk prachtige boekhandel hier in V.
  10. Je hebt nog 100 ongelezen boeken in de kast staan, hoe bepaal je welke je gaat lezen? → Op basis van de schrijver en de achterflap.
  11. Welk boek van je boekenlijst voor school herinner je? → Turks Fruit.
  12. Heb je nog boeken uit je jeugd? → Een aantal. Boeken van Thea Beckman vooral. De serie over Thule vond ik prachtig. En ‘De gebroeders Leeuwenhart‘. En ik heb ook nog een aantal ‘Arendsogen’ liggen. Dat vond ik een fantastische serie.
  13. Wat doet je afknappen op een boek? → Als het te lang, te vaag is. Soms een slechte layout en daar heeft een e-reader regelmatig last van.
  14. Is er een boek dat je leven veranderd heeft? → Echt veranderen niet. Maar er zijn wel een heleboel boeken die me aan het denken gezet hebben.
  15. Leen je je boeken uit en zo niet hoe vertel je dat? → Dat doe ik nog steeds al gebeurt het niet meer zo heel vaak. Ik houd dat bij in een schrift. Een keer vergeten en de boeken nooit meer teruggekregen. Geen idee meer aan wie ik ze heb uitgeleend.
  16. Wat is het meest opvallende boek/titel in je boekenkast of in je bezit? → Dat zijn dan toch wel de boeken van Jonas Jonasson. Of wat te denken van ‘Mijn zus woont op de schoorsteenmantel‘ of ‘Het jaar dat de wereld op zijn doʞ stond‘.

Wil je ook meedoen? Kopieer onderstaande vragen, plak ze in de reactie en vul in!

  1. Hoeveel boeken wil je dit jaar lezen? Heb je daar een planning uitdaging voor?
  2. Welk boek zou je graag weer voor het eerst lezen?
  3. Welk boek vind jij super maar veel anderen niet?
  4. Kan je leven zonder bibliotheek?
  5. Welke boekverfilming is beter dan het boek?
  6. Wat is het gekste wat je ooit in een boek bent tegengekomen?
  7. Welk boek (of boeken) wilde je heeel graag hebben maar staat alsnog ongelezen in je kast?
  8. Dit boek of deze boeken hadden geen vervolg moeten krijgen?
  9. Favo boekwinkel en waarom?
  10. Je hebt nog 100 ongelezen boeken in de kast staan, hoe bepaal je welke je gaat lezen?
  11. Welk boek van je boekenlijst voor school herinner je?
  12. Heb je nog boeken uit je jeugd?
  13. Wat doet je afknappen op een boek?
  14. Is er een boek dat je leven veranderd heeft?
  15. Leen je je boeken uit en zo niet hoe vertel je dat?
  16. Wat is het meest opvallende boek/titel in je boekenkast of in je bezit?

Het huis met de judasboom

Het is een prachtig boek, af en toe wat vreemd en vervreemdend. En af en toe ook erg pittig en pijnlijk. Maar uiteindelijk valt alles, echt alles op z’n plek. Lees ‘Het huis met de judasboom‘ van Laura McVeigh maar snel. Je zult er geen spijt van krijgen.

Het huis met de judasboom van Laura McVeigh is een aangrijpende anti-oorlogsroman over een jong meisje op de vlucht voor de taliban. Voor liefhebbers van De vliegeraar en De zoon van de verhalenverteller.
Samar is vijftien jaar. Samar is Afghaans. En Samar is vluchteling. Samen met haar familie is ze op de vlucht voor de taliban die haar thuisland teisteren met radicale ideeën. Nu zitten ze in Rusland in een trein, die heen en weer rijdt. Ze stappen niet uit, want ze weten niet waar ze heen moeten. Samar neemt je mee naar het begin van haar verhaal, waarin zij laat zien wat de taliban voor invloed hadden op Afghanistan. We zien hoe haar familie langzaam verscheurd wordt door verdeeldheid, verdriet, maar vooral door onderdrukking. Hoewel Samar alles wordt ontnomen wat haar lief is, blijft ze hoop houden. Hoop op een betere wereld.
Het huis met de judasboom is een hartverscheurende roman over het verliezen van je huis, land, cultuur en familie. En over het vinden van hoop op de donkerste dagen.

