Rösti

Ik maakte, alweer een hele tijd geleden, voor het eerst in mijn leven helemaal zelf rösti. En wow, was dat lekker zeg.

1000 Gram aardappelen raspte ik.

En vier uien. En daar hoefde ik niet eens van te huilen!

Terwijl ik de uien raspte bakte ik 250 gram spekjes uit.
De geraspte aardappelen en uien kregen gezelschap van 4 eieren, zout en peper.

Na de nodige menging mochten de spekjes er ook bij.

Hoppakee: alles in de pan en goed aandrukken. Deksel erop en op laag vuur zo’n 17 minuutjes laten garen.

En dan komt het spannendste: omdraaien. Hoera: gelukt! In de tijd dat ik dit soort dingen nog soort van kant en klaar kocht is me dat nooit gelukt namelijk. En dan weten jullie ook meteen dat wij dus zelden rösti eten omdat ik al minstens vier jaar zonder pakjes en zakjes kook. Maar stiekem is dat ook het leuke van al die recepten die ik inmiddels verzameld heb: je kookt veel meer verschillende gerechten.

Hierna nog een minuut of 12, met deksel op de pan, op laag vuur garen.

En toen was ie klaar. Ik vond het een geslaagd recept!

De Scholier wist trouwens zeker dat rösti oorspronkelijk uit Suriname kwam, maar die was vast in de war met roti. Ik wist er trouwens ook niets van want dacht dat het uit Zweden kwam, maar het komt oorspronkelijk dus blijkbaar uit Zwitserland.

Eet jij ooit rösti?

De bekentenis * Het bloemenmeisje * De gelukkige

De bekentenis‘ van Jessie Burton heb ik met veel plezier gelezen al vond ik het einde uiteindelijk in zoverre onbevredigend dat er geen antwoord komt op de vraag die feitelijk de rode draad van het boek vormt. Tegelijkertijd past dat eigenlijk wel heel goed bij het boek. Het is fijn leesbaar, zit goed in elkaar en ik vond het mooi om de verschillende periodes en verhaallijnen te lezen. De verhaallijn van Rose is er wel een van uiterste vind ik, maar tegelijk past dat ook wel weer heel erg bij dat wat je weet van Elise. Kortom een meer dan prima boek!

In De bekentenis ontmoet Elise Morceau in 1980 de bijzondere Constance Holden. Ze is meteen diep onder de indruk van haar charme. Ze volgt de vrijgevochten schrijfster naar Los Angeles, maar voelt zich een buitenstaander in de wereld vol glamour en ambitie. Dan hoort ze een gesprek dat haar leven op zijn kop zet. Drie decennia later is Rose Simmons op zoek naar antwoorden over haar moeder, die verdween toen zij een baby was. Constance Holden is naar verluidt de laatste die haar heeft gezien. Zal de ooit zo beroemde auteur Rose kunnen geven wat zij vraagt?

Het bloemenmeisje‘ van Anya Niewierra was ook echt heel erg tof om te lezen. Ik kan eigenlijk maar één minpuntje bedenken en dat is het grote aantal personages in het boek. Niewierra begint haar boek wel met uitleg van de personages maar ik vind het altijd lastig om, via een e-reader, dat soort info terug te lezen. Maar echt een tof boek!

Pyreneeën 1988. Op een afgelegen boerderij vindt de Franse politie een verminkte tiener bij het lijk van haar moeder. Het verwilderde meisje denkt dat de mensen duivels zijn en is doodsbang. De autoriteiten nemen haar mee naar de bewoonde wereld en geven haar de naam Nina Fleurie, het bloemenmeisje. Van de dader ontbreekt elk spoor.

Pyreneeën 2019: de zonderlinge kruidenarts Nina Fleurie krijgt bezoek van een onbekende vrouw. Deze Théa Wanders blijkt Nina’s tweelingzus van wie zij als baby werd gescheiden. De zusjes duiken in het bizarre verleden van hun moeder, maar dan verdwijnt Théa. De wanhopige Nina start een zoektocht die haar voert naar de grotten van Zuid-Limburg en een klooster in de Ardennen. Ze stuit daarbij op de ‘duivels’ die het leven van haar moeder verwoestten, waarop een onbekende nu de jacht op haar opent…

De gelukkige‘ van Nicolas Sparks dan. Af en toe is het gewoon fijn om een boek van Sparks te lezen. Ik ben sowieso geïnteresseerd in veteranen en het feit dat het hoofdpersonage veteraan is, maakte dat ik het wilde lezen. Ik vond Thibault trouwens wel wat weghebben van mijn grote ‘held’ Reacher, dus daarmee had het boek al een voorsprong. Het zijn verder prima boeken die heel gemakkelijk weglezen en waarbij je niet heel erg na hoeft te denken. En dat is soms ook wel heel lekker.

Als marinier Logan Thibault tijdens een missie in Irak een foto vindt van een glimlachende jonge vrouw, stopt hij die in zijn zak om hem terug te kunnen geven aan de rechtmatige eigenaar. Maar zolang niemand zich meldt, houdt hij de foto bij zich. Na een tijdje begint het Logan op te vallen dat hij meer geluk heeft dan anders: hij wint het ene na het andere spelletje poker, en bij een hevig gevecht komen twee collega’s om, maar blijft hij gespaard. Zou de foto werken als een soort geluksamulet? Terug in Colorado kan Logan de foto – en de vrouw die erop staat – maar niet uit zijn hoofd zetten en hij besluit haar te gaan zoeken. Als hij haar vindt, wordt hij totaal overrompeld door de enorme aantrekkingskracht die hij voelt. Elizabeth, een kwetsbare maar sterke gescheiden moeder van een zoontje, is zonder twijfel de vrouw van zijn dromen. Ze krijgen een gepassioneerde, stormachtige relatie, maar Logan zwijgt over het bestaan van de foto. Die beslissing zal hij al snel betreuren, want als de waarheid aan het licht komt, zijn de gevolgen niet te overzien.

C-lijst

Ha, dacht ik, ik ben nogal van de lijstjes maar ik heb nog nergens een lijstje over corona gezien. Tijd dat ik er zelf een maak dus. En tijd dat jij hem invult. Zodat we allemaal zien hoe ‘gewone’ (want daar reken ik mezelf en voor het gemak jou ook maar even toe) mensen met de hele situatie dealen. Lijkt mij in ieder geval best heel interessant om te weten wat jouw antwoorden zijn.

Doe je mee?

  1. In welke provincie woon je?
  2. Heb je een vitaal beroep? Zo ja, wat doe je?
  3. Heb je nog jonge kinderen en hoe ging het thuis onderwijs verzorgen? En als je kinderen al wat ouder waren, hoe ging het met het onderwijs op afstand?
  4. Zijn er mensen om wie je je extra zorgen (hebt ge)maakt? Ouders, kwetsbare familieleden?
  5. Werk je nu zelf thuis en hoe pak je dat aan? Heb je bijvoorbeeld een rustige werkplek, zit je in de woonkamer, is het arbotechnisch verantwoord?
  6. Is jouw financiële situatie verslechterd?
  7. Ben je bang om ziek te worden?
  8. Hoe ervaar je al het nieuws over corona?
  9. Wat mis je het meeste?
  10. Hoeveel mensen ken je die overleden?
  11. En hoeveel mensen die ziek zijn (geweest)?
  12. Hoe ervaar je alle regels en en kun je ze gemakkelijk volhouden?
  13. Worden de regels in jouw woonplaats goed gevolgd?
  14. Heb je al mondkapjes in huis?
  15. Wat ga je doen met de zomervakantie?
  16. Zijn er positieve dingen aan deze hele situatie?
  17. Denk je dat we er uiteindelijk beter uit zullen komen?
  18. Ziet je dag er nu heel anders uit? Wat doe je meer? Of minder?
  19. Zijn er nog andere dingen die je graag met ons deelt?

Om de antwoorden gemakkelijker te kunnen lezen, selecteer de vragen, control c en control v in het reactieveld.

Ik zal zelf uiteraard een dezer dagen ook de vragen beantwoorden, maar ben vooral benieuwd naar jullie reacties.

15!

Ze is de liefste de liefste. Ze is vrolijk, grappig, onzeker, zoekend, proberend, creatief, intelligent, geïnteresseerd, betrokken, soms humeurig, zelden brutaal, soms wat boos, klunzig, schattig, mooi, kokend, zingend, dansend, rommelig, niet zuinig, ruimt nooit iets op, heeft oog voor anderen, krijgt regelmatig de deksel op haar neus, gul, enthousiast en nog heel, heel veel dingen meer. Het is een voorrecht om haar moeder te mogen zijn.

En vandaag, vandaag wordt ze 15! Het zal een verjaardag worden die we nooit zullen vergeten in verband met corona, maar ze zal er vast van genieten.

Love you lots and lots, lieve Scholier!

SchoonOuderdag

Vandaag is het moederdag, maar ik noem het vandaag maar even ‘ouderdag’: ‘ouderdag’ en ‘schoonouderdag’. Al heb ik helaas geen schoonouders meer …

In een kast in ons huis staan de trouwfoto’s van mijn ouders en van mijn schoonouders. Mijn schoonouders trouwden in 1957, mijn ouders in 1967. Mijn schoonouders waren van 1923 en 1925, mijn ouders van 1943 en 1945. De goede lezer ziet nu dat er 10 jaar verschil zit in trouwdatum en 20 jaar verschil in geboortejaar. Mijn schoonouders waren dus heel wat ouder dan mijn ouders. En ze vertegenwoordigden écht een andere generatie dan mijn ouders.

De foto’s staan al jaren op een vast plekje in de kast. Er ligt ook al jaren een engeltje bij. Eigenlijk is dat een kaarsje, maar het lontje is al lang geleden verwijderd door mij. Ik vind het een mooi plekje in huis.

Mijn schoonmoeder overleed alweer bijna 8 jaar geleden, mijn schoonvader vandaag 7 weken geleden. Goh, wat vliegt de tijd. Raar eigenlijk, want er is weinig te beleven. En tegelijk vermaak ik me eigenlijk prima en dat geldt ook voor Mr. T.. Verder doen zowel De Student als De Scholier het erg goed gezien de omstandigheden. Al geldt voor De Student dat ze momenteel helaas weer heel erg aan het stressen is en dat baart me best wel zorgen. Ze leest nu het boek ‘Prima is perfect‘ en ik hoop echt dat het haar helpt, want ze is veel te jong om nu al zo gestresst te zijn. Maar dat laatste allemaal terzijde. Misschien waag ik daar nog wel ooit een logje aan, misschien ook niet.

De koetjes die onze kastplanken versieren zijn ooit geborduurd door mijn schoonmoeder. Ik vind ze nog steeds heel erg leuk!

Het is gek om te zien dat van de vier mensen op de foto’s er nog maar twee in leven zijn. Tegelijk hebben we heel lang van hen alle vier mogen genieten en hoop ik dat we nog heel lang voor mijn ouders geldt.

Ik heb hen sinds half maart misschien maar een keer of 10 gezien en steeds op afstand. En ondanks het feit dat het korte bezoekjes zijn, zijn het fijne momentjes die me doen realiseren hoeveel ik van hen houd. En natuurlijk is er op andere manier contact. We bellen af en toe (nog nooit zoveel gebeld als de laatste weken), appen en wordfeuten wat af. En af en toe reageert mijn moeder op mijn facebookberichten. Het is klein contact maar hel fijn en laat zien hoe belangrijk we voor elkaar zijn.

De eerste keer dat we elkaar wat langer zagen was op 16 april, onze trouwdag. Toen zijn ze ‘s avonds langs geweest. Het was een prachtige avond en we hebben ruim twee uur onder de veranda zitten praten. Zij samen aan de ene kopse kant van de tafel en wij met ons vijfjes (De Student Haar Lief was er ook, hij is de enige die hier vaker in huis is) aan de andere kopse kant. Op 1 mei zijn Mr. T. en ik bij hen op de thee geweest. En vandaag komen ze hier lunchen, voor moederouderdag.

Voor corona (er is echt een voor-corona-tijd) zagen we elkaar veel vaker: iedere maandagavond met het kaarten, op dinsdag mochten we altijd bij hen eten (dat is nog een overblijfsel van de tijd dat ze op onze dochters pasten), op zaterdag hier voor de lunch en om de twee weken op zaterdagavond voor het eten en dan soms nog wat tussendoor, maar niet heel vaak.

Ik ben er trots op hoe goed ze het doen, hoe verstandig ze zijn. Ze hebben vele weken in een soort van totale quarantaine gezeten waarin ze alleen hun naaste buren (toevallig ook nog broer en schoonzus van mijn moeder) gezien hebben, en dan uiteraard op afstand. Er zijn natuurlijk vele mensen gestorven, ook mensen die zij goed kennen, en ze kennen ook best een aantal mensen van heel dichtbij die ziek geweest zijn. Vanuit het diepst van mijn hart hoop ik dat dit hele verrekte virus hen bespaard zal blijven want ik kan hen nog lang, lang, lang niet missen.

Onder de indruk

Zwaar onder de indruk was ik van de toespraak van Koning Willem-Alexander vanavond.

En onder de indruk ben ik ook van de manier waarop we binnen onze gemeente aandacht hebben mogen besteden aan Dodenherdenking.
Het was raar om niet aan het werk te zijn op dit tijdstip, dat voelde onwennig en vreemd. Het was lang geleden dat ik de nationale herdenking live heb kunnen zien. Ik moet eerlijk zeggen dat Arnon Grunberg me al vrij snel kwijt was. Maar de toespraak van de Koning? Wauw! In één woord wauw!

Het voelt vreemd op een bijna lege Dam. Maar ik weet dat U, dat jij, deze Nationale Herdenking meebeleeft en dat we hier samen staan. In deze uitzonderlijke maanden hebben wij allemaal een deel van onze vrijheid op moeten geven.

Sinds de oorlog heeft ons land iets dergelijks niet gekend. Nu maken we zelf een keuze. In het belang van leven en gezondheid. Toen wérd de keuze voor ons gemaakt. Door een bezetter met een ideologie zonder genade die vele miljoenen mensen de dood in joeg.

Hoe voelde de ultieme onvrijheid? Er is één getuigenis die ik nooit zal vergeten. Het was hier in Amsterdam, in de Westerkerk, bijna zes jaar geleden. Een kleine man met heldere ogen – fier rechtop met zijn 93 jaar – vertelde ons het verhaal van zijn reis naar Sobibór, in juni 1943. Zijn naam was Jules Schelvis.

Daar stond hij, breekbaar maar ongebroken, in een volle, muisstille kerk. Hij sprak over het vervoer met 62 mensen in één veewagon. Over de ton op de kale vloer. Over de regen die door de kieren spatte. Over de honger, de uitputting, de smerigheid. “Je ging er uitzien als een schooier”, zei hij. En je hoorde in zijn stem hoe erg hij dat had gevonden.

Hij vertelde over de horloges die bij aankomst door soldaten van polsen werden gerukt. Over hoe hij zijn vrouw Rachel in de chaos kwijtraakte. Nooit zag hij haar terug. “Welk normaal mens had dit kunnen bedenken? Hoe kon de wereld toestaan dat wij, rechtschapen burgers van Nederland, als uitschot werden behandeld?” Zijn vraag bleef hangen tussen de pilaren van de kerk. Ik heb er geen antwoord op. Nog steeds niet.

Wat ik me ook herinner, is zijn verslag van wat er aan de reis voorafging. Na een razzia werd hij samen met zijn vrouw en vele honderden anderen weggevoerd naar station Muiderpoort. Ik hoor nog zijn woorden: “Honderden omstanders hebben zonder vorm van protest toegekeken hoe de overvolle trams, onder strenge bewaking, voorbij reden.” Dwars door deze stad. Dwars door dit land. Voor de ogen van landgenoten.

Het leek zo geleidelijk te gaan. Elke keer een stapje verder. Niet meer naar het zwembad mogen. Niet meer mogen meespelen in een orkest. Niet meer mogen fietsen. Niet meer mogen studeren. Op straat worden gezet. Worden opgepakt en weggevoerd. Sobibór begon in het Vondelpark. Met een bordje: ‘Voor Joden verboden’.

Zeker: er waren veel mensen die zich verzetten. Mannen en vrouwen die in actie kwamen, die tegen de stroom in burgermoed toonden en hun eigen veiligheid op het spel zetten voor anderen.

Ik denk ook aan alle burgers en militairen die vochten voor onze vrijheid. Aan de jonge soldaten die in de meidagen sneuvelden aan de Grebbelinie. De militairen die ons Koninkrijk dienden in Nederlands-Indië en dat met de dood bekochten. De verzetsstrijders die werden gefusilleerd op de Waalsdorpervlakte of onmenselijk werden behandeld in straf- en concentratiekampen. De militairen die niet terugkeerden van vredesmissies of daarbij ernstig gewond raakten. Werkelijke helden die bereid waren te sterven voor onze vrijheid en onze waarden.

Maar er is ook die andere realiteit. Medemensen, medeburgers in nood, voelden zich in de steek gelaten, onvoldoende gehoord, onvoldoende gesteund, al was het maar met woorden. Ook vanuit Londen, ook door mijn overgrootmoeder, toch standvastig en fel in haar verzet. Het is iets dat me niet loslaat.

Oorlog werkt generaties lang door. Nu, 75 jaar na onze bevrijding, zit de oorlog nog steeds in ons. Het minste wat we kunnen doen is: niet wegkijken. Niet goedpraten. Niet uitwissen. Niet apart zetten. Niet ‘normaal’ maken wat niet normaal is. En: onze vrije, democratische rechtsstaat koesteren en verdedigen. Want alleen die biedt bescherming tegen willekeur en waanzin.

Jules Schelvis doorstond de hel en wist toch als vrij mens weer iets van het leven te maken. Veel meer dan dat. “Ik heb vertrouwen in de mensheid gehouden”, zei hij. Als hij het kon, kunnen wij het ook. Wij kunnen het, wij doen het samen. In vrijheid.

Durf te durven

Durf te praten
Voor hen die de stem niet hadden
Stille helden waren

Durf te geloven
In vrijheid
En samen

Durf te hopen
Voor hen die de hoop nooit opgaven
Voor de toekomst

Durf jij twee minuten stil te zijn?
Dan durf ik te luisteren

© Lieve Metzlar / dichter bij vier mei