Carentan

Ik was de aflopen dagen op mijn allereerste en heuse zakenreis in het buitenland. Zoals jullie weten ben ik erg bezig met het vieren en herdenken en dat zijn fantastische klussen om te mogen doen. Afgelopen september hadden we gasten uit Frankrijk en de USA. Zoals het dan gaat komt er vaak een tegenuitnodiging. Die kwam inderdaad uit Frankrijk (en ik verwacht ook nog wel een keer uit de USA trouwens) en die uitnodiging die werd rond de viering van 78 jaar D-Day verzilverd.

Het programma werd door de Fransozen in elkaar gezet dus daar was ik niet al te veel (al is het toch nog altijd meer dan je denkt) tijd mee kwijt. Ik was vooral tijd kwijt met het organiseren van de accommodaties, het vervoer en het op een rij zetten van teenentander.

Rondom D-Day is het altijd hartstikke druk in Normandië en dat merkte ik toen ik in oktober vorig jaar alvast wilde reserveren. We konden met ons gezelschap niet op een locatie verblijven. Dus vier van ons sliepen midden in Carentan en twee van ons in een fantastische B&B daar 6 kilometer vandaan. Dat was niet optimaal, maar het was nu eenmaal niet anders.

En wie gingen er dan allemaal mee? De burgemeester en zijn vrouw, drie collega’s met als vakgebied ‘cultuurhistorie en erfgoed’, ‘toerisme’ en ‘storystelling. En ik dus die de volledige reis voorbereid had en ter plekke nog een boel te regelen had. Het begrip ‘Met de Franse slag’ kreeg heel wat betekenis in deze dagen.
Het waren vier geweldige dagen waarin we veel gezien en gedaan hebben. We woonden 4 herdenkingen bij en ik moet zeggen, daar zijn we hier toch wel wat beter in.
Waar de Fransen duidelijk beter in zijn is de massaliteit waarmee herdacht wordt. Nu denk ik dat D-Day ook veel bekender is dan Operatie Market Garden en als je het dan over die laatste operatie hebt, dan heeft onze regio de pech dat de meeste aandacht naar Nijmegen en Arnhem uitgaat. Maar echt: wat een drukte! Dat doen wij alleen in kroonjaren waarvan 2024 het eerstvolgende is.

Er waren nog behoorlijk veel veteranen en nog veel meer militairen die vooral tijdens de herdenkingen een rol hadden. Wat ik echt heel erg mooi vond was dat er naast Franse en Amerikaanse soldaten ook een groep Duitse soldaten was. Ik denk dat dat inmiddels moet kunnen.  Wat heel leuk was, is dat Carentan zo gecharmeerd was van onze parachuutjes dat ze die ook hebben laten maken en op een aantal gedenkwaardige plaatsen neergezet hebben.  We gingen onder andere naar Utah-beach en bezochten musea om inspiratie op te doen. We zagen een boel monumenten en heel veel reenacters. De vlag hieronder is een originele vlag van het 101ste Airborne Division van 1947. 
We hadden een fantastische lunch met veteranen en dat lied van Vera Lynn klopte wat dat betreft precies. Maar dat volgt in het logje met wachtwoord.

We mochten ook een diner met circa 400 gasten bijwonen. Dat was erg bijzonder. De twee tafels in het midden (met de gele tafelkleden) werden bediend (de andere gasten moesten langs het buffet). Het is logisch dat de burgemeester aan die tafel zat, maar wij dus ook. Weliswaar bij de ‘mindere goden’, maar toch. We voelden ons echt heuse VIPS. Wat dan weer wel bijzonder (en vooral ook heel jammer) was, was dat het eten koud opgediend werd. Alles. Dus we aten een koud voorgerecht, een koud hoofdgerecht (zalm en kip op één bord) en koude kaas toe. Ik moet zeggen dat ik alleen tijdens het diner dat ik met mijn drie collega’s nuttigde echt een beetje het idee had van de Franse keuken te genieten. Dat was echt zo lekker! De B&B waar mijn collega en ik sliepen is echt volledig in ‘Airborne-style’. De eigenaar en zijn vrouw zijn helemaal gek van de Tweede Wereldoorlog en dat is in de prachtige B&B op alle mogelijke manieren zichtbaar. Zo mooi! Onze laatste avond was dan ook bij zijn B&B waar we deelnamen aan een geweldige barbecue. Aanwezig waren een drietal veteranen, de burgemeester van het dorp met zijn vrouw, Amerikaanse militairen (staf), reenactors, gasten van de B&B en nog veel meer. Het was een topavond!  Wat ik vooral meeneem is dat de manier van herdenken in Frankrijk totaal niet de onze is. De herdenkingen duren veel te lang en vaak weten mensen niet wat er van ze verwacht wordt. Ook worden de vaak ellelange toespraken eerst in het Frans en dan nog een keer helemaal in het Engels voorgelezen (of omgekeerd) en dat maakt dat het echt veel te lang duurt allemaal.  Want ga er maar aanstaan als militair: anderhalf uur in de houding tijdens een herdenking. Het was wat dat betreft maar goed dat het niet al best weer was (behoorlijk koud en veel regen).  We deden ook een Battelfield Tour en onze gids vertelde ons honderduit over de gebeurtenissen in en om Carentan.  Het uiteindelijke doel van de uitwisseling is om elkaar te versterken in onze manier van herdenken. We delen een gemeenschappelijke bevrijder: de 101ste Airborne Divisie en onze bevrijders van toen verdienen het dat we hun geschiedenis vastleggen.  In het kerkje van Angoville au Plain kun je op de banken de bloedvlekken van de gewonden nog zien. In dit kerkje verzorgden twee Amerikaanse medics zowel Duitse als Amerikaanse gewonden. Een van de medics overleed in 2013 en een deel van zijn as is bij de kerk begraven. Toen wij in de B&B verbleven was zijn zoon daar ook. Dat zijn bijzondere ontmoetingen.  Het was al met al een geweldige ervaring. Ik heb veel gezien, veel inspiratie opgedaan en mijn netwerk is enorm gegroeid. Ik heb ook geleerd wat ik niet wil en dat is misschien nog wel net zo belangrijk.

Een liefde in brieven

In het Talbot House in Poperingen was in een klein paviljoen een bijzondere expo te zien. Hier werd door middel van videobeelden de correspondentie tussen twee jonge mensen uit Engeland zichtbaar gemaakt.

Toen Geoffrey Boothby in 1915 werd ingelijfd bij de Royal Engineers, was hij twintig jaar oud. Edith Ainscow, de zus van een vriend van Boothby, was zeventien. Ze hadden slechts vier dagen in elkaars gezelschap doorgebracht toen Geoffrey naar het westelijk front werd gestuurd. Daar maakte hij deel uit van een regiment dat tunnels groef – een uitputtende en vooral uiterst gevaarlijke bezigheid in de voorste linies van de gevechtstroepen.

Achttien maanden lang schreven Edith en Geoffrey brieven. Ze bemoedigden elkaar met grappige verhalen en schreven over hun angsten en hun hoop voor de toekomst. De brieven werden steeds persoonlijker, en Edith en Geoffrey raakten verliefd op elkaar. Ze konden nauwelijks wachten tot Geoffrey verlof zou krijgen. In mei 1916 schrijft Edith in haar laatste brief: ‘Ik kan nog niet echt geloven dat je | komt, maar ik hoop en hoop en hoop. Wees alsjeblieft nog een week voorzichtig…’

‘Het verhaal van Edith en Geoffrey heeft een universele, diep tragische kant, maar ook iets wat hoopvol stemt en betekenis geeft aan het leven.’ – The Independent

Boothby was als Royal Engineer betrokken bij het graven van tunnels Slechts een paar uur voordat we Talbot House bezochten waren we in de buurt van de plek waar Boothby ergens bedolven ligt. Zijn lichaam is nooit gevonden.

Het boek is gebaseerd op de brieven van twee jonge mensen die elkaar leren kennen en gaandeweg verliefd worden. De schrijfstijl doet ouderwets aan maar is tegelijkertijd ook doorspekt met humor en sommige stukken zouden gewoon geschreven kunnen zijn door (verliefde) mensen uit deze tijd. Ik heb het boek met heel veel plezier en interesse gelezen en kan het je dan ook van harte aanbevelen